1. Basisbegrippen
• Laag energetische trauma:
o Vaak bij oudere personen
o Door banaal trauma een ernstige fractuur
• Hoog energetische trauma
o Bij jongere personen
o Meer energie nodig om iets te breken
Wondheling
• Een wonde is een verstoring van de continuïteit van weefsel, door externe factoren veroorzaakt,
waarbij al of niet weefsel verloren is gegaan
o Externe factoren zoals:
▪ Stomp/scherp geweld
▪ Chemisch
▪ Thermisch
▪ Elektrisch
▪ Toxisch
▪ Radiatieagens
• Een wonde kan primair genezen: chirurgisch
o Minimale littekenvorming
o Wanden wond kunnen mooi aan elkaar vastgenaaid worden
• Secundaire wondgenezing
o Wondwanden worden open gelaten
o Via contractie en reëpithelialisatie geneest het uit zichzelf
,Fasen van de wondheling
1. Hemostate
2. Inflammatie
3. Proliferatie
4. Remodellering
Volgen elkaar op
Factoren die de wondheling kunnen beïnvloeden
• Oorzaak: weefselbeschadiging is direct gerelateerd aan de overgedragen energie
• Contaminatie: bepaalt het infectierisico-> bij infectie geneest een wonde niet
• Tijd: in begin aantal bacterïen aanwezig maar heeft nog in de eerste uren geen negatief effect
o Na bepaalde tijd wel effect omdat aantal bacteriën toeneemt-> spoelen
• Biologische factoren/individu-gebonden
o Infectie: geneest niet
o Ischemie: niet genoeg doorbloeding: wonde geneest niet
o Tumoren: een wond die spontaan ontstaat en niet wil genezen-> teken van tumor
• Systemische negatieve factoren
o Malnutritie
o Roken
o Ouderdom
o Vit a of C deficiëntie
o Diabetes
o Geelzucht
o Nierfalen
o Corticosteroïden
Fractuurheling
• Fractuur= verstoring normale samenhang van het botweefsel, als gevolg van een direct of
indirect inwerkend trauma, dat meestal gepaard gaat met letsel van de weke delen
o Weke delen heel belangrijk voor een optimale fractuur heling
• Vss onstaansmechanismen van fractuur
o trauamtisch
▪ Direct inwerkende krachten
▪ Indirect inwerkende krachten
▪ Eigen spierkracht
o Pathologisch, bv kanker
o Stress (belasting niet aangepast aan belastbaarheid)
• Bot is als enig weefsel in staat zonder litteken te genezen, dankzij remodellering
o (Ook leverweefsel)
o Voorwaarden hiervoor:
▪ Voldoende vascularisatie, met aanwezigheid botcellen
▪ Mechanische rust op de plaats van de fractuurgebied: immobilisatie
▪ Contact tss fractuurdelen is geen voorwaarde
o Bot is levend, past zich continu aan, aan zijn belasting (wet van Wolf)
,Twee types fractuurgenezing
• Direct/primair
• Indirect/secundair
Direct
• De twee fragmenten worden perfect anatomisch gereduceerd
o Tegen elkaar
o Geen opening
o Door compressie worden de 2 fragmenten tegen elkaar geperst waardoor er geen
beweging optreedt tussen beide: absolute stabiliteit
o Traag en langdurig
o Geen calus vorming en bot behoudt oorsp. anatomische vorm
Indirecte fractuurheling
• Natuurlijke reactie lichaam op breken bot
• Beperkte gap tussen de fragmenten
• Helingsproces gebeurt in fases die zich overlappen
• Callusvorming
• 4 fasen:
o Inflammatie: vasodilatatie en hyperemie, migratie en proliferatie van
polymorfonucleaire neutrofielen
o Vorming zachte callus: 2-3 w begint de vorming
o Vorming harde callus: 2-4 maanden wordt de callus ongevormd tot rigide verkalkt
weefsel-> minder pijn wordt ervaren
o Remodellering: maanden tot jaren, geweven bot vervangen door lamellair bot
Belang van bloedvoorziening
• Factoren die de voorziening beïnvloeden:
o Letselmechanisme: grootte, richting en concentratie van de inwerkende kracht bepaalt
het fractuurtype en wekedelenschade
o Initiële patiëntenzorg: verplaatsen P zonder spalken: bijkomende verplaatsing
fragmenten
o Resuscitatie van P: hypovolemie, hypoxie, coagulopathie verergeren de schade
o Comorbiditeiten zoals perifeer vaatlijden, diabetes hebben een negatieve invloed op de
bloedvoorziening
, o Chirurgische toegang: steeds bijkomende schade
o Type implantaat: kan bloedvoorziening verstoren: minder met nagels
o Aanwezigheid van dood (bot)weefsel
Groot deel bloedvoorziening afkomstig van omgevende weke delen-> schade voorkomen!
Biomechanica en fractuurheling
Niet-operatieve behandeling van fracturen:
• Heling door callusvorming
• Reductie behouden
• Fracturen die zich weinig verplaatst hebben, of waar natuurlijke stabiliteit nog behouden is
• Stabilisatie bereiken door:
o Tractie: via huid of metale pin die we door het bot-distaal van de fractuur inbrengen.
Door continue lengtetractie aligneren we de fragmenten (ligamentotaxis: op ligamenten
trekken) en verminderen we de interfragmentaire beweging
▪ Risico op doorligwonden, non-union, weinig gebruikt! (bij kinderen wel nog
gebruikt want botten te dun en zacht voor gips)
o Uitwendig splinten/spalken: uitwendige immobilisatie om stabiliteit te bereiken
▪ Circulaire gips> brace> taping qua stabiliteit
Operatieve behandeling
2 types fixaties
• Absoluut stabiele fixatie
o Geen enkele beweging bij fysiologische belasting
o Geen gap na reductie
o Fractuur geneest direct zonder callus
o Gewrichtsfracturen op deze manier behandeld
o Vb.
▪ a: interfragmentaire compressieschroeven (lag screws)-> voor spiraalfracturen
▪ b: compressieplaatosteosynthese-> voor dwarse fracturen
• Relatief stabiele fixatie
o Microbeweging in de fractuur
o Fractuur geneest indirect, callusvorming
o Beperkte gap
o Schaftfracturen worden zo behandeld
o Vb. fixateur externe, itramedullaire nagel, bridging plate osteosynthese
• Laag energetische trauma:
o Vaak bij oudere personen
o Door banaal trauma een ernstige fractuur
• Hoog energetische trauma
o Bij jongere personen
o Meer energie nodig om iets te breken
Wondheling
• Een wonde is een verstoring van de continuïteit van weefsel, door externe factoren veroorzaakt,
waarbij al of niet weefsel verloren is gegaan
o Externe factoren zoals:
▪ Stomp/scherp geweld
▪ Chemisch
▪ Thermisch
▪ Elektrisch
▪ Toxisch
▪ Radiatieagens
• Een wonde kan primair genezen: chirurgisch
o Minimale littekenvorming
o Wanden wond kunnen mooi aan elkaar vastgenaaid worden
• Secundaire wondgenezing
o Wondwanden worden open gelaten
o Via contractie en reëpithelialisatie geneest het uit zichzelf
,Fasen van de wondheling
1. Hemostate
2. Inflammatie
3. Proliferatie
4. Remodellering
Volgen elkaar op
Factoren die de wondheling kunnen beïnvloeden
• Oorzaak: weefselbeschadiging is direct gerelateerd aan de overgedragen energie
• Contaminatie: bepaalt het infectierisico-> bij infectie geneest een wonde niet
• Tijd: in begin aantal bacterïen aanwezig maar heeft nog in de eerste uren geen negatief effect
o Na bepaalde tijd wel effect omdat aantal bacteriën toeneemt-> spoelen
• Biologische factoren/individu-gebonden
o Infectie: geneest niet
o Ischemie: niet genoeg doorbloeding: wonde geneest niet
o Tumoren: een wond die spontaan ontstaat en niet wil genezen-> teken van tumor
• Systemische negatieve factoren
o Malnutritie
o Roken
o Ouderdom
o Vit a of C deficiëntie
o Diabetes
o Geelzucht
o Nierfalen
o Corticosteroïden
Fractuurheling
• Fractuur= verstoring normale samenhang van het botweefsel, als gevolg van een direct of
indirect inwerkend trauma, dat meestal gepaard gaat met letsel van de weke delen
o Weke delen heel belangrijk voor een optimale fractuur heling
• Vss onstaansmechanismen van fractuur
o trauamtisch
▪ Direct inwerkende krachten
▪ Indirect inwerkende krachten
▪ Eigen spierkracht
o Pathologisch, bv kanker
o Stress (belasting niet aangepast aan belastbaarheid)
