Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting B2B Marketing

Note
-
Vendu
1
Pages
46
Publié le
11-01-2021
Écrit en
2020/2021

samenvatting van het vak b2b marketing. Alle info komt uit de ppt en wat er tijdens de les werd verteld. Hoofdstuk 1-7














Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
11 janvier 2021
Nombre de pages
46
Écrit en
2020/2021
Type
Resume

Aperçu du contenu

Business-to-business marketing

Hoofdstuk 1


B2B bedrijven zijn bedrijven die aan andere bedrijven verkopen en dus niet aan de
klanten (geen b2c)

De storytimeis zeer belangrijk bij hun, ze spelen niet echt in op marketing.

Vb. Volvo, GE Capital, Hilti,…


Consumentenmarketing is meer zichtbaar en krijgt meer aandacht
• billboards, TV reclame
• bekende consumentenmerken

Maar de meeste marketing is B2B marketing
• veel minder zichtbaar
• als minder sexy ervaren

Van grondstof naar afgewerkt product -> b2b & Eind product is b2c voor de consument

DMU: Decision making unit -> verschillende mensen die een beslissing gaan maken vb
aankopen van stenen (marketing directeur, financieel directeur,…)




B2B = marketing van goederen en diensten
• aan bedrijven, overheden en andere non-profit instellingen = organisaties
• die ze of gebruiken voor de productie van eigen goederen en diensten
(distributiepunt)
• of doorverkopen aan andere zakelijke klanten. (groothandels -> logistieke dienst)

Vb snoepmaker -> kleurstof nodig -> gaat volledig op in het eindproduct (b2b)
Maar als je snoepmaker koopt plastieke dozen voor snoep (is ook b2b)




1

,= marketing van goederen (diepvriesfruit)
• aan bedrijven, overheden en andere non-profit instellingen = organisaties
• die ze gebruiken voor de productie van eigen goederen (horeca, groothandels,
bakkers, patissiers, …)
• of doorverkopen aan andere zakelijke afnemers (Metro, Van Zon,… )

Bedrijfskolom (belangrijk)

= een schematisch overzicht van alle stappen die een product doorloopt.
= het is de weg die een product aflegt van producent naar consument.
Consument: ook weergegeven maar geen onderdeel van de bedrijfskolom
Consument: geen toegevoegde waarde

Paars is -> pure productie + logistieke dienst




Vb Max havelaar: Koffieboer -> centraaal punt (groothandel) -> exporteert (haven) ->
branderij -> groothandel in koffie verpakt in fabriek -> supermarkt

Positionering van busiess marketing

Trade marketing ≠ business-marketing
Trade marketing = alle marketing activiteiten van fabrikanten gericht op de detaillist.
Vb. coca cola die zich richt op delhaize (trade marketing)




2

,Denk aan voorbeeld van coca cola


Veel producten zijn zowel zakelijke producten als consumentenproducten.
Of er sprake is van een zakelijk product wordt dus niet bepaald door de eigenschappen
van een product, maar door de kenmerken van de klant EN het doel waarvoor het
product wordt aangeschaft.




Zelfde persoon maar andere doeleinde




Voorbeeld: vloerbedekking
Verschil in:
1) Mensen met wie hij beslist:
Architect, boekhouding , werknemers <> vrouw en kinderen
2) Het aankoopmotief:
Duurzaamheid, onderhoud
<> design, warmtegevoel, comfort



3

,Verschil tussen b2b en b2c




Zakelijke klanten of afnemers




Bedrijven
= op winst gerichte organisaties
= commerciële organisaties
= bestaan uit gebruikers, Original
Equipment Manufacturers en distributeurs

Gebruikers
= schaffen zakelijke producten aan en gebruiken ze voor de productie van andere
zakelijke producten of consumentenproducten.
= NIET terug te vinden in het eindproduct
Voorbeeld: kunststoffen, kleurstoffen




4

,Original Equipment Manufacturers (OEM’s)
= bedrijven die zakelijke producten kopen en vervolgens verwerken in hun eigen
producten. (Je herkent het product nog zelfstandig in het eindproduct vb. tomtom in een
auto.

