Reflectie- en leervaardigheden
Waarom leren reflecteren?
1. Zelfkennis vergroten
Eigen normen, overtuigingen en oordelen leren kennen
Eigen drijfveren en denkpatronen leren kennen
Eigen gevoelens leren kennen
2. Ontwikkelen van adequate attitudes en vaardigheden
Inleven in de ander
Zelfvertrouwen ontwikkelen door zelfkennis over kwaliteiten, valkuilen,…
Leerdoelen ontdekken: wat heb ik nog te leren? Wat is mijn
verantwoordelijkheid hierin?
Kritische en ethische houding aannemen
Afgewogen keuzes leren maken
3. (Nieuwe) kennis toepassen in eigen handelen
Verborgen en nieuwe kennis toepassen in nieuwe situaties en eigen handelen
Hoofdstuk 1: leren
1
, Vormen van leren
1. Cyclisch leren: leercirkel van Kolb (blz. 29-30, 63-64)
2. Transformationeel leren
1. Leercirkel van Kolb – pagina 26-27
Er zijn verschillende wijzen om een probleem aan te pakken. Deze 4 fasen herhalen zich
voortdurend. Het is echter niet nodig altijd met een concrete ervaring te beginnen.
hij onderscheid:
- Leren uit theorie (abstract leren)
- Leren uit de praktijk (concreet leren)
Daarbij horen twee manieren leren:
- Actief leren (doen)
- Reflectief leren (beschouwen)
- Concreet leren en reflectief leren: genereert snel nieuwe ideeën, is gericht op mensen
en menselijke processen en bekijkt problemen vaak van alle kanten
bezinner / divergeerder
- Reflectief leren en abstract leren: blinkt uit in het integreren van uiteenlopende
observaties, is gericht op waarnemen, beredeneren en denken
denker / assimilator
- Abstract leren en actief leren: toont zijn kwaliteit in situaties waar één antwoord of
oplossing nodig is om een kwestie op te lossen, is gericht op ideeën, modellen,
begrippen en structuren
beslisser / convergeerder
- Actief leren en concreet leren: is goed in het zich snel aanpassen aan de situatie, is
gericht op acties en het bereiken van doelen.
Leren van je ervaringen = cyclisch leren
doener
A. concreet / accomodator
ervaren: welke situatie is geschikt voor reflectie? (blz 47)
• Jij bent de centrale figuur, degene die geraakt is door iets of iemand.
• De situatie moet je blijven bezighouden.
2
Waarom leren reflecteren?
1. Zelfkennis vergroten
Eigen normen, overtuigingen en oordelen leren kennen
Eigen drijfveren en denkpatronen leren kennen
Eigen gevoelens leren kennen
2. Ontwikkelen van adequate attitudes en vaardigheden
Inleven in de ander
Zelfvertrouwen ontwikkelen door zelfkennis over kwaliteiten, valkuilen,…
Leerdoelen ontdekken: wat heb ik nog te leren? Wat is mijn
verantwoordelijkheid hierin?
Kritische en ethische houding aannemen
Afgewogen keuzes leren maken
3. (Nieuwe) kennis toepassen in eigen handelen
Verborgen en nieuwe kennis toepassen in nieuwe situaties en eigen handelen
Hoofdstuk 1: leren
1
, Vormen van leren
1. Cyclisch leren: leercirkel van Kolb (blz. 29-30, 63-64)
2. Transformationeel leren
1. Leercirkel van Kolb – pagina 26-27
Er zijn verschillende wijzen om een probleem aan te pakken. Deze 4 fasen herhalen zich
voortdurend. Het is echter niet nodig altijd met een concrete ervaring te beginnen.
hij onderscheid:
- Leren uit theorie (abstract leren)
- Leren uit de praktijk (concreet leren)
Daarbij horen twee manieren leren:
- Actief leren (doen)
- Reflectief leren (beschouwen)
- Concreet leren en reflectief leren: genereert snel nieuwe ideeën, is gericht op mensen
en menselijke processen en bekijkt problemen vaak van alle kanten
bezinner / divergeerder
- Reflectief leren en abstract leren: blinkt uit in het integreren van uiteenlopende
observaties, is gericht op waarnemen, beredeneren en denken
denker / assimilator
- Abstract leren en actief leren: toont zijn kwaliteit in situaties waar één antwoord of
oplossing nodig is om een kwestie op te lossen, is gericht op ideeën, modellen,
begrippen en structuren
beslisser / convergeerder
- Actief leren en concreet leren: is goed in het zich snel aanpassen aan de situatie, is
gericht op acties en het bereiken van doelen.
Leren van je ervaringen = cyclisch leren
doener
A. concreet / accomodator
ervaren: welke situatie is geschikt voor reflectie? (blz 47)
• Jij bent de centrale figuur, degene die geraakt is door iets of iemand.
• De situatie moet je blijven bezighouden.
2