Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting - Onderzoeksontwerp in de criminologie (B001636A)

Vendu
5
Pages
129
Publié le
28-11-2025
Écrit en
2025/2026

Deze samenvatting bevat de lessen omtrent het boek 'Onderzoeksontwerp in de criminologie' en het boek 'Big data & innovatieve methoden'. Ook de gastcolleges zijn vervat in de samenvatting. Deze samenvatting is geschikt voor 3de BACH 2025 en voor de 1ste BACH 2025. lesgevers: Marlies Sas, Fauve Duprez, Wim Hardyns + gastsprekers Alvast veel succes!

Montrer plus Lire moins

















Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
28 novembre 2025
Nombre de pages
129
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Onderzoeksontwerp in de criminologie
HOOFDSTUK 1: PROJECTONTWERP
1.1 Inleiding
Doel HS: totaalbeeld van de verschillende onderdelen van een onderzoeksontwerp

1.2 Projectontwerp in vogelvlucht




 Het ontwerp van een onderzoek bestaat uit 2 onderdelen:
o Conceptuele ontwerp = over wat je in en met het onderzoek wil bereiken
 Wat, waarom en hoeveel te onderzoeken?
o Technische ontwerp = geeft aan hoe je dit denkt te bereiken

1.2.1 Het conceptuele ontwerp
 Het conceptuele ontwerp bestaat uit vier onderdelen
1. De doelstelling van het onderzoek
 Doelstelling dient te zijn afgeleid van en ingebed in het projectkader
 Doelstelling = datgene wat je met een onderzoek wil (helpen) bereiken / bestaand streven waaraan men met
een onderzoek wil bijdragen  bijdrage die de onderzoeker wil leveren
 = doel van het onderzoek
 = externe doel
 M.a.w. het gaat om het gebruik van de kennis die het onderzoek gaat opleveren, niet die kennis zelf
 Start onderzoek: bestaande problematiek waarbinnen je het onderzoek een plaats wil geven
o = projectkader
 Kader is in eerste instantie te ruim en te complex om in zijn volle omvang met een empirisch
onderzoek te bestrijken
 DAAROM eerste afbakenen  een deel afzonderen dat in de beschikbare tijd voor jou
behapbaar is
 Resultaat: welomschreven en niet te omvangrijk probleem OF een deel van een probleem
 Indien dit deel van het projectkader wordt geformuleerd als een (bijdrage aan een) te behalen
doel of het oplossen van een probleem, dan noemen we dit de doelstelling van het onderzoek




1

,2. Onderzoeksmodel maken
 Opstellen voor je aan het formuleren van de vraagstelling begint
 In grote lijnen aangeven op welke wijze je deze doelstelling denkt te bereiken
 Onderzoeksmodel = een schematische en sterk visuele weergave van de belangrijkste stappen die je denkt
nodig te hebben om de doelstelling te bereiken

3. Vraagstelling
 Bepalen welke kennis nodig is voor, of kan bijdragen aan, het bereiken van de doelstelling
 Vraagstelling = een verzameling van onderzoeksvragen die in de loop van het onderzoek moeten worden
beantwoord
 Vragen zijn zodanig geformuleerd dat het antwoord daarop nodig of nuttig is bij het realiseren van de
doelstelling
o Antwoorden op deze vragen vormen precies de kennis die het onderzoek gaat opleveren, niet minder
maar ook niet meer
o = (interne) doel van het onderzoek
 Belangrijk onderdeel van het maken van de vraagstelling  theoretisch kader
o Theoretisch kader = van waaruit naar het onderzoeksobject wordt gekeken
o Bestaat uit kant-en-klare theorie vanuit literatuur OF zelf standpunt/visie bedenken o.b.v. bestaande
theorieën
o Veel voorkomende vorm: conceptueel model

4. Begripsbepaling
 Belangrijkste begrippen uit de doel- en vraagstelling omschrijven
 Niet enkel een kernachtige definitie geven, maar ook kort en bondig aangeven welke zaken er in de
werkelijkheid onder vallen
 Begrippen moeten worden vertaald in zintuigelijke waarneming
o = onderdeel van het operationaliseren van kernbegrippen
o  door middel van definiëring en operationalisering van de kernbegrippen wordt het onderzoek
afgebakend en ontstaat er meer duidelijkheid over waar we in de bibliotheek en in de empirische
werkelijkheid moeten gaan kijken = definiëring en operationalisering van de kernbegrippen

