Wagon-lits, 1 december 1969, p.43
Inhoud van de zaak:
Feiten:
Het betrof de Compagnie Internationale des Wagons-Lits, bekend van de internationale
treinslaaprijtuigen.
Er was een geschil over de toepassing van bepaalde sociale wetgeving (arbeidsduur en
rusttijden).
De vraag rees of partijen door overeenkomst van die dwingende regels konden afwijken.
Uitspraak van het Hof:
Het Hof besliste:
Openbare orde-regels zijn normen die zo fundamenteel zijn voor de maatschappij, dat men
er niet van kan afwijken door een overeenkomst of door stilzwijgende aanvaarding.
De rechter moet de toepassing van regels van openbare orde ambtshalve opwerpen, zelfs als
de partijen dat zelf niet doen.
Partijen kunnen dus geen geldige overeenkomst sluiten die in strijd is met regels van
openbare orde.
Belang:
Openbare orde:
Het arrest verduidelijkte het onderscheid tussen:
o Regels van openbare orde: Regels van openbare orde zijn regels die de fundamentele
belangen van de staat of de maatschappij raken, en die de essentiële basis vormen
waarop de economische of morele orde van de maatschappij rust.
o Dwingend recht (partijen kunnen er ook niet van afwijken, maar de rechter hoeft het
niet ambtshalve op te werpen; schending leidt tot relatieve nietigheid).
Partijen kunnen niet contractueel afwijken van openbare orde-regels.
Schending van een regel van openbare orde leidt tot nietigheid van de overeenkomst
(absolute nietigheid).
De rechter moet er zelf op toezien, zelfs als partijen de regel niet inroepen.
Franco Suisse Le Ski/ Smeerkaasarrest, 27 mei 1971,
p.143-145
Inhoud van de zaak:
Feiten:
België had een douanerecht geheven op de invoer van smeerkaas.
Maar volgens het EEG-Verdrag (nu VWEU) en een Europese verordening mochten er geen
invoerrechten meer bestaan tussen lidstaten (principe vrij verkeer van goederen).
1
, De vraag rees: als de Belgische wet (die douanerecht oplegde) in strijd was met de Europese
verordening, welke regel primeert dan?
Uitspraak van het Hof:
Het Hof besliste:
Internationaal recht heeft voorrang op strijdig nationaal recht.
o Wanneer een Belgische wet in strijd is met een internationale regel met
rechtstreekse werking, dan moet de rechter die internationale regel toepassen en de
Belgische wet buiten toepassing laten.
De Belgische rechter moet dit zelf doen, zonder te wachten tot de wetgever de wet wijzigt.
Concreet: de Europese verordening primeerde op de Belgische douanewet dus geen
invoerrecht verschuldigd.
Belang:
Keuze voor monisme in België:
België volgt met dit arrest het monistische stelsel:
o Internationale normen die rechtstreekse werking hebben, maken automatisch deel
uit van de Belgische rechtsorde en kunnen rechtstreeks door de rechter worden
toegepast, zonder omzetting door de wetgever.
Daarbovenop is er ook de voorrang van internationaal recht: bij conflict gaat de
internationale norm voor op de Belgische wet (zelfs als die wet later is aangenomen).
Dit geldt niet enkel voor EU-recht, maar ook voor verdragen zoals het EVRM (bijvoorbeeld
recht op eerlijke procesvoering, art. 6 EVRM).
Gevolgen:
Het bevestigt België als monistische staat.
Het garandeert dat burgers zich in België rechtstreeks kunnen beroepen op internationaal
recht (als het voldoende duidelijk en precies is).
Het sluit aan bij de Europese rechtspraak (Costa/ENEL, Simmenthal, zie verder), maar is een
Belgische bevestiging van hetzelfde principe.
Van Gend en Loos, 5 februari 1963, p.149
Inhoud van de zaak:
Feiten:
Het Nederlandse transportbedrijf Van Gend en Loos voerde een chemisch product (ureum-
formaldehyde) in vanuit Duitsland naar Nederland.
Op de invoer betaalden ze douanerechten.
Volgens Van Gend en Loos was dit in strijd met art. 12 EEG-Verdrag (nu art. 30 VWEU), dat
lidstaten verbiedt nieuwe douanerechten in te voeren of bestaande rechten te verhogen
tussen lidstaten.
