Examen: ISW 1
Bouwsteen 1: Systeemwereldgericht handelen (Bart broos) =
alleen meerkeuzevragen!
Inleiding
o Systeemwereld
Alles wat mensen hebben opgebouwd aan structuren en instellingen
Denk aan: economie, politiek, onderwijs, wetenschap, overheid,
gezondheidszorg...
o Leefwereld
Het ervaringsdomein van mensen
Hoe mensen met elkaar omgaan, binnen en buiten de systemen
o Rol van sociaal werkers
→ Krijgt niet altijd genoeg aandacht
→ Systeemwereld “valt op hen” = anderen (zoals beleidsmakers)
bepalen de structuur
→ Sociaal werkers kleuren vaak binnen de lijntjes → worden louter
uitvoerders van beleid
o Gevolg voor sociaal werkers
→ Wie alleen binnen de lijntjes blijft kleuren
→ Ontkent dat ze zelf ook deel zijn van de systeemwereld
→ Verliest kans om die wereld mee vorm te geven!
1. Systeemwereldgericht handelen: een opdracht voor sociaal
werk
o Systeemgericht handelen
Gaat over de rol, taken, opdrachten en mandaten van
sociaal werkers
Ze helpen bij het vormgeven en uitbouwen van
maatschappelijke hulpbronnen
Voorbeelden: OCMW, CAW
o Primaire verantwoordelijkheid ligt bij de overheid:
Mensenrechten realiseren
Sociaal beleid uitwerken (uitbouw van systeemwereld
garanderen)
, Kerntaak van de overheid op basis van
mensenrechtenbenadering
Overheid zorgt voor regels, beleid en financiële kaders
om hulpbronnen te creëren
o Kerntaak overheid staat onder druk
Overheid trekt zich meer terug uit sociaal domein
Hulpbronnen niet altijd gegarandeerd (vb. wachtlijsten
jeugdhulp)
Er wordt noodgedwongen beroep gedaan op sociale
netwerken (mantelzorg, buurtinitiatieven...)
o Sociale investeringen onder strikte voorwaarden
Effectiviteit en efficiëntie zijn belangrijk
Sociaal werk moet verantwoorden + proportioneel
middelen inzetten (meten = weten)
o Overheid bepaalt grote lijnen van de systeemwereld
Maar er blijft veel handelingsruimte voor sociaal
werkers
Belangrijk voor het garanderen van toegankelijkheid
2. Het probleem van onderbescherming
o Kernopdracht sociaal werk
→ Toegankelijkheid van maatschappelijke hulpbronnen garanderen
o Probleem: hulpaanbod is vaak ontoegankelijk
→ Ondanks een breed aanbod in domeinen zoals jeugdhulp
→ Vooral moeilijk bereikbaar voor maatschappelijk kwetsbare
groepen
o Onderbescherming komt vaker voor bij
→ Mensen in een kwetsbare leefsituatie
→ Voorbeelden:
> Mensen die het Nederlands niet goed beheersen
> Ouderen met weinig digitale vaardigheden
o Gevolg = ongelijkheid
→ Onrechtvaardige verschillen in toegang tot en gebruik van
hulpbronnen tussen burgers
o Onderbescherming leidt tot hogere kosten
→ Beperkt inkomen = geen info over extra tegemoetkomingen
, → Bezoek aan arts of tandarts wordt uitgesteld
→ Gezondheidsproblemen verergeren
→ Hogere kosten voor persoon én samenleving (zowel fysiek als
financieel)
o Herverdeling werkt soms onrechtvaardig
→ Meer voordeel voor hogere inkomensgroepen
→ Mattheuseffect: wie het meeste heeft, profiteert ook het meest
→ Aanbod ≠ automatisch gebruik door wie het nodig heeft
o Oplossing: kwaliteitsvoorwaarden hulpbronnen
→ Sociaal werkers spelen sleutelrol
→ Moeten uitsluitingsmechanismen herkennen
→ Moeten strategieën ontwikkelen om die uitsluiting te voorkomen
3. Toegankelijkheid garanderen
o Mensenrechtenbenadering
→ Focus op het toegankelijk maken van hulpbronnen
o De 7 B’s = referentiekader voor sociaal werk
→ Houden rekening met:
materiële hulpbronnen (bv. betaalbaarheid)
immateriële aspecten (bv. begrijpbaarheid)
3.1. Beschikbaarheid
o Betekenis
→ In hoeverre een aanbod van een organisatie aanwezig is
→ En of dat aanbod toegankelijk is voor burgers
o Voorbeelden van problemen:
→ Lange wachtlijsten voor sociale woningen
→ Tekorten in de sector voor mensen met een handicap
o
o Is dit puur een beleidsprobleem?
→ Nee: Sociaal werkers hebben een belangrijke rol:
Problemen signaleren aan de overheid
Aandacht vragen voor noden (zoals de impact van
wachtlijsten)
o Handelingsruimte sociaal werkers
→ Door schaarste worden systemen vaak beperkend of exclusief
→ Administratieve systemen beperken toegang tot hulp
→ Soms worden voorwaarden opgelegd die drempels vormen
, o
o Conditionalisering = hulpbronnen zijn niet voor iedereen
vanzelfsprekend
→ Er worden voorwaarden opgelegd, zoals:
Categorale voorwaarden: je moet tot een bepaalde
groep behoren (Vb. geen groeipakket als je geen
kinderen hebt)
Gedragsvoorwaarden: je moet bepaald gedrag tonen
(Vb. bereidheid om Nederlands te leren voor sociale
woning)
o Rol van sociaal werkers bij voorwaarden
→ Ze controleren of voorwaarden vervuld zijn of niet
→ Ze hebben veel beoordelingsvrijheid (discretionaire ruimte)
→ Ze maken keuzes in verschillende situaties → geen
standaardaanpak
→ Beoordeling kan verschillen per sociaal werker
➤ Vb. werkbereidheid bij leefloon: de ene kan soepeler oordelen dan
de andere
3.2. Bruikbaarheid
o Wat is bruikbaarheid?
→ Hoe goed het aanbod aansluit bij de noden en leefwereld van
mensen
→ Vaak wordt aanbod bedacht zonder inspraak van de doelgroep
o
o Probleem in sociaal werk
→ Vertrekt vaak vanuit aanbod (wat er is), niet vanuit vraag of
behoefte
o Voorbeeld: zorgwekkende zorgmijders = Mensen met complexe
problemen (bv. psychische kwetsbaarheid, verslaving, dakloosheid,
schulden)
→ Vermijden bestaande hulp → ervaren die als niet ondersteunend
→ Huidige hulp is niet bruikbaar voor hen
o Taalgebruik is belangrijk
→ Term "zorgmijder" legt verantwoordelijkheid bij de persoon
→ Terwijl het vaak het aanbod is dat tekortschiet
o Oplossing: responsiviteit
→ Hulpbronnen moeten afgestemd zijn op wat mensen zelf
aangeven belangrijk te vinden → Samen bedenken én uitvoeren
→ Voorbeeld: zakgeldproject (p. 82)
3.3. Begrijpbaarheid
Bouwsteen 1: Systeemwereldgericht handelen (Bart broos) =
alleen meerkeuzevragen!
Inleiding
o Systeemwereld
Alles wat mensen hebben opgebouwd aan structuren en instellingen
Denk aan: economie, politiek, onderwijs, wetenschap, overheid,
gezondheidszorg...
o Leefwereld
Het ervaringsdomein van mensen
Hoe mensen met elkaar omgaan, binnen en buiten de systemen
o Rol van sociaal werkers
→ Krijgt niet altijd genoeg aandacht
→ Systeemwereld “valt op hen” = anderen (zoals beleidsmakers)
bepalen de structuur
→ Sociaal werkers kleuren vaak binnen de lijntjes → worden louter
uitvoerders van beleid
o Gevolg voor sociaal werkers
→ Wie alleen binnen de lijntjes blijft kleuren
→ Ontkent dat ze zelf ook deel zijn van de systeemwereld
→ Verliest kans om die wereld mee vorm te geven!
1. Systeemwereldgericht handelen: een opdracht voor sociaal
werk
o Systeemgericht handelen
Gaat over de rol, taken, opdrachten en mandaten van
sociaal werkers
Ze helpen bij het vormgeven en uitbouwen van
maatschappelijke hulpbronnen
Voorbeelden: OCMW, CAW
o Primaire verantwoordelijkheid ligt bij de overheid:
Mensenrechten realiseren
Sociaal beleid uitwerken (uitbouw van systeemwereld
garanderen)
, Kerntaak van de overheid op basis van
mensenrechtenbenadering
Overheid zorgt voor regels, beleid en financiële kaders
om hulpbronnen te creëren
o Kerntaak overheid staat onder druk
Overheid trekt zich meer terug uit sociaal domein
Hulpbronnen niet altijd gegarandeerd (vb. wachtlijsten
jeugdhulp)
Er wordt noodgedwongen beroep gedaan op sociale
netwerken (mantelzorg, buurtinitiatieven...)
o Sociale investeringen onder strikte voorwaarden
Effectiviteit en efficiëntie zijn belangrijk
Sociaal werk moet verantwoorden + proportioneel
middelen inzetten (meten = weten)
o Overheid bepaalt grote lijnen van de systeemwereld
Maar er blijft veel handelingsruimte voor sociaal
werkers
Belangrijk voor het garanderen van toegankelijkheid
2. Het probleem van onderbescherming
o Kernopdracht sociaal werk
→ Toegankelijkheid van maatschappelijke hulpbronnen garanderen
o Probleem: hulpaanbod is vaak ontoegankelijk
→ Ondanks een breed aanbod in domeinen zoals jeugdhulp
→ Vooral moeilijk bereikbaar voor maatschappelijk kwetsbare
groepen
o Onderbescherming komt vaker voor bij
→ Mensen in een kwetsbare leefsituatie
→ Voorbeelden:
> Mensen die het Nederlands niet goed beheersen
> Ouderen met weinig digitale vaardigheden
o Gevolg = ongelijkheid
→ Onrechtvaardige verschillen in toegang tot en gebruik van
hulpbronnen tussen burgers
o Onderbescherming leidt tot hogere kosten
→ Beperkt inkomen = geen info over extra tegemoetkomingen
, → Bezoek aan arts of tandarts wordt uitgesteld
→ Gezondheidsproblemen verergeren
→ Hogere kosten voor persoon én samenleving (zowel fysiek als
financieel)
o Herverdeling werkt soms onrechtvaardig
→ Meer voordeel voor hogere inkomensgroepen
→ Mattheuseffect: wie het meeste heeft, profiteert ook het meest
→ Aanbod ≠ automatisch gebruik door wie het nodig heeft
o Oplossing: kwaliteitsvoorwaarden hulpbronnen
→ Sociaal werkers spelen sleutelrol
→ Moeten uitsluitingsmechanismen herkennen
→ Moeten strategieën ontwikkelen om die uitsluiting te voorkomen
3. Toegankelijkheid garanderen
o Mensenrechtenbenadering
→ Focus op het toegankelijk maken van hulpbronnen
o De 7 B’s = referentiekader voor sociaal werk
→ Houden rekening met:
materiële hulpbronnen (bv. betaalbaarheid)
immateriële aspecten (bv. begrijpbaarheid)
3.1. Beschikbaarheid
o Betekenis
→ In hoeverre een aanbod van een organisatie aanwezig is
→ En of dat aanbod toegankelijk is voor burgers
o Voorbeelden van problemen:
→ Lange wachtlijsten voor sociale woningen
→ Tekorten in de sector voor mensen met een handicap
o
o Is dit puur een beleidsprobleem?
→ Nee: Sociaal werkers hebben een belangrijke rol:
Problemen signaleren aan de overheid
Aandacht vragen voor noden (zoals de impact van
wachtlijsten)
o Handelingsruimte sociaal werkers
→ Door schaarste worden systemen vaak beperkend of exclusief
→ Administratieve systemen beperken toegang tot hulp
→ Soms worden voorwaarden opgelegd die drempels vormen
, o
o Conditionalisering = hulpbronnen zijn niet voor iedereen
vanzelfsprekend
→ Er worden voorwaarden opgelegd, zoals:
Categorale voorwaarden: je moet tot een bepaalde
groep behoren (Vb. geen groeipakket als je geen
kinderen hebt)
Gedragsvoorwaarden: je moet bepaald gedrag tonen
(Vb. bereidheid om Nederlands te leren voor sociale
woning)
o Rol van sociaal werkers bij voorwaarden
→ Ze controleren of voorwaarden vervuld zijn of niet
→ Ze hebben veel beoordelingsvrijheid (discretionaire ruimte)
→ Ze maken keuzes in verschillende situaties → geen
standaardaanpak
→ Beoordeling kan verschillen per sociaal werker
➤ Vb. werkbereidheid bij leefloon: de ene kan soepeler oordelen dan
de andere
3.2. Bruikbaarheid
o Wat is bruikbaarheid?
→ Hoe goed het aanbod aansluit bij de noden en leefwereld van
mensen
→ Vaak wordt aanbod bedacht zonder inspraak van de doelgroep
o
o Probleem in sociaal werk
→ Vertrekt vaak vanuit aanbod (wat er is), niet vanuit vraag of
behoefte
o Voorbeeld: zorgwekkende zorgmijders = Mensen met complexe
problemen (bv. psychische kwetsbaarheid, verslaving, dakloosheid,
schulden)
→ Vermijden bestaande hulp → ervaren die als niet ondersteunend
→ Huidige hulp is niet bruikbaar voor hen
o Taalgebruik is belangrijk
→ Term "zorgmijder" legt verantwoordelijkheid bij de persoon
→ Terwijl het vaak het aanbod is dat tekortschiet
o Oplossing: responsiviteit
→ Hulpbronnen moeten afgestemd zijn op wat mensen zelf
aangeven belangrijk te vinden → Samen bedenken én uitvoeren
→ Voorbeeld: zakgeldproject (p. 82)
3.3. Begrijpbaarheid