Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Ontwikkelingspsychologie (PB0122) - Samenvatting - Open Universiteit

Note
-
Vendu
1
Pages
33
Publié le
15-10-2025
Écrit en
2025/2026

Gestructureerde samenvatting van het volledige vak Ontwikkelingspsychologie (PB0122) aan de Open Universiteit. In de samenvatting (Nederlandstalig) komt alle leerstof van de cursus aan bod met: - Ontwikkelingspsychologie van R. Feldman (H1-13) - Digitale leeromgeving: interviews - Digitale leeromgeving: extra artikelen - Digitale leeromgeving: theorie en integratie oefentoets

Montrer plus Lire moins
Établissement
Cours

Aperçu du contenu

1 INLEIDING EN THEORETISCHE PERSPECTIEVEN
1.1 Hoofdstuk 1: Inleiding in de ontwikkeling van het kind
Ontwikkelingspsychologie: definitie
Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en
stabiliteit bij mensen tot de late volwassenheid. Het richt zich op de menselijke ontwikkeling. Dit kan
gericht zijn op universele, culturele en individuele aspecten. Ontwikkelingspsychologie was vroeger
meer gericht op het kind, maar de laatste decennia is gebleken dat mensen zich hun hele leven
blijven veranderen. Dit resulteerde in het levensloopperspectief: doorgaande groei en verandering.
- Ontwikkelingspsychologie Gericht op zowel verandering en groei als stabiliteit.

De reikwijdte van ontwikkelingspsychologie is groot. Men specialiseert zich vaak op een domein:
Ontwikkelingsdomein Beschrijving
Fysieke ontwikkeling Gericht op de invloed van het lichaam (fysieke bouw) op ons gedrag.
- Bv hersenen | zenuwstelsel | spieren | behoefte aan eten, drinken en slaap.
- Bv rijping (= fysieke of psychologische verandering door biologisch groeiproces).
Cognitieve ontwikkeling Gericht op de verandering van intellectuele vermogens, en deze invloed op ons gedrag.
- Bv denken | leren | geheugen | problemen oplossen | taalontwikkeling | intelligentie.
- Bv heeft tweetaligheid voordelen?
Sociaal-emotionele Gericht op de sociale relaties, interacties met anderen en het omgaan met emoties.
ontwikkeling - Bv effect van racisme | armoede | scheiding van ouders op de ontwikkeling.
- Bv seksuele ontwikkeling: hoe is de stressbeleving bij homoseksuele jongeren?
Persoonlijkheids- Gericht op karaktereigenschappen die het ene individu van het ander onderscheiden.
ontwikkeling - Bv stabiele, duurzame karaktertrekken: wat zijn oorzaken van suïcide bij jongeren?
- Bv morele ontwikkeling (combinatie van persoonlijkheid en sociaal-emotioneel).

Ontwikkelingspsychologie: verschillende invloeden op de ontwikkeling
Ontwikkelingsfasen zijn sociale constructies (= een idee over de realiteit dat breed geaccepteerd is,
maar afhangt van de maatschappij en cultuur). Het is dan ook belangrijk om te beseffen dat we het
bij leeftijdsgroepen en ontwikkelingsfasen vaak hebben over westerse gemiddelden. Ieder mens
behoort tot een specifiek cohort (= groep mensen die in een bepaalde periode leven, en daarmee
gelijke ervaringen hebben). De individuele ontwikkeling wordt door vier factoren beïnvloed. Deze
zorgen elk afzonderlijk, maar ook in interactie met elkaar dat elk individu zijn eigen levenspad volgt.
Invloeden Beschrijving
Normatief leeftijdsgebonden Biologische en sociale-omgevingsinvloeden die leeftijdsgebonden zijn. Ze komen voor
bij veel mensen in die leeftijdsgroep van een bepaalde (sub)cultuur.
- Bv naar school gaan op 4-jarige leeftijd | menstruatie in de puberteit.
Normatief historisch Biologische en sociale-omgevingsinvloeden die verbonden zijn aan de specifieke
maatschappelijke situatie in de historische tijd.
- Bv technologie ontwikkeling | economische recessie | oorlog | epidemie.
Normatief sociaal-cultureel Brede cultuur | etnische afkomst | sociale klasse | horen tot subcultuur. Specificering
van een bepaalde groep, zoals de Tweede Wereldoorlog voor Joden.
Niet-normatieve gebeurtenis Biologische en sociale-omgevingsinvloeden die sterk persoonsgebonden zijn. Ze
gelden niet voor een bepaalde groep of bepaald historisch tijdvak.
- Bv het winnen van een olympische medaille | verlies van ouder.

Ontwikkelingspsychologie: verschillende perspectieven
Er zijn een aantal vraagstukken met verschillende perspectieven in de ontwikkelingspsychologie.
Hoewel het overzicht een tweedeling (= of-of) suggereert, worden de perspectieven vaak als een
glijdende schaal gezien. De specifieke gedragspatronen zullen tussen ergens tussen beide uitersten
geclassificeerd worden. Denk aan het nature-nurturedebat. In hoeverre komt ons gedrag voort uit
onze aanleg, en in hoeverre uit onze opvoeding en leefomgeving? Tegenwoordig kijken we met een
biopsychosociale hoek: biologische, psychische en sociale factoren beïnvloeden elkaar wederzijds.
Continue verandering Discontinue verandering

1

, Ontwikkeling is geleidelijk en kwantitatief Ontwikkeling is in stappen en kwalitatief
- Geleidelijk: verandering is geleidelijk. Prestaties op - In stappen: verandering in fasen. Elke fase levert gedrag
het ene niveau zijn vervolg op voorgaande niveaus. op dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere fasen.
- Kwantitatief: vaardigheden veranderen niet van - Kwalitatief: gedrag verandert qua inhoud per stadium.
aard, maar wel in omvang. - Bv opeens niet meer in bed plassen.
- Bv steeds beter en sneller lezen.
Kritieke perioden Gevoelige perioden
Specifieke tijdspanne in de ontwikkeling waarin een Afgebakende tijdspanne, meestal vroeg in het leven, waarin
bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft. mensen extra gevoelig zijn voor bepaalde omgevingsstimuli.
- Bepaalde omgevingsstimuli noodzakelijk voor een - Bepaalde omgevingsstimuli kunnen verstoring geven,
normale ontwikkeling: onomkeerbaar. maar later kan dit opgeheft worden (= omkeerbaar).
- Weinig plasticiteit (= mate van veranderbaarheid). - Bv een taal leren op jonge leeftijd.
- Vanuit de klassieke ontwikkelingspsychologie - Veel plasticiteit (= mate van veranderbaarheid).
- Vanuit de levenslooppsychologie.
Levensloopmodel Focus op specifieke perioden
- Nadruk op groei en verandering in de levensloop. - Kindertijd en adolescentie zijn de belangrijkste perioden
- Nadruk op verbanden tussen diverse perioden. van ontwikkeling.
Nature Nurture
Erfelijke eigenschappen, vermogens en capaciteiten. Omgevingsinvloeden die ons gedrag en eigenschap bepalen.
- Genetische informatie dat ontwikkelt door rijping. - Biologisch | Sociaal | Opvoeding | Maatschappelijk.


Ontwikkelingspsychologie: toekomst
Waarschijnlijk zullen de volgende tendensen in de toekomst opkomen:
Tendens Beschrijving
Groeiende specialisatie Het vakgebied zal zich meer specialiseren en nieuwe samenwerkingen zullen komen.
Epigenetica Epigenetica (= omgevingsinvloeden en ervaringen op de uiting van onze genen) zal
een belangrijke onderzoekstak worden.
Diversiteit Groeiende diversiteit van de bevolking.
Maatschappelijke kwesties Onderzoeksinzichten zullen nog meer van invloed zijn op maatschappelijke kwesties.
Technologie Big data (= grote hoeveelheid data) kan verzameld en geanalyseerd worden.
Daarnaast zal e-Health (= digitale zorg) meer opkomen.


1.2 Hoofdstuk 2: Theoretische perspectieven en onderzoek
Theoretische perspectieven: psychodynamisch
Het psychodynamisch perspectief veronderstelt dat gedrag wordt gemotiveerd door innerlijke
krachten, herinneringen en conflicten. De psychoanalyse kijkt naar onbewuste krachten die bepalend
zijn voor de persoonlijkheid en gedrag. De grondlegger was Freud. Hij onderscheidde persoonlijkheid
in drie aspecten:
- Id Primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van persoonlijkheid: genotsprincipe.
- Ego Rationele, redelijke deel van persoonlijkheid: realiteitsprincipe.
- Superego Geweten: onderscheid tussen goed en kwaad.


Ook kwam hij met de psychoseksuele ontwikkeling. Die bestaat uit vijf fasen die kinderen doorlopen,
waarin genot telkens is gericht op een andere biologische functie. Wanneer er iets misgaat in een
fase leidt dat tot fixatie (= blijvende focus op een eerder psychoseksueel stadium door een conflict).
Vervolgens kwam Erikson met de psychosociale ontwikkeling. Hij legde de nadruk op onze sociale
interactie met anderen én naar de gehele levensloop, waar Freud alleen naar de jeugd keek. Volgens
Erikson ontwikkelen mensen zich in hun leven in acht afzonderlijke psychosociale stadia.




Leeftijd Freud (= psychoseksueel) Erikson (= psychosociaal)


2

, < 12-18 maanden Oraal: zuigen | eten | bijten. Vertrouwen | Wantrouwen (behoeften)
12-18 maanden tot 3 jaar Anaal: ontlasting ophouden | zindelijkheid Autonomie | Schaamte-en-twijfel
3-6 jaar Fallisch: genitaliën | oedipuscomplex Initiatief | Schuld
6 jaar tot adolescentie Latentie: seksualiteit op de achtergrond Vlijgt | Minderwaardighid
Adolescentie Genitaal: seksuele interesses | relaties Identiteit | Verwarring
Eerste volwassenheid n.v.t. Intimiteit | Isolement
Volwassenheid n.v.t. Generativiteit | Stagnatie
Rijpheid n.v.t. Egointegriteit | Wanhoop


Theoretische perspectieven: behavioristisch
Het behavioristisch perspectief kijkt niet naar onbewuste processen, maar bestudeert de mens van
buitenaf. Het gaat om waarneembaar gedrag en stimuli uit de omgeving. Hier is nurture belangrijker
dan nature. De benadering kijkt specifiek naar operante conditionering en klassieke conditionering.
- Klassieke conditionering Associatie tussen twee prikkels (stimuli) leggen. VB Pavlov.
- Operante conditionering Associatie tussen handeling en prikkel leggen. VB Skinner.
Positieve bekrachtiging: toedienen van gewenste stimulus.
Negatieve bekrachtiging: wegnemen van ongewenste stimulus.
Positieve straf: toedienen van onplezierige, pijnlijke stimulus.
Negatieve straf: wegnemen van een gewenste stimulus.

De sociaal-cognitieve leertheorie van Bandura kijkt naar leren door gedrag van een ander (= model)
te observeren en na te doen. De kans is het grootst dat we gedrag imiteren als het bij modelling
wordt beloond. De theorie ziet leren in 4 stappen: Aandacht à retentie à reproductie à motivatie. De
sociale leertheoretici kennen 4 generaties:
- Generatie één Keek alleen naar externe stimuli.
- Generatie twee Keek ook naar irrationele gedachten (= cognities), zoals CGT.
- Generatie drie Keek minder naar gedragsverandering, meer het omgaan met emotie (ACT).
- Generatie vier Keek minder naar wat fout is, maar opbouwen wat er goed gaat.

Theoretische perspectieven: cognitief
Het cognitief perspectief richt zich op processen waardoor mensen de wereld steeds beter leren
kennen, begrijpen en overdenken. De grondlegger was Piaget. Hij veronderstelt dat de cognitieve
ontwikkeling gezien kan worden als het samenvoegen van bouwstenen van vaardigheden en kennis,
ofwel de zogeheten schema’s. Dit gebeurt middels assimilatie en accommodatie. Hij geeft aan dat
kinderen denken op een kwalitatief andere manier dan oudere kinderen of volwassenen. Daarnaast
stelt hij dat kinderen een actieve rol hebben in hun ontwikkeling (= zelf verkennen van de wereld).
Begrip Beschrijving Voorbeeld
Schema’s Cognitief kader of structuur (bestaande uit - Baby’s: concreet gedrag, bv zuigen | grijpen.
patronen van acties of gedachten) dat helpt bij - Jong kind: paard heft 4 benen en is groot.
organiseren en interpreteren van informatie. - Ouder kind: hoe gedraag je je in de situatie.
Organiseren Het combineren van schema’s om complexere -
schema’s te maken.
Adaptatie Het aanpassen van schema’s op de omgeving. Hoe we reageren op en ons aanpassen aan nieuwe
Het bestaat uit: assimilatie | accommodatie. informatie in de omgeving.
- Assimilatie De nieuwe ervaring wordt vervormd, zodat Kind ziet twee rijen knopen: rij 1 is korter dan rij 2.
deze in het bestaande schema past. Nieuwe - Kind ziet niet dat het aantal knopen gelijk is.
ervaringen worden geïnterpreteerd in termen - Kind ziet dat de afstand dichter op elkaar is
van huidig cognitief ontwikkelingsstadium. van rij 1: dus rij 1 is korter.
- Accommodatie Aanpassing van het schema. Veranderingen in Kind begrijpt dat de hoeveelheid knopen gelijk is,
de bestaande denkwijze, als reactie op nieuwe of ze nu dicht op elkaar of ver uit elkaar liggen
stimuli. - Conservatie van hoeveelheid.
Piaget zag de cognitieve ontwikkeling van kinderen als universaliteit en kwalitatief in vier fasen:

3

, Cognitieve fase Leeftijd Ontwikkeling van
Sensomotorisch < 2 jaar - Zintuigen | motoriek | geheugen
- Objectpermanentie (= mens of object bestaat, ook al is deze niet zichtbaar)
- Actie-reactie (= denken door te doen)
Preoperationeel 2-7 jaar - Taal | symbolisch denken, afhankelijk van waarneming op het moment
- Egocentrisch denken (= de wereld vanuit jezelf zien)
- 6-7 jaar: conservatie van het aantal elementen in een verzameling.
Concreet-operationeel 7-12 jaar - Conservatie van hoeveelheid (= kwantiteit is niet gerelateerd aan fysieke
verschijning: bol klei en pannenkoek kan uit evenveel klei bestaan)
- Reversibiliteit (= begrijpen dat je een proces in gedachten kunt omdraaien)
- Logica (= relatie tussen tijd, afstand en snelheid begrijpen)
Formeel operationeel > 12 jaar - Logisch redeneren (= verbanden zien en begrijpen)
- Abstract denken (= het denken komt los van het concrete)


Dit stadiamodel van Piaget is echter ook het grootste kritiekpunt. Vanuit deze kritiek ontstond als
reactie de informatieverwerkingstheorie. Deze identificeert op welke manieren mensen informatie
coderen, opslaan en terughalen. Het gaat in de ontwikkeling van het kind niet enkel om de kwaliteit
van denken dat verandert, maar ook om kwantitatieve verandering. Denk aan vooruitgang van onze
verwerkingssnelheid en efficiëntie. Een meer recente toevoeging is de cognitieve neurowetenschap.
Deze discipline richt zich specifiek op neurologische activiteiten ten grondslag aan denken, plannen
en organiseren. Er wordt gekeken naar de relatie tussen hersenprocessen en cognitieve activiteit.

Theoretische perspectieven: systemisch
Het systemisch perspectief kijkt naar de relatie tussen individuen en hun omgeving. Het kritiekpunt
op de theorieën is echter dat er te weinig oog is voor de biologische factoren.
Systemische theorie Beschrijving
Bio-ecologisch model Benadrukt de onderlinge samenhang tussen de verschillende invloeden op 5 niveaus:
Bronfenbrenner
- Microsysteem - Dagelijkse, directe omgeving: familie | school | vrienden | leraren.
- Mesosysteem - Relaties tussen onderdelen van microsysteem: relatie tussen ouders | leraren.
- Exosysteem - Waar je geen deel van bent, maar wel beïnvloedt: buren | media | werk ouders.
- Macrosysteem - Overkoepelende cultuur: maatschappij | overheid | politiek | onderwijs.
- Chronosysteem - Basis van de 4 andere systemen: invloed van tijd, bv gebeurtenis | pandemie.
Sociaal-culturele theorie Cognitieve ontwikkeling is het resultaat van sociale interactie tussen mensen binnen
Vygotsky een cultuur. Kinderen leren de wereld begrijpen door samenspel en interactie, zowel
met volwassenen als met andere kinderen. Wederzijdse transactie wordt benadrukt.
- Scaffolding (= ondersteuning bij leren nét boven het huidige niveau van het kind,
dat langzaam wordt afgebouwd, zodat de zelfstandigheid en groei bevordert).
- Zone van naaste ontwikkeling (= ZDP: het gebied net boven je huidige niveau).
Intergenerationele theorie Benadrukt invloeden tussen generaties, vanuit de contextuele systemische stroming.
Böszöményi-Nagy


Theoretische perspectieven: evolutionair
Het evolutionair perspectief probeert gedrag te identificeren als resultaat van de genetische erfenis
van onze voorouders, zoals jaloezie of verlegenheid. De grondlegger was Darwin. Hij beschreef het
proces van natuurlijke selectie. Later kwam Lorenz met het kijken vanuit de ethologie. Het nadeel is
echter dat er onvoldoende rekening gehouden wordt met omgevingsfactoren. Tegenwoordig is er
met epigenetica en gedragsgenetica veel ontwikkeling gaande. Meerdere ziektebeelden zijn hiermee
in verband gebracht, zoals Alzheimer | kanker | obesitas.
- Natuurlijke selectie Organismen die beter aanpassen, hebben meer kans op overlevende nakomeling.
- Ethologie Wetenschap die kijkt naar de invloed van biologische kenmerken op gedrag.
- Epigenetica Bij epigenetische veranderingen verandert de manier waarop een gen zich uit – bv
door roken of stress – zonder dat de code verandert.
- Gedragsgenetica Belangrijk deelgebied van epigenetica: effecten van erfelijkheid op gedrag.
Theoretische perspectieven: overzicht

4

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
15 octobre 2025
Nombre de pages
33
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

€12,98
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
hva99 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
590
Membre depuis
7 année
Nombre de followers
325
Documents
74
Dernière vente
7 heures de cela

4,1

87 revues

5
33
4
34
3
18
2
2
1
0

Documents populaires

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions