ZIEKTELEER LUMBALE WERVELKOLOM
ACADEMIEJAAR ’24-’25, PROF RUMMENS S. MEREL VERHEYDEN
INLEIDING LES 1
Lage rugpijn
- = Symptoom (≠ aandoening/pathologie)
- Pijn en/of dysfunctie thv lumbosacrale wervelkolom (inclusief SIG)
- gelokaliseerd onder de costale grens (ribben) en boven de onderste gluteale plooien
- al dan niet geassocieerd met pijn en/of dysfunctie thv de onderste ledematen
Van de mensen dat LRP hebben :
- 10% Radiculopathie (zenuwwortel probleem)
- <1% Ernstige oorzaken (tumor, fractuur, infectie, inflammatie) zeer zeldzaam
- 90% niet specifieke LRP : Specifieke nociceptieve bron meestal niet met zekerheid te bepalen
Verschillende andere factoren liggen aan de basis
- psychologisch, sociaal, biofysisch
- Comorbiditeiten
- pijn(processing)mechanismen
hebben impact op pijn(ervaring) en geassocieerde beperkingen
EPIDEMIOLOGIE
- Lage rugpijn is de grootste oorzaak voor revalidatie programma op te starten
- Life time prevalentie > 70%
- prevalentie hoger met de leeftijd
- Vrouwen > mannen
- Chronische LRP : 5-23%
Socio-economisch
- Hoge impact op patiënt maar ook op maatschappij
- Directe kost : medisch, arts, beeldvorming, revalidatie, medicatie
- Indirect : arbeidsongeschiktheid, ziekte-uitkering
OORZAKEN
Mechanisch = klachten gebonden aan beweging of houding (en pijn neemt af in rust)
• Spinaal - Specifiek
o Radiculaire compressie: discushernia, stenose (incl. cauda equina)
o Fractuur
o Structurele houdingsafwijking: scoliose, kyfose
o Groei gerelateerde aandoening: Scheuermann, spondylolyse
• Spinaal - Niet – specifiek
o Discogeen
o Facettair
o Musculoligamentair
o 90% van de LRP patiënten zit in deze groep
,Niet mechanisch = klachten dat niet gebonden zijn aan beweging of houding
• Spinaal
o Inflammatie: spondylarthropathie
o Infectie: discitis, osteomyelitis
o Tumor
• Niet spinaal (gerefereerde pijn naar de lage rug)
o Gastro-intestinaal: lever-, pancreasproblemen, …
o Urogenitaal: nierstenen, blaasinfectie, …
o Vasculair: rupturerend aorta-aneurysma, …
Differentiatie ifv leeftijd
• Volwassenen : 18-55 jaar: 90% niet specifieke mechanische LRP
• Ouderen : >55 jaar: proportie van specifiek probleem is groter tov volwassenen
• Kinderen < 18 jaar: proportie van specifiek probleem is groter tov volwassenen
DIAGNOSTISCH CONCEPT
STAP 1 : DETECTIE VAN RODE VLAGGEN <1%
• Systematische screening naar aanduidingen voor ernstige specifieke pathologie
o Fractuur
o Cauda equina syndroom
o Inflammatoire aandoening
o Infectie
o Tumor
o Niet-spinale pathologie
STAP 2 : DETECTIE VAN RADICULOPATHIE/RADICULAIRE PIJN 10%
• Tintelingen, hyporeflexie of krachtsverlies in onderste ledematen?
• Pijn in onderste ledematen?
o Radiculaire pijn:
▪ Verwikkeld/gecompliceerd
▪ Onverwikkeld/ongecompliceerd
o Gerefereerde pijn
STAP 3 : NIET – SPECIFIEKE LRP 90%
• Differentiatie: je kan proberen differentiëren maar je kan dit niet met zekerheid zeggen
o Afhankelijk van klinisch beeld
▪ Discus
▪ Facetgewrichten
▪ Andere
o Afhankelijk van de duur van de klachten
▪ Acute LRP: < 6 weken
▪ Subacute LRP: 6 - 12 weken
▪ Chronische LRP: > 12 weken
STAP 4 : DETECTIE VAN RISICOFACTOREN VOOR CHRONICITEIT
Pijngerelateerde factoren Psychosociale factoren (“vlaggen”)
o Duur van klachten o Verwachtingen
o Pijnintensiteit o Angst, depressie
o Functionele beperkingen o Werk
,Natuurlijk verloop
• Voor specifieke LRP is er een eigen prognose en eigen verloop
• Voor niet specifieke LRP
o Meestal gunstig verloop
o Grote kans op recidief
o 10-15% wordt chronisch
o Na eerste episode
▪ 50% spontaan beter na 2 weken
▪ 25% nog LRP na 6 weken
▪ 12.5% LRP na 12 weken
▪ In acute fase, eerste 6 weken vaak spontaan herstel, initieel goede prognose dus behandeling niet
heel belangrijk
▪ na 6 weken nog klachten dan is er een adequate behandeling nodig om te vermijden dat het
chronisch wordt (idem bij recidive klachten)
▪ chronische groep is verantwoordelijk voor de grote maatschappelijke impact
o Na recidieve periode
▪ prognose minder gunstig
▪ kan op chronische LRP veel hoger na 6 en 12 weken aanhoudende klachten
▪ Hier is het aan de orde om sneller aan de slag te gaan en niet te wachten op het natuurlijk
beloop
THERAPEUTISCH CONCEPT
• RODE VLAG Specifiek zorgtraject ifv onderliggende aandoening
• RADICULOPAHTIE
o Indien ernstig/verwikkeld traject van rode vlag volgen
o Indien niet ernstig/verwikkeld traject niet Specifieke LRP volgen
• NIET – SPECIFIEKE LRP
o Afhankelijk van acuut of chronisch
o Risicofactoren voor chroniciteit
o Geruststellen en voorlichten
o Verbetering comfort
o Actieve aanpak
ANAMNESE EN KLINISCH ONDERZOEK
• Leeftijd, geslacht
• Huidig probleem
• Pijn
o Lokalisatie: lage rug, OL, andere regio’s, relatie tussen regio’s
o Aard: stekend, zeurend, schietend, doffe, brandend, …
o Intensiteit: VAS/NRS
o Onset: wanneer, hoe (plots of gradueel, spontaan of oorzaak)
o Verloop: continu, variatie?, kortdurende/langdurige ochtendstijfheid/pijn (mechanisch vs inflammatoir), startpijn
o Nachtelijk: in/doorslapen, houdingsafhankelijk, wakker in vroege ochtend en moeten opstaan
o Houding/Beweging: uitlokkende/verbeterende factoren, zitten, staan, stappen, heffen, buigen, …
o HNP
• andere klachten
o Neurologisch:
▪ Krachtsverlies: zwakte, doorzakkingsgevoel
▪ Gevoelsstoornissen: paresthesieën, voosheid, hypo/anesthesie
o Continentiestoornissen: retentie, incontinentie, ander gevoel,
o Gangmoeilijkheden
o Algemeen: Onwelzijn, koorts, gewichtsverlies, …
• onderzoeken/behandeling
, • Vroegere klachten
o Gelijkaardig?
o Verloop?
• Persoonlijke en familiale voorgeschiedenis
o Gekende ziektes bij patiënt en familie
o Operaties
o Medicatie
• Sociale context
o Werk
o Hobby’s
o Familiale situatie
• Vragenlijsten
o ODI: functionaliteit
o Start Back/Örebro: risico op chroniciteit
o FABQ: fear avoidance
o PCS: pain catastrophizing
o TSK: kinesiofobie
KLINISCH ONDERZOEK
• Inspectie
o Globaal : algemene indruk (hoe beweegt pt, spierconfiguratie)
o houding WK (lordose, kyfose, dwangstand, structureel vs functioneel) en bekkenstand (uni vs
bipodaal)
o gang (hiel/teen, steunname, hulpmiddelen)
• Mobiliteit
o ante/retro/lateroflexie
o Globaal/actief
o Segmenteel
• Neurodynamische provocatietesten
o SLR: durale/radiculaire prikkeling L4-5, S1, S2, n.ischiadicus + bragard/hoofdflexie
o Slump: in zit met doorzakken en hoofd in flexie
o FNS: L3, n.femoralis
• Neurologisch onderzoek
o Kracht
o Sensibiliteit
o Reflexen
• Palpatie
ACADEMIEJAAR ’24-’25, PROF RUMMENS S. MEREL VERHEYDEN
INLEIDING LES 1
Lage rugpijn
- = Symptoom (≠ aandoening/pathologie)
- Pijn en/of dysfunctie thv lumbosacrale wervelkolom (inclusief SIG)
- gelokaliseerd onder de costale grens (ribben) en boven de onderste gluteale plooien
- al dan niet geassocieerd met pijn en/of dysfunctie thv de onderste ledematen
Van de mensen dat LRP hebben :
- 10% Radiculopathie (zenuwwortel probleem)
- <1% Ernstige oorzaken (tumor, fractuur, infectie, inflammatie) zeer zeldzaam
- 90% niet specifieke LRP : Specifieke nociceptieve bron meestal niet met zekerheid te bepalen
Verschillende andere factoren liggen aan de basis
- psychologisch, sociaal, biofysisch
- Comorbiditeiten
- pijn(processing)mechanismen
hebben impact op pijn(ervaring) en geassocieerde beperkingen
EPIDEMIOLOGIE
- Lage rugpijn is de grootste oorzaak voor revalidatie programma op te starten
- Life time prevalentie > 70%
- prevalentie hoger met de leeftijd
- Vrouwen > mannen
- Chronische LRP : 5-23%
Socio-economisch
- Hoge impact op patiënt maar ook op maatschappij
- Directe kost : medisch, arts, beeldvorming, revalidatie, medicatie
- Indirect : arbeidsongeschiktheid, ziekte-uitkering
OORZAKEN
Mechanisch = klachten gebonden aan beweging of houding (en pijn neemt af in rust)
• Spinaal - Specifiek
o Radiculaire compressie: discushernia, stenose (incl. cauda equina)
o Fractuur
o Structurele houdingsafwijking: scoliose, kyfose
o Groei gerelateerde aandoening: Scheuermann, spondylolyse
• Spinaal - Niet – specifiek
o Discogeen
o Facettair
o Musculoligamentair
o 90% van de LRP patiënten zit in deze groep
,Niet mechanisch = klachten dat niet gebonden zijn aan beweging of houding
• Spinaal
o Inflammatie: spondylarthropathie
o Infectie: discitis, osteomyelitis
o Tumor
• Niet spinaal (gerefereerde pijn naar de lage rug)
o Gastro-intestinaal: lever-, pancreasproblemen, …
o Urogenitaal: nierstenen, blaasinfectie, …
o Vasculair: rupturerend aorta-aneurysma, …
Differentiatie ifv leeftijd
• Volwassenen : 18-55 jaar: 90% niet specifieke mechanische LRP
• Ouderen : >55 jaar: proportie van specifiek probleem is groter tov volwassenen
• Kinderen < 18 jaar: proportie van specifiek probleem is groter tov volwassenen
DIAGNOSTISCH CONCEPT
STAP 1 : DETECTIE VAN RODE VLAGGEN <1%
• Systematische screening naar aanduidingen voor ernstige specifieke pathologie
o Fractuur
o Cauda equina syndroom
o Inflammatoire aandoening
o Infectie
o Tumor
o Niet-spinale pathologie
STAP 2 : DETECTIE VAN RADICULOPATHIE/RADICULAIRE PIJN 10%
• Tintelingen, hyporeflexie of krachtsverlies in onderste ledematen?
• Pijn in onderste ledematen?
o Radiculaire pijn:
▪ Verwikkeld/gecompliceerd
▪ Onverwikkeld/ongecompliceerd
o Gerefereerde pijn
STAP 3 : NIET – SPECIFIEKE LRP 90%
• Differentiatie: je kan proberen differentiëren maar je kan dit niet met zekerheid zeggen
o Afhankelijk van klinisch beeld
▪ Discus
▪ Facetgewrichten
▪ Andere
o Afhankelijk van de duur van de klachten
▪ Acute LRP: < 6 weken
▪ Subacute LRP: 6 - 12 weken
▪ Chronische LRP: > 12 weken
STAP 4 : DETECTIE VAN RISICOFACTOREN VOOR CHRONICITEIT
Pijngerelateerde factoren Psychosociale factoren (“vlaggen”)
o Duur van klachten o Verwachtingen
o Pijnintensiteit o Angst, depressie
o Functionele beperkingen o Werk
,Natuurlijk verloop
• Voor specifieke LRP is er een eigen prognose en eigen verloop
• Voor niet specifieke LRP
o Meestal gunstig verloop
o Grote kans op recidief
o 10-15% wordt chronisch
o Na eerste episode
▪ 50% spontaan beter na 2 weken
▪ 25% nog LRP na 6 weken
▪ 12.5% LRP na 12 weken
▪ In acute fase, eerste 6 weken vaak spontaan herstel, initieel goede prognose dus behandeling niet
heel belangrijk
▪ na 6 weken nog klachten dan is er een adequate behandeling nodig om te vermijden dat het
chronisch wordt (idem bij recidive klachten)
▪ chronische groep is verantwoordelijk voor de grote maatschappelijke impact
o Na recidieve periode
▪ prognose minder gunstig
▪ kan op chronische LRP veel hoger na 6 en 12 weken aanhoudende klachten
▪ Hier is het aan de orde om sneller aan de slag te gaan en niet te wachten op het natuurlijk
beloop
THERAPEUTISCH CONCEPT
• RODE VLAG Specifiek zorgtraject ifv onderliggende aandoening
• RADICULOPAHTIE
o Indien ernstig/verwikkeld traject van rode vlag volgen
o Indien niet ernstig/verwikkeld traject niet Specifieke LRP volgen
• NIET – SPECIFIEKE LRP
o Afhankelijk van acuut of chronisch
o Risicofactoren voor chroniciteit
o Geruststellen en voorlichten
o Verbetering comfort
o Actieve aanpak
ANAMNESE EN KLINISCH ONDERZOEK
• Leeftijd, geslacht
• Huidig probleem
• Pijn
o Lokalisatie: lage rug, OL, andere regio’s, relatie tussen regio’s
o Aard: stekend, zeurend, schietend, doffe, brandend, …
o Intensiteit: VAS/NRS
o Onset: wanneer, hoe (plots of gradueel, spontaan of oorzaak)
o Verloop: continu, variatie?, kortdurende/langdurige ochtendstijfheid/pijn (mechanisch vs inflammatoir), startpijn
o Nachtelijk: in/doorslapen, houdingsafhankelijk, wakker in vroege ochtend en moeten opstaan
o Houding/Beweging: uitlokkende/verbeterende factoren, zitten, staan, stappen, heffen, buigen, …
o HNP
• andere klachten
o Neurologisch:
▪ Krachtsverlies: zwakte, doorzakkingsgevoel
▪ Gevoelsstoornissen: paresthesieën, voosheid, hypo/anesthesie
o Continentiestoornissen: retentie, incontinentie, ander gevoel,
o Gangmoeilijkheden
o Algemeen: Onwelzijn, koorts, gewichtsverlies, …
• onderzoeken/behandeling
, • Vroegere klachten
o Gelijkaardig?
o Verloop?
• Persoonlijke en familiale voorgeschiedenis
o Gekende ziektes bij patiënt en familie
o Operaties
o Medicatie
• Sociale context
o Werk
o Hobby’s
o Familiale situatie
• Vragenlijsten
o ODI: functionaliteit
o Start Back/Örebro: risico op chroniciteit
o FABQ: fear avoidance
o PCS: pain catastrophizing
o TSK: kinesiofobie
KLINISCH ONDERZOEK
• Inspectie
o Globaal : algemene indruk (hoe beweegt pt, spierconfiguratie)
o houding WK (lordose, kyfose, dwangstand, structureel vs functioneel) en bekkenstand (uni vs
bipodaal)
o gang (hiel/teen, steunname, hulpmiddelen)
• Mobiliteit
o ante/retro/lateroflexie
o Globaal/actief
o Segmenteel
• Neurodynamische provocatietesten
o SLR: durale/radiculaire prikkeling L4-5, S1, S2, n.ischiadicus + bragard/hoofdflexie
o Slump: in zit met doorzakken en hoofd in flexie
o FNS: L3, n.femoralis
• Neurologisch onderzoek
o Kracht
o Sensibiliteit
o Reflexen
• Palpatie