1.2.2 Het technisch ontwerp

 = beslissingen over hoe, waar en wanneer we gaan onderzoeken
 Bestaat uit een bepaling en uitwerking van de onderzoeksstrategie, van het benodigde onderzoeksmateriaal,
en de planning van het onderzoek

 STAP 1: onderzoeksstrategie = bepaling van de te volgen onderzoeksbenadering
o Je moet een beslissing nemen over de wijze waarop je je onderzoeksobject gaat benaderen en waarop
je het onderzoek gaat aanpakken
o Kernvragen
 Streef je naar een breedte of diepgang?
 Streef je naar een kwalitatieve of een kwantitatieve benadering?
 Streef je naar een waarneming uit de eerste hand of wordt het een andere bezinning op een
analyse van door anderen geproduceerde kennis of gegevens?
o Vb. Strategie waarmee je algemeen geldende uitspraken kunt doen over het onderwerp van de studie
 Grootschalig onderzoek waarin je meer streeft naar breedte dan naar diepte
 Kwantitatief onderzoek want grote hoeveelheid gegevens
o Vb. interesse in een diepgaande bestudering van een complex geval
 Gevalstudie of case studie als strategie
 Via meerdere ingangen op een meer kwalitatieve wijze onderzoeken

2

,  STAP 2: Het plan voor het genereren van het benodigde onderzoeksmateriaal
o 1) Het vaststellen van het soort onderzoeksmateriaal dat nodig is om de onderzoeksvragen te kunnen
beantwoorden
 = bepalen van onderzoekspopulatie
 Onderzoekspopulatie = dat deel van de werkelijkheid waarover je uitspraken wil doen
o 2) Waar dit materiaal te vinden is
 = benodigde databronnen selecteren
 Kunnen mensen zijn, maar ook objecten, situaties, media of documenten
o 3) Hoe het kan worden geproduceerd
 = beslissen op welke manier(en) de gegevens uit deze bronnen worden gewonnen
 Bekende methoden en technieken: enquête, interview, observatie en inhoudsanalyse
 STAP 3: heldere en consistente planning van het onderzoek (onderzoeksplanning)
o Planning van zowel de uitvoering van het onderzoek als van het schrijven van het eindrapport
o Uitvoering onderzoek: niet alleen aanbeveling om een tijdsas te tekenen met daarop de data waarop
verschillende zaken af moeten zijn, MAAR OOK belangrijk om activiteiten die tot deze ‘producten’
moeten leiden, van tevoren te specificeren

1.3 Iteratief ontwerpen
 Aangezien hierboven het onderzoek werd uitgewerkt a.d.h.v. stappen kan de indruk gewekt zijn dat het
ontwerpen van een onderzoek een lineair en opeenvolgend proces is
o Hoewel dit lineaire karakter onomstotelijk moet zijn terug te vinden in je ontwerp als product, is dit
niet noodzakelijkerwijs de manier waarop dit ontwerp tot stand komt, het ontwerp als proces
 De stappen die hierboven werden beschreven zijn slechts een logische volgorde, maar geen
tijdvolgorde tijdens het ontwerpproces
 Iteratief proces
o Je gaat als ontwerper voortdurend heen en weer tussen de diverse onderdelen van het ontwerp
o Je moet je daarbij steeds afvragen wat de consequenties zijn van een beslissing op het betreffende
onderdeel voor alle andere onderdelen van het ontwerp
 Wijzigingen of aanvullingen
 Veranderingen doorheen proces
 De definitieve beslissing op het vlak van het onderzoekstechnisch ontwerp is afhankelijk van een aantal keuzes
die worden gemaakt in het kader van het conceptuele ontwerp
 Voortdurende heen-en-weer beweging
o Nodig omdat ontwerpen een zeer complexe aangelegenheid is
o Het aantal mogelijkheden + de consequenties die een keuze heeft, zijn zo talrijk en complex
o Het lukt niemand om in één enkele procesgang een goed uitgebalanceerd en optimaal ontwerp voor
elkaar te krijgen
 Ontwerper moet beschikken over fantasie en creativiteit
 Bijstelling
o Vraagstelling wordt uitgebreid met een vraag of enkele vragen betreffende de waardering (evaluatie)
van de onderzoekspersonen van bepaalde zaken
o Herbezinnen en herschrijven
 Het onderzoektechnisch ontwerp staat in dienst van een beantwoording van vragen in de vraagstelling
o Antwoorden vormen de kennis die moet worden benut bij het bereiken van de doelstelling
 = doel-middelketen  zo sterk als de zwakste schakel
 Ondersteuning door promotor
  itererend ontwerpen betekent schrijven, maar met het voortdurende besef dat wat je nu schrijft even
later aan herziening toe is




3

,1.4 Stappenplan voor het onderzoeksontwerp
1. Maak een verkenning van het projectkader van je onderzoek en zonder hier een haalbare doelstelling uit af
2. Maak een onderzoeksmodel dat aangeeft via welke globale stappen je de doelstelling denkt te bereiken
3. Ga mede o.b.v. het onderzoeksmodel na welke kennis nuttig of nodig is voor het bereiken van de doelstelling
en formuleer deze kennisbehoefte in de vorm van onderzoeksvragen (vraagstelling) en eventueel een
conceptueel model
4. Bepaal de kernbegrippen in je doel- en vraagstelling en geef hiervan op je doel- en vraagstelling aangepaste
begripsomschrijvingen en operationaliseringen
5. Bepaal welke onderzoeksstrategie je zult volgen bij het uitvoeren van het onderzoek
6. Ga per vraag uit de vraagstelling na welke onderzoeksmateriaal je nodig hebt om tot een gedegen
beantwoording te komen en hoe je dit materiaal gaat verzamelen of produceren
7. Maak een onderzoeksplanning waarin je vastlegt welke activiteiten je wanneer tijdens de uitvoering zult
verrichten en welke producten dit op bepaalde momenten in het uitvoeringsproces moet hebben opgeleverd




4

,DEEL 1: CONCEPTUEEL ONTWERP
Je staat aan het begin van je onderzoek. In de meeste gevallen betekent dit dat je het ontwerp van je onderzoek al in
grote lijnen hebt vastgesteld. In sommige gevallen is dit onderwerp zuiver theoretisch en heb je je voorgenomen een
theoretisch probleem verder uit te pluizen. In andere gevallen betreft het een praktijkprobleem. Jouw onderzoek dient
een bijdrage aan een oplossing van een probleem te zijn. Welke bijdrage je zal leveren, wordt in het conceptueel
ontwerp vastgesteld.

De belangrijkste functie die het conceptueel ontwerp moet vervullen is de sturingsfunctie. De sturing over het maken
van het technisch ontwerp én de uitvoering ervan. Indien het conceptueel ontwerp aan alle eisen voldoet, zal je er
feilloos uit kunnen afleiden welke onderzoeksactiviteiten tijdens de uitvoeringsfase moeten worden verricht. Naast de
sturingsfunctie zijn er nog de motiverende functie en evaluatiefunctie. Zij zijn vooral belangrijk voor jezelf en jouw
promotor.

HOOFDSTUK 2: DOELSTELLING
2.1 Inleiding

Gelet op het aantal grote vereisten waaraan een onderzoek moet voldoen, is het zaak om het onderwerp van je
onderzoek zorgvuldig in te bedden in, maar tegelijkertijd ook af te bakenen van een bredere context. We noemen deze
bredere context het projectkader van je onderzoek. De inbedding en afbakening krijgen uiteindelijk gestalte in de
formulering van de doelstelling.

Doel HS: herkennen en verkennen van projectkaders en daaruit een haalbare en acceptabele doelstelling halen.

2.2 Projectkader en doelstelling

Theoriegericht onderzoek: projectkader wordt gevormd door het proces en product van kennisvorming binnen het
vakgebied van je onderzoek. – niet enkel kennis in bibliotheken, ook mensen/instituties die zich met deze
kennisvorming bezighouden!

Praktijkgericht onderzoek: projectkader is een binnen een beleidsinstantie of organisatie als problematisch ervaren
situatie, waarvan je m.b.v. de resultaten v/h onderzoek een bijdrage wil leveren aan de oplossing.

Men levert altijd een bijdrage aan het andere type doel (bedoeld of niet). Onderzoek dat primair als praktijkgericht
bedoeld is, zal (in)direct een bijdrage leveren aan de theorievorming = theoretische relevantie. Omgekeerd zal
onderzoek dat theoriegericht is vroeg of laat ook nut blijken te hebben in de praktijk = praktische of maatschappelijke
relevantie.

Binnen elk projectkader is er sprake van collectieve en individuele, vaak tegengestelde, doelen.

 In theoretisch kader  streven naar het ontwikkelen van nieuwe theorieën en inzichten.
 In praktijkkader  streven naar het oplossen van handelingsprobleem, creëren van nieuwe situatie, op gang
brengen van nieuwe ontwikkeling.

Problemen vaak zo omvangrijk en complex dat slechts deel van de oplossing kon worden bijgedragen.

De eerste stap in het maken van je onderzoeksontwerp is het in kaart brengen van het projectkader, van de problemen
die daarbinnen bestaand en het doelstreven waarbij je aansluiting zoekt. De tweede stap is dat je hieruit een deel of
aspect afzondert dat je als doel van je onderzoek neemt.




5

,2.2.1 Verkenning van het projectkader

Om het projectkader te verkennen kan je vragen stellen zoals
(1) Welke problemen spelen er binnen het projectkader?
(2) Welke actoren spelen een rol in hun projectkader en wat zijn hun belangen?
(3) Welke mening hebben de actoren over de oorzaken van de problemen?
(4) In welke richting zoekt men zoals naar oplossingen?

Theoriegericht onderzoek: er is veel uitgebreide literatuur. De stand van zaken vormt het projectkader. Om de
doelstelling te kunnen bepalen, moet je het projectkader verkennen.

Praktijkgericht onderzoek: het projectkader zal bestaan uit een als problematisch ervaren situatie of een bestaande
wens om iets nieuws tot stand te brengen. Je maakt een schets van het door jou gelokaliseerde projectkader, met
daarin de aandachtspunten (betrokken actoren, zij die belang hebben, wijze waarop organisatie naar problematiek
kijkt, aspecten).

2.2.2 Formulering van de doelstelling

Het projectkader is vaak te ruim bij theoriegericht onderzoek vanwege onze drang tot kennis. Ook bij praktijkgericht
onderzoek is het projectkader doorgaans omvangrijk. Dit heeft meestal te maken met het probleem dat historisch
gegroeid is en is ingebed in een culturele, sociale en/of politieke context.
 In vroeg stadium: onderzoek tijdruimtelijk en aspectmatig positioneren binnen het projectkader
 Dit door een adequate doelstelling te formuleren! = nuttige, realistische en binnen de gestelde tijd haalbare,
eenduidige en informatierijke doelstelling

1) Nuttig: Welke bijdrage het levert aan de gekozen theoretische problematiek / belang van onderzoek voor de
organisatie, instelling
2) Realistisch: Het moet geloofwaardig zijn dat je een reëel bijdrage kan leveren bv. je kan niet het
overbevolkingsprobleem in gevangenissen zomaar oplossen

3) Haalbaarheid: Onderzoekstechnische relevantie + uitvoerbaarheid van onderzoeksontwerp binnen beschikbare tijd

 Beschik je over de benodigde kennis en hulpmiddelen?
 Als je de doelstelling niet voldoende afbakent, dan leidt dit tot een onuitvoerbaar onderzoek of tot een
onderzoek met zwak valide of zelfs geheel ongeldige en/of onbetrouwbare resultaten.
 Met een adequate doelstelling is aan de drie functies van het conceptueel ontwerp voldaan: sturingsfunctie,
evaluatiefunctie en motivatiefunctie.
  Er zijn allerlei subtypes van theoriegericht en praktijkgericht onderzoek, elk met hun eigen doelstelling.

4) Eenduidig: Waaruit zal de bijdrage aan de oplossing bestaan?

 Bij theoriegericht kan dat de ontwikkeling van een stuk theorie zijn of de verbetering van een theoretische
beschouwing.
 Bij praktijkgericht onderzoek kan dat verheldering zijn van beleidsprobleem, achterhalen van achtergronden,
samenhangen en oorzaken van het probleem, aangeven van knelpunten bij organisatieverandering,
aanbevelingen voor verbetering, evalueren van beleid of interventie.

5) Informatierijk: Welke kennis zal mijn onderzoek genereren om bijdrage te leveren?

 A-gedeelte: wat men wel en niet mag verwachten
 B-gedeelte: wat er globaal in het onderzoek gaat gebeuren
 Het doel van dit onderzoek is ..(a).. door ..(b)..
o A = kernachtige omschrijving van bijdrage = extern doel
o B = kernachtige aanduiding van wijze waarop je deze bijdrage gaat leveren = interne doel
 Zie p. 37 voorbeelden van verwoordingen

6

,2.3 Theoriegerichte onderzoeken

= Helpen oplossen van een probleem in de theorievorming van een bepaald vakgebied, en daarbinnen op een bepaald
onderwerp.

2.3.1 Theorie ontwikkelend onderzoek

Een aanleiding om theorieontwikkelend onderzoek te starten zijn hiaten in de theorievorming.

 Wat zijn de blinde vlekken of lacunes in de theorie?
 Welke bestaande of nieuwe fenomenen of ontwikkelingen zijn er op mijn vakgebied waar nog weinig over is
geschreven?

Een mogelijkheid is dat er over al dan niet nieuwe fenomenen al theorieën bestaand, maar de vraag is of deze ook
standhouden bij het vinden van nieuw empirisch materiaal.

 Zijn bestaande theorieën generaliseerbaar voor die gebieden waar zich nieuwe ontwikkelingen hebben
voorgedaan?

Een strategie die hier op lijkt is die waar gezocht wordt naar anomalieën. Men zoekt empirische verschijnselen die zich
anders gedragen dan de theorie voorspelt.

2.3.2 Theorie toetsend onderzoek

Men toetst bepaalde inzichten en stelt ze eventueel bij en/of verfijnt ze.

 Kan een bestaande theorie eenvoudiger worden gemaakt? Bv. door verschillende theorieën/hypothesen te
vervangen door één theorie/hypothese dat minstens evenveel verklaart
 Welke nieuwe eisen aan de kennisvorming worden er gesteld waarin de bestaande theorie (nog) niet voorziet?
 Houdt een bestaande theorie stand als we deze toetsen aan de huidige ontwikkelingen? = voorbeeld
empirische toetsing
 Op welke punten bevatten bestaande theorieën interne tegenspraken of inconsistenties? = voorbeeld logische
toetsing

Men kan ook een bepaald fenomeen of probleem onder een meer algemene noemer plaatsen. Vervolgens worden uit
deze meer algemene of abstracte problematiek één of meer concrete problemen afgeleid, die men vervolgens gaat
onderzoeken.

2.4 Praktijkgerichte onderzoeken

= onderzoek waarin je als doelstelling hebt een bijdrage te leveren aan een interventie om een bestaande
praktijksituatie te veranderen. Het gaat dus om het genereren van kennis die een aanzet kan geven tot het oplossen
van een handelingsprobleem. Voorbeeld: bij overheden, management van (non-)profit organisaties.

Het projectkader bestaat meestal uit een complex probleem waarmee een organisatie kampt. Een eerste belangrijk
punt is dat je in de doelstelling de identiteit van de belanghebbenden vaststelt. Dit is bepalend voor de aard en omvang
van de aanbevelingen die je op grond van je onderzoek formuleert. Verder sta je stil bij welk deel van het probleem je
wilt opnemen als extern doel van je onderzoek. Dat is niet altijd even simpel dus maakt men gebruik van de
interventiecyclus. De interventiecyclus is een reeks van fasen die je moet doorlopen bij het oplossen van een
handelingsprobleem. Er zijn 5 fasen:

1) Probleemanalyse: men brengt het probleem onder de aandacht van de belanghebbenden = ‘agendasetting’. In deze
fase wordt duidelijk wat het probleem is, waarom dit zo is en wiens probleem het is. De waarom vraag beantwoorden
we door te wijzen op algemene normen, waarden of idealen waarmee een toestand in strijd is of door te wijzen op
ongunstige gevolgen.

2) Diagnose: bestuderen van de achtergrond en het ontstaan van het probleem. Door dit te bestuderen, komt vaak de
richting van de oplossing naar boven.
7

,3) Ontwerp: er wordt een interventieplan gemaakt voor de oplossing van het probleem bv. een gemeentelijk
voorlichtingsprogramma voor een nieuwe organisatiestructuur.

4) Interventie/verandering: het ontwerp wordt gerealiseerd door interventie of een veranderingstraject.

5) Evaluatie: controleren of ingevoerde verandering het probleem heeft opgelost. Het kan zijn dat het slechts partieel
is opgelost of er nieuwe problemen ontstonden cyclus begint opnieuw.

Verschuren en Doorewaard (2007): parellel aan de interventiecyclus 5 typen praktijkgerichte onderzoeken. Men vraagt
zich af in welk van de vijf stadia het voorliggende handelingsprobleem zich verkeert. Afhankelijk van het antwoord, is
het een van deze 5 typen (p. 55):

 Probleemanalytisch onderzoek
 Diagnostisch onderzoek
 Ontwerpgericht onderzoek
 Verandergericht onderzoek
 Evaluatieonderzoek

2.5 Stappenplan

1. Bepaal of je met je onderwerp opteert voor een theoriegericht dan wel een praktijkgericht onderzoek
2. Voer een verkenning uit van het projectkader
3. Bepaald op basis van deze verkenning voor welk van de twee typen theoriegericht onderzoek of voor welke
van de vijf praktijkgerichte typen onderzoek je kiest
4. Formuleer de doelstelling van je onderzoek
5. Controleer deze doelstelling op vorm en inhoud. De vorm moet zijn: “Het doel van het onderzoek is … (a) …
door realisering van … (b) …”. De inhoud moet voldoen aan de criteria van nuttigheid, haalbaarheid,
eenduidigheid en informatiegehalte. Controleer hierop en stel je doelstelling zo nodig bij

PowerPoint / les
Keuze van een onderzoeksprobleem
Natuurlijk start je onderzoek altijd op basis van een bepaalde probleemstelling, dit is eigenlijk het
onderwerp van uw onderzoek & Een onderwerp (probleemstelling) maakt altijd deel uit van een
bredere context (projectkader), dit houdt in dat er een bepaalde problematiek is in een zekere
context dat je zou willen onderzoeken, de keuze van het onderzoeksprobleem kan bepaald
worden door verschillende zaken, waaronder:

1) & 2) Politieke & sociale context – wensen van de opdrachtgever
 Politieke gebeurtenissen (mode-trends)
 Grote wetenschappelijke instituten (waakhonden, long term research)
 Opdrachtgevers (beleidsonderneming, one shot projects)
o Vb. gemeente / stad die je contacteer met een probleem (vb. overlast, …)
o One shot projects
 Vb. onderzoek tijdens corona  lockdown periode  onderzoek: hoe veilig voelen mensen
zich?
 Onderzoek kan nu niet meer voeren tenzij retro-spectief  gevaar voor vertekening
 Onderzoekspotentieel – opdrachtgevers
o Universiteiten / hogescholen / privé-studiebureaus
o Opdrachtgevers
 Bv. (inter)nationale staten, ministeries, regio’s, gemeenten, bedrijven,…
 Vb. FOD binnenlandse zaken omtrent private veiligheid
 Privé, steden of gemeenten, provincie, …
o Grote wetenschappelijke instituten / wetenschapsfinanciers
 Bv. FWO – Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen
 Doctoraat studenten worden gefinancierd om onderzoek te voeren
8

,3) Criminologisch paradigma = theoretische school of traditie
 Theorie opvangen die je interessant vindt – je wil bachelor proef hierop focussen
 Voorbeelden van theorieën
o Individueel positivisme (bv. biologische criminaliteitstheorieën,…)
o Neo-individueel positivisme (bv. sociale controletheorie,…)
o Sociaal positivisme (bv. ecologische theorie,…)
o Marxistische theorieën (vb. kijken naar inkomensongelijkheid in delinquent gedrag)
o Neo-marxistische theorieën (bv. links realisme,…)
o Micro theorieën – middle range theorieën – grand theorieën
 Belangrijk
o Altijd vertrekken vanuit onderzoek zelf
o Op objectieve manier onderzoek voeren
o Indien totaal tegenovergestelde gegevens dan theorie  altijd vermelden en behouden, je niet
volledig laten sturen door de theorie
o Kritisch zijn !
o OPGELET: Theoretical blindness

4) Waarden en maatschappelijke problemen
 Onderzoek starten o.b.v. eigen waarden en normen die je aan bepaalde zaken hangt
o Vb. onderzoek doen bij laag inkomen omdat er meer criminaliteit is  onderzoek voeren
o Vb. gezichtscamera’s zijn schending van privacy  onderzoek voeren
 MAAR steeds objectief blijven !!!
 Voorbeelden
o Maatschappelijke projecten
o Opvattingen over goed en kwaad
o Opvattingen over sociale rechtvaardigheid
o Opvattingen over vrijheid en democratie
 OPGELET: Maatschappelijk engagement versus objectiviteit

5) Voorkeur voor een methode
 Kwantitatief VS kwalitatief
 Alleen harde kwantitatieve technieken verdienen het etiket ’wetenschappen’?
Of
 Interesse in de eigenheid, het eigenaardige, van een fenomeen (kwalitatief)
 Voorkeur voor bepaalde dataverzamelingsmethoden en data-anaysemethoden
 OPGELET: Voorkeur versus ‘reactiviteit’
o Welke methode past het best bij het gekozen onderwerp / publiek

6) Voorkeur voor een theorie
 Link tussen jezelf als persoon (of als lid van een bepaalde sociale groep) en een theorie
 Vrouwen
o Vb. Vrouwelijke onderzoeker die interfamiliaal geweld wil onderzoeken bij vrouwen
 Etnische minderheden
o Vb. je hebt andere etnische achtergrond en wil nagaan in welke mate politie obv etnische achtergrond
selecteert
 Slachtofferervaringen
o Vb. hoe worden slachtoffers behandeld door politie indien je zelf ervaring hebt
 Persoonlijke ervaringen
o Vb. je ziet het zelf elke dag dus je wil hierover leren
 OPGELET: Eigen betrokkenheid versus de nodige afstand
o Je gaat je meer inzetten voor een onderwerp waarin je geïnteresseerd bent MAAR je moet er genoeg
op kunnen focussen
o Je moet het aankunnen om er zolang mee bezig te zijn
9

, 7) Wetenschapsfilosofische opvattingen

 Veralgemeenbaarheid
o Eerste vragenlijst bij studenten en nadien veralgemenen voor alle studenten in Vlaanderen obv
gelijkenissen
 Unieke en particuliere
o Vb. veiligheidsgevoel van prostituees in Gent DUS niet veralgemeenbaar in Antwerpen want andere
context en andere omgeving
 Traditie van de onderzoeksgroep
o Promotor doet in onderzoeksgroep enkel algemene of specifieke onderzoeken

8) Reikwijdte van de studie: ‘ruimte’ en ‘tijd’

 1) Ben je geïnteresseerd in…
o Individuele psychologische processen?
o Interacties binnen kleine groepjes mensen?
o Het leven in een lokale gemeenschap?
o Of grote populaties?
 2) Ben je geïnteresseerd in…
o Momentopnames?
 Vb. iedere maand opvolgen
o Vergelijkingen tussen momenten in de tijd?

9) Zuiver versus toegepast wetenschappelijk onderzoek

 1) Ben je geïnteresseerd in…
o Theorieën ontwikkelen?
o Hypothesen toetsen?
 2) Ben je geïnteresseerd in…
o Exploreren en oplossen van maatschappelijke problemen?
o Rechtstreekse gevolgen voor het sociaal of strafrechtelijk beleid?
o Actie-onderzoek – evaluatie-onderzoek – behoeften-onderzoek?




De probleemstelling

 Metafoor: huis
o Nadruk op de uitvoering (bovenbouw)
o Gebrek aan onderzoeksplan (onderbouw)
 “Columbus zwierf niet doelloos rond. Hij zeilde in westelijke richting op grond van een aannemelijke theorie.”
 Cfr. Ontwerp van een gebouw door een architect
 Onderzoeken is… “Een doelbewust en methodisch zoeken naar nieuwe kennis in de vorm van antwoorden op
tevoren gestelde vragen”.



10

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les avis
3 semaines de cela

3 semaines de cela

Thanks for the review! Good luck with the exams! :)

4,0

1 revues

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Ilonamasselis Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
152
Membre depuis
2 année
Nombre de followers
10
Documents
50
Dernière vente
3 jours de cela
Criminologische wetenschappen

Hallo! Ik ben 3de jaar student criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent. Indien je een samenvatting hebt gekocht, mag je me gerust een berichtje sturen, dan stuur ik het document nog eens door zonder die irritante reclames. Indien je tevreden bent over de samenvatting die je aankocht, laat dan zeker een recensie achter! Alvast veel succes bij het studeren! Ik duim voor jullie! :)

4,3

9 revues

5
4
4
4
3
1
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions