Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Kiezen voor het jonge kind - Ontdekken van de wereld

Note
-
Vendu
-
Pages
63
Publié le
20-10-2025
Écrit en
2025/2026

Dit is een samenvatting over Hoofdstuk 1,2,3,4,6,7. Ook staan er onder in de samenvatting aantekeningen met plaatjes van de colleges.

Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Hoofdstuk 1,2 (vygotsky: blz 49-58 en paragraaf 2.4-2.5),3, 4, 6, 7
Publié le
20 octobre 2025
Nombre de pages
63
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Hoofdstuk 1 het jonge kind
Friedrich Fröbel (1782-1852) is een grondlegger van het onderwijs aan
kleuters. Hij vond dat kinderen jonger dan 6 jaar gericht zijn op de
binnenwereld. Impulsen van binnenuit. Ontwikkelen doen de kinderen van
binnen naar buiten. Vanaf 6 jaar zijn de kinderen gericht op de buitenwereld.
Ontwikkelen doen de schoolkinderen van buiten naar binnen. Leren
ontvangen en overdragen van kennis. Ook werken aan inzicht en actief
begrijpen. Jonge kinderen staan nog dicht bij hun natuurlijke staat van zijn.
Dat betekent dat het kind lacht als het blij en huilt als het verdriet heeft.
Oudere kinderen zijn van zichzelf bewust en uit zich minder. Omdat ze bang
zijn voor beoordeling/omdat ze zichzelf filteren.

We hebben de neiging om over de kleuterfase in ‘nog niet’- termen te
spreken. Maar de kleuterfase heeft een heel eigen dynamiek: jonge kinderen
zijn speels, onderzoekend en nieuwsgierig. In de eerste vier jaar van hun
leven leren mensen meer dan in alle jaren daarna. Alleen als je onmogelijke
eisen aan hun stelt, eisen die niet bij hun leeftijd passen, dan zul je je
weleens gefrustreerd voelen door war een kleuter allemaal ‘nog niet’ is.

Kenmerken van kleuters:
o Emotionele beleving. Kleuters beleven emoties heel intens. De
manier waarop zij de werkelijkheid beleven is altijd emotioneel
gekleurd. Kleuters beleven hun werkelijkheid als een totaliteit waarbij
hoofd en hart niet gescheiden zijn.
o Intuïtief. Kleuters voelen situaties en mensen heel goed aan. Ze
hebben nog niet altijd de woorden voor de gevoelens, maar dat is ook
niet nodig. Kinderen letten veel op non-verbale signalen.
o Egocentrisme. Het is een cognitieve kwestie. De kleuters kunnen zich
nog niet verplaatsen in het perspectief van een ander.
o Hang naar gewoontes en routines. Vaste gewoontes en routines
geven de kleuters zekerheid. Het maakt de wereld voor hen
inzichtelijker en grijpbaar.
o Concentratievermogen. De kleuters kunnen zich nog niet heel lang
concentreren, behalve op activiteiten of situaties die ze leuk vinden. De
kinderen moeten vanbinnen betrokken zijn. De activiteit heeft voor hen
betekenis nodig. Ook bij hun eigen plannen en ideeën uitvoeren kunnen
de kinderen veel concentratie vertonen.
o Behoefte aan handelen en bewegen. De bewegingsbehoefte van
kleuters is groot. Vooral als ze zich niet kunnen concentreren/betrokken
voelen. Het is belangrijk om rekening te houden met de
bewegingsdrang van de kleuters.
o Magisch denken. De kinderen kunnen nog niet zo goed ‘’logisch
nadenken’’. Ook hebben de kleuters weinig behoefte aan logische
verklaringen. De wereld is magisch. Je moet jonge kinderen niet
geforceerd het rationele denkschema in willen duwen.

, o Geen scherp onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid. De
kleuters beleven fantasie als hun werkelijkheid. Ze maken geen
onderscheid wat echt kan gebeuren of is gebeurd of niet. Hier komt ook
het vermogen om te kunnen spelen vandaan.

Hoofdstuk 2 Vygotsky
Vygotsky (1896-1934). Bij Vygotsky vinden we geen vastomlijnde fasen in de
denkontwikkeling. Wel was hij het met Piaget eens dat er in de loop van de
ontwikkeling overgangsmomenten zijn waarop het denken kwalitatief wijzigt
ten opzichte van de voorafgaande periode, maar dit idee heeft hij niet verder
uitgewerkt in een fasetheorie.

Leontev (1978) heet een belangrijke bijdrage geleverd aan de uitwerking van
Vygotsky ’s ontwikkelingstheorie door het idee van leidende activiteiten te
introduceren. Dat wat in een bepaalde ontwikkelingsfase de leidende
activiteit
- Maakt belangrijke vorderingen in de ontwikkeling mogelijk
- Creëert nieuwe mentale processen en reconstrueert de oude
- Bereidt het kind voor op de volgende ontwikkelingsfase

In de tabel zijn de activiteiten weergegeven volgens Leontev en Elkonin
(1972) in verschillende leeftijdsfasen leidend zijn in geïndustrialiseerde
maatschappijen zoals de onze.
Leeftijd Leidende activiteit Verworven
Baby Emotionele interactie - Gehechtheid
met verzorgers - Objectgeoriënteerde
sensomotorische handelingen
Dreumes + jonge Objectgeoriënteerde - Sensomotorische denken
peuter activiteiten - Zelfbeeld
Oudere peuter Rollenspel - Mentale voorstellingen
+kleuter - Symbolische functie
- Integratie van denken en
emoties
- Zelfsturing
Schoolkind Leeractiviteit - Theoretische redeneren
- Hogere mentale functies
- Motivatie tot leren

Vygotsky maakt onderscheid tussen lagere en hogere mentale functies.
- Lagere functies zijn elementaire, biologische bepaalde functies die
wortelen in de sensomotoriek.
- Hogere functies zijn:
o Bewust richten van aandacht
o Zelf het geheugen van aandacht
o Logisch denken

, o Planmatig werken
o Systematisch onderzoeken
De ontwikkeling van hogere mentale functies is afhankelijk van de sociaal-
culturele context waarin een kind opgroeit.

Vygotsky formuleerde vier basisprincipes:
1. Kinderen construeren hun eigen kennis door culturele instrumenten te
leren gebruiken.
2. De sociaal-culturele context heeft grote invloed op de ontwikkeling
3. Leren kan zo georganiseerd worden dat het ontwikkeling bevordert.
4. Taalontwikkeling staat centraal in de ontwikkeling van denken

Kennisverwerving:
Net als Piaget geloofde Vygotsky dat kinderen actief kennis opbouwen, maar
- Bij Vygotsky speelt de sociale omgeving een bemiddelende rol tussen
wat een kind al kan en wat het wil of moet leren in de toekomst.
- Kinderen nemen dus niet passief kennis op, maar construeren actief
hun inzichten

Sociaal-culturele context:
De sociaal-culturele omgeving waarin een kind opgroeit, heeft een
diepgaande invloed op wat een kind leert en hoe het denkt. In onze
maatschappij spelen bijvoorbeeld technologie, geschreven en gesproken taal,
en cijfers en getallen een belangrijke rol. Deze elementen bepalen mede wat
een kind wil en zal leren. Hogere mentale functies krijgen betekenis in deze
sociaal-culturele context.
We zien bij jonge kinderen al hoe graag zij deelnemen aan sociaal-culturele
activiteiten. Vooral in hun spel – de leidende activiteit in deze periode –
bootsen zij de wereld om zich heen na. Ze spelen bijvoorbeeld dat ze:
 Op vakantie gaan
 Boodschappen doen
 Vader- en moederrollen aannemen
Volgens Vygotsky is juist rollenspel de activiteit die kinderen de meeste
ontwikkelingskansen biedt. Al spelend krijgen zij grip op de sociaal-culturele
werkelijkheid en maken zij zich de handelingen eigen die ze in de echte
wereld nodig hebben.

Leren bevordert ontwikkeling:
Er is sprake van wederzijdse beïnvloeding: wat kinderen al weten bepaalt wat
ze kunnen leren.
 Actuele ontwikkeling = wat een kind zelfstandig kan
 Zone van naaste ontwikkeling = wat een kind kan met hulp van
anderen, en later zelfstandig zal kunnen
Voorbeeld bouwontwikkeling:
1. Eerst leren kinderen in één richting bouwen (hoogte of breedte)
2. Daarna tweedimensionaal bouwen

, 3. Tot slot driedimensionaal bouwen (massief en ruimtelijk)

Centrale plaats van taal bij de denkontwikkeling
Volgens Vygotsky is leren en ontwikkelen een gezamenlijke activiteit:
kinderen delen en wisselen ideeën uit met elkaar en met hun leerkracht.
 Voorbeeld: een kind werkt met Logiblokken → de leerkracht vraagt
naar de ideeën achter de ordening → zo kan hij bepalen of er nieuwe
inzichten ontstaan.
 Bij dit proces is taal het belangrijkste instrument, voor zowel kind
als leerkracht.
Vygotsky zag taal als het meest universele mentale instrument:
 Taal maakt denken mogelijk.
 Jonge kinderen gebruiken taal vaak om handelingen te verwoorden.
o Voorbeeld: Pauline (2 jaar) veegt en zegt “Soon maken, soon
maken, zo!”.

Verschillende visies op egocentrisch taalgebruik
Piaget (1955):
 Noemde het egocentrisch taalgebruik → kinderen spreken vooral
voor zichzelf, niet om te communiceren.
 Tot ongeveer 6 jaar is meer dan de helft van hun taaluitingen
egocentrisch.
 Volgens hem is dit een symptoom van egocentrisch denken dat nog
onrijp is.
 Pas in de concreet-operationele fase ontstaat sociaal taalgebruik met
kenmerken als:
o Rekening houden met de gesprekspartner
o Gehoord willen worden
o Antwoord verwachten
o Iets meedelen of anderen beïnvloeden
 Conclusie Piaget: egocentrisch taalgebruik levert geen
bijdrage aan denken, het weerspiegelt het alleen.
Vygotsky:
 Vond dat egocentrisch taalgebruik wél bijdraagt aan de
ontwikkeling van denken.
 Door hardop tegen jezelf te praten:
o Stuur je je eigen denken
o En dat denken stuurt je handelen
 Hoe moeilijker de taak, hoe meer kinderen hun handelingen
verwoorden.
 Bij makkelijke taken verdwijnt dit spreken → taal wordt
dan verinnerlijkt.
 Egocentrisch taalgebruik markeert de overgang van uiterlijk
spreken naar innerlijk spreken.
 Ontwikkeling volgens Vygotsky:
€6,42
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
fleurveling
5,0
(2)

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
fleurveling Hogeschool Utrecht
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
4
Membre depuis
3 mois
Nombre de followers
0
Documents
3
Dernière vente
1 semaine de cela

5,0

2 revues

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions