WERKVELDVERKENNING
SOCIAAL CULTUUREEL VOLWASSENENWERK
HISTORIEK
19 D E EEUW
- Industriële revolutie
- Welvaart en rijkdom voor burgerij, armoede bij arbeidersklasse
- Burgerij had stemrecht (cijnskiesrecht)
- Plattelandsvlucht naar steden ontstaan arbeidersklasse
VOLKSOPVOEDING OF VOLKSVERHEFFING
= wilt werking ontwikkelen waardoor mensen toegang krijgen tot
cultuur in de brede betekenis van het woord (literatuur, koren,
toneelkringen)
Midden 19de eeuw hadden burgers weinig toegang tot onderwijs en
cultuur
Staan in voor de eerste vormen van democratisering van cultuur
(verdienste vooral in oprichten volksbibliotheken, voorlopers openbare
bibliotheken)
1851: Willemfonds (Gent)
= pioniersbeweging binnen het sociaal- cultureel volwassenenwerk
= stond voor Vlaamse ontvoogding en belang van geletterdheid
- Bibliotheken opgericht
- Voerde pleidooi voor Vlaamse cultuur binnen een sterke natiestaat België
(Frans was toen nog dominante, officiële taal)
- Impliceerde versterking van de nationale identiteit ( naoorlogse
Vlaamse beweging)
1975: Het Davidsfonds (Leuven)
= antwoord vanuit katholieke hoek
- Motto = ‘Voor godsdienst taal en volk’
- Jean Baptiste = eerste redacteur van het Nederlandstalig woordenboek +
organiseerde Davidsfonds in teken van Vlaamse ontvoogding en
geletterdheid
COÖPERATIE VOORUIT
1881 Coöperatie Vooruit
, - Coöperatie= een door mensen gedreven onderneming die ernaar streven
te voorzien in de gemeenschappelijke behoeften van haar leden en/of de
behoeften van haar gemeenschap in plaats van te streven naar
winstmaximalisatie
- Gedachtengoed binnen socialisme
1913 oprichting feestpaleis Vooruit, nu kunstcentrum
AMATEURKUNSTEN EN VOLKSONTWIKKELINGSWERK
= nadruk op culturele ontwikkeling van het volk en de expressie van creativiteit
1884: Toynbee Hall (opgericht in Londen)
= pionierswerk op vlak van volksontwikkeling, vormde wereldwijd een inspiratie
voor later buurtopbouwwerk en volksscholen
1889: Hull House
- opgericht door Jane Addams en Ellen Gates Starr
- focus op sociale en culturele ontplooiing en ontvoogding
- Brachten armoede en sociale ongelijkheid in kaart met behulp van
primitieve mapping methoden
- Invloed op latere Chicago school (sociologie- onderzoek)
TWEEDE GOLF SOCIAAL CULTURELE ORGANISATIES
- Verzuiling is gebonden aan ideologie en maatschappelijke posities
- Organisaties die in deze periode ontstaan zorgen voor structurering massa
+ ontstaan maatschappelijk middenveld
BESLUIT
Uitbouw sociaal-cultureel werk werd gekenmerkt door:
- Spanning tussen politiek van cultuurspreiding
- Politiek van culturele emancipatie
- Conservatieve klerikale hoek (Davidsfonds): nadruk op godsdienst, taal
een vaderland te verspreiden, zodat ieder zoveel mogelijk op zijn plaats
zou blijven
- Progressieve en antiklerikale hoek: burgers probeerden arbeiders
intellectueel en cultureel te beschaven (‘uneveristy extension’ Engeland,
Toynee Hall en Chicago Hull Hause VS)
Tegenreactie op katholieke sociaal-culturele initiatieven van
volksopvoeding en volksverheffing = start verzuiling
Eerste sociaal-culturele initiatieven = creëerden maatschappelijk
middenveld
, Beide invalshoeken hebben dubbelkarakter = arbeiders kregen de
mogelijkheid om zich sociaal en cultureel te ontplooien en hun
sociale en culturele afkomst op te heffen, maar de bestaande
SLorde (die ongelijk was) werd niet in vraag gesteld werd
gekenmerkt door spanning tussen emancipatie en sociale controle
anderzijds
20 S T E EEUW
- 2 wereldogen
- Interbellum als sociaal culturele tijdsperiode tussenin
- Ideologische stromingen zoals nationalisme, fascisme, communisme
1920 = roaring twenties
- Ontstaan sociaal culturele initiatieven die gemeenschapsopbouw
aanbieden
- Focus rol vrouw
- Invoering leerplicht, 8-urendag, 48-urenweek debat over hoe arbeiders
hun vrijetijdsbesteding konden inzetten
- Ontstaan breed aanbod socioculturele initiatieven vaak binnen
ideologische zuilen
1930 en 1940: actieve en participatieve leervormen
- Na WOII: verzorgingsstaat grotere focus op sociale rechten en culturele
democratisering
- Opkomst volkshogescholen levenslang leren en persoonsontwikkeling
1960-1970: sociaal-cultureel werk ingezet voor lokale cultuurbeleid,
samenlevingsopbouw en basiseducatie
- Nieuwe sociale bewegingen (feminisme, milieu, vrede)
1980-1990: verschuiving sociaal-cultureel werk richting methodisering en
functioneel werken
- leidde soms tot depolitisering werk
Staatshervormingen jaren 1970
= grote culturele autonomie in Vlaanderen
, 1990: vernieuwingsbeweging die culturele democratie als doel stelde en de rol
van kunst en participatie opnieuw centraal plaatste
21 S T E EEUW
= Groei burgerinitiatieven/ coöperatieven =grassroots initiatieven, kenmerkend
vaan ontstaan sociaal-cultureel werk
HERSTRUCTURERING SOCIAAL-CULTUREEL VOLWASSENWERK:
- Vanaf 2003: grote herstructurering van het sociaal-cultureel
volwassenwerk
o Groeiende aandacht participatie
o Verzuilde structuren worden geherstructureerd er komt 1
steunpunt: Socius, een federatie de belangen behartigd
o Nieuw decreet: resulteert in een duidelijke positionering van het
beleid, met focus op het brede beleidsveld
o Sociaal-culturele methodiek komt centraal te staan
o Nadruk op vorming en gemeenschapsvorming
o Nadruk op werken met doelgroepen
- 2010: 4 sociaal-culturele functies in het decreet ingeschreven
o Bedoeld om doelgericht en methodisch veranderingsprocessen in
gang te zetten
- Decreet 2017: sociaal-culturele methodiek omgezet in 3 rollen die door
alle organisaties dienden te worden uitgevoerd
o Verbindende rol
o Kritische rol
o Laboratoriumrol
BURGERINITIATIEVEN ALS NIEUWE VOEDINGSBODEM:
- Gericht op doen, aanpakken van een probleem
- Grote verscheidenheid aan nieuwe vormen van verenigen, van aanpak
ontwikkeld
- Nieuwe voedingsbodem voor een sociaal-cultureel werk dat voortduren in
verandering is
VERSCHUIVINGEN
Verschuivingen doorheen de historiek van het sociaal-cultureel werk:
- Van privaat (burger-)initiatief richting publiek (gesubsidieerd)
initiatief (en terug)
SOCIAAL CULTUUREEL VOLWASSENENWERK
HISTORIEK
19 D E EEUW
- Industriële revolutie
- Welvaart en rijkdom voor burgerij, armoede bij arbeidersklasse
- Burgerij had stemrecht (cijnskiesrecht)
- Plattelandsvlucht naar steden ontstaan arbeidersklasse
VOLKSOPVOEDING OF VOLKSVERHEFFING
= wilt werking ontwikkelen waardoor mensen toegang krijgen tot
cultuur in de brede betekenis van het woord (literatuur, koren,
toneelkringen)
Midden 19de eeuw hadden burgers weinig toegang tot onderwijs en
cultuur
Staan in voor de eerste vormen van democratisering van cultuur
(verdienste vooral in oprichten volksbibliotheken, voorlopers openbare
bibliotheken)
1851: Willemfonds (Gent)
= pioniersbeweging binnen het sociaal- cultureel volwassenenwerk
= stond voor Vlaamse ontvoogding en belang van geletterdheid
- Bibliotheken opgericht
- Voerde pleidooi voor Vlaamse cultuur binnen een sterke natiestaat België
(Frans was toen nog dominante, officiële taal)
- Impliceerde versterking van de nationale identiteit ( naoorlogse
Vlaamse beweging)
1975: Het Davidsfonds (Leuven)
= antwoord vanuit katholieke hoek
- Motto = ‘Voor godsdienst taal en volk’
- Jean Baptiste = eerste redacteur van het Nederlandstalig woordenboek +
organiseerde Davidsfonds in teken van Vlaamse ontvoogding en
geletterdheid
COÖPERATIE VOORUIT
1881 Coöperatie Vooruit
, - Coöperatie= een door mensen gedreven onderneming die ernaar streven
te voorzien in de gemeenschappelijke behoeften van haar leden en/of de
behoeften van haar gemeenschap in plaats van te streven naar
winstmaximalisatie
- Gedachtengoed binnen socialisme
1913 oprichting feestpaleis Vooruit, nu kunstcentrum
AMATEURKUNSTEN EN VOLKSONTWIKKELINGSWERK
= nadruk op culturele ontwikkeling van het volk en de expressie van creativiteit
1884: Toynbee Hall (opgericht in Londen)
= pionierswerk op vlak van volksontwikkeling, vormde wereldwijd een inspiratie
voor later buurtopbouwwerk en volksscholen
1889: Hull House
- opgericht door Jane Addams en Ellen Gates Starr
- focus op sociale en culturele ontplooiing en ontvoogding
- Brachten armoede en sociale ongelijkheid in kaart met behulp van
primitieve mapping methoden
- Invloed op latere Chicago school (sociologie- onderzoek)
TWEEDE GOLF SOCIAAL CULTURELE ORGANISATIES
- Verzuiling is gebonden aan ideologie en maatschappelijke posities
- Organisaties die in deze periode ontstaan zorgen voor structurering massa
+ ontstaan maatschappelijk middenveld
BESLUIT
Uitbouw sociaal-cultureel werk werd gekenmerkt door:
- Spanning tussen politiek van cultuurspreiding
- Politiek van culturele emancipatie
- Conservatieve klerikale hoek (Davidsfonds): nadruk op godsdienst, taal
een vaderland te verspreiden, zodat ieder zoveel mogelijk op zijn plaats
zou blijven
- Progressieve en antiklerikale hoek: burgers probeerden arbeiders
intellectueel en cultureel te beschaven (‘uneveristy extension’ Engeland,
Toynee Hall en Chicago Hull Hause VS)
Tegenreactie op katholieke sociaal-culturele initiatieven van
volksopvoeding en volksverheffing = start verzuiling
Eerste sociaal-culturele initiatieven = creëerden maatschappelijk
middenveld
, Beide invalshoeken hebben dubbelkarakter = arbeiders kregen de
mogelijkheid om zich sociaal en cultureel te ontplooien en hun
sociale en culturele afkomst op te heffen, maar de bestaande
SLorde (die ongelijk was) werd niet in vraag gesteld werd
gekenmerkt door spanning tussen emancipatie en sociale controle
anderzijds
20 S T E EEUW
- 2 wereldogen
- Interbellum als sociaal culturele tijdsperiode tussenin
- Ideologische stromingen zoals nationalisme, fascisme, communisme
1920 = roaring twenties
- Ontstaan sociaal culturele initiatieven die gemeenschapsopbouw
aanbieden
- Focus rol vrouw
- Invoering leerplicht, 8-urendag, 48-urenweek debat over hoe arbeiders
hun vrijetijdsbesteding konden inzetten
- Ontstaan breed aanbod socioculturele initiatieven vaak binnen
ideologische zuilen
1930 en 1940: actieve en participatieve leervormen
- Na WOII: verzorgingsstaat grotere focus op sociale rechten en culturele
democratisering
- Opkomst volkshogescholen levenslang leren en persoonsontwikkeling
1960-1970: sociaal-cultureel werk ingezet voor lokale cultuurbeleid,
samenlevingsopbouw en basiseducatie
- Nieuwe sociale bewegingen (feminisme, milieu, vrede)
1980-1990: verschuiving sociaal-cultureel werk richting methodisering en
functioneel werken
- leidde soms tot depolitisering werk
Staatshervormingen jaren 1970
= grote culturele autonomie in Vlaanderen
, 1990: vernieuwingsbeweging die culturele democratie als doel stelde en de rol
van kunst en participatie opnieuw centraal plaatste
21 S T E EEUW
= Groei burgerinitiatieven/ coöperatieven =grassroots initiatieven, kenmerkend
vaan ontstaan sociaal-cultureel werk
HERSTRUCTURERING SOCIAAL-CULTUREEL VOLWASSENWERK:
- Vanaf 2003: grote herstructurering van het sociaal-cultureel
volwassenwerk
o Groeiende aandacht participatie
o Verzuilde structuren worden geherstructureerd er komt 1
steunpunt: Socius, een federatie de belangen behartigd
o Nieuw decreet: resulteert in een duidelijke positionering van het
beleid, met focus op het brede beleidsveld
o Sociaal-culturele methodiek komt centraal te staan
o Nadruk op vorming en gemeenschapsvorming
o Nadruk op werken met doelgroepen
- 2010: 4 sociaal-culturele functies in het decreet ingeschreven
o Bedoeld om doelgericht en methodisch veranderingsprocessen in
gang te zetten
- Decreet 2017: sociaal-culturele methodiek omgezet in 3 rollen die door
alle organisaties dienden te worden uitgevoerd
o Verbindende rol
o Kritische rol
o Laboratoriumrol
BURGERINITIATIEVEN ALS NIEUWE VOEDINGSBODEM:
- Gericht op doen, aanpakken van een probleem
- Grote verscheidenheid aan nieuwe vormen van verenigen, van aanpak
ontwikkeld
- Nieuwe voedingsbodem voor een sociaal-cultureel werk dat voortduren in
verandering is
VERSCHUIVINGEN
Verschuivingen doorheen de historiek van het sociaal-cultureel werk:
- Van privaat (burger-)initiatief richting publiek (gesubsidieerd)
initiatief (en terug)