M0: Economie & welvaart
Economische agent maakt rationele keuze = best mogelijke keuze
rekening houden met voorkeur én beperkingen (geld, tijd …)
Pareto optimaal/efficiënt = punt waarbij minstens 1 iemand beter af komt en
niemand anders slechter af is
Consumptie: niet enkel door gezinnen ( gezinsconsumptie)
uitgesteld consumeren = sparen!
Productie: alle activiteiten waardoor goederen en diensten gemaakt worden
& productieproces: inputs -> outputs
- inputs: lopende inputs (grond-/hulpstoffen) & productiefactoren (arbeid,
kapitaal en land)
- outputs: afgeleverde product (broodjes, kasten …)
Toegevoegde waarde = waarde die aan een input wordt toegevoegd
- bruto-toegevoegde waarde = verschil tussen afgewerkt product en
lopende inputs
- netto-toegevoegde waarde = bruto-toegevoegde waarde – depreciatie
(afschrijving)
BBP = som van alle toegevoegde waardes v/e land
bbp per capita = indicator voor gemiddelde inkomen
BBP-groei: in Engeland beginnen stijgen in 1700, rest van de wereld pas in 20e
E
Economische groei = wijziging in bbp
negatief = recessie (bankencrisis 2009 of coronacrisis 2020)
BBP per capita meet economische activiteit en NIET welvaart!
- bbp per capita = gemiddelde en zegt niets over verdeling /
werkelijkheid
- meet ook verwerpelijke activiteit maar vergeet wenselijke activiteit
- niet enige indicator van welvaart
Levensverwachting x bbp: laag bbp -> lage levensverwachting
heel hoog bbp -> niet hoogste levensverwachting
Geluk x bbp: hoger bbp -> meestal hoger geluk
lager bbp -> meestal lager geluk
Arbeidsproductiviteit: stijgt door technologische vooruitgang meer vrije tijd
EN meer bbp…
Economische agent maakt rationele keuze = best mogelijke keuze
rekening houden met voorkeur én beperkingen (geld, tijd …)
Pareto optimaal/efficiënt = punt waarbij minstens 1 iemand beter af komt en
niemand anders slechter af is
Consumptie: niet enkel door gezinnen ( gezinsconsumptie)
uitgesteld consumeren = sparen!
Productie: alle activiteiten waardoor goederen en diensten gemaakt worden
& productieproces: inputs -> outputs
- inputs: lopende inputs (grond-/hulpstoffen) & productiefactoren (arbeid,
kapitaal en land)
- outputs: afgeleverde product (broodjes, kasten …)
Toegevoegde waarde = waarde die aan een input wordt toegevoegd
- bruto-toegevoegde waarde = verschil tussen afgewerkt product en
lopende inputs
- netto-toegevoegde waarde = bruto-toegevoegde waarde – depreciatie
(afschrijving)
BBP = som van alle toegevoegde waardes v/e land
bbp per capita = indicator voor gemiddelde inkomen
BBP-groei: in Engeland beginnen stijgen in 1700, rest van de wereld pas in 20e
E
Economische groei = wijziging in bbp
negatief = recessie (bankencrisis 2009 of coronacrisis 2020)
BBP per capita meet economische activiteit en NIET welvaart!
- bbp per capita = gemiddelde en zegt niets over verdeling /
werkelijkheid
- meet ook verwerpelijke activiteit maar vergeet wenselijke activiteit
- niet enige indicator van welvaart
Levensverwachting x bbp: laag bbp -> lage levensverwachting
heel hoog bbp -> niet hoogste levensverwachting
Geluk x bbp: hoger bbp -> meestal hoger geluk
lager bbp -> meestal lager geluk
Arbeidsproductiviteit: stijgt door technologische vooruitgang meer vrije tijd
EN meer bbp…