B2C
Problems drivens -> relationship
LARGE STARTED MARKET -> SMALLER TARGET MARKET
Dagdagelijkse prod sneller gekozen -> onderhandelen
Identendy (vb coca cola) bewustmaken overal radio, tv , sociale media -> relaties zijn
belangrijk
Emotionele (imago) -> rationeel (invloed van verschillende mensen)

Distributeurs
= kopen zakelijke producten in om ze vervolgens door te verkopen (zonder ze wezenlijk
te veranderen) aan zakelijke gebruikers of OEM’s.
= tussenschakel
Voorbeeld: Fabory – Imes
Deze doen er niks mee ze kopen zakelijke producten en veranderen niks ah eindproduct.

2. Overheidsinstanties
= een aanzienlijk aandeel van de zakelijke aankopen wordt gedaan door de overheid.
(Niet alleen de nationale overheid maar ook provinciale en gemeentelijke instanties).
Voorbeeld: Defensie

 veel gebruik van regels en procedures
<-> commerciële context
 soms aanzienlijke invloed van politiek

Kenmerken van het koopproces:
 complexe besluitvorming
 bureaucratie
 budgetten liggen vast, wel dikwijls enorme bedragen
 administratieve procedures en wettelijke richtlijnen

Voor sommige producten is de overheid de enige klant: vb. Thalys

3. Non-profitinstellingen
= geen overheid, noch commerciële inslag
Vb. ziekenhuis

 ziekenhuizen, bejaardentehuizen
 universiteiten, scholen
 politieke partijen
 dierentuinen
 gevangenissen
 kerken
 Rode Kruis

Kenmerken van het koopgedrag:
 slechte kostenbeheersing
 beperkte inkoopvaardigheden
 weinig nadruk op prijs (“opmaken van budget in december”)
 sterke decentrale inkoop




5

, Nieuwe trends:
 grote koopgroepen vormen voor volumekortingen > marketing van de leverancier
moet aangepast worden.
 inkoop wordt steeds professioneler

Behalve een enorme diversiteit aan zakelijke klanten, is er ook een grote variëteit aan
zakelijke producten.

1. Materialen
 grondstoffen
= hebben nauwelijks een bewerking ondergaan, worden verwerkt in het eindproces.
Voorbeelden: ijzererts, graan, koffie -> Max Havelaar

 halffabricaten
= hebben al enige bewerkingen ondergaan
Voorbeeld: bekleding, kunststoffen, glas

2. Componenten
= voltooide eindproducten, worden niet verder bewerkt maar met andere onderdelen
samengevoegd tot een eindproduct.
= ze zijn een fysiek en herkenbaar onderdeel van het uiteindelijke product van de klant
Voorbeelden: automatten, schakelaars, autovelgen, banden van Michelin

3. Verbruiksgoederen
= supplies
= nodig om productieproces op gang te houden, worden tijdens de normale
bedrijfsvoering verbruikt (MRO-producten)
= MRO = maintenance, repair and operating supplies
= vb. smeermiddelen, schroeven, verf, schoonmaakmiddelen / papier, inkt, …
Voorbeeld: IMES

4. Kapitaalgoederen
= investeringsgoederen
= goederen waarvan de aanschafprijs niet direct geheel wordt afgeboekt , maar over
enkele jaren in termijnen wordt afgeschreven.
= maken geen deel uit van het eindproduct
= lage aankoopfrequentie maar hoge waarde
= kapitaalgoederen kan je ook “leasen” in plaats van aan te schaffen.
Voorbeelden:
 gebouwen (fabrieken, kantines,…)
 installaties (airco, liften, …)
 gereedschappen (computers)
 transportmiddelen (heftrucks, kranen)

5. Hulpmiddelen
= worden voor vergelijkbare doelen aangeschaft als kapitaalgoederen maar zijn veelal
goedkoper en worden in grotere hoeveelheden aangeschaft
Voorbeelden: boormachines, archiefkasten, bureaus

6. Diensten
= activiteiten die door derden op contractbasis worden verricht.
Voorbeelden: reclame, advies, onderhoudscontracten, beveiliging, ….




6
€3,59
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
yassminebendaoud Hogeschool PXL
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
63
Membre depuis
6 année
Nombre de followers
56
Documents
0
Dernière vente
11 mois de cela
Yazz\'s samenvattingen :)

Hey! Mijn naam is Yassmine student aan de hogeschool PXL te Hasselt. Ik studeer bedrijfsmanagement all-around en zal hier op stuvia mijn samenvattingen plaatsen van de vakken waarop ik zelf ben geslaagd. Wil je verder nog iets weten? Stuur me gerust een berichtje! Xoxo Yassmine

4,0

4 revues

5
1
4
2
3
1
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions