Schedelelektrode, CTG en STAN, fysiologie
Plaatsen schedelelektrode
Indicaties:
Ctg veranderingen
Post terme foetus
IUGR
Meconiaal vruchtwater
Diabetes
Abnormaal vaginaal bloedverlies
Inductie
Epidurale
etc
Schedelelektrode kan niet op vliezen, fontanellen etc geplaatst worden en kan alleen vanaf 36
weken. Gebruik het niet bij hiv en hepatitis C etc. Ook niet als de baby stolling storingen heeft.
CTG interpretatie en classificatie
Basishartfrequentie:
- normaal 110-150 (nieuw:110-160) sl/min (bij oudere foetus is 100 tot 110 normaal)
- tachycardie >150 sl/min (nieuw >160)
- bradycardie <110 sl/min
variabiliteit:
- normaal 5-25 sl/min
- verlaagd < 5 sl/min
- saltatoor patroon > 25 sl/min
- volledig verlies’
sinusoidaal patroon is dat er schommelingen in het basishartfrequentie is, dit is 2-5 oscillaties/min.
Amplituse 5-15 slagen/min. Er zijn geen acceleraties, deceleraties kunnen wel voorkomen. De
oorzaak kan medicatie zijn. kortdurend is duimzuigen.
Acceleraties:
- meer dan 15 slagen
- meer dan 15 seconden
- langdurige acceleratie is tussen 2 en 10 min
Deceleraties:
Uniforme:
- afgerond patroon
- vorm is gelijk
- veroorzaakt zelden een duidelijk verlies van slagen
kunnen vroege of late uniforme deceleraties zijn
variabel:
- snel verlies van slagen
, - patroon kan variëren
- duidelijk verlies van slagen
kunnen ongecompliceerd(verlies van <60 slagen en
duur < 60 sec) en
gecompliceerd zijn (duur > 60 seconden).
Langdurige deceleraties is < 80 sl/min en > 2
minuten, of < 100 sl/min en > 3 minuten.
Contracties
- Frequentie
- Duur
- Intensiteit
- Basale tonus
2 vakjes suboptimaal betekend abnormaal ctg.
CTG fysiologie
Parasympathische activering wordt aangestuurd door de nervus vagus en zorgt voor bradycardie.
Sympathische activering veroorzaakt
Veranderingen in de foetale hartfrequentie hebben verschillende redenen. Meestal heeft het niets te
maken met zuurstof gebrek. Het kan een gevolg zijn van normale adaptie van de foetus aan zijn
omgeving. De foetus reguleert het hartminuutvolume door zijn hartfrequentie te veranderen. Andere
redenen zijn geneesmiddelen, temperatuurverhoging, externe stimuli, hypoxie, veranderingen in
placentaire doorbloeding en normale veranderingen in foetale activiteit.
Normale veranderingen in foetale activiteit zijn:
- Diepe slaap -> 28-40 minuten
- Weinig bewegingen
- Zenuwstelsel is minder gevoelig voor stimuli
- Er wordt minder gevraagd van bloedsomloop
FIGO
Plaatsen schedelelektrode
Indicaties:
Ctg veranderingen
Post terme foetus
IUGR
Meconiaal vruchtwater
Diabetes
Abnormaal vaginaal bloedverlies
Inductie
Epidurale
etc
Schedelelektrode kan niet op vliezen, fontanellen etc geplaatst worden en kan alleen vanaf 36
weken. Gebruik het niet bij hiv en hepatitis C etc. Ook niet als de baby stolling storingen heeft.
CTG interpretatie en classificatie
Basishartfrequentie:
- normaal 110-150 (nieuw:110-160) sl/min (bij oudere foetus is 100 tot 110 normaal)
- tachycardie >150 sl/min (nieuw >160)
- bradycardie <110 sl/min
variabiliteit:
- normaal 5-25 sl/min
- verlaagd < 5 sl/min
- saltatoor patroon > 25 sl/min
- volledig verlies’
sinusoidaal patroon is dat er schommelingen in het basishartfrequentie is, dit is 2-5 oscillaties/min.
Amplituse 5-15 slagen/min. Er zijn geen acceleraties, deceleraties kunnen wel voorkomen. De
oorzaak kan medicatie zijn. kortdurend is duimzuigen.
Acceleraties:
- meer dan 15 slagen
- meer dan 15 seconden
- langdurige acceleratie is tussen 2 en 10 min
Deceleraties:
Uniforme:
- afgerond patroon
- vorm is gelijk
- veroorzaakt zelden een duidelijk verlies van slagen
kunnen vroege of late uniforme deceleraties zijn
variabel:
- snel verlies van slagen
, - patroon kan variëren
- duidelijk verlies van slagen
kunnen ongecompliceerd(verlies van <60 slagen en
duur < 60 sec) en
gecompliceerd zijn (duur > 60 seconden).
Langdurige deceleraties is < 80 sl/min en > 2
minuten, of < 100 sl/min en > 3 minuten.
Contracties
- Frequentie
- Duur
- Intensiteit
- Basale tonus
2 vakjes suboptimaal betekend abnormaal ctg.
CTG fysiologie
Parasympathische activering wordt aangestuurd door de nervus vagus en zorgt voor bradycardie.
Sympathische activering veroorzaakt
Veranderingen in de foetale hartfrequentie hebben verschillende redenen. Meestal heeft het niets te
maken met zuurstof gebrek. Het kan een gevolg zijn van normale adaptie van de foetus aan zijn
omgeving. De foetus reguleert het hartminuutvolume door zijn hartfrequentie te veranderen. Andere
redenen zijn geneesmiddelen, temperatuurverhoging, externe stimuli, hypoxie, veranderingen in
placentaire doorbloeding en normale veranderingen in foetale activiteit.
Normale veranderingen in foetale activiteit zijn:
- Diepe slaap -> 28-40 minuten
- Weinig bewegingen
- Zenuwstelsel is minder gevoelig voor stimuli
- Er wordt minder gevraagd van bloedsomloop
FIGO