SAMENVATTING
HOOFSTUK 5
NATIONAAL BESTUUR HET RIJK
In plaats van ministeries (rijkoverheid, rijksdienst of rijk) – gesproken over departementen van
algemeen bestuur (aangelegenheden behartigen die Nederland in zijn geheel aangaan.
Voorheen had Nederland een federale structuur. Bestond uit semiautonome provincies, die niet bereid
waren hun soevereiniteit in te leveren.
De instelling, samenvoeging of opheffing van ministeries is een politieke aangelegenheid en hoeft niet
in wetgeving te worden vastgesteld. De grondwet bepaald dat ministeries worden ingesteld bij
koninklijk besluit. Eerste ministeries zijn vooral ingesteld voor de uitvoering van klassieke
overheidstaken, zoals financiën, justitie, openbare orde veiligheid en landsverdeling.
Eerste ministeries van de 19e eeuw:
Binnenlandse Zaken
Buitenlandse Zaken
Justitie
Financiën
Koloniën
Oorlog
Marine
Protestantsche Eeredienst
Katholieke Eeredienst
Anno 2022
Ministerie van Algemene Zaken
Ministerie van Binnenlandse Zaken en koninklijke relaties
Ministerie van Buitenlandse Zaken
Ministerie van Financiën
Ministerie van Defensie
Ministerie van Economische Zaken Klimaat
Ministerie van Infrastructuur en waterstaat
Ministerie van Justitie en Veiligheid
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Ministerie van Onderwijs, cultuur en wetenschap
Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid
Ministerie van Volksgezondheid, sport en welzijn
- Er kunnen meer ministers zijn dan ministeries
- Projectministers (ministers zonder portefeuille 8 in Kabinet Rutte IV)
- Minister van Armoedebeleid, participatie en pensioen – Minister buitenlandse handel en
Ontwikkelingssamenwerking – Minister klimaat en energie – Minister langdurig zorg en sport
– Minister natuur en stikstof – Minister primair voortgezet onderwijs – Minister voor
rechtsbescherming -Minister Volkshuisvesting en ruimtelijke ordenning
Interne opbouw van een ministerie 5.2
,Primaat ligt duidelijk bij het Rijk maar burgemeester hebben ook verantwoordelijkheden en
bevoegdheden op het gebied van orde en veiligheid. EU sterke gebonden regelgeving vooral op het
gebied van financieel-economisch terrein.
Verzorgingsstaat ontstond, met een uitgebreid stelsel van verzekeringen, uitkeringen en
voorzieningen. Sluitstuk van deze periode was de grondwetswijziging van 1983. Sindsdien zijn in de
grondwet naast de klassieke grondrechten (zoals vrijheid van vereniging en vergadering) de
zogenoemde sociale grondrechten opgenomen. Zo dient de overheid te zorgen voor de
bestaanszekerheid van de bevolking, treft de overheid maatregelen om de volksgezondheid te
bevorderen en schept ze voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en
vrijetijdsbesteding. De financiële onbeheersbaarheid van veel regelingen, burgers en de toenemende
bureaucratie noopten bestuurder tot een koerswijziging, die in essentie neerkomt op een grote
verantwoordelijkheid van burgers voor hun welzijn en van particuliere organisaties voor
voorzieningen. Nederland verzorgingsstaat -> Voorwaardenscheppende staat. Die overgang uit zich
onder andere in de privatisering van allerlei taken en bedrijven (zoals het loodswezen en PTT),
deregulering (o.a. bij volkshuisvesting), decentralisatie (sociale domein) en verzelfstandiging van
overheidsdiensten in de vorm van agentschappen en zelfstandige bestuursorganen. Daardoor is de
bemoeienis van het Rijk zeker op beleidsterreinen als volkshuisvesting en welzijn enorm verminderd.
Beleid is nu in sterke mate het resultaat van de inspanningen van verschillende overheidslagen
(multilevel governance) en van samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven (public, private
partnership) Door kritiek huidige kabinet nu weer regie naar zich toe met onder andere projectminister
en via de nieuwe omgevingswet
Totaal aantal rijksambtenaren blijft tamelijk stabiel. Volgens de jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk.
Dit wil zeggen weergegeven in volledige arbeidsplaatsen. Dit is exclusief de ambtenaren van miniserie
van Defensie en de zelfstandige bestuursorganen.
Interne opbouw van een ministerie 5.3
Ambtenaren (werken voor ministeries) houden zich bezig met voorbereiding van wetvoorstellen,
beleidsnota’s en antwoorden op Kamervragen, onderzoek, advisering en overleg met andere
ministeries, overheden en maatschappelijke organisaties.
Leiding van de ministeries is van een minister en meestal een staatssecretaris, de ambtelijke leiding
ligt bij de secretaris – generaal (sg). Vormt verbindingsschakel tussen de politieke leiding en
ambtelijk apparaat. Hij voert het beleid adequaat voorbereid en uitvoert. Wordt bijgestaan door een
(psg) plaats vervangend secretaris-generaal. Die is verantwoordelijk voor de interne bedrijfsvoering
van het ministerie. Ambtelijke en politieke leiding worden inhoudelijk ondersteund door het bureau
secretaris – generaal (bsg), dat zorgt voor samenhang in de beleidsvorming binnen het ministerie ->
intradepartementale coördinatie. (Afstemming van beleidsontwikkeling met andere ministeries)
Bureau secretaris – generaal (sleutelpositie van het ministerie)
- Parlementaire aangelegenheden behandelen
- Secretariaat van algemene stafvergadering voeren
- Behandeling van ministerraadstukken coördineren
Hoofdonderdelen die zich bezighouden met beleidsontwikkeling wordt directoraten – generaal (dg)
genoemd. Houden zich bezig met bepaalde beleidssector. -> Rechtspleging en Rechtshandhaving
(justitie en veiligheid) Europese samenwerking (buitenlandse zaken) Fiscale zaken (Financiën). Wordt
gestuurd door directeur – generaal en valt uiteen in directies – afdelingen en bureaus. Sterke positie ->
gebrek aan eenheid, alleen aandacht tot hun beleidsterrein -> verkokering.
, Elke ministerie kent naast de beleidsafdelingen en ondersteunende afdelingen diensten, instellingen en
overleg – en adviesorganen. VB- > Gezondheidsraad en de Raad voor cultuur. De minister
/staatssecretaris (bewindspersoon) blijft verantwoordelijk ook voor agentschappen.
Agentschappen – uitvoerend onderdeel van een ministerie dat intern verzelfstandigd is. Heeft eigen
resultaatgericht sturingsmodel en financiële administratie. 3 partijen betrokken bij een agentschap: de
eigenaar (die toezicht houdt op het functioneren van een agentschap, de opdrachtgever en de
opdrachtnemer. De eigenaar is de (sg) opdrachtgever is de (beleidsdirectie) en het agentschap zelf is
de opdrachtnemer. Rijkswaterstaat is een van de 29 agentschappen.
Het interdepartementaal systeem en de interdepartementale coördinatie 5.5
Belangrijkste commissies: commissie- Van Veen, de Ministeriële commissie interdepartementale
taakverdeling en Coordinatie, de Commissie hoofdstructuur en Rijksdienst, de Adviescommissie
Rijksdienst, de Commissie – Wiegel. Speciale commissie regeringscommissie voor de rijksdienst,
Tjeenk Willink (1982-1986) ook (sg) heeft zich hiermee beziggehouden.
Onder leiding van een speciale programma – secretaris- generaal het programma vernieuwing
Rijksdienst is in gang gezet om de verkokering en het aantal ambtenaren te verminderen (2011
gestopt) – onderdelen van dit programma, de concentratie van de huisvesting en dienstverlening,
bundeling van ICT – voorzieningen en clustering van uitvoerings- en toezichtactiviteiten. Wilde graag
een goedkopere en flexibelere rijksdienst realiseren.
Ook werd er een speciaal bewindspersoon benoemd, minister van wonen en rijksdienst, om leiding te
geven aan de vergroting van de doelmatigheid en slagvaardigheid van de rijksoverheid. Kabinet Rutte
III richtte zich vooral op digitalisering, openheid en transparantie van de overheid.
De voorstellen, adviezen en maatregelen hebben de communicatie- en afstemmingsproblemen binnen
de rijksdienst tot nu toe niet weggenomen. Wel interdepartementale coördinatiestructuren en
instrumenten ontwikkeld. Voor de politieke coördinatie zijn dat:
De minister-president
De ministerraad
Onderraden uit de ministerraad en ministeriele overleggen
Coördineerde bewindspersonen
De minister-president is (formeel sinds de grondwet 1983) de voorzitter van de ministerraad.
Ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemene regeringsbeleid en bevordert de eenheid.
Ministerraad kan onderraden instellen, waar meest betrokken ministers onderdeel van zijn.
Onderraden zijn subcommissies van de ministerraad, ter voorbereiding van de besluitvorming.
Ambtelijke coördinatie
Ambtelijke voorportalen
Overige interdeparmentale commissies
Interdeparmentale project- en programmaorganisaties
Procesorganisaties
Inspectie Rijksfinanciën en Auditdienst. Het ambtelijk voorportaal stelt na mondelinge - of in uitzonderingsgevallen
schriftelijke - behandeling van de ontwerpregeling een advies op aan de verantwoordelijke c.q. coördinerende
bewindspersoon
Internationale afstemming beleid. Regelgeving van de EU is richtinggevend. Ministers meer
uitvoerder en controleur. Monetair beleid en begrotingsbeleid strikte voorwaarden gebonden.
De Nationale politie
HOOFSTUK 5
NATIONAAL BESTUUR HET RIJK
In plaats van ministeries (rijkoverheid, rijksdienst of rijk) – gesproken over departementen van
algemeen bestuur (aangelegenheden behartigen die Nederland in zijn geheel aangaan.
Voorheen had Nederland een federale structuur. Bestond uit semiautonome provincies, die niet bereid
waren hun soevereiniteit in te leveren.
De instelling, samenvoeging of opheffing van ministeries is een politieke aangelegenheid en hoeft niet
in wetgeving te worden vastgesteld. De grondwet bepaald dat ministeries worden ingesteld bij
koninklijk besluit. Eerste ministeries zijn vooral ingesteld voor de uitvoering van klassieke
overheidstaken, zoals financiën, justitie, openbare orde veiligheid en landsverdeling.
Eerste ministeries van de 19e eeuw:
Binnenlandse Zaken
Buitenlandse Zaken
Justitie
Financiën
Koloniën
Oorlog
Marine
Protestantsche Eeredienst
Katholieke Eeredienst
Anno 2022
Ministerie van Algemene Zaken
Ministerie van Binnenlandse Zaken en koninklijke relaties
Ministerie van Buitenlandse Zaken
Ministerie van Financiën
Ministerie van Defensie
Ministerie van Economische Zaken Klimaat
Ministerie van Infrastructuur en waterstaat
Ministerie van Justitie en Veiligheid
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Ministerie van Onderwijs, cultuur en wetenschap
Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid
Ministerie van Volksgezondheid, sport en welzijn
- Er kunnen meer ministers zijn dan ministeries
- Projectministers (ministers zonder portefeuille 8 in Kabinet Rutte IV)
- Minister van Armoedebeleid, participatie en pensioen – Minister buitenlandse handel en
Ontwikkelingssamenwerking – Minister klimaat en energie – Minister langdurig zorg en sport
– Minister natuur en stikstof – Minister primair voortgezet onderwijs – Minister voor
rechtsbescherming -Minister Volkshuisvesting en ruimtelijke ordenning
Interne opbouw van een ministerie 5.2
,Primaat ligt duidelijk bij het Rijk maar burgemeester hebben ook verantwoordelijkheden en
bevoegdheden op het gebied van orde en veiligheid. EU sterke gebonden regelgeving vooral op het
gebied van financieel-economisch terrein.
Verzorgingsstaat ontstond, met een uitgebreid stelsel van verzekeringen, uitkeringen en
voorzieningen. Sluitstuk van deze periode was de grondwetswijziging van 1983. Sindsdien zijn in de
grondwet naast de klassieke grondrechten (zoals vrijheid van vereniging en vergadering) de
zogenoemde sociale grondrechten opgenomen. Zo dient de overheid te zorgen voor de
bestaanszekerheid van de bevolking, treft de overheid maatregelen om de volksgezondheid te
bevorderen en schept ze voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en
vrijetijdsbesteding. De financiële onbeheersbaarheid van veel regelingen, burgers en de toenemende
bureaucratie noopten bestuurder tot een koerswijziging, die in essentie neerkomt op een grote
verantwoordelijkheid van burgers voor hun welzijn en van particuliere organisaties voor
voorzieningen. Nederland verzorgingsstaat -> Voorwaardenscheppende staat. Die overgang uit zich
onder andere in de privatisering van allerlei taken en bedrijven (zoals het loodswezen en PTT),
deregulering (o.a. bij volkshuisvesting), decentralisatie (sociale domein) en verzelfstandiging van
overheidsdiensten in de vorm van agentschappen en zelfstandige bestuursorganen. Daardoor is de
bemoeienis van het Rijk zeker op beleidsterreinen als volkshuisvesting en welzijn enorm verminderd.
Beleid is nu in sterke mate het resultaat van de inspanningen van verschillende overheidslagen
(multilevel governance) en van samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven (public, private
partnership) Door kritiek huidige kabinet nu weer regie naar zich toe met onder andere projectminister
en via de nieuwe omgevingswet
Totaal aantal rijksambtenaren blijft tamelijk stabiel. Volgens de jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk.
Dit wil zeggen weergegeven in volledige arbeidsplaatsen. Dit is exclusief de ambtenaren van miniserie
van Defensie en de zelfstandige bestuursorganen.
Interne opbouw van een ministerie 5.3
Ambtenaren (werken voor ministeries) houden zich bezig met voorbereiding van wetvoorstellen,
beleidsnota’s en antwoorden op Kamervragen, onderzoek, advisering en overleg met andere
ministeries, overheden en maatschappelijke organisaties.
Leiding van de ministeries is van een minister en meestal een staatssecretaris, de ambtelijke leiding
ligt bij de secretaris – generaal (sg). Vormt verbindingsschakel tussen de politieke leiding en
ambtelijk apparaat. Hij voert het beleid adequaat voorbereid en uitvoert. Wordt bijgestaan door een
(psg) plaats vervangend secretaris-generaal. Die is verantwoordelijk voor de interne bedrijfsvoering
van het ministerie. Ambtelijke en politieke leiding worden inhoudelijk ondersteund door het bureau
secretaris – generaal (bsg), dat zorgt voor samenhang in de beleidsvorming binnen het ministerie ->
intradepartementale coördinatie. (Afstemming van beleidsontwikkeling met andere ministeries)
Bureau secretaris – generaal (sleutelpositie van het ministerie)
- Parlementaire aangelegenheden behandelen
- Secretariaat van algemene stafvergadering voeren
- Behandeling van ministerraadstukken coördineren
Hoofdonderdelen die zich bezighouden met beleidsontwikkeling wordt directoraten – generaal (dg)
genoemd. Houden zich bezig met bepaalde beleidssector. -> Rechtspleging en Rechtshandhaving
(justitie en veiligheid) Europese samenwerking (buitenlandse zaken) Fiscale zaken (Financiën). Wordt
gestuurd door directeur – generaal en valt uiteen in directies – afdelingen en bureaus. Sterke positie ->
gebrek aan eenheid, alleen aandacht tot hun beleidsterrein -> verkokering.
, Elke ministerie kent naast de beleidsafdelingen en ondersteunende afdelingen diensten, instellingen en
overleg – en adviesorganen. VB- > Gezondheidsraad en de Raad voor cultuur. De minister
/staatssecretaris (bewindspersoon) blijft verantwoordelijk ook voor agentschappen.
Agentschappen – uitvoerend onderdeel van een ministerie dat intern verzelfstandigd is. Heeft eigen
resultaatgericht sturingsmodel en financiële administratie. 3 partijen betrokken bij een agentschap: de
eigenaar (die toezicht houdt op het functioneren van een agentschap, de opdrachtgever en de
opdrachtnemer. De eigenaar is de (sg) opdrachtgever is de (beleidsdirectie) en het agentschap zelf is
de opdrachtnemer. Rijkswaterstaat is een van de 29 agentschappen.
Het interdepartementaal systeem en de interdepartementale coördinatie 5.5
Belangrijkste commissies: commissie- Van Veen, de Ministeriële commissie interdepartementale
taakverdeling en Coordinatie, de Commissie hoofdstructuur en Rijksdienst, de Adviescommissie
Rijksdienst, de Commissie – Wiegel. Speciale commissie regeringscommissie voor de rijksdienst,
Tjeenk Willink (1982-1986) ook (sg) heeft zich hiermee beziggehouden.
Onder leiding van een speciale programma – secretaris- generaal het programma vernieuwing
Rijksdienst is in gang gezet om de verkokering en het aantal ambtenaren te verminderen (2011
gestopt) – onderdelen van dit programma, de concentratie van de huisvesting en dienstverlening,
bundeling van ICT – voorzieningen en clustering van uitvoerings- en toezichtactiviteiten. Wilde graag
een goedkopere en flexibelere rijksdienst realiseren.
Ook werd er een speciaal bewindspersoon benoemd, minister van wonen en rijksdienst, om leiding te
geven aan de vergroting van de doelmatigheid en slagvaardigheid van de rijksoverheid. Kabinet Rutte
III richtte zich vooral op digitalisering, openheid en transparantie van de overheid.
De voorstellen, adviezen en maatregelen hebben de communicatie- en afstemmingsproblemen binnen
de rijksdienst tot nu toe niet weggenomen. Wel interdepartementale coördinatiestructuren en
instrumenten ontwikkeld. Voor de politieke coördinatie zijn dat:
De minister-president
De ministerraad
Onderraden uit de ministerraad en ministeriele overleggen
Coördineerde bewindspersonen
De minister-president is (formeel sinds de grondwet 1983) de voorzitter van de ministerraad.
Ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemene regeringsbeleid en bevordert de eenheid.
Ministerraad kan onderraden instellen, waar meest betrokken ministers onderdeel van zijn.
Onderraden zijn subcommissies van de ministerraad, ter voorbereiding van de besluitvorming.
Ambtelijke coördinatie
Ambtelijke voorportalen
Overige interdeparmentale commissies
Interdeparmentale project- en programmaorganisaties
Procesorganisaties
Inspectie Rijksfinanciën en Auditdienst. Het ambtelijk voorportaal stelt na mondelinge - of in uitzonderingsgevallen
schriftelijke - behandeling van de ontwerpregeling een advies op aan de verantwoordelijke c.q. coördinerende
bewindspersoon
Internationale afstemming beleid. Regelgeving van de EU is richtinggevend. Ministers meer
uitvoerder en controleur. Monetair beleid en begrotingsbeleid strikte voorwaarden gebonden.
De Nationale politie