RE1 PB AJ 2025
Oefening 1
Welk beginsel ter bescherming van de burgers op fiscaal vlak ligt niet vervat in de Belgische
grondwet vervat?
• Het legaliteitsbeginsel wat betekent ‘geen belasting zonder wet’
• Het gelijkheidsbeginsel wat impliceert dat alle Belgen ‘gelijk’ zijn voor de (fiscale) wet
• Het éénjarigheidsbeginsel wat betekent dat de wetgeving inzake inkomensbelasting
slechts een geldigheidsduur van één jaar
• Primauteit van het verdragsrecht: Internationale verdragen moeten worden toegepast
ook al zijn ze strijdig met intern Belgische wetgeving
Oefening 2
Een belastingplichtige is eigenaar van een appartement (KI 799) en verhuurt dit het volledige jaar
2024 aan een gepensioneerde vrouw. Zij betaalde hiervoor € 750 per maand. Hoeveel bedraagt
het netto onroerende inkomen in hoofde van de belastingplichtige wetende dat de
indexatiecoëfficiënt 2,1763 bedraagt en de revalorisatiecoëfficiënt 5,46?
• € 2.434,60
• € 6.091,64
• € 2.434,40
• € 2.435,00
Formule 2:
799 x 2,1763 = 1739 x 1,4 = 2434,6
Oefening 3
Een belastingplichtige is eigenaar van een magazijn (KI 1.000) en verhuurt dit magazijn
gedurende het volledige jaar 2024 aan een ondernemer. De ondernemer gebruikt dit magazijn
als opslagplaats en betaalt hiervoor € 1.200 per maand. In de huurovereenkomst staat ook
vermeld dat de huurder de onroerende voorheffing dient te betalen. Deze bedraagt € 450.
Hoeveel bedraagt het netto onroerende inkomen in hoofde van de belastingplichtige wetende
dat de indexatiecoëfficiënt 2,1763 bedraagt en de revalorisatiecoëfficiënt 5,46?
• € 11.210,00
• € 3.046,40
• € 8.640,00
• € 10.760,00
, Formule 3:
P1
brutohuur 14400
OV + 450
= 14850
Forfaitaire kosten (40%) 5940
(max. 2/3 x KI x 5,46) - 3640!!
Netto onroerend inkomen 11210
Oefening 4
Een alleenstaande belastingplichtige bezit een stuk grond (KI € 60) dat een aantal jaren geleden
werd aangekocht. Hij sloot hiervoor een lening af. In het jaar 2024 betaalde hij € 780 kapitaal
terug en € 95 interesten.
Hoeveel bedraagt het netto onroerende inkomen in hoofde van de belastingplichtigen wetende
dat de indexatiecoëfficiënt 2,1763 bedraagt en de revalorisatiecoëfficiënt 5,46?
• € 131,00
• € 183,40
• € 36,00
• € 0,00
Formule 1:
60 x 2,1763 = 131- 95 (interesten) = 36
Oefening 5
Een belastingplichtige heeft 2 spaardeposito’s. Het eerste spaarboekje bracht een jaarlijkse
bruto-interest (vóór toepassing van de roerende voorheffing) op van € 1.200. Het tweede € 800.
- Welk interestbedrag moet de belastingplichtige opnemen in zijn of haar aangifte
personenbelasting?
- Welk interestbedrag kan (dus niet verplicht) de belastingplichtige opnemen in zijn of
haar aangifte personenbelasting?
vrijstelling Onroerende voorheffing
ingehouden
SP1 - 1200 1020 180
SP2 - 800 800
= 1820
- 1020
= 800
800 moet
180 mag
Oefening 6
Oefening 1
Welk beginsel ter bescherming van de burgers op fiscaal vlak ligt niet vervat in de Belgische
grondwet vervat?
• Het legaliteitsbeginsel wat betekent ‘geen belasting zonder wet’
• Het gelijkheidsbeginsel wat impliceert dat alle Belgen ‘gelijk’ zijn voor de (fiscale) wet
• Het éénjarigheidsbeginsel wat betekent dat de wetgeving inzake inkomensbelasting
slechts een geldigheidsduur van één jaar
• Primauteit van het verdragsrecht: Internationale verdragen moeten worden toegepast
ook al zijn ze strijdig met intern Belgische wetgeving
Oefening 2
Een belastingplichtige is eigenaar van een appartement (KI 799) en verhuurt dit het volledige jaar
2024 aan een gepensioneerde vrouw. Zij betaalde hiervoor € 750 per maand. Hoeveel bedraagt
het netto onroerende inkomen in hoofde van de belastingplichtige wetende dat de
indexatiecoëfficiënt 2,1763 bedraagt en de revalorisatiecoëfficiënt 5,46?
• € 2.434,60
• € 6.091,64
• € 2.434,40
• € 2.435,00
Formule 2:
799 x 2,1763 = 1739 x 1,4 = 2434,6
Oefening 3
Een belastingplichtige is eigenaar van een magazijn (KI 1.000) en verhuurt dit magazijn
gedurende het volledige jaar 2024 aan een ondernemer. De ondernemer gebruikt dit magazijn
als opslagplaats en betaalt hiervoor € 1.200 per maand. In de huurovereenkomst staat ook
vermeld dat de huurder de onroerende voorheffing dient te betalen. Deze bedraagt € 450.
Hoeveel bedraagt het netto onroerende inkomen in hoofde van de belastingplichtige wetende
dat de indexatiecoëfficiënt 2,1763 bedraagt en de revalorisatiecoëfficiënt 5,46?
• € 11.210,00
• € 3.046,40
• € 8.640,00
• € 10.760,00
, Formule 3:
P1
brutohuur 14400
OV + 450
= 14850
Forfaitaire kosten (40%) 5940
(max. 2/3 x KI x 5,46) - 3640!!
Netto onroerend inkomen 11210
Oefening 4
Een alleenstaande belastingplichtige bezit een stuk grond (KI € 60) dat een aantal jaren geleden
werd aangekocht. Hij sloot hiervoor een lening af. In het jaar 2024 betaalde hij € 780 kapitaal
terug en € 95 interesten.
Hoeveel bedraagt het netto onroerende inkomen in hoofde van de belastingplichtigen wetende
dat de indexatiecoëfficiënt 2,1763 bedraagt en de revalorisatiecoëfficiënt 5,46?
• € 131,00
• € 183,40
• € 36,00
• € 0,00
Formule 1:
60 x 2,1763 = 131- 95 (interesten) = 36
Oefening 5
Een belastingplichtige heeft 2 spaardeposito’s. Het eerste spaarboekje bracht een jaarlijkse
bruto-interest (vóór toepassing van de roerende voorheffing) op van € 1.200. Het tweede € 800.
- Welk interestbedrag moet de belastingplichtige opnemen in zijn of haar aangifte
personenbelasting?
- Welk interestbedrag kan (dus niet verplicht) de belastingplichtige opnemen in zijn of
haar aangifte personenbelasting?
vrijstelling Onroerende voorheffing
ingehouden
SP1 - 1200 1020 180
SP2 - 800 800
= 1820
- 1020
= 800
800 moet
180 mag
Oefening 6