VRAAG, WAT IS DE MENS?
Let op: Ik behandel per standpunt de argumenten en fi losofen die
erbij horen. Vervolgens werk ik iedere eindterm uit en tot slot heb je
aan het einde van deze kwestie een begrippenlijst met alle begrippen
die in de syllabus staan bij kwestie 1 en de begrippen die bij kwestie
1 staan in het boek "Wat maakt de mens?".
Standpunt 1: Wij zijn een denkend, bewegend lichaam (Maxine
Sheets-Johnstone).
Dit standpunt stelt dat de mens niet alleen een denkend wezen is, maar
ook een bewegend lichaam dat zijn bewegingen en de ruimte om zich
heen ervaart. Lichaam en bewustzijn horen dus bij elkaar.
Belangrijke begrippen Definitie
Pre-reflectief Voordat je erover nadenkt
Gewaarwording Het voelen/ervaren met je lichaam
en zintuigen.
Ruimtelijkheid De ruimte om je heen waarvan je
lichaam automatisch voelt hoe je in
een ruimte staat of beweegt
zonder dat je bewust nadenkt.
Voorbeeld: je loopt door een
smalle gang zonder te botsen,
zonder te "berekenen" hoeveel
ruimte je hebt.
Fenomenologie Fenomenologie is een filosofische
stroming die onderzoekt hoe de
wereld verschijnt in onze ervaring
en hoe ons bewustzijn en ons
lichaam betrokken zijn bij die
ervaring.
Derde persoonsperspectief Kijken naar de mens van buitenaf.
Alsof je een toeschouwer bent.
Mechanisch wereldbeeld Het idee dat de natuur (en ook de
mens) werkt als een machine met
vaste regels en oorzaken.
Voorbeeld: Het hart klopt => bloed
stroomt=> spieren bewegen, net
als tandwielen in een klok.
Pre-reflectieve ervaring Ervaring die je hebt voordat je erbij
stilstaat.
,Tijdelijkheid Alles wat je ervaart is verbonden
met tijd. Voorbeeld: Je voelt
spanning voor een toets omdat je
denkt aan de toekomst.
Vooringenomen bewustzijn Bewustzijn dat niet neutraal is,
maar al gevormd is door
verwachtingen, ervaringen of
gewoontes.
Fenomenologische methode De fenomenologische methode is
een manier van onderzoeken
waarbij je probeert te begrijpen
hoe de wereld en ervaringen aan
jou verschijnen vanuit het eerste
persoonsperspectief.
Bewustzijnslichaam Het idee dat je lichaam niet alleen
een materie is, maar tegelijk ook
een bewustzijn draagt. Je bent een
lichaam en je ervaart ermee.
Argument 1: Onze gewaarwording van ons bewegende lichaam in de
ruimte gaat vooraf aan bewuste reflectie op onszelf.
Dit argument verdedigt het standpunt door te laten zien dat we
onszelf eerst lichamelijk ervaren voordat we er bewust over
nadenken. Een danser die een choreografie maakt voelt bijvoorbeeld
de kracht in haar bewegingen, de richting van haar focus en of haar
bewegingen scherp of vloeiend zijn. Ze ervaart dit van binnenuit en
op het moment zelf. Pas later kan ze erover nadenken en reflecteren
op de vormen die ze in tijd en ruimte heeft gemaakt. Dit laat zien
dat ons bewustzijn altijd begint bij de lichamelijke ervaring: wij zijn
een denkend en bewegend lichaam.
Argument 2: Fenomenologie biedt een perspectief op onze
bestaanservaring.
Dit argument ondersteunt het standpunt door te benadrukken dat
we ons bestaan en onze bewegingen altijd eerst beleven en dat de
reflectie daarna pas is. De fenomenologie leert ons deze pre-
reflectieve ervaring serieus te nemen en te beschrijven. Zoals de
danser eerst haar bewegingen ervaart en daarna pas nadenkt over
de dans die ze aan het creëren is. Zo kunnen wij ook reflecteren op
hoe we tot nu toe hebben geleefd. Tegelijkertijd helpt deze reflectie
ons om keuzes te maken over hoe we ons bestaan verder willen
vormgeven. Daarmee laat de fenomenologie zien dat ons mens-zijn
, altijd begint bij de ervaring van ons bewegende lichaam in de
wