Sectio
Indicaties sectio:
- niet vorderende ontsluiting, FPD
- foetale nood
- navelstrengprolaps
- placenta praevia
- vorige sectio = repeat sectio
- maternele ziekte (e.g. aortastenose)
- dwarsligging, stuit
- Meerling, eerste kind niet in hoofdligging
- Herpesinfectie
Je hebt primaire en secundaire sectio’s. Primair is dat de beslissing genomen voor in partu, dus van te
voren gepland. Secundair is dat er een indicatie ontstaat tijdens de baring of na het breken van de
vliezen.
Anesthesie
- Locoregionaal: spinaal/epiduraal meestal (en bij voorkeur)
- Algeheel (narcose) in geval van spoedsectio of contra-indicatie regionale anesthesie
Contra-indicaties voor locoregionale anesthesie:
- Stollingsstoornissen
- (Recent) antistollingsgebruik (bv LMWH)
- Trombocytopenie
- (Hersentumor)
Preventie van complicaties
Infectie preventie
Ontsmetten en steriel werken tijdens de ingreep. Abdominaal wordt ontsmet met chloorhexidine en
vaginaal met isobetadine.
Profylactische toediening van antibiotica(eenmalige toediening dosis voor huidincisie). Dit zorgt voor
minder postpartumendometritis en minder wondinfecties.
Tromboseprofylaxe
Verhoogd risico op trombo-embolische complicaties postoperatief. Daarom compressiekousen aan,
vroege mobilisatie en postoperatief LMWH(laag moleculaire gewicht heparinen), fraxiparine of
clexane.
Preventie van nabloeding
Preventie van uterusatonie en postpartumbloeding: oxytocine IV of carbetocine IV toediening na
geboorte van kind. Ook peroperatieve controle van bloedverlies.
Maternele positionering
Preventie van vena-cavacompressie door grote baarmoedervolume (en dus kans op maternele
hypotensie verkleinen). Left-tiltpositie: zijwaartse ligging links d.m.v. kantelen van de OK-tafel of wig
onder de rechterflank
Indicaties sectio:
- niet vorderende ontsluiting, FPD
- foetale nood
- navelstrengprolaps
- placenta praevia
- vorige sectio = repeat sectio
- maternele ziekte (e.g. aortastenose)
- dwarsligging, stuit
- Meerling, eerste kind niet in hoofdligging
- Herpesinfectie
Je hebt primaire en secundaire sectio’s. Primair is dat de beslissing genomen voor in partu, dus van te
voren gepland. Secundair is dat er een indicatie ontstaat tijdens de baring of na het breken van de
vliezen.
Anesthesie
- Locoregionaal: spinaal/epiduraal meestal (en bij voorkeur)
- Algeheel (narcose) in geval van spoedsectio of contra-indicatie regionale anesthesie
Contra-indicaties voor locoregionale anesthesie:
- Stollingsstoornissen
- (Recent) antistollingsgebruik (bv LMWH)
- Trombocytopenie
- (Hersentumor)
Preventie van complicaties
Infectie preventie
Ontsmetten en steriel werken tijdens de ingreep. Abdominaal wordt ontsmet met chloorhexidine en
vaginaal met isobetadine.
Profylactische toediening van antibiotica(eenmalige toediening dosis voor huidincisie). Dit zorgt voor
minder postpartumendometritis en minder wondinfecties.
Tromboseprofylaxe
Verhoogd risico op trombo-embolische complicaties postoperatief. Daarom compressiekousen aan,
vroege mobilisatie en postoperatief LMWH(laag moleculaire gewicht heparinen), fraxiparine of
clexane.
Preventie van nabloeding
Preventie van uterusatonie en postpartumbloeding: oxytocine IV of carbetocine IV toediening na
geboorte van kind. Ook peroperatieve controle van bloedverlies.
Maternele positionering
Preventie van vena-cavacompressie door grote baarmoedervolume (en dus kans op maternele
hypotensie verkleinen). Left-tiltpositie: zijwaartse ligging links d.m.v. kantelen van de OK-tafel of wig
onder de rechterflank