Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Sociale psychologie TP Duaal HS Leiden leerjaar 1

Note
-
Vendu
1
Pages
36
Publié le
24-11-2025
Écrit en
2024/2025

Alle hoofdstukken icm slides vanuit de lessen gecombineerd in 1 document. Behaalde resultaat was 7.8

Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Hoofdstuk 3, 4, 5, 6, 8, 11, 13
Publié le
24 novembre 2025
Nombre de pages
36
Écrit en
2024/2025
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Hoofdstuk 3 Sociale cognitie: hoe we denken over de sociale wereld.

Leerdoelen:
 Het onderscheid tussen automatisch en gecontroleerd denken toelichten;
 Verduidelijken in hoeverre we automatisch denken over de sociale wereld en welke rol
schema’s daarbij spelen;
 Samenvatten welke verschillende soorten automatisch denken er zijn en hoe die functioneren;
 Uitleggen hoe cultuur automatisch sociaal denken beïnvloedt;
 Verduidelijken in hoeverre we gecontroleerd denken over de sociale wereld en welke
problemen daarbij kunnen optreden;
 Uitleggen hoe we denkfouten kunnen verminderen en/of voorkomen.

Sociale cognitie
Manieren waarop mensen over zichzelf en de sociale wereld denken. Mensen selecteren,
interpreteren, herinneren en gebruiken sociale informatie om oordelen te vormen en beslissingen te
nemen.

Twee typen sociale cognitie:
 Automatisch denken
Snelle, automatische manier van denken (bijv. als je iemand voor het eerst ontmoet vorm je
snel een oordeel een indruk van diegene) 1. Tijdbesparing, 2. Helpt nieuwe situaties te
begrijpen en 3. Leggen van verbanden met eerdere ervaringen. Beslissingen hoeven niet altijd
slecht uit te pakken.
Soorten automatisch denken:
 Automatisch doelen nastreven en beslissen. Met priming (religieuze woorden of woorden
met rechtvaardigheid) kunnen de keuzes beïnvloeden. (Casus met het verdelen van geld
en het maken van zinnen met aangeleverde woorden)
 Automatisch denken op basis van zintuigelijke en lichamelijke gewaarwordingen. Subtile
fysieke signalen kunnen naast de primer van invloed zijn op je beslissingen. (Het geven
van geld aan iemand voor een winkel) De geest is verbonden aan ons lichaam en
reageert daarop. (Geur, iets schoons ruiken, een warme drank voelen, iets zwaars
vasthouden, een zwart-witpatroon zien)
 Mentale strategieën en snelkoppelingen: beoordelingsheuristieken. Dit zijn aannames die
beslissingen makkelijker maken zodat je verder kan met leven zonder dat elke beslissing
verandert in een gigantisch onderzoeksproject. Aannames zijn wel efficiënt, meestal
leiden ze tot een goede beslissing binnen een redelijke termijn. Wanneer er geen schema
is of niet bij de hand is worden aannames vaak gebruikt. Heuristiek stamt af van het
Griekse woord voor ontdekken. Heuristieken zijn mentale vuistregels die mensen
gebruiken om snel en efficiënt te kunnen oordelen. Soms zijn ze echter niet geschikt.
Worden ze dan wel toegepast dan leidt dit tot een fout oordeel. (Redeneerfout):
o De beschikbaarheidsheuristiek: mentale aanname waarbij mensen een oordeel
baseren op het gemak waarmee ze zich iets voor de geest kunnen halen. Dit kan
tot foute conclusies leiden. (Experiment over assertiviteit en het aantal
herinneringen hieraan benoemen 6 versus 12)
o De representativiteitsheuristiek: mentale aanname waarbij mensen iets
classificeren op grond van de mate waarin het lijkt op een karakteristiek geval.
(Voorbeeld van gele koorts en muggen of het hebben van tunnelvisie in de
rechtspraak- Lucia de B) Forer-effect – feedback die ons goed lijkt te beschrijven
omdat we blijven steken bij de representatieve voorbeelden die in ons opkomen
en niet logisch denken. Of het Barnum-effect: ‘There is a sucker born every
minute’ – het gemak waarmee mensen voor de gek gehouden kunnen worden.

, o De anker- en correctieheuristiek: dingen nemen zoals ze zijn. Een mentale
aanname waarbij mensen een getal of waarde als beginpunt gebruiken en
vervolgens (te) weinig op dit ankerpunt corrigeren. Het is dus van belang dat de
beginwaarde deugdelijk en informatief is. Het probleem ontstaat als twee
verschillende situaties elkaar beïnvloeden met het getal (25 ste verjaardag en
strafmaat) -> arbitraire beginmaten. Er zijn 3 beïnvloedingen:
 Bij het bepalen van het beginpunt selectief informatie halen die daarmee
in overeenstemming is uit ons geheugen, is verwant aan toegankelijkheid.
Bijvoorbeeld redenen waarom een crimineel een lange straf verdient.
 Beïnvloeding proberen te voorkomen door vanuit de ankerwaarde te
corrigeren. Ondanks het feit dat ze weten dat de beginwaarde niet correct
is beïnvloed de beginwaarde toch de redenering. (Bijv: een bank die een
te hoge prijs heeft)
 Het zoeken van een verklaring voor de invloed van een ankerwaarde in
priming. Mensen die veel kennis van zaken hebben laten zich hierdoor
minder beïnvloeden. Maar ondanks dat zijn ook deze mensen niet
immuun voor de anker- en correctieheuristiek.
 Gecontroleerd denken
Uitvoerig nadenken over beslissingen in je leven. Bewust, opzettelijk en uit vrije wil en
vereist inspanning. Te veel bewust nadenken kan goede beslissingen in de weg staan. Een
periode van afleiding kan je helpen de beste beslissing te maken. Afleiding tot het maken van
een moeite som helpt niet, maar wanneer de beslissing ons vraagt veel complexe informatie
te integreren, zoals voor- of nadelen van tien appartementen. Dan is het onbewuste verstand
beter in staat de informatie door te spitten en het alternatief te kiezen. Het bewust denken
wordt vaak ingezet voor belangrijke doelen, oplossen van ingewikkelde problemen en het
plannen van de toekomst.
Het bewust denken uit vrije wil staat echter wel ter discussie. In hoeverre is een handeling niet
ingegeven door het automatisch denken en lijkt het alsof het een bewuste handeling is
(bijvoorbeeld door priming van een reclame).
Je hebt beide processen nodig voor het nemen van beslissingen. Enerzijds voor een grote
hoeveelheid complexe informatie -> bij voorkeur onbewust, anderzijds het volgen van simpele regels
(bij voorkeur bewust). In het voorbeeld voor het kiezen van het beste appartement kozen de
deelnemers die beide cognities gebruikten een beter appartement dan de deelnemers die alleen
bewust hadden nagedacht.

 Mogelijke derde variabele waarbij het gecontroleerd denken wordt beïnvloed door de
automatische gedachte zonder daar bewust van te zijn.
 Contrafeitelijk denken(deels) bewust, maar kost inspanning(mentaal)”wat als”: het verleden
mentaal ongedaan maken. Door een bepaald aspect in het verleden te veranderen kan je je
een voorstelling maken van hoe de situatie had kunnen zijn. Je hebt hierin opwaarts
contrafeitelijk denken (denken over een gebeurtenis hoe deze beter had kunnen uitpakken) en
neerwaarts contrafeitelijk denken (denken hoe een situatie erger had kunnen zijn->
psychische gezondheid). Door dit contrafeitelijk denken kun je tegenstrijdige emoties vbij
iemand zien (vb: wie is er gelukkiger, een atleet die tweede is geworden bij de OS en een
zilveren medaille heeft of een atleet die derde is geworden met brons?) Wanneer je
contrafeitelijk redeneert over positieve gebeurtenissen kan het geloof in god versterkt worden.
(vb: de overtuiging dat God ervoor heeft gezorgd dat dat goede in werkelijkheid wel heeft
plaatsgevonden) Opwaarts contrafeitelijk denken wordt negatief als het leidt tot peikeren ->
depressie.




