SOCIALE- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN
H1 – Sociale beïnvloeding en cognities
1. Tussen psychologie en sociologie
Sociale psychologie = de wetenschappelijke studie van de manier waarop de
gedachten, gevoelens en handelingen van mensen beïnvloed worden door de
feitelijke, voorgestelde of impliciete aanwezigheid van andere mensen – Gordon
Allport
Bevindt zich in het grensgebied tussen psychologie en sociologie.
In de sociale psychologie gaat het niet enkel over de werkelijke aanwezigheid van
anderen.
Ook gedrag dat beïnvloed wordt door de voorgestelde aanwezigheid van anderen.
Bv: we laten ons leiden door wat we denken dat anderen over ons denken of
onze voorstelling van wat anderen zouden doen/denken als ze aanwezig zouden
zijn.
2. Sociale beïnvloeding
2.1 Continuüm
Dagelijks komen we in contact met mensen die ons gedrag beïnvloeden.
Er zijn verschillende manieren om te reageren op die sociale beïnvloeding.
Wordt vaak voorgesteld als een continuüm van situaties waarin de druk
toeneemt
.
Van het
ontbreken van een expliciete vraag – over vraag van iemand zonder
autoriteit – tot bevel van autoriteit.
Op deze as staan de reactievormen gegroepeerd naargelang we toegeven of
weerstand bieden aan de beïnvloeding.
1 = conformeren aan groepsnormen of een onafhankelijke positie innemen.
2 = verzoeken inwilligen of assertief zijn.
3 = gehoorzamen aan bevelen van een autoriteit of ze trotseren.
, SOCIALE- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN
We kunnen ook automatisch beïnvloed worden = automatische beïnvloeding
Gebeurt snel en zonder bewuste aandacht + moeilijk te onderbreken.
Bv: baby imiteert binnen de 72 uur al menselijke gebaren.
Bv: het kameleoneffect = gedrag waarbij we mensen imiteren zonder dat we ons
daarvan bewust zijn (lezen kader pagina 10)
2.2 Conformiteit
Een mogelijke vorm van reageren op sociale beïnvloeding is conformeren aan
groeps-normen we passen onze gedachten, gevoelens en gedrag aan aan de
groepsnormen
Muzafer Sherif 1 van de grondleggers van de sociale psychologie
Maakte in zijn experimenten over sociale beïnvloeding gebruik van een visuele
illusie = het autokinetisch effect
= de bevinding dat het in een volledig duistere omgeving zonder referentiepunt
vaak lijkt alsof een stilstaand lichtpuntje beweegt.
Lezen kader pagina 11.
Het experiment toont dat proefpersonen zich soms conformeren in onzekere situaties.
Mogelijke verklaring informationele beïnvloeding = we beschouwen gedrag
van anderen als een goede manier om aan info te geraken + te beoordelen of onze
persoonlijke norm correct is
Visuele illusie in experiment = veroorzaakt onzekerheid
Anderen = referentie om informatie te verkrijgen
We passen onze overtuiging aan, aan het gedrag van anderen en stellen
onze persoonlijke norm bij vanwege een oprechte overtuiging dat de groep
gelijk heeft.
We geloven écht dat het overgenomen antwoord correct is.
Oefening 5, pagina 12.
Solomon Asch deed onderzoek naar conformisme.
1 van de pioniers binnen de sociale psychologie.
Zijn experiment met de lijnstukken = vervolg op het experiment van Sherif
Lezen pagina 13.
Hieruit blijkt opnieuw dat we de mening van anderen soms volgen, zonder
expliciete druk of vraag.
Verschil met Sherif de proefpersonen beschikken wél over duidelijke
aanwijzingen om een oordeel te kunnen vormen (de opgave is eenvoudig)
Ze hebben de info van de groep dus niet echt nodig, maar toch volgen ze de
mening van anderen ook al zijn ze er zich meestal van bewust dat die fout is.
Mogelijke verklaring proefpersonen beschouwen het groepsoordeel als dwingende
norm
Ook al wordt er geen druk uitgeoefend, ze hebben het gevoel dat ze zichzelf buiten
de groep plaatsen als ze ingaan tegen de anderen.
De groep wordt niet meer als middel, maar als doel op zich beschouwd.
, SOCIALE- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN
Conformisme heeft een sociaal motief de proefpersonen willen zich
opgenomen voelen in de groep of niet uitgesloten worden omdat ze afwijken
van de norm.
In dit geval is er sprake van een normatieve invloed.
Ook de resultaten van Sherif zouden zo verklaard kunnen worden.
Soms kan een normatieve invloed leiden tot publieke conformiteit.
= je aanvaardt het standpunt van het publiek niet, omdat je er niet mee akkoord
gaat, maar je past je gedrag toch aan.
Je doet alsof omdat je niet uitgesloten wil worden = inwilliging
Bv: pesten je durft niet in te gaan tegen de pesters of doet mee, uit angst om
zelf buitengesloten te worden. (lezen pagina 14)
Jongere generaties zijn een klein beetje minder conformistisch, maar over het
algemeen reageren we vandaag nog steeds op dezelfde manier.
Sommige psychologen (bv: Milgram) uitten kritiek op het experiment van Asch.
De taak is zo onbeduidend dat het de deelnemers onverschillig liet of ze juist
oordeelden of niet ze hadden er onvoldoende persoonlijk belang bij
Weerlegging de spanning die de deelnemers tijdens het experiment ervaren
Milgram wou de Asch-studies herhalen met een taak waarbij men het echt
belangrijk vond om juist te oordelen basis schokexperiment
2.3 Inwilliging
Een mogelijke reactie op sociale beïnvloeding is inwilliging.
= we stemmen in met de verzoeken van anderen als reactie op een expliciete
vraag ( conformisme)
Zeker wanneer er beïnvloedingstechnieken gebruikt worden is het moeilijk om nee te
zeggen leiden tot inwilliging van een verzoek = vorm van sociale manipulatie
1. voet-tussen-de-deur-techniek
= we krijgen de vraag om op een grote gunst in te gaan, nadat we eerst gevraagd
werden om op een klein verzoek in te gaan
Lezen experiment pagina 15.
Mogelijke verklaringen:
We hebben het doel om consistent te zijn
Door het 1e gedrag te stellen leren we dat we behulpzaam zijn.
Tijdens de uitvoering van het 2e gedrag willen we daar consistent mee zijn.
We gaan ervan uit dat anderen hetzelfde gedrag als bij het 1e verzoek verwachten
en we willen aan die verwachting voldoen door in te stemmen met het 2e verzoek.
Er zijn enkele factoren van invloed bij dit effect het 2e verzoek zal sneller ingewilligd
worden als:
Je deel uitmaakt van een individualistische cultuur
Je consistent met jezelf zijn erg belangrijk vindt
H1 – Sociale beïnvloeding en cognities
1. Tussen psychologie en sociologie
Sociale psychologie = de wetenschappelijke studie van de manier waarop de
gedachten, gevoelens en handelingen van mensen beïnvloed worden door de
feitelijke, voorgestelde of impliciete aanwezigheid van andere mensen – Gordon
Allport
Bevindt zich in het grensgebied tussen psychologie en sociologie.
In de sociale psychologie gaat het niet enkel over de werkelijke aanwezigheid van
anderen.
Ook gedrag dat beïnvloed wordt door de voorgestelde aanwezigheid van anderen.
Bv: we laten ons leiden door wat we denken dat anderen over ons denken of
onze voorstelling van wat anderen zouden doen/denken als ze aanwezig zouden
zijn.
2. Sociale beïnvloeding
2.1 Continuüm
Dagelijks komen we in contact met mensen die ons gedrag beïnvloeden.
Er zijn verschillende manieren om te reageren op die sociale beïnvloeding.
Wordt vaak voorgesteld als een continuüm van situaties waarin de druk
toeneemt
.
Van het
ontbreken van een expliciete vraag – over vraag van iemand zonder
autoriteit – tot bevel van autoriteit.
Op deze as staan de reactievormen gegroepeerd naargelang we toegeven of
weerstand bieden aan de beïnvloeding.
1 = conformeren aan groepsnormen of een onafhankelijke positie innemen.
2 = verzoeken inwilligen of assertief zijn.
3 = gehoorzamen aan bevelen van een autoriteit of ze trotseren.
, SOCIALE- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN
We kunnen ook automatisch beïnvloed worden = automatische beïnvloeding
Gebeurt snel en zonder bewuste aandacht + moeilijk te onderbreken.
Bv: baby imiteert binnen de 72 uur al menselijke gebaren.
Bv: het kameleoneffect = gedrag waarbij we mensen imiteren zonder dat we ons
daarvan bewust zijn (lezen kader pagina 10)
2.2 Conformiteit
Een mogelijke vorm van reageren op sociale beïnvloeding is conformeren aan
groeps-normen we passen onze gedachten, gevoelens en gedrag aan aan de
groepsnormen
Muzafer Sherif 1 van de grondleggers van de sociale psychologie
Maakte in zijn experimenten over sociale beïnvloeding gebruik van een visuele
illusie = het autokinetisch effect
= de bevinding dat het in een volledig duistere omgeving zonder referentiepunt
vaak lijkt alsof een stilstaand lichtpuntje beweegt.
Lezen kader pagina 11.
Het experiment toont dat proefpersonen zich soms conformeren in onzekere situaties.
Mogelijke verklaring informationele beïnvloeding = we beschouwen gedrag
van anderen als een goede manier om aan info te geraken + te beoordelen of onze
persoonlijke norm correct is
Visuele illusie in experiment = veroorzaakt onzekerheid
Anderen = referentie om informatie te verkrijgen
We passen onze overtuiging aan, aan het gedrag van anderen en stellen
onze persoonlijke norm bij vanwege een oprechte overtuiging dat de groep
gelijk heeft.
We geloven écht dat het overgenomen antwoord correct is.
Oefening 5, pagina 12.
Solomon Asch deed onderzoek naar conformisme.
1 van de pioniers binnen de sociale psychologie.
Zijn experiment met de lijnstukken = vervolg op het experiment van Sherif
Lezen pagina 13.
Hieruit blijkt opnieuw dat we de mening van anderen soms volgen, zonder
expliciete druk of vraag.
Verschil met Sherif de proefpersonen beschikken wél over duidelijke
aanwijzingen om een oordeel te kunnen vormen (de opgave is eenvoudig)
Ze hebben de info van de groep dus niet echt nodig, maar toch volgen ze de
mening van anderen ook al zijn ze er zich meestal van bewust dat die fout is.
Mogelijke verklaring proefpersonen beschouwen het groepsoordeel als dwingende
norm
Ook al wordt er geen druk uitgeoefend, ze hebben het gevoel dat ze zichzelf buiten
de groep plaatsen als ze ingaan tegen de anderen.
De groep wordt niet meer als middel, maar als doel op zich beschouwd.
, SOCIALE- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN
Conformisme heeft een sociaal motief de proefpersonen willen zich
opgenomen voelen in de groep of niet uitgesloten worden omdat ze afwijken
van de norm.
In dit geval is er sprake van een normatieve invloed.
Ook de resultaten van Sherif zouden zo verklaard kunnen worden.
Soms kan een normatieve invloed leiden tot publieke conformiteit.
= je aanvaardt het standpunt van het publiek niet, omdat je er niet mee akkoord
gaat, maar je past je gedrag toch aan.
Je doet alsof omdat je niet uitgesloten wil worden = inwilliging
Bv: pesten je durft niet in te gaan tegen de pesters of doet mee, uit angst om
zelf buitengesloten te worden. (lezen pagina 14)
Jongere generaties zijn een klein beetje minder conformistisch, maar over het
algemeen reageren we vandaag nog steeds op dezelfde manier.
Sommige psychologen (bv: Milgram) uitten kritiek op het experiment van Asch.
De taak is zo onbeduidend dat het de deelnemers onverschillig liet of ze juist
oordeelden of niet ze hadden er onvoldoende persoonlijk belang bij
Weerlegging de spanning die de deelnemers tijdens het experiment ervaren
Milgram wou de Asch-studies herhalen met een taak waarbij men het echt
belangrijk vond om juist te oordelen basis schokexperiment
2.3 Inwilliging
Een mogelijke reactie op sociale beïnvloeding is inwilliging.
= we stemmen in met de verzoeken van anderen als reactie op een expliciete
vraag ( conformisme)
Zeker wanneer er beïnvloedingstechnieken gebruikt worden is het moeilijk om nee te
zeggen leiden tot inwilliging van een verzoek = vorm van sociale manipulatie
1. voet-tussen-de-deur-techniek
= we krijgen de vraag om op een grote gunst in te gaan, nadat we eerst gevraagd
werden om op een klein verzoek in te gaan
Lezen experiment pagina 15.
Mogelijke verklaringen:
We hebben het doel om consistent te zijn
Door het 1e gedrag te stellen leren we dat we behulpzaam zijn.
Tijdens de uitvoering van het 2e gedrag willen we daar consistent mee zijn.
We gaan ervan uit dat anderen hetzelfde gedrag als bij het 1e verzoek verwachten
en we willen aan die verwachting voldoen door in te stemmen met het 2e verzoek.
Er zijn enkele factoren van invloed bij dit effect het 2e verzoek zal sneller ingewilligd
worden als:
Je deel uitmaakt van een individualistische cultuur
Je consistent met jezelf zijn erg belangrijk vindt