• Bot is als enig weefsel in staat zonder litteken te genezen, dankzij remodellering
o (Ook leverweefsel)
o Voorwaarden hiervoor:
▪ Voldoende vascularisatie, met aanwezigheid botcellen
▪ Mechanische rust op de plaats van de fractuurgebied: immobilisatie
▪ Contact tss fractuurdelen is geen voorwaarde
o Bot is levend, past zich continu aan, aan zijn belasting (wet van Wolf)
,Twee types fractuurgenezing
• Direct/primair
• Indirect/secundair
Direct
• De twee fragmenten worden perfect anatomisch gereduceerd
o Tegen elkaar
o Geen opening
o Door compressie worden de 2 fragmenten tegen elkaar geperst waardoor er geen
beweging optreedt tussen beide: absolute stabiliteit
o Traag en langdurig
o Geen calus vorming en bot behoudt oorsp. anatomische vorm
Indirecte fractuurheling
• Natuurlijke reactie lichaam op breken bot
• Beperkte gap tussen de fragmenten
• Helingsproces gebeurt in fases die zich overlappen
• Callusvorming
• 4 fasen:
o Inflammatie: vasodilatatie en hyperemie, migratie en proliferatie van
polymorfonucleaire neutrofielen
o Vorming zachte callus: 2-3 w begint de vorming
o Vorming harde callus: 2-4 maanden wordt de callus ongevormd tot rigide verkalkt
weefsel-> minder pijn wordt ervaren
o Remodellering: maanden tot jaren, geweven bot vervangen door lamellair bot
Belang van bloedvoorziening
• Factoren die de voorziening beïnvloeden:
o Letselmechanisme: grootte, richting en concentratie van de inwerkende kracht bepaalt
het fractuurtype en wekedelenschade
o Initiële patiëntenzorg: verplaatsen P zonder spalken: bijkomende verplaatsing
fragmenten
o Resuscitatie van P: hypovolemie, hypoxie, coagulopathie verergeren de schade
o Comorbiditeiten zoals perifeer vaatlijden, diabetes hebben een negatieve invloed op de
bloedvoorziening
, o Chirurgische toegang: steeds bijkomende schade
o Type implantaat: kan bloedvoorziening verstoren: minder met nagels
o Aanwezigheid van dood (bot)weefsel
Groot deel bloedvoorziening afkomstig van omgevende weke delen-> schade voorkomen!
Biomechanica en fractuurheling
Niet-operatieve behandeling van fracturen:
• Heling door callusvorming
• Reductie behouden
• Fracturen die zich weinig verplaatst hebben, of waar natuurlijke stabiliteit nog behouden is
• Stabilisatie bereiken door:
o Tractie: via huid of metale pin die we door het bot-distaal van de fractuur inbrengen.
Door continue lengtetractie aligneren we de fragmenten (ligamentotaxis: op ligamenten
trekken) en verminderen we de interfragmentaire beweging
▪ Risico op doorligwonden, non-union, weinig gebruikt! (bij kinderen wel nog
gebruikt want botten te dun en zacht voor gips)
o Uitwendig splinten/spalken: uitwendige immobilisatie om stabiliteit te bereiken
▪ Circulaire gips> brace> taping qua stabiliteit
Operatieve behandeling
2 types fixaties
• Absoluut stabiele fixatie
o Geen enkele beweging bij fysiologische belasting
o Geen gap na reductie
o Fractuur geneest direct zonder callus
o Gewrichtsfracturen op deze manier behandeld
o Vb.
▪ a: interfragmentaire compressieschroeven (lag screws)-> voor spiraalfracturen
▪ b: compressieplaatosteosynthese-> voor dwarse fracturen
• Relatief stabiele fixatie
o Microbeweging in de fractuur
o Fractuur geneest indirect, callusvorming
o Beperkte gap
o Schaftfracturen worden zo behandeld
o Vb. fixateur externe, itramedullaire nagel, bridging plate osteosynthese