GYNAECOLOGISCHE PATHOLOGIE:
MALIGNE/KWAADAARDIGE AANDOENINGEN
ALGEMENE BEGRIPPEN OVER MALIGNE TUMOREN
Maligne tumor = Kanker = ongecontroleerde celdelingen (mitosen), met daardoor vorming van
tumoren
In situ versus invasief
o In situ= basale membraan is intact, dus per definitie geen uitzaaiingen mogelijk omdat
geen contact met lymfevaten of bloedvaten
o Invasief = basale membraan is doorbroken, dus vanaf dit moment zijn uitzaaiingen wel
mogelijk
Differentiatiegraad = de mate waarin een bepaalde cel zich na een mitose kan ontwikkelen
tot een nieuwe cel van dezelfde soort. Hoe sneller de mitosen, hoe minder goed de ontwikkeling
(=differentiatie) zal verlopen , hoe sneller de tumor zal groeien, dus hoe agressiever.
o Dus : goed, matig of weinig gedifferentieerd carcinoom
5-jaarsoverleving : zo wordt de prognose uitgedrukt voor elke tumor
o = de kans dat je 5 jaar na de diagnose/behandeling van een bepaalde tumor nog in
leven zal zijn
Stadiëring : voor elke maligne tumor bestaat een stadiumindeling, die bepalend is voor de
prognose, de therapie en de nabehandeling
o A) Bij een borstcarcinoom is de stadiëring meestal eerst klinisch (TNM) en zal na een
operatieve ingreep aangepast worden naar het pathologische stadium. (pTpNM, dus na
evaluatie onder de microscoop)
T 1-4 : uitgebreidheid van de tumor
N 0-1-2 : inname van lymfeklieren
M 0-1 : aanwezigheid van metastasen op afstand
Bv : T2N0M0 wordt pT2pN0M0. Het p stadium is soms een verfijning/aanpassing
van het klinische stadium
o B) FIGO-classificatie: Bij een ovariumcarcinoom, cervixcarcinoom,
endometriumcarcinoom, en vulvacarcinoom gebeurt de stadiëring meestal volgens de
FIGO (Fédération Internationale de Gynécologie et Obstetrie)
Er zijn meestal 4 stadia, vaak nog met onderverdelingen, bv.
Stadium 1 is altijd beperkt tot het orgaan zelf, stadium 4 is een uitgezaaide tumor
(metastasen op afstand)
FIGO Ia-b
FIGO IIa-b
FIGO IIIa-b-c
FIGO IV
Staging : de onderzoeken die nodig zijn om te bepalen in welk stadium van de ziekte de pt zich
bevindt
o Labo-onderzoeken
o Biopsie of chirurgie
o Beeldvorming : RX/CT/NMR
o Onderzoek onder narcose (bv bij cervixca)
Voorbeschikkende (= predisponerende) factoren
o Factoren die zorgen dat je een hoger risico hebt om een bepaalde tumor te ontwikkelen
Peroperatief gebruikt men de sentinelklierprocedure
o Elke regio wordt gedraineerd door een groep lymfeklieren, en daarvan is er (meestal)
één klier de "leider", de schildwacht = sentinel, dwz de eerste klier die gepasseerd wordt
voor de lymfedrainage, vooraleer de andere klieren worden bereikt.
, borst : okselklieren
vulva : liesklieren
cervix, uterus en ovaria : klieren in het kleine bekken (pelviene klieren)
Dus als een tumor uitzaait via de lymfeklieren, zal de sentinelklier de eerste zijn die wordt
aangetast
Maw : als de sentinelklier vrij is van tumor, zijn de andere klieren dat ook
Dus : men gaat peroperatief steeds de sentinel opzoeken en verwijderen
o De andere klieren worden soms pas in 2de instantie verwijderd, als de sentinel zou
aangetast zijn
Hoe vind je de sentinel terug tijdens een operatie?
o Enkele uren voorafgaand aan de ingreep wordt er rond de tumor een stof ingespoten die
gemerkt is met een radioactieve stof of een kleurstof. Deze stof zal via de lymfebanen
gedraineerd worden naar de bijhorende lymfeklieren. De radioactieve merker (of de
kleurstof) zal zich ophopen in de sentinelklier. Met een speciaal toestel kan men de
opgehoopte radioactiviteit opsporen, en dus zo ook de sentinelklier lokaliseren en
verwijderen . Die wordt dan onderzocht door de patholoog : is de klier niet aangetast,
dan worden er geen andere klieren meer verwijderd. Als de sentinel wel ingenomen is
door maligne cellen, dan wordt er overlegd of het zinvol is om de andere lymfeklieren te
verwijderen (dit verschilt van tumor tot tumor)
Therapie van maligne tumoren : afhankelijk van welke tumor, meestal meerdere van
onderstaande
o Chirurgie
o Chemotherapie
o Radiotherapie
o Medicamenteuze therapie
o Palliatieve therapie
VULVACARCINOOM
ALGEMEENHEDEN EN VOORBESCHIKKENDE FACTOREN
Oudere leeftijd meestal > 70 jaar
Vaak obesitas
Vaak hypertensie
Vaak diabetes
Oorzaak : vaak aanhoudende HPV-infectie
SOORTEN
Meestal plaveiselcelcarcinoom
o voorstadium = CIS (= carcinoma in situ) of VIN (vulvaire intra-
epitheliale neoplasie)
o Soms HPV gerelateerd
o Therapie : excisie (sneeranden moeten vrij zijn)
o invasief carcinoom
o vaak goed gedifferentieerd (oudere leeftijd, tragere groei)
SYMPTOMEN
jeuk
pijn
dyspareünie
zichtbare verandering
vaak al lang bestaand… (oudere mensen)
MALIGNE/KWAADAARDIGE AANDOENINGEN
ALGEMENE BEGRIPPEN OVER MALIGNE TUMOREN
Maligne tumor = Kanker = ongecontroleerde celdelingen (mitosen), met daardoor vorming van
tumoren
In situ versus invasief
o In situ= basale membraan is intact, dus per definitie geen uitzaaiingen mogelijk omdat
geen contact met lymfevaten of bloedvaten
o Invasief = basale membraan is doorbroken, dus vanaf dit moment zijn uitzaaiingen wel
mogelijk
Differentiatiegraad = de mate waarin een bepaalde cel zich na een mitose kan ontwikkelen
tot een nieuwe cel van dezelfde soort. Hoe sneller de mitosen, hoe minder goed de ontwikkeling
(=differentiatie) zal verlopen , hoe sneller de tumor zal groeien, dus hoe agressiever.
o Dus : goed, matig of weinig gedifferentieerd carcinoom
5-jaarsoverleving : zo wordt de prognose uitgedrukt voor elke tumor
o = de kans dat je 5 jaar na de diagnose/behandeling van een bepaalde tumor nog in
leven zal zijn
Stadiëring : voor elke maligne tumor bestaat een stadiumindeling, die bepalend is voor de
prognose, de therapie en de nabehandeling
o A) Bij een borstcarcinoom is de stadiëring meestal eerst klinisch (TNM) en zal na een
operatieve ingreep aangepast worden naar het pathologische stadium. (pTpNM, dus na
evaluatie onder de microscoop)
T 1-4 : uitgebreidheid van de tumor
N 0-1-2 : inname van lymfeklieren
M 0-1 : aanwezigheid van metastasen op afstand
Bv : T2N0M0 wordt pT2pN0M0. Het p stadium is soms een verfijning/aanpassing
van het klinische stadium
o B) FIGO-classificatie: Bij een ovariumcarcinoom, cervixcarcinoom,
endometriumcarcinoom, en vulvacarcinoom gebeurt de stadiëring meestal volgens de
FIGO (Fédération Internationale de Gynécologie et Obstetrie)
Er zijn meestal 4 stadia, vaak nog met onderverdelingen, bv.
Stadium 1 is altijd beperkt tot het orgaan zelf, stadium 4 is een uitgezaaide tumor
(metastasen op afstand)
FIGO Ia-b
FIGO IIa-b
FIGO IIIa-b-c
FIGO IV
Staging : de onderzoeken die nodig zijn om te bepalen in welk stadium van de ziekte de pt zich
bevindt
o Labo-onderzoeken
o Biopsie of chirurgie
o Beeldvorming : RX/CT/NMR
o Onderzoek onder narcose (bv bij cervixca)
Voorbeschikkende (= predisponerende) factoren
o Factoren die zorgen dat je een hoger risico hebt om een bepaalde tumor te ontwikkelen
Peroperatief gebruikt men de sentinelklierprocedure
o Elke regio wordt gedraineerd door een groep lymfeklieren, en daarvan is er (meestal)
één klier de "leider", de schildwacht = sentinel, dwz de eerste klier die gepasseerd wordt
voor de lymfedrainage, vooraleer de andere klieren worden bereikt.
, borst : okselklieren
vulva : liesklieren
cervix, uterus en ovaria : klieren in het kleine bekken (pelviene klieren)
Dus als een tumor uitzaait via de lymfeklieren, zal de sentinelklier de eerste zijn die wordt
aangetast
Maw : als de sentinelklier vrij is van tumor, zijn de andere klieren dat ook
Dus : men gaat peroperatief steeds de sentinel opzoeken en verwijderen
o De andere klieren worden soms pas in 2de instantie verwijderd, als de sentinel zou
aangetast zijn
Hoe vind je de sentinel terug tijdens een operatie?
o Enkele uren voorafgaand aan de ingreep wordt er rond de tumor een stof ingespoten die
gemerkt is met een radioactieve stof of een kleurstof. Deze stof zal via de lymfebanen
gedraineerd worden naar de bijhorende lymfeklieren. De radioactieve merker (of de
kleurstof) zal zich ophopen in de sentinelklier. Met een speciaal toestel kan men de
opgehoopte radioactiviteit opsporen, en dus zo ook de sentinelklier lokaliseren en
verwijderen . Die wordt dan onderzocht door de patholoog : is de klier niet aangetast,
dan worden er geen andere klieren meer verwijderd. Als de sentinel wel ingenomen is
door maligne cellen, dan wordt er overlegd of het zinvol is om de andere lymfeklieren te
verwijderen (dit verschilt van tumor tot tumor)
Therapie van maligne tumoren : afhankelijk van welke tumor, meestal meerdere van
onderstaande
o Chirurgie
o Chemotherapie
o Radiotherapie
o Medicamenteuze therapie
o Palliatieve therapie
VULVACARCINOOM
ALGEMEENHEDEN EN VOORBESCHIKKENDE FACTOREN
Oudere leeftijd meestal > 70 jaar
Vaak obesitas
Vaak hypertensie
Vaak diabetes
Oorzaak : vaak aanhoudende HPV-infectie
SOORTEN
Meestal plaveiselcelcarcinoom
o voorstadium = CIS (= carcinoma in situ) of VIN (vulvaire intra-
epitheliale neoplasie)
o Soms HPV gerelateerd
o Therapie : excisie (sneeranden moeten vrij zijn)
o invasief carcinoom
o vaak goed gedifferentieerd (oudere leeftijd, tragere groei)
SYMPTOMEN
jeuk
pijn
dyspareünie
zichtbare verandering
vaak al lang bestaand… (oudere mensen)