Pathologische begeleiding: wondzorg
1. Wondzorg
Algemene beschouwingen
Wat is een wonde?
Bij een wonde spreken we over een pathologische toestand, waarbij weefsels onderling van elkaar
gescheiden of vernietigd zijn. In het eerste geval spreken we van een gesloten wonde, in het tweede
geval heb je meestal een open wonde.
Wonden kunnen in elk weefsel van het lichaam voorkomen, maar meestal geassocieerd met een
defect of beschadiging van de huid t.g.v. fysische (verbranding, elektrocutie, straling, bevriezing),
chemische (zuren, gassen, alkaliën), mechanische (schot-, steek-, schaafwonden) beschadiging of die
ontstaat t.g.v. aanwezigheid van onderlinge stoornis (fysio-pathologisch: slechte circulatie).
Wat is wondzorg?
Moderne wondzorg moet aandacht hebben voor het creëren van een wondmilieu waarin de wonde
in optimale omstandigheden kan helen, rekening houdend met eventuele onderliggende
pathologische en andere patiëntgebonden factoren die de wondgenezing kunnen beïnvloeden.
De wondheling moet steeds starten met een screening van de algemene toestand van de patiënt en
mag zich nooit beperken tot een louter technische handeling, hoe deskundig ook uitgevoerd.
Het helingsproces
Fasen wondgenezing
Wondgenezing verloopt in 4 fasen:
1) Ontstekingsfase (0-3d):
De trombocyten vormen een stevige fibrineprop waardoor bloeding wordt gestelpt.
Bacteriën die in de wonde zijn terecht gekomen worden in eerste instantie opgeruimd door
neutrofiele granulocyten. Daarna ruimen de macrofagen het restant op.
Klinische tekens bij een gesloten wonde o
Zwelling (exsudaat vorming) o Roodheid en warmte
door vasodilatatie o Pijn (druk op zenuwvezels en
ischemie) Klinische tekenen bij open wonde: o
Wondvocht en bloed o Naderhand structuur stolsel
o Eventueel pijn door openliggende wonde
2) Granulatiefase (3-24d):
Granulatiefase is de fase waarin vorming van nieuw bindweefsel en nieuwe bloedvaten
plaatsvindt. Alleen mogelijk als de wonde zuiver is!
3) Maturatiefase (24-365d):
Als gevolg van bindweefselreorganisatie, wondcontractie en epithelialisatie groeit de wonde
dicht.
4) Littekenvorming
Door de maturatie van het collageen neemt het litteken zijn uiteindelijk aspect aan. In
littekenweefsel zijn de collageenvezels dunner en parallel aan elkaar georiënteerd waardoor
, de trekkracht veel minder is. Doordat elastinevezels bijna niet regenereren is het litteken
minder soepel en kan het makkelijk beschadigd worden.
Hoe de wondheling optimaliseren?
Hemostase: zorgen dat de bloeding stopt
Reinigen: de wonde wordt zuiver gemaakt d.m.v. wondreiniger, fysiologische oplossing of
leidingwater
Ontsmetten: enkel op indicatie en eens begonnen tot op het einde
Bedekking of afdekking
o Tegen iedere schadelijke invloed van buiten uit beschermen
o Om wondvocht te absorberen
o Om verspreiding van micro-organismen te beletten
Toedienen van speciale zorgen
o Verwijderen van hechtingen
o Plaatsen of verwijderen van drainagemateriaal
o Lokale aanwending van producten zoals zalven, poeders, korrels, zalfkomressen…
Factoren die de wondheling beïnvloeden
Factoren eigen aan de wonde
o Type, diepte en uitgebreidheid van een letsel
o Lokalisatie van de wonde
o Eigenschappen van het weefsel in de wonde/wondomgeving
o Lokale bloedvoorziening
o Graad van microbiologische belasting
Voedingstoestand van de patiënt
o Proteïnen: collageensynthese
o Koolhydraten: energie
o Vetten: energiebron van structurele vetten – vorming celmembraan
o Vocht
o Vitamine A: collageensynthese – epithelialisatie
o Vitamine C: collageensynthese
o Vitamine E: beschermende rol voor cellen met zuurstofgesprek
o Vitamine K: bloedstolling
o Vitamine D: Ca-opname
o Vitamine B: collageensynthese – vorming van AL door lymfocyten
o Mineralen en spoorelementen: ijzer, koper, zink
Concomitante aandoeningen
o Sommige patiënten hebben ook andere aandoeningen waarvan bekend is dat ze de
oorzaak kunnen zijn van een wonde en/of de wondheling kunnen vertragen.
o Aandoeningen die gepaard gaan met verminderde activiteit, immobiliteit, vasculaire
problematiek, stofwisselingsziekten… kunnen aan de basis liggen van bv. diabetische
voet, decubitus…
o Wondgenezing vereist een goede bloedcirculatie en stofwisseling, goed
functionerende ademhaling en een adequaat immuunsysteem.
o Elke ziektetoestand die de fysiologische processen geheel of gedeeltelijk belemmert,
zal de wondgenezing negatief beïnvloeden.
, Psychologische toestand en lichaamsbeeld
Medicaties en therapieën
o Immunosuppresiva
o Cytostatica: vb. chemo
o Anti-inflammatoire medicatie: gaat ontwikkeling fibroblasten
tegen
o Anticoagulantia
o Radiotherapie
Leeftijd: oudere patiënten zullen minder snel genezen. Dit komt door
o.a. minder goede doorbloeding, mindere ontwikkeling fibroblasten,
mindere immuniteit, velen hebben ook een concomitante
aandoening.
Roken en drugs: nicotine zorgt voor perifere circulatieafwijkingen die
belemmerend kunnen zijn voor een goede bloedtoevoer.
Basisprincipes in de wondzorg
Een holistische visie op de mens
Gegevensverzameling i.v.m. de persoon en zijn behoeften
Aanpassing van de zorg aan de zorgvrager
Privacy van zorgvrager
Empathische luisterhouding
GVO over doel zorg, normaal voorziene frequentie zorg en mogelijke
onaangename effecten
Rapportage
Continu, systematisch deskundig denken en handelen
Theorie kennen en kunnen integreren in de praktijk
Evidence based practice: Het ideale milieu voor granulatie en epithelialisatie blijkt een
matig vochtig beschermd milieu. Teveel of te weinig exsudaat heeft echter negatieve
gevolgen
De zorg kunnen plannen, rekening houdend met de observatie van de wondsituatie
Interventies in concrete situaties kunnen aanpassen
Specifieke observatiepunten kennen en tijdig kunnen rapporteren
De zorg kunnen evalueren en remediëren
Het eigen functioneren kritisch kunnen evalueren
Medicatie-verbandmaterialen: bijsluiter, compendium controleren
Goede observatie van:
o Wondvocht: hoeveelheid, kleur en helderheid van het vocht zijn zeer belangrijk.
Een sterk exsuderende wonde kan wijzen op contaminatie of oedeem en
bemoeilijkt het genezingsproces en kan daarenboven leiden tot maceratie van
de omliggende huid.
In een te droge wonde wordt de groei van nieuwe cellen vanuit de wondranden
verhinderd.
1. Wondzorg
Algemene beschouwingen
Wat is een wonde?
Bij een wonde spreken we over een pathologische toestand, waarbij weefsels onderling van elkaar
gescheiden of vernietigd zijn. In het eerste geval spreken we van een gesloten wonde, in het tweede
geval heb je meestal een open wonde.
Wonden kunnen in elk weefsel van het lichaam voorkomen, maar meestal geassocieerd met een
defect of beschadiging van de huid t.g.v. fysische (verbranding, elektrocutie, straling, bevriezing),
chemische (zuren, gassen, alkaliën), mechanische (schot-, steek-, schaafwonden) beschadiging of die
ontstaat t.g.v. aanwezigheid van onderlinge stoornis (fysio-pathologisch: slechte circulatie).
Wat is wondzorg?
Moderne wondzorg moet aandacht hebben voor het creëren van een wondmilieu waarin de wonde
in optimale omstandigheden kan helen, rekening houdend met eventuele onderliggende
pathologische en andere patiëntgebonden factoren die de wondgenezing kunnen beïnvloeden.
De wondheling moet steeds starten met een screening van de algemene toestand van de patiënt en
mag zich nooit beperken tot een louter technische handeling, hoe deskundig ook uitgevoerd.
Het helingsproces
Fasen wondgenezing
Wondgenezing verloopt in 4 fasen:
1) Ontstekingsfase (0-3d):
De trombocyten vormen een stevige fibrineprop waardoor bloeding wordt gestelpt.
Bacteriën die in de wonde zijn terecht gekomen worden in eerste instantie opgeruimd door
neutrofiele granulocyten. Daarna ruimen de macrofagen het restant op.
Klinische tekens bij een gesloten wonde o
Zwelling (exsudaat vorming) o Roodheid en warmte
door vasodilatatie o Pijn (druk op zenuwvezels en
ischemie) Klinische tekenen bij open wonde: o
Wondvocht en bloed o Naderhand structuur stolsel
o Eventueel pijn door openliggende wonde
2) Granulatiefase (3-24d):
Granulatiefase is de fase waarin vorming van nieuw bindweefsel en nieuwe bloedvaten
plaatsvindt. Alleen mogelijk als de wonde zuiver is!
3) Maturatiefase (24-365d):
Als gevolg van bindweefselreorganisatie, wondcontractie en epithelialisatie groeit de wonde
dicht.
4) Littekenvorming
Door de maturatie van het collageen neemt het litteken zijn uiteindelijk aspect aan. In
littekenweefsel zijn de collageenvezels dunner en parallel aan elkaar georiënteerd waardoor
, de trekkracht veel minder is. Doordat elastinevezels bijna niet regenereren is het litteken
minder soepel en kan het makkelijk beschadigd worden.
Hoe de wondheling optimaliseren?
Hemostase: zorgen dat de bloeding stopt
Reinigen: de wonde wordt zuiver gemaakt d.m.v. wondreiniger, fysiologische oplossing of
leidingwater
Ontsmetten: enkel op indicatie en eens begonnen tot op het einde
Bedekking of afdekking
o Tegen iedere schadelijke invloed van buiten uit beschermen
o Om wondvocht te absorberen
o Om verspreiding van micro-organismen te beletten
Toedienen van speciale zorgen
o Verwijderen van hechtingen
o Plaatsen of verwijderen van drainagemateriaal
o Lokale aanwending van producten zoals zalven, poeders, korrels, zalfkomressen…
Factoren die de wondheling beïnvloeden
Factoren eigen aan de wonde
o Type, diepte en uitgebreidheid van een letsel
o Lokalisatie van de wonde
o Eigenschappen van het weefsel in de wonde/wondomgeving
o Lokale bloedvoorziening
o Graad van microbiologische belasting
Voedingstoestand van de patiënt
o Proteïnen: collageensynthese
o Koolhydraten: energie
o Vetten: energiebron van structurele vetten – vorming celmembraan
o Vocht
o Vitamine A: collageensynthese – epithelialisatie
o Vitamine C: collageensynthese
o Vitamine E: beschermende rol voor cellen met zuurstofgesprek
o Vitamine K: bloedstolling
o Vitamine D: Ca-opname
o Vitamine B: collageensynthese – vorming van AL door lymfocyten
o Mineralen en spoorelementen: ijzer, koper, zink
Concomitante aandoeningen
o Sommige patiënten hebben ook andere aandoeningen waarvan bekend is dat ze de
oorzaak kunnen zijn van een wonde en/of de wondheling kunnen vertragen.
o Aandoeningen die gepaard gaan met verminderde activiteit, immobiliteit, vasculaire
problematiek, stofwisselingsziekten… kunnen aan de basis liggen van bv. diabetische
voet, decubitus…
o Wondgenezing vereist een goede bloedcirculatie en stofwisseling, goed
functionerende ademhaling en een adequaat immuunsysteem.
o Elke ziektetoestand die de fysiologische processen geheel of gedeeltelijk belemmert,
zal de wondgenezing negatief beïnvloeden.
, Psychologische toestand en lichaamsbeeld
Medicaties en therapieën
o Immunosuppresiva
o Cytostatica: vb. chemo
o Anti-inflammatoire medicatie: gaat ontwikkeling fibroblasten
tegen
o Anticoagulantia
o Radiotherapie
Leeftijd: oudere patiënten zullen minder snel genezen. Dit komt door
o.a. minder goede doorbloeding, mindere ontwikkeling fibroblasten,
mindere immuniteit, velen hebben ook een concomitante
aandoening.
Roken en drugs: nicotine zorgt voor perifere circulatieafwijkingen die
belemmerend kunnen zijn voor een goede bloedtoevoer.
Basisprincipes in de wondzorg
Een holistische visie op de mens
Gegevensverzameling i.v.m. de persoon en zijn behoeften
Aanpassing van de zorg aan de zorgvrager
Privacy van zorgvrager
Empathische luisterhouding
GVO over doel zorg, normaal voorziene frequentie zorg en mogelijke
onaangename effecten
Rapportage
Continu, systematisch deskundig denken en handelen
Theorie kennen en kunnen integreren in de praktijk
Evidence based practice: Het ideale milieu voor granulatie en epithelialisatie blijkt een
matig vochtig beschermd milieu. Teveel of te weinig exsudaat heeft echter negatieve
gevolgen
De zorg kunnen plannen, rekening houdend met de observatie van de wondsituatie
Interventies in concrete situaties kunnen aanpassen
Specifieke observatiepunten kennen en tijdig kunnen rapporteren
De zorg kunnen evalueren en remediëren
Het eigen functioneren kritisch kunnen evalueren
Medicatie-verbandmaterialen: bijsluiter, compendium controleren
Goede observatie van:
o Wondvocht: hoeveelheid, kleur en helderheid van het vocht zijn zeer belangrijk.
Een sterk exsuderende wonde kan wijzen op contaminatie of oedeem en
bemoeilijkt het genezingsproces en kan daarenboven leiden tot maceratie van
de omliggende huid.
In een te droge wonde wordt de groei van nieuwe cellen vanuit de wondranden
verhinderd.