❗
11 antilichamen
Polyklonale antistoffen
Immuunglobulines of gammaglobulines = opgezuiverde immuunglobulines van vral IgG type uit
bloed van donoren
Polyvalente immunoglobulines zijn opgezuiverd uit gezonde volwassen donoren en bevatten dus
antistoffen tegen herpesvirussen, influenza, rhinovirussen, adenovirussen, enz. (Maar niet tegen
HCV, HBV, HIV, gele koorts, enz.)
= Passieve immuniniteit
Specifieke immunoglobulines = idem als hierboven maar van hyperimmune /gevaccineerde
donoren
Anti-D: Rhesus negatieve zwangere vrouwen
Anti-HBV: prikaccident, antitetanus: wondbehandeling
Anti-rabiës: beet van verdacht dier (ook vaccinatie)
Anti-CMV: profylaxe en behandeling van transplantpatiënten
→ bestaat uit verschillende isotypes → gericht tegen verschillende Ag-determinanten/epitopen
antistoffenmengeling tegen verschillende epitopen en pathogenen
Monoklonale antistoffen
aanmaak:
muis B cellen w geïmmuniseerd met bv humane thymus cellen
x
myeloma cel (secreteert geen antistof maar is sneldelend)
= hybridoom dat sneldelend veel van de antistoffen aanmaakt
→ dan selectie vr Ag-sepcifiek hybridoom
→ je creëert identieke batchen uit 1 voorloper
1 antistof (= 1 zware en 1 lichte keten) op 1 epitoop
Gehumaniseerde monoklonale antistoffen
muis chimere gehumaniseerd humane
wekken antistoffen op enkel Vh en Vl enkel CDR1-3 van H via moleculire
bij de mens domein van de muis, en L keten zijn van technologie,
rest humaan isotype muis, rest humaan technisch complex
→ single use
immunisatie niet mgl
11 antilichamen 1
, wat gekozen is obv nog minder
gewenst effect immunogeen
relatief weinig
immunogeen
1 immunisatie muis → in oa milt zoeken nr Ag kennende B cellen
of
1 Ag kennende B cellen van reeds geinfecteerde pt
2 isolatie
3 herschikking genen (ev. humanisatie)
4 zie monoklonale antistoffen vr sneldeling
Humane monoklonale Ab dat vr kanker w gebruikt:
! zie les kankertherapie
Rituximab IgG1: tegen B cel lymfomen → Ab binding aan CD20 v/d B cel
Globaal gebruik monoklonale Abs:
naakt, geconjugeerd met bv radio-isotopen, car-T cellen, bispecifiek, etc.
Vooral in de oncologie en auto-immunologie
Enzyme-linked immunosorbent assay – ELISA
→ eenvoudig Ab (eiwitten) quantificeren en
identificeren
1 serum toevoegen aan putjes waar een Ag op
de wand plakt
2 wegwassen
3 oftwel waren er geen Abs en plakt er niks aan
de Ag, oftewel waren ze er wel
4 voeg anti-humaan immuunglobuline
antilichaam gebonden aan enzyme toe dat
bindt aan het Ab
5 na wassen, voegen we het enzymsubstraat
toe dat kleurt
6 als er Abs zijn dan kleurt het putje, zo niet
niet
11 antilichamen 2
11 antilichamen
Polyklonale antistoffen
Immuunglobulines of gammaglobulines = opgezuiverde immuunglobulines van vral IgG type uit
bloed van donoren
Polyvalente immunoglobulines zijn opgezuiverd uit gezonde volwassen donoren en bevatten dus
antistoffen tegen herpesvirussen, influenza, rhinovirussen, adenovirussen, enz. (Maar niet tegen
HCV, HBV, HIV, gele koorts, enz.)
= Passieve immuniniteit
Specifieke immunoglobulines = idem als hierboven maar van hyperimmune /gevaccineerde
donoren
Anti-D: Rhesus negatieve zwangere vrouwen
Anti-HBV: prikaccident, antitetanus: wondbehandeling
Anti-rabiës: beet van verdacht dier (ook vaccinatie)
Anti-CMV: profylaxe en behandeling van transplantpatiënten
→ bestaat uit verschillende isotypes → gericht tegen verschillende Ag-determinanten/epitopen
antistoffenmengeling tegen verschillende epitopen en pathogenen
Monoklonale antistoffen
aanmaak:
muis B cellen w geïmmuniseerd met bv humane thymus cellen
x
myeloma cel (secreteert geen antistof maar is sneldelend)
= hybridoom dat sneldelend veel van de antistoffen aanmaakt
→ dan selectie vr Ag-sepcifiek hybridoom
→ je creëert identieke batchen uit 1 voorloper
1 antistof (= 1 zware en 1 lichte keten) op 1 epitoop
Gehumaniseerde monoklonale antistoffen
muis chimere gehumaniseerd humane
wekken antistoffen op enkel Vh en Vl enkel CDR1-3 van H via moleculire
bij de mens domein van de muis, en L keten zijn van technologie,
rest humaan isotype muis, rest humaan technisch complex
→ single use
immunisatie niet mgl
11 antilichamen 1
, wat gekozen is obv nog minder
gewenst effect immunogeen
relatief weinig
immunogeen
1 immunisatie muis → in oa milt zoeken nr Ag kennende B cellen
of
1 Ag kennende B cellen van reeds geinfecteerde pt
2 isolatie
3 herschikking genen (ev. humanisatie)
4 zie monoklonale antistoffen vr sneldeling
Humane monoklonale Ab dat vr kanker w gebruikt:
! zie les kankertherapie
Rituximab IgG1: tegen B cel lymfomen → Ab binding aan CD20 v/d B cel
Globaal gebruik monoklonale Abs:
naakt, geconjugeerd met bv radio-isotopen, car-T cellen, bispecifiek, etc.
Vooral in de oncologie en auto-immunologie
Enzyme-linked immunosorbent assay – ELISA
→ eenvoudig Ab (eiwitten) quantificeren en
identificeren
1 serum toevoegen aan putjes waar een Ag op
de wand plakt
2 wegwassen
3 oftwel waren er geen Abs en plakt er niks aan
de Ag, oftewel waren ze er wel
4 voeg anti-humaan immuunglobuline
antilichaam gebonden aan enzyme toe dat
bindt aan het Ab
5 na wassen, voegen we het enzymsubstraat
toe dat kleurt
6 als er Abs zijn dan kleurt het putje, zo niet
niet
11 antilichamen 2