Schema’s

,Zijn mentale structuren waarmee kennis over de sociale wereld georganiseerd worden. Deze
mentale structuren beïnvloeden de informatie die je opmerkt, waarover je denkt en hoe je het
herinnert. Ander woord is Script. (Specifieke gebeurtenis – schema’s over gebeurtenissen) Bevatten
je kennis over andere mensen, jezelf, sociale rollen, specifieke gebeurtenissen. Bevatten je
basiskennis en de indrukken die je gebruikt om de kennis over de sociale wereld te organiseren en om
nieuwe situaties te interpreteren. Schema’s helpen om ambiguïteit te reduceren (dubbelzinnigheid of
vaagheid)

Sociale Categorisatie
De complexe sociale wereld begrijpelijker maken door mensen in te delen in categorieën op basis
van enkele kenmerken.

Toegankelijkheid van schema’s
De mate waarin schema’s en concepten zich op de voorgrond van ons bewustzijn bevinden, waardoor
het waarschijnlijker is dat ze gebruikt worden bij het oordeel over de sociale wereld.
 Blijvend toegankelijk - eerdere levenservaring, zijn constant actief en gereed voor gebruik
(bijvoorbeeld als je een drugsverslaafde in je jeugd in je omgeving had en daaruit informatie
put)
 Tijdelijk toegankelijk - doordat je op dat moment een doel nastreeft of dat er eerder recente
ervaringen in je hoofd zitten (bijvoorbeeld doordat je geleerd hebt voor een tentamen en
vanuit die stof dingen interpreteert).
 Kan beïnvloed worden door priming: het proces waarbij recente ervaringen de
toegankelijkheid van een schema, kenmerk of concept vergroten (kan invloed uitoefenen als
de primer toegankelijk en toepasselijk is) Priming kan het oordeel beïnvloeden maar ook het
gedrag. Priming is een voorbeeld van Automatisch denken omdat het snel, onwillekeurig en
onbewust gebeurt.

Perseveratie-effect
Het fenomeen dat de opvattingen (vasthoudend) die mensen hebben over zichzelf en de sociale
wereld blijven bestaan, ondanks bewijzen van het tegendeel. (Onderzoek naar herkennen van
afscheidsbrieven zelfmoord met succes-feedback en mislukte-feedback)

Bestraffingseffect
Het fenomeen dat positieve opvattingen over de sociale wereld waarvan bewezen wordt dat ze
onjuist waren, kunnen omslaan naar zeer negatieve opvattingen.
Negativiteitsbias (negativiteitseffect)
Het verschijnsel dat negatieve gebeurtenissen en informatie gemakkelijker wordt opgemerkt dan
positieve, dat negativiteit je sterker beïnvloed en dat we ons deze makkelijker herinneren.

Selffulfilling prophecy (komt voort uit automatisch denken) -> Rosental & Jacobson 1968/2003
De verwachtingen van het eigen of andermans gedrag komen sneller uit, omdat deze verwachtingen
onze interpretaties en gedrag sturen. Het bestaat uit een cyclus met 4 fasen:
1. Mensen hebben op basis van een schema verwachtingen van hoe iemand is
2. Die verwachting beïnvloedt de manier waarop ze zich tegenover diegene gedragen
3. Waardoor diegene zich consistent met de verwachtingen gaat gedragen
4. Waardoor de verwachting daadwerkelijk uitkomt.
(Bijvoorbeeld onderzoek op basisschool waarbij kinderen van tevoren werden gelabeld als uitblinker,
na IQ test scoorden deze personen daadwerkelijk hoger)
Positieve kant van selffulfilling prophecy = Pygmalioneffect -> iemand gaat beter presteren door
positieve verwachting die anderen van diegene hebben. (Meer persoonlijke aandacht, aanmoediging
en ondersteuning, moeilijkere lesstof, meer en betere feedback, meer ruimte om te reageren tijdens
les)

, Negatieve kant van selffulfilling prophecy = Golemeffect -> Iemand gaat minder goed presteren door
de negatieve verwachting die anderen van diegene hebben.

Invloed van cultuur op automatisch sociaal denken: holistisch versus analytisch denken. De inhoud
van de schema’s kan verschillen op basis van de cultuur waarin we leven. Schema’s zijn een
belangrijke manier voor culturen om hun invloed uit te oefenen.

Analytische denkstijl
Manier van denken, die gebruikelijk is in de westerse wereld, waarbij mensen zich richten op de
kenmerken van objecten en minder aandacht schenken aan de context. De perceptie van emoties van
een ander in deze denkstijl zal geconcentreerd zijn op het gezicht van het object van aandacht en aan
de hand daarvan zal je beoordelen hoe iemand zich voelt. Het westers denken heeft de wortels in de
Griekse filosofische tradities van Aristoteles en Plato, die zich bezighielden met de wetten die over
verschijnselen reageren, los van hun context.

Holistische denkstijl
Manier van denken die gebruikelijk is in de Oost-Aziatische culturen, waarbij mensen zich richten op
het geheel, met name op de wijze waarop objecten zich tot elkaar verhouden.
De perceptie van emotie bij een andere in deze denkstijl zal worden gedaan om de emoties van
anderen (de totale context) af te tasten om een oordeel te vormen over de situatie. Oosters denken
kenmerkt zich door de ideeën van het confucianisme, het taoïsme en het boeddhisme. Deze
benadrukken allen de onderlinge verbondenheid en de relativiteit van alle verschijnselen.

Het verschil tussen beide denkstijlen heeft te maken met de omgeving. In de holistische omgeving
bevindt zich aanmerkelijk meer informatie en objecten dan in de westerse wereld. Hierdoor
concentreren westerlingen zich vaker op het object wat op de voorgrond staat. Door onderzoek is wel
gebleken dat ongeacht waar je vandaan komt je zowel analytisch en holistisch kan denken
(gereedschapskist bevat dezelfde instrumenten) maar dat de omgeving waarin je leeft of je omgeving
waar je kort daarvoor geprimed bent één van beide denkstijlen activeert.

Gedachtenonderdrukking
Poging om gedachten te vermijden aan wat je zo snel mogelijk wil vergeten (verloren liefde,
onaangename aanvaring met LG). Omdat het vermijden van deze gedachten inspanning kost kan het
beteken dat wanneer je minder stevig in je schoenen staat (fysiek of mentaal) deze gedachte alsnog je
bewustzijn binnenkomt. Hierdoor kan je in een toestand van hypertoegankelijkheid terecht komen,
waarin de ongewenste gedachte steeds voorbijkomt. Het verdrukken van deze gedachte heeft een
emotionele en fysieke prijs. Het zorgt ervoor dat het verwerkingsproces langer en heftiger is, zorgt
ervoor dat emoties een negatief effect hebben op het fysieke immuunsysteem en worden mensen
daardoor vatbaar voor ziekten.

Barrière van overdreven zelfvertrouwen
Gegeven dat mensen gewoonlijk te veel vertrouwen op de nauwkeurigheid van hun eigen oordelen.
(Verbeteren van het redenatievermogen) Door deze mensen aan het twijfelen te brengen kun je
mensen laten beseffen dat naast hun eigen manier om de wereld te construeren andere manieren zijn.
Hierdoor ontstaan minder beoordelingsfouten. Een ander voorbeeld van overdreven zelfvertrouwen is
de planningsfout. (De neiging van mensen om te optimistisch te zijn over de snelheid waarmee ze
een project zullen voltooien)

Hoofdstuk 4 Sociale perceptie (niets specifiek weten)
Leerdoelen:
 Uitleggen hoe mensen non-verbale signalen gebruiken om anderen te gebruiken;
€7,66
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
zoietsja

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
zoietsja Hogeschool Leiden
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
1
Membre depuis
11 mois
Nombre de followers
0
Documents
5
Dernière vente
1 mois de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions