Psychodiagnostiek van kinderen en adolescenten
Hoofdstuk 1: Wat is kinddiagnostiek en wat maakt haar uniek?
Impliciet oordelen Expliciet oordelen
• Onbewust, niet uitgesproken • Bewust en uitgesproken
• Gebeurt automatisch zoals in het dagelijks • Systematisch proces
leven • Onderbouwd met professionele kennis en
• Gebaseerd op gevoelens en eerste methoden
indrukken • Houdt rekening met eigen gevoelens en
• Niet professioneel (indien niet bias
getoetst/onderbouwt) • Laat toe om kwaliteit te bewaken en bij te
• Gebeurt ALTIJD, ervan bewust zijn is sturen
belangrijk!
Vrij oordelen Systematisch oordelen
• Zonder voorafgaand plan • Gericht plan voor informatieverzameling
• Gebeurt spontaan en op het moment zelf • Professioneel en controleerbaar
• Weinig controle over • Gericht op betrouwbaarheid (stabiel
informatieverzameling oordeel)
• Lage betrouwbaarheid en validiteit • Gericht op validiteit (juiste meting)
Niet-participerende diagnostiek Participerende diagnostiek
• Enkel de rol van diagnosticus • Dubbele rol: diagnosticus én behandelaar
• Weinig tot geen betrokkenheid in dagelijks • Actieve betrokkenheid bij kind en gezin
leven van kind • Toegang tot natuurlijk gedrag
• Gericht op objectieve oordeelsvorming • Hogere ecologische validiteit
• Minder ecologische validiteit • Complexere oordeelsvorming
, Psychodiagnostiek van kinderen en adolescenten
Vormen van maatstaven in de diagnostiek:
Maatstaf Definitie Vergelijken met… Voorbeelden
Categorisch Aanwezigheid/afwezigheid Diagnostische labels ADHD, ASS
van een stoornis
Dimensioneel Mate van gedrag of In gradaties/continuüm Hoog/laag angst,
functioneren aandacht
Nomothetisch Vergelijken met Objectieve normen Leeftijdsnormen,
normgroep testscores
Ideografisch Afgestemd op de Uniek per kind/gezin Wat is functioneel
individuele context voor dit kind?
De 4 uitdagingen bij diagnostiek bij een kind:
1. Verloop van de aanmelding
2. Het kind als minderjarige
3. Het ontwikkelingsniveau van het kind
4. De variabiliteit van de ontwikkeling of ongelijkmatige groei
De 4 pijlers van de diagnostiek:
• Om vakkundig te oordelen, moet je vakinhoudelijke vragen kunnen
beantwoorden
1. Vakinhoud • Kennis opdoen over doelgroepen en problematiek
• Doorgaan met bij- en nascholing
• Diagnostiek is een cyclus die mogelijk herhaalt: Hulpvragen → Informatie
2. Proces en verzamelen → Besluit met advies → Rapport
cyclus • Dit proces vereist denken, handelen, voelen
• Multi-informant en multi-method: Verzamel informatie van verschillende
3. Methoden betrokkenen en met diverse methoden
• Combineer bronnen, gebruik instrumenten met eigen handleiding
• Begeleiden van het kind en het gezin cognitief en emotioneel zodat ze
informatie kunnen delen
4. Vaardigheden • Vaardigheid in het besturen van denken en emoties voor standvastige
oordelen
, Psychodiagnostiek van kinderen en adolescenten
Hoofdstuk 2: Hoe handel je evidence-based? FACE-aanpak
Hoofdstuk 1: Wat is kinddiagnostiek en wat maakt haar uniek?
Impliciet oordelen Expliciet oordelen
• Onbewust, niet uitgesproken • Bewust en uitgesproken
• Gebeurt automatisch zoals in het dagelijks • Systematisch proces
leven • Onderbouwd met professionele kennis en
• Gebaseerd op gevoelens en eerste methoden
indrukken • Houdt rekening met eigen gevoelens en
• Niet professioneel (indien niet bias
getoetst/onderbouwt) • Laat toe om kwaliteit te bewaken en bij te
• Gebeurt ALTIJD, ervan bewust zijn is sturen
belangrijk!
Vrij oordelen Systematisch oordelen
• Zonder voorafgaand plan • Gericht plan voor informatieverzameling
• Gebeurt spontaan en op het moment zelf • Professioneel en controleerbaar
• Weinig controle over • Gericht op betrouwbaarheid (stabiel
informatieverzameling oordeel)
• Lage betrouwbaarheid en validiteit • Gericht op validiteit (juiste meting)
Niet-participerende diagnostiek Participerende diagnostiek
• Enkel de rol van diagnosticus • Dubbele rol: diagnosticus én behandelaar
• Weinig tot geen betrokkenheid in dagelijks • Actieve betrokkenheid bij kind en gezin
leven van kind • Toegang tot natuurlijk gedrag
• Gericht op objectieve oordeelsvorming • Hogere ecologische validiteit
• Minder ecologische validiteit • Complexere oordeelsvorming
, Psychodiagnostiek van kinderen en adolescenten
Vormen van maatstaven in de diagnostiek:
Maatstaf Definitie Vergelijken met… Voorbeelden
Categorisch Aanwezigheid/afwezigheid Diagnostische labels ADHD, ASS
van een stoornis
Dimensioneel Mate van gedrag of In gradaties/continuüm Hoog/laag angst,
functioneren aandacht
Nomothetisch Vergelijken met Objectieve normen Leeftijdsnormen,
normgroep testscores
Ideografisch Afgestemd op de Uniek per kind/gezin Wat is functioneel
individuele context voor dit kind?
De 4 uitdagingen bij diagnostiek bij een kind:
1. Verloop van de aanmelding
2. Het kind als minderjarige
3. Het ontwikkelingsniveau van het kind
4. De variabiliteit van de ontwikkeling of ongelijkmatige groei
De 4 pijlers van de diagnostiek:
• Om vakkundig te oordelen, moet je vakinhoudelijke vragen kunnen
beantwoorden
1. Vakinhoud • Kennis opdoen over doelgroepen en problematiek
• Doorgaan met bij- en nascholing
• Diagnostiek is een cyclus die mogelijk herhaalt: Hulpvragen → Informatie
2. Proces en verzamelen → Besluit met advies → Rapport
cyclus • Dit proces vereist denken, handelen, voelen
• Multi-informant en multi-method: Verzamel informatie van verschillende
3. Methoden betrokkenen en met diverse methoden
• Combineer bronnen, gebruik instrumenten met eigen handleiding
• Begeleiden van het kind en het gezin cognitief en emotioneel zodat ze
informatie kunnen delen
4. Vaardigheden • Vaardigheid in het besturen van denken en emoties voor standvastige
oordelen
, Psychodiagnostiek van kinderen en adolescenten
Hoofdstuk 2: Hoe handel je evidence-based? FACE-aanpak