Aardrijkskunde de geo
Paragraaf 1
Aardrijkskunde gaat over een gebied of regio.
Dat is een stuk van het aardoppervlak.
Een ander woord voor aardrijkskunde is geografie: aarde beschrijven.
Een kaart is een verkleinde tekening,je hebt ook een thematische en overzichtskaart.
thematische kaart een kaart met een bepaald onderwerp thema = onderwerp.
overzichtskaart daar staan de namen van
steden,rivieren,zeeën,bergen,wegen,spoorlijnen op.
Zo’n beschrijving noem je topografie: plaats beschrijven.
Om zo’n kaart te kunnen snappen moet je kunnen kaartlezen daar heb je 4 dingen
voor nodig,
Titel,legenda,de schaal en de noordpijl.
titel verteld het onderwerp van de kaart.
legenda daar staan symbolen en de betekenis.
de schaal daar staat hoeveel de kaart is verkleind.
noordpijl die wijst het noorden aan staat hij er niet dan is het bovenste van de
kaart het noorden.
Canada is 240 keer zo groot als Nederland.
Er wonen maar 35 miljoen mensen dat is ongeveer 3,5 mensen per km².
In Nederland is dat ruim 400,zoiets noem je bevolkingsdichtheid.
In Canada wonen de meeste mensen in het zuiden,omdat in het noorden is het te
koud en teveel hoge bergen.
In de winter kan het wel -30 zijn en in de zomer bloedheet,omdat canada een
landklimaat heeft.
De bevolkingspreiding is dus ongelijk.
Paragraaf 2
Je hebt 2 verschillende plekken waar mensen wonen in een downtown of in de
suburbs.
downtown dat is het stadscentrum waar allemaal wolkenkrabbers zijn.
suburbs dat zijn de voorsteden die hebben grote huizen en een grote tuin.
Ook kan je in en uitzoomen op een kaart,dan word de schaal groter of kleiner
uitzoomen je gaat steeds verder van de aarde af en dan wordt de schaal
groter.
inzoomen je komt steeds dichter bij de aarde en de schaal word kleiner.
De schaalniveaus hebben ook een naam van klein naar groot.
lokale schaal dat gaat over een plaats.
Paragraaf 1
Aardrijkskunde gaat over een gebied of regio.
Dat is een stuk van het aardoppervlak.
Een ander woord voor aardrijkskunde is geografie: aarde beschrijven.
Een kaart is een verkleinde tekening,je hebt ook een thematische en overzichtskaart.
thematische kaart een kaart met een bepaald onderwerp thema = onderwerp.
overzichtskaart daar staan de namen van
steden,rivieren,zeeën,bergen,wegen,spoorlijnen op.
Zo’n beschrijving noem je topografie: plaats beschrijven.
Om zo’n kaart te kunnen snappen moet je kunnen kaartlezen daar heb je 4 dingen
voor nodig,
Titel,legenda,de schaal en de noordpijl.
titel verteld het onderwerp van de kaart.
legenda daar staan symbolen en de betekenis.
de schaal daar staat hoeveel de kaart is verkleind.
noordpijl die wijst het noorden aan staat hij er niet dan is het bovenste van de
kaart het noorden.
Canada is 240 keer zo groot als Nederland.
Er wonen maar 35 miljoen mensen dat is ongeveer 3,5 mensen per km².
In Nederland is dat ruim 400,zoiets noem je bevolkingsdichtheid.
In Canada wonen de meeste mensen in het zuiden,omdat in het noorden is het te
koud en teveel hoge bergen.
In de winter kan het wel -30 zijn en in de zomer bloedheet,omdat canada een
landklimaat heeft.
De bevolkingspreiding is dus ongelijk.
Paragraaf 2
Je hebt 2 verschillende plekken waar mensen wonen in een downtown of in de
suburbs.
downtown dat is het stadscentrum waar allemaal wolkenkrabbers zijn.
suburbs dat zijn de voorsteden die hebben grote huizen en een grote tuin.
Ook kan je in en uitzoomen op een kaart,dan word de schaal groter of kleiner
uitzoomen je gaat steeds verder van de aarde af en dan wordt de schaal
groter.
inzoomen je komt steeds dichter bij de aarde en de schaal word kleiner.
De schaalniveaus hebben ook een naam van klein naar groot.
lokale schaal dat gaat over een plaats.