Woordenlijst Dierkunde
H1: Inleiding
Fenotype Hoe een bepaald organisme eruitziet
Genotype Genetische achtergrond van een organisme, dus de
genen
Allelen Genen bepalen bv. Oogekleur, berchillende vormen
(sequenties) van genen vormen allelen
Homozygoot Homozygoot voor een gen als beide allelen identiek zijn
Heterozygoot Heterozygoot voor een gen als beide allelen verschillen
Diploïd Mens is diploïd in alle lichaamscellen, behalve in de
geslachtscellen
Autotroof Org. dat instaat is om met anorganische componenten
+ engerie bron, organische elementen aan te maken
Heterotroof Kunnen hun eigen organisch materiaal niet aanmaken,
ze halen het uit bestaand orgnisch materiaal
Systematiek = Fylogenie + taxonomie
= studie om de evolutionaire gesch. vh even op aarde te
begrijpen
- Fylogenie: Bestuderen evlutieve
verwantschappen tussen taxa
- Taxonomie: Beschrijven & benoemn taxa
Basioniem Originele naam van een benoemde soort, voor hij
veranderde.
Clade Verzameling van verschillende taxa, dit kunne sorten,
groepen.. zijn
cladogram een boom waarvan de vertakkingen enkel een
hypothese tonen over de vermoedelijke
verwantschappen tussen ‘clades’.
Fylogram Een boom die niet alleen een hypothese toont over de
vermoedelijke verwantschappen, maar tevens een
aanduiding geeft van de mate waarin taxa
gedifferentieerd (i.e. hoe langer de takken,
hoe groter de divergentie) zijn
1
, H2: Protista
Endosymbiose Ééncellige organismen die andere cellen opnemen, die
endosymbionten en uiteindelijk celorganellen vormen
Primaire endosymbiose Een prokaryote cel wordt via fagocytose opgenomen
maar niet verteerd door een andere prokaryote /euk
cel
blijft daarin voortleven en repliceren
na verloop van tijd in symbiose met zijn
gastheercel
Aeroob organisme Zuurstof behoevend organisme
Heterotroof org. Een org. dat voedingsstoffen/bouwstoffen haalt uit
ander organisme
Fotoautotroof org. Een organisme dat zelf chemische energie kan opslaan
in een proces waarbij (zon)licht de energiebron is,
zonder hulp van andere organismen.
Mixotroof Combinatie van autotrofie en heterotrofie
Prokaryoot Prokaryoten hebben geen afgebakende kern,
mitochondriën of plastiden
Eukaryoot Hebben Afgebakende kern, mitochondriën & plastiden
Lysomen Vesikels die verteringsenzymen bevatten, komen voor
bij fagocytose
Apicaal De top van een organisme
Longitudinaal “in de lengte”
Basaal Aan de onderzijde van een organisme
Ventraal Aan de buikzijde
Protophyta ‘plantaardige’ foto- autotrofen
Protozoa ‘dierlijke’ heterotrofen
Osmotrofie Het opnemen van DOM doorheen het celmembraan
Fagocytose Het opnemen van POM dmv van vorming fagosoom,
lysomen,..
Pinocytose Fagocytose maar met DOM-deeltjes
Fagosoom Holte gevormd tijdens fagocytose waarin POM deeltjes
zich bevinden
2
H1: Inleiding
Fenotype Hoe een bepaald organisme eruitziet
Genotype Genetische achtergrond van een organisme, dus de
genen
Allelen Genen bepalen bv. Oogekleur, berchillende vormen
(sequenties) van genen vormen allelen
Homozygoot Homozygoot voor een gen als beide allelen identiek zijn
Heterozygoot Heterozygoot voor een gen als beide allelen verschillen
Diploïd Mens is diploïd in alle lichaamscellen, behalve in de
geslachtscellen
Autotroof Org. dat instaat is om met anorganische componenten
+ engerie bron, organische elementen aan te maken
Heterotroof Kunnen hun eigen organisch materiaal niet aanmaken,
ze halen het uit bestaand orgnisch materiaal
Systematiek = Fylogenie + taxonomie
= studie om de evolutionaire gesch. vh even op aarde te
begrijpen
- Fylogenie: Bestuderen evlutieve
verwantschappen tussen taxa
- Taxonomie: Beschrijven & benoemn taxa
Basioniem Originele naam van een benoemde soort, voor hij
veranderde.
Clade Verzameling van verschillende taxa, dit kunne sorten,
groepen.. zijn
cladogram een boom waarvan de vertakkingen enkel een
hypothese tonen over de vermoedelijke
verwantschappen tussen ‘clades’.
Fylogram Een boom die niet alleen een hypothese toont over de
vermoedelijke verwantschappen, maar tevens een
aanduiding geeft van de mate waarin taxa
gedifferentieerd (i.e. hoe langer de takken,
hoe groter de divergentie) zijn
1
, H2: Protista
Endosymbiose Ééncellige organismen die andere cellen opnemen, die
endosymbionten en uiteindelijk celorganellen vormen
Primaire endosymbiose Een prokaryote cel wordt via fagocytose opgenomen
maar niet verteerd door een andere prokaryote /euk
cel
blijft daarin voortleven en repliceren
na verloop van tijd in symbiose met zijn
gastheercel
Aeroob organisme Zuurstof behoevend organisme
Heterotroof org. Een org. dat voedingsstoffen/bouwstoffen haalt uit
ander organisme
Fotoautotroof org. Een organisme dat zelf chemische energie kan opslaan
in een proces waarbij (zon)licht de energiebron is,
zonder hulp van andere organismen.
Mixotroof Combinatie van autotrofie en heterotrofie
Prokaryoot Prokaryoten hebben geen afgebakende kern,
mitochondriën of plastiden
Eukaryoot Hebben Afgebakende kern, mitochondriën & plastiden
Lysomen Vesikels die verteringsenzymen bevatten, komen voor
bij fagocytose
Apicaal De top van een organisme
Longitudinaal “in de lengte”
Basaal Aan de onderzijde van een organisme
Ventraal Aan de buikzijde
Protophyta ‘plantaardige’ foto- autotrofen
Protozoa ‘dierlijke’ heterotrofen
Osmotrofie Het opnemen van DOM doorheen het celmembraan
Fagocytose Het opnemen van POM dmv van vorming fagosoom,
lysomen,..
Pinocytose Fagocytose maar met DOM-deeltjes
Fagosoom Holte gevormd tijdens fagocytose waarin POM deeltjes
zich bevinden
2