Procedure:
2
Inhoud van de zaak:
Feiten:
Het betrof de Compagnie Internationale des Wagons-Lits, bekend van de internationale
treinslaaprijtuigen.
Er was een geschil over de toepassing van bepaalde sociale wetgeving (arbeidsduur en
rusttijden).
De vraag rees of partijen door overeenkomst van die dwingende regels konden afwijken.
Uitspraak van het Hof:
Het Hof besliste:
Openbare orde-regels zijn normen die zo fundamenteel zijn voor de maatschappij, dat men
er niet van kan afwijken door een overeenkomst of door stilzwijgende aanvaarding.
De rechter moet de toepassing van regels van openbare orde ambtshalve opwerpen, zelfs als
de partijen dat zelf niet doen.
Partijen kunnen dus geen geldige overeenkomst sluiten die in strijd is met regels van
openbare orde.
Belang:
Openbare orde:
Het arrest verduidelijkte het onderscheid tussen:
o Regels van openbare orde: Regels van openbare orde zijn regels die de fundamentele
belangen van de staat of de maatschappij raken, en die de essentiële basis vormen
waarop de economische of morele orde van de maatschappij rust.
o Dwingend recht (partijen kunnen er ook niet van afwijken, maar de rechter hoeft het
niet ambtshalve op te werpen; schending leidt tot relatieve nietigheid).
Partijen kunnen niet contractueel afwijken van openbare orde-regels.
Schending van een regel van openbare orde leidt tot nietigheid van de overeenkomst
(absolute nietigheid).
De rechter moet er zelf op toezien, zelfs als partijen de regel niet inroepen.
Franco Suisse Le Ski/ Smeerkaasarrest, 27 mei 1971,
p.143-145
Inhoud van de zaak:
Feiten:
België had een douanerecht geheven op de invoer van smeerkaas.
Maar volgens het EEG-Verdrag (nu VWEU) en een Europese verordening mochten er geen
invoerrechten meer bestaan tussen lidstaten (principe vrij verkeer van goederen).
1
, De vraag rees: als de Belgische wet (die douanerecht oplegde) in strijd was met de Europese
verordening, welke regel primeert dan?
Uitspraak van het Hof:
Het Hof besliste:
Internationaal recht heeft voorrang op strijdig nationaal recht.
o Wanneer een Belgische wet in strijd is met een internationale regel met
rechtstreekse werking, dan moet de rechter die internationale regel toepassen en de
Belgische wet buiten toepassing laten.
De Belgische rechter moet dit zelf doen, zonder te wachten tot de wetgever de wet wijzigt.
Concreet: de Europese verordening primeerde op de Belgische douanewet dus geen
invoerrecht verschuldigd.
Belang:
Keuze voor monisme in België:
België volgt met dit arrest het monistische stelsel:
o Internationale normen die rechtstreekse werking hebben, maken automatisch deel
uit van de Belgische rechtsorde en kunnen rechtstreeks door de rechter worden
toegepast, zonder omzetting door de wetgever.
Daarbovenop is er ook de voorrang van internationaal recht: bij conflict gaat de
internationale norm voor op de Belgische wet (zelfs als die wet later is aangenomen).
Dit geldt niet enkel voor EU-recht, maar ook voor verdragen zoals het EVRM (bijvoorbeeld
recht op eerlijke procesvoering, art. 6 EVRM).
Gevolgen:
Het bevestigt België als monistische staat.
Het garandeert dat burgers zich in België rechtstreeks kunnen beroepen op internationaal
recht (als het voldoende duidelijk en precies is).
Het sluit aan bij de Europese rechtspraak (Costa/ENEL, Simmenthal, zie verder), maar is een
Belgische bevestiging van hetzelfde principe.
Van Gend en Loos, 5 februari 1963, p.149
Inhoud van de zaak:
Feiten:
Het Nederlandse transportbedrijf Van Gend en Loos voerde een chemisch product (ureum-
formaldehyde) in vanuit Duitsland naar Nederland.
Op de invoer betaalden ze douanerechten.
Volgens Van Gend en Loos was dit in strijd met art. 12 EEG-Verdrag (nu art. 30 VWEU), dat
lidstaten verbiedt nieuwe douanerechten in te voeren of bestaande rechten te verhogen
tussen lidstaten.
Procedure:
2