1. Survey & observatie
• Survey oz = waarbij vragen gesteld w aan PP’en → in alle vormen (mondeling & schriftelijk)
• Observatie oz = waarbij gedrag v PP’en effectief geobserveerd w
o Observatie oz vs observationeel oz → observatieonderzoek = meetmethode
o Observatieonderzoek heb je in zowel observationeel als experimenteel oz
• → deze methodes v dataverzameling w gebruikt bij beschrijvend & experimenteel oz → zegt
niets over design
1.1 Soorten survey onderzoek
1.1.1 Vragenlijst oz
• Opsturen per post
o Voordelen → lijst met adressen (ifv random sampling), relatief goedkoop,
grote/verspreide SP, anonimiteit/minder sociale wenselijkheid, om het even wnr invullen
o Nadelen → lage respons rate, minder open vragen, geen controle kwal/volgorde
invullen/wie VL invult + geen info over niet-respondenten (representativiteit)
o Opsturen per post vooral voor senioren populatie → ook alleen de geïnteresseerden
antwoorden dus niet representatief
o Respons rate verhogen → brief op voorhand sturen, telefonisch contact, geen te lange
VL, gesloten vragen, op goed moment sturen, beloning, enveloppe & postzegel
toevoegen
o Belang v → begeleidende brief & follow-up
o Begeleidende brief = bepalend voor respons, professioneel, doel & belang uitleggen,
privacy garanderen, alles op 1p
o Follow-up → herinneringsbrief, verzoeken VL alsnog in te vullen, meestal effectief
o Respons rate → meestal 30-60%, slechts 20% geantwoord: selectie-bias, niet
representatief + info over niet-respondenten ontbreekt
• Afname in groep onder toezicht = cluster sampling
o Best bestaande groepen zoals klassen, seniorencentra
o Voordelen → makkelijk PP’en te rekruteren, grotere respons rate, goedkoper dan
opsturen, verduidelijking mogelijk, controle op invullen & wie het invult
o Nadelen → kleinere groepen/clusters zijn moeilijker bereikbaar, niet altijd mogelijk
▪ Alternatief → PP’en VL ter plaatse samen laten invullen
• Persoonlijk afgeven VL
o Thuis, op school, op werk → laten opsturen of ophalen
o Voordelen → persoonlijk contact (belangrijk!), uitleg mogelijk, grotere response
o Nadelen → tijdsintensief + verplaatsingskosten, moeilijk als iedereen ver woont
o Vaak in combinatie met iets anders
o Als je PP kan helpen met VL in te vullen → verhoogt validiteit + motiveert ➔ zeker in
longitudinaal oz
1
,• Computer VL
o Voordelen → laagste kostprijs, data automatisch ingegeven, vragen overlaten
onmogelijk, filtersysteem, via flyers/sociale media/… te verspreiden
o Nadelen → voldoende vertrouwdheid/toegankelijkheid tot PC nodig, technische
problemen
o Mogelijkheid om → pauze + later hervatten, terug gaan naar vorige vragen
o Je kan de meeste mensen in zo min mogelijk tijd gaan bevragen
o Heel vaak lage socio-economische klassen niet onderzocht
o Ook selectie-bias want alleen mensen vullen het in die geïnteresseerd zijn
1.1.2 Interview afnemen
• Gestructureerd → alle
antwoorden voorgekauwd bv
Likert schaal
• Al de rest = woordelijke data →
moe je gaan verwerken zodat je er
oz mee kan doen
• Algemene tip
o Open interview opnemen
→ toestemming
o ➔ achteraf beluisteren &
transcriberen
o Voordelen → minder afh v
moment zelf + veel nauwkeuriger → correcte dataverzameling
o Nadelen → persoon voelt zich minder op zijn gemak, meer kans op sociaal wenselijke
antwoorden
o In focusgroep belangrijk om non-verbale communicatie mee te nemen in analyse
Individuele interviews
• Diepte-interview
o Structuur ligt helemaal niet vast
o Kwalitatief oz → bij kleine SP met kennis/ervaring over onderwerp
• Semi-gestructureerd interview → vagen liggen niet vast, wel thema’s
o Soms ook gedeeltelijk gestructureerd
o Kwalitatief (deels kwant) oz
o Kleine SP met kennis/ervaring over onderwerp
• Gestructureerd interview
o Adhv vaste VL’en → gesloten interview
o Kwant oz
o Meestal bij grotere representatieve SP
• Verklarend vs exploratief werken
o Als je over iets niet veel weet ga je beginnen met diepte & semi-gestructureerd
o Uit deze resultaten kan je bv VL maken voor grotere SP
2
,• Voor- & nadelen open tov gesloten interview
o Voordelen
▪ Alle mogelijke vragen & antwoorden dienen niet gekend te zijn
▪ Geen beïnvloeding door vooraf gegeven vragen & antwoorden
▪ Dieper ingaan op gevoelens, gedachten & meningen
o Nadelen
▪ Moeilijker te verwerken → kwal data = minder objectief dan kwan data
▪ Vaak bij kleine groep vrijwilligers → selectie-bias
▪ Resultaten kunnen niet veralgemeend w naar populatie
• Voor- & nadelen gesloten interview tov VL schriftelijk afnemen
o Voordelen
▪ Persoonlijker, minder taalVH’en opgenomen, gemakkelijker filtersysteem
(boomstructuur) te gebruiken
▪ Hogere validiteit → meer uitleg, niveau aangepast aan respondent, mogelijkheid
tot stellen v controlevragen
▪ Hogere respons rate, leuker & makkelijker om te praten dan in te vullen
o Nadelen
▪ Duur, tijdsintensief, meestal kleinere SP’en, meer kans op sociaal wenselijke
antwoorden door gebrek anonimiteit
▪ Goede training interviewers nodig
• Als je alleen bent geen probleem met interB-BBH, wel intraB-BBH
• Met verschillende oz’ers → interB-BBH!!
• Training bij kwal oz moeilijker → je zou trial-interviews moeten houden
om de oz’ers te testen
• Ene interviewer krijgt meer info uit PP dan de andere → bv
introvert/extrovert
• Voorbereiding interview
o Gesloten interview → opstellen VL
o Open interview
▪ Opstellen topic-lijst → obv probleemstelling, vooraf info verzamelen,
beginzinnen
▪ Logische opbouw → 1st makkelijke & neutrale vragen → vragenroute volgen
• Training v/d interviewer
o Uitleg over studieprotocol & belang gekozen sampling
o Geen/beperkte uitleg oz-doelen & hypothesen
o Interview/VL overlopen → opnemen + FB achteraf
o Standaardisatie verschillende interviewers
o ➔ opletten met bias v oz’er zelf → blinderen (hangt af wat doel studie is)
o Eig’en goede interviewer
▪ Professionele look & attitude, belangstelling tonen, empathisch,…
▪ Geen antwoorden suggereren, soms stiltes toelaten, geen zinnen afmaken
▪ Bereid oordeel te laten vallen, elk antwoord = waardevol
▪ Opletten voor zijpaden → uitweidingen beleefd afbreken
▪ Specifiek bij open interview → vrije volgorde topics, non-verbale signalen
o met focusgroep → moderator & observator ➔ observator moet groep i/d gaten houden
& non-verbale signalen opnemen (zoals fronsen bij introvert persoon)
• OPTIE 1 → face-to-face
o Voordelen → geen verplaatsing PP, grote respons rate, in vertrouwde omgeving
o Nadelen → tijdsintensief, aandacht afgeleid door omgeving
3
, • OPTIE 2 → telefonisch
o Voor opiniepeilingen, commerciële enquêtes
o 3-6max pogingen om persoon te bereiken
o voordelen tov face-to-face → goedkoper, geen verplaatsing, minder tijdsintensief, meer
mensen bereikbaar, grotere anonimiteit
o nadelen → w niet graag gestoord in thuis, vaste telefoon nodig, minder lang + gesloten
vragen, prenten kunnen niet gebruikt w, geen controle op wie aan telefoon is
Focus groep interviews
• in homogene groep (N= 6-10) → 8 = ideaal
o soms heterogene groep → afh v oz-vraag
o bv hartchirurgen & P’en samen zetten → P’en gaan niet gehoord w dus apart zetten
o MAAR als je oz-vraag te maken heeft met interactie tss de 2, wel heterogeen
• verschillende sessies tot verzadiging v info → de sessie waar je merkt dat er verzadiging is, is je
voorlaatste sessie ➔ daarna nog 1tje om te checken of er datasaturatie is
o audiotapes na elke sessie om te transcriberen
o objectief!!
• Vragen niet individueel, maar aan groep gesteld
o Niet bedoeling om tot consensus te komen → variatie aan meningen die gehoord w
o Delphi-oz = tot consensus komen, focusgroep = interactie-oz
• Interactie tss groepsleden goed observeren
• Oz’er 1 → leidt gesprek = moderator
• Oz’er 2 → neemt notities, verzorgt opnames = observator
• Vooral bij nieuwe oz-vragen → exploratief karakter
• Moeilijk te analyseren → kwal data
1.1.3 Afweging keuze
• Keuze afh v oz-vraag in combinatie met:
o Soort & grootte SP
o Soort vragen → open/gesloten, moeilijkheidsgraad, detail antwoorden nodig?
o Inhoud vragen → persoonlijk/gevoelig, kennis toetsen, verwachte sociale wenselijkheid,
belangrijkheid volgorde vragen
o Beschikbare middelen → financieel, personeel, tijd
1.2 Observatie onderzoek
• = oz waarbij PP’en (& gedrag) w geobserveerd door beoordelaars/oz’ers
• = directere meting & objectiever
• Gedrag afh v context & moment
o Observeren in zoveel mogelijk verschillende contexten & op verscillende momenten ifv
een zo volledig mogelijk beeld
• Beperkingen
o Tijdsintensief → slechts 1PP per keer + verwerking
o Operationeel definiëren v gedrag → manier v coderen
o Training v observatoren
1.2.1 Sampling in observatie onderzoek
• Time sampling → wanneer
o Time sampling = momenten v observatie selecteren ➔ systematisch of volledig random
(of combi)
o Event sampling = voor gebeurtenissen die niet frequent voorkomen
4
• Survey oz = waarbij vragen gesteld w aan PP’en → in alle vormen (mondeling & schriftelijk)
• Observatie oz = waarbij gedrag v PP’en effectief geobserveerd w
o Observatie oz vs observationeel oz → observatieonderzoek = meetmethode
o Observatieonderzoek heb je in zowel observationeel als experimenteel oz
• → deze methodes v dataverzameling w gebruikt bij beschrijvend & experimenteel oz → zegt
niets over design
1.1 Soorten survey onderzoek
1.1.1 Vragenlijst oz
• Opsturen per post
o Voordelen → lijst met adressen (ifv random sampling), relatief goedkoop,
grote/verspreide SP, anonimiteit/minder sociale wenselijkheid, om het even wnr invullen
o Nadelen → lage respons rate, minder open vragen, geen controle kwal/volgorde
invullen/wie VL invult + geen info over niet-respondenten (representativiteit)
o Opsturen per post vooral voor senioren populatie → ook alleen de geïnteresseerden
antwoorden dus niet representatief
o Respons rate verhogen → brief op voorhand sturen, telefonisch contact, geen te lange
VL, gesloten vragen, op goed moment sturen, beloning, enveloppe & postzegel
toevoegen
o Belang v → begeleidende brief & follow-up
o Begeleidende brief = bepalend voor respons, professioneel, doel & belang uitleggen,
privacy garanderen, alles op 1p
o Follow-up → herinneringsbrief, verzoeken VL alsnog in te vullen, meestal effectief
o Respons rate → meestal 30-60%, slechts 20% geantwoord: selectie-bias, niet
representatief + info over niet-respondenten ontbreekt
• Afname in groep onder toezicht = cluster sampling
o Best bestaande groepen zoals klassen, seniorencentra
o Voordelen → makkelijk PP’en te rekruteren, grotere respons rate, goedkoper dan
opsturen, verduidelijking mogelijk, controle op invullen & wie het invult
o Nadelen → kleinere groepen/clusters zijn moeilijker bereikbaar, niet altijd mogelijk
▪ Alternatief → PP’en VL ter plaatse samen laten invullen
• Persoonlijk afgeven VL
o Thuis, op school, op werk → laten opsturen of ophalen
o Voordelen → persoonlijk contact (belangrijk!), uitleg mogelijk, grotere response
o Nadelen → tijdsintensief + verplaatsingskosten, moeilijk als iedereen ver woont
o Vaak in combinatie met iets anders
o Als je PP kan helpen met VL in te vullen → verhoogt validiteit + motiveert ➔ zeker in
longitudinaal oz
1
,• Computer VL
o Voordelen → laagste kostprijs, data automatisch ingegeven, vragen overlaten
onmogelijk, filtersysteem, via flyers/sociale media/… te verspreiden
o Nadelen → voldoende vertrouwdheid/toegankelijkheid tot PC nodig, technische
problemen
o Mogelijkheid om → pauze + later hervatten, terug gaan naar vorige vragen
o Je kan de meeste mensen in zo min mogelijk tijd gaan bevragen
o Heel vaak lage socio-economische klassen niet onderzocht
o Ook selectie-bias want alleen mensen vullen het in die geïnteresseerd zijn
1.1.2 Interview afnemen
• Gestructureerd → alle
antwoorden voorgekauwd bv
Likert schaal
• Al de rest = woordelijke data →
moe je gaan verwerken zodat je er
oz mee kan doen
• Algemene tip
o Open interview opnemen
→ toestemming
o ➔ achteraf beluisteren &
transcriberen
o Voordelen → minder afh v
moment zelf + veel nauwkeuriger → correcte dataverzameling
o Nadelen → persoon voelt zich minder op zijn gemak, meer kans op sociaal wenselijke
antwoorden
o In focusgroep belangrijk om non-verbale communicatie mee te nemen in analyse
Individuele interviews
• Diepte-interview
o Structuur ligt helemaal niet vast
o Kwalitatief oz → bij kleine SP met kennis/ervaring over onderwerp
• Semi-gestructureerd interview → vagen liggen niet vast, wel thema’s
o Soms ook gedeeltelijk gestructureerd
o Kwalitatief (deels kwant) oz
o Kleine SP met kennis/ervaring over onderwerp
• Gestructureerd interview
o Adhv vaste VL’en → gesloten interview
o Kwant oz
o Meestal bij grotere representatieve SP
• Verklarend vs exploratief werken
o Als je over iets niet veel weet ga je beginnen met diepte & semi-gestructureerd
o Uit deze resultaten kan je bv VL maken voor grotere SP
2
,• Voor- & nadelen open tov gesloten interview
o Voordelen
▪ Alle mogelijke vragen & antwoorden dienen niet gekend te zijn
▪ Geen beïnvloeding door vooraf gegeven vragen & antwoorden
▪ Dieper ingaan op gevoelens, gedachten & meningen
o Nadelen
▪ Moeilijker te verwerken → kwal data = minder objectief dan kwan data
▪ Vaak bij kleine groep vrijwilligers → selectie-bias
▪ Resultaten kunnen niet veralgemeend w naar populatie
• Voor- & nadelen gesloten interview tov VL schriftelijk afnemen
o Voordelen
▪ Persoonlijker, minder taalVH’en opgenomen, gemakkelijker filtersysteem
(boomstructuur) te gebruiken
▪ Hogere validiteit → meer uitleg, niveau aangepast aan respondent, mogelijkheid
tot stellen v controlevragen
▪ Hogere respons rate, leuker & makkelijker om te praten dan in te vullen
o Nadelen
▪ Duur, tijdsintensief, meestal kleinere SP’en, meer kans op sociaal wenselijke
antwoorden door gebrek anonimiteit
▪ Goede training interviewers nodig
• Als je alleen bent geen probleem met interB-BBH, wel intraB-BBH
• Met verschillende oz’ers → interB-BBH!!
• Training bij kwal oz moeilijker → je zou trial-interviews moeten houden
om de oz’ers te testen
• Ene interviewer krijgt meer info uit PP dan de andere → bv
introvert/extrovert
• Voorbereiding interview
o Gesloten interview → opstellen VL
o Open interview
▪ Opstellen topic-lijst → obv probleemstelling, vooraf info verzamelen,
beginzinnen
▪ Logische opbouw → 1st makkelijke & neutrale vragen → vragenroute volgen
• Training v/d interviewer
o Uitleg over studieprotocol & belang gekozen sampling
o Geen/beperkte uitleg oz-doelen & hypothesen
o Interview/VL overlopen → opnemen + FB achteraf
o Standaardisatie verschillende interviewers
o ➔ opletten met bias v oz’er zelf → blinderen (hangt af wat doel studie is)
o Eig’en goede interviewer
▪ Professionele look & attitude, belangstelling tonen, empathisch,…
▪ Geen antwoorden suggereren, soms stiltes toelaten, geen zinnen afmaken
▪ Bereid oordeel te laten vallen, elk antwoord = waardevol
▪ Opletten voor zijpaden → uitweidingen beleefd afbreken
▪ Specifiek bij open interview → vrije volgorde topics, non-verbale signalen
o met focusgroep → moderator & observator ➔ observator moet groep i/d gaten houden
& non-verbale signalen opnemen (zoals fronsen bij introvert persoon)
• OPTIE 1 → face-to-face
o Voordelen → geen verplaatsing PP, grote respons rate, in vertrouwde omgeving
o Nadelen → tijdsintensief, aandacht afgeleid door omgeving
3
, • OPTIE 2 → telefonisch
o Voor opiniepeilingen, commerciële enquêtes
o 3-6max pogingen om persoon te bereiken
o voordelen tov face-to-face → goedkoper, geen verplaatsing, minder tijdsintensief, meer
mensen bereikbaar, grotere anonimiteit
o nadelen → w niet graag gestoord in thuis, vaste telefoon nodig, minder lang + gesloten
vragen, prenten kunnen niet gebruikt w, geen controle op wie aan telefoon is
Focus groep interviews
• in homogene groep (N= 6-10) → 8 = ideaal
o soms heterogene groep → afh v oz-vraag
o bv hartchirurgen & P’en samen zetten → P’en gaan niet gehoord w dus apart zetten
o MAAR als je oz-vraag te maken heeft met interactie tss de 2, wel heterogeen
• verschillende sessies tot verzadiging v info → de sessie waar je merkt dat er verzadiging is, is je
voorlaatste sessie ➔ daarna nog 1tje om te checken of er datasaturatie is
o audiotapes na elke sessie om te transcriberen
o objectief!!
• Vragen niet individueel, maar aan groep gesteld
o Niet bedoeling om tot consensus te komen → variatie aan meningen die gehoord w
o Delphi-oz = tot consensus komen, focusgroep = interactie-oz
• Interactie tss groepsleden goed observeren
• Oz’er 1 → leidt gesprek = moderator
• Oz’er 2 → neemt notities, verzorgt opnames = observator
• Vooral bij nieuwe oz-vragen → exploratief karakter
• Moeilijk te analyseren → kwal data
1.1.3 Afweging keuze
• Keuze afh v oz-vraag in combinatie met:
o Soort & grootte SP
o Soort vragen → open/gesloten, moeilijkheidsgraad, detail antwoorden nodig?
o Inhoud vragen → persoonlijk/gevoelig, kennis toetsen, verwachte sociale wenselijkheid,
belangrijkheid volgorde vragen
o Beschikbare middelen → financieel, personeel, tijd
1.2 Observatie onderzoek
• = oz waarbij PP’en (& gedrag) w geobserveerd door beoordelaars/oz’ers
• = directere meting & objectiever
• Gedrag afh v context & moment
o Observeren in zoveel mogelijk verschillende contexten & op verscillende momenten ifv
een zo volledig mogelijk beeld
• Beperkingen
o Tijdsintensief → slechts 1PP per keer + verwerking
o Operationeel definiëren v gedrag → manier v coderen
o Training v observatoren
1.2.1 Sampling in observatie onderzoek
• Time sampling → wanneer
o Time sampling = momenten v observatie selecteren ➔ systematisch of volledig random
(of combi)
o Event sampling = voor gebeurtenissen die niet frequent voorkomen
4