ALGEMENE PATHOLOGIE
ONCOLOGIE
DEFINITIES
Tumor = neoplasme: door ongecontroleerde celdeling kan zoel goed of slechtaardig zijn ( benigne en
maligne)
Goedaardige/benigne tumoren versus kwaadaardige/maligne tumoren/kanker
!!= examen vraag ->welke van deze stellingen zijn juit/fout
OORZAKEN
Omgevingsfactoren: carcinogenen
o Fysische carcinogenen, vb. UV-straling → huidkanker
o Chemische carcinogenen, vb. tabaksteer → longkanker
o Biologische carcinogenen, vb. HPV-virus→ baarmoederhalskanker
Erfelijkheidsfactoren
o Erfelijke tumorsyndromen: vb. BRCA genen (Breast cancer), APC genen (adenomatosis
polyposis coli)
o Familiaal verhoogd risico t.o.v. de normale populatie
o Controle over de celdeling kan verloren gaan door:
Oncogenen: stimuleren de groei van cellen, maar een mutatie kan leiden tot
overexpressie
Tumor-suppressorgenen: inhiberen de celdeling of zorgen voor natuurlijke
celdood (apoptose), maar een mutatie kan leiden tot onderexpressie
Mismatch-repairgenen: repareren mutaties, maar een mutatie van deze genen
voorkomen de reparaties
Het onderscheid tussen de invloeden van buiten af en de zaken die aanwezig zijn in ons lichaam.
-W carcinogeen en onconogeen!!
SYMPTOMEN EN DIAGNOSTIEK
Symptomen
o Lokale symptomen
Vb. hemoptoe (ophoesten van bloed) bij longkanker
o Algemene symptomen
, Vermagering, vermoeidheid
Paraneoplastische symptomen: als gevolg van secretieproducten van een tumor,
vb. insuline-secretie
Diagnose
o Zie H2: klinisch onderzoek, medische beeldvorming, bloedonderzoek, weefsel-, cel- en
DNA-onderzoek
BEHANDELING
Curatief (genezen) versus palliatief (verlichten van klachten)
Neo-adjuvant (vooraf aan chirurgische ingreep) versus adjuvant (na afloop van chirurgie)!!!!
Chirurgie
Radiotherapie
o Uitwendige bestraling
o Brachytherapie: radioactieve bron wordt in de omgeving van de tumor aangebracht,
vb. prostaatkanker
Medicamenteus
o Chemotherapie met cytostatica: doden sneldelende cellen, zowel tumorcellen als
normale cellen
o Hormonale therapie door hormonale stimulus weg te nemen bij tumoren met
hormoonreceptoren
o Monoklonale antilichamen
o Immuuntherapie
AANDOENINGEN VAN HART, BLOED EN BLOEDVATEN
PATHOFYSIOLOGIE VAN DE HARTAANDOENDINGEN
ANATOMIE
ONCOLOGIE
DEFINITIES
Tumor = neoplasme: door ongecontroleerde celdeling kan zoel goed of slechtaardig zijn ( benigne en
maligne)
Goedaardige/benigne tumoren versus kwaadaardige/maligne tumoren/kanker
!!= examen vraag ->welke van deze stellingen zijn juit/fout
OORZAKEN
Omgevingsfactoren: carcinogenen
o Fysische carcinogenen, vb. UV-straling → huidkanker
o Chemische carcinogenen, vb. tabaksteer → longkanker
o Biologische carcinogenen, vb. HPV-virus→ baarmoederhalskanker
Erfelijkheidsfactoren
o Erfelijke tumorsyndromen: vb. BRCA genen (Breast cancer), APC genen (adenomatosis
polyposis coli)
o Familiaal verhoogd risico t.o.v. de normale populatie
o Controle over de celdeling kan verloren gaan door:
Oncogenen: stimuleren de groei van cellen, maar een mutatie kan leiden tot
overexpressie
Tumor-suppressorgenen: inhiberen de celdeling of zorgen voor natuurlijke
celdood (apoptose), maar een mutatie kan leiden tot onderexpressie
Mismatch-repairgenen: repareren mutaties, maar een mutatie van deze genen
voorkomen de reparaties
Het onderscheid tussen de invloeden van buiten af en de zaken die aanwezig zijn in ons lichaam.
-W carcinogeen en onconogeen!!
SYMPTOMEN EN DIAGNOSTIEK
Symptomen
o Lokale symptomen
Vb. hemoptoe (ophoesten van bloed) bij longkanker
o Algemene symptomen
, Vermagering, vermoeidheid
Paraneoplastische symptomen: als gevolg van secretieproducten van een tumor,
vb. insuline-secretie
Diagnose
o Zie H2: klinisch onderzoek, medische beeldvorming, bloedonderzoek, weefsel-, cel- en
DNA-onderzoek
BEHANDELING
Curatief (genezen) versus palliatief (verlichten van klachten)
Neo-adjuvant (vooraf aan chirurgische ingreep) versus adjuvant (na afloop van chirurgie)!!!!
Chirurgie
Radiotherapie
o Uitwendige bestraling
o Brachytherapie: radioactieve bron wordt in de omgeving van de tumor aangebracht,
vb. prostaatkanker
Medicamenteus
o Chemotherapie met cytostatica: doden sneldelende cellen, zowel tumorcellen als
normale cellen
o Hormonale therapie door hormonale stimulus weg te nemen bij tumoren met
hormoonreceptoren
o Monoklonale antilichamen
o Immuuntherapie
AANDOENINGEN VAN HART, BLOED EN BLOEDVATEN
PATHOFYSIOLOGIE VAN DE HARTAANDOENDINGEN
ANATOMIE