Rechtbank Amsterdam
Zittingsdatum: 16 november 2020
Inzake:
Alexander Klein
Domicilie kiezend ten kantore van
Karlas Kruijt & Van Holland Advocaten,
Advocaat mr. C. Karlas
Contra:
Het Openbaar Ministerie
_____________________________________________________________
Geachte mijnheer de Voorzitter, leden van de rechtbank en alle overige aanwezigen,
I. Inleiding
1. Heeft u zich ooit bevonden in een bedreigende situatie waarin u geen andere keuze had
dan uzelf te verweren? Een situatie waarin het gaat om leven of dood? Kunt u zich daar
iets bij voorstellen? De angst, de gedachten, wat zou u doen als u oog en oog staat met
uw eigen dood? Wat zou u doen in een situatie zonder tijd om na te denken, zonder
vluchtmogelijkheden en met de vrees voor het einde? Zou u uzelf beschermen of
incasseert u de eerste klap en blaast u daarmee wellicht uw laatste adem uit?
2. Vandaag staat cliënt, de heer Alexander Klein (hierna: cliënt), terecht voor ernstige ten
laste gelegde feiten. Cliënt wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan een
poging tot doodslag van Boaz (hierna: aangever). Maar kunnen de gedragingen van cliënt
wel leiden tot een veroordeling voor poging tot doodslag? Ik pleit van niet. Cliënt bevond
zich namelijk in eenzelfde situatie als waar ik u net mee confronteerde.
3. Allereerst ga ik kort de feiten uiteenzetten. Hierna ga ik in op de bewezenverklaring en
de strafbaarheid van cliënt om vervolgens tot een strafmaatverweer te komen.
1