H2 – Groepen en relaties
1. Publiekseffect
Lezen p.55-65
Publiekseffect = invloed van de aanwezigheid van anderen op ons gedrag
Sucker effect = effect waarbij we ervan uitgaan dat iedereen in de groep weinig
presteert, waardoor we zelf ook weinig inspanningen leveren
Free-rider effect = effect waarbij we ervan uitgaan dat andere groepsleden het
gemeenschappelijke doel wel zullen behalen, waardoor we onze inspanningen
beperken
Arousal = mate van fysiologische opwinding
Sociale facilitatie = positieve invloed van de aanwezigheid van anderen op onze
prestaties bij gemakkelijke taken
Sociale belemmering = negatieve invloed van de aanwezigheid van anderen op
onze prestaties bij moeilijke taken
Sociaal parasiteren (social loafing) = minder presteren in groep als het
individuele resultaat niet zichtbaar is
Distractie-conflicttheorie = verklaringsmodel dat stelt dat sociale facilitatie of
belemmering optreedt als gevolg van afleiding van de taak door sociale en niet-
sociale prikkels
Verwachte evaluatietheorie = verklaringsmodel dat stelt dat sociale facilitatie of
belemmering optreedt als gevolg van het gevoel geëvalueerd te worden
Sociale activeringstheorie = verklaringsmodel dat stelt dat sociale facilitatie of
belemmering optreedt als gevolg van de aanwezigheid van anderen
Evaluatievrees = verhoogde arousal als gevolg van het gevoel geëvalueerd te
worden door anderen
Sociale durf = stimuleren van individuele prestaties doordat de anonimiteit van de
groep een veilige omgeving biedt om risico’s te nemen
Sociale compensatie = extra inspanning van groepsleden als blijkt dat sommige
leden minder bijdragen dan nodig is om tot het gemeenschappelijke doel te komen
, SOCIALE- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN
2. Opgaan in de groep
2.1 Stanford Prison Experiment
Deïndividuatie = mensen verliezen persoonlijke identiteit doordat ze opgaan in de
groep
Als anoniem lid van de groep stellen ze gedrag dat ze als individu nooit zouden
stellen
Verliezen hun zelfcontrole, een deel van hun waarden en
verantwoordelijkheidsgevoel
Bv: plunderingen, hooliganisme, agressieve betogers, vandalisme, online haat,
…
Deïndividuatie heeft een link met de ‘banaliteit van het kwade’ van Hannah Arendt.
Arendt kwam tot de conclusie dat doodgewone mensen in staat zijn tot
afschuwelijke daden toen ze het proces tegen nazi Eichmann volgde.
Eichmann, die bijdroeg aan de Holocaust, bleek in werkelijkheid een saaie
kantoorbediende in “Eichmann in Jeruzalem”, haar verslag van het proces,
heeft ze het daarom over de ‘banaliteit van het kwaad’
Kritiek door onderdeel van een massa te zijn, gaven individuen hun
eigen individuele verantwoordelijkheid op en volgden ze kritiekloos
bevelen op daardoor kon het kwaad zich uiten.
Philip Zimbardo 1e die deïndividuatie experimenteel onderzocht Stanford Prison
Experiment
Lezen groene kader pagina 68-69
Conclusie = de sociale context heeft een grote invloed op ons gedrag we
gedragen ons anders als anoniem lid van een groep dan wanneer we alleen zijn
2.2 Kritiek op het experiment
De laatste jaren kwam er veel kritiek op het experiment:
Kritiek op de methodologie van het experiment:
De advertentie om deelnemers te vinden was zo verwoord dat het
vrijwilligers aantrok met een gemiddeld meer agressieve & narcistische
persoonlijkheid.
Gevolg = overmatige focus op de eigen persoon & imago, egoïsme +
fantasieën over invloed en macht, een niet-realistisch zelfbeeld + gebrek
aan empathie
Demand characteristics van een studie:
= studie heeft kenmerken waardoor deelnemers kunnen raden wat het doel
van het experiment is ze passen hun gedrag dan aan deze characteristics
of vraagkenmerken
Zimbardo gaf de mensen die bewaker gingen worden voor het
experiment instructies over hoe ze zich dienden te misdragen (anders te
lief)
Bewakers werden onder druk gezet om zich te misdragen en kregen tips
(bv: gevangenen vastbinden) dat waren geen eigen ideeën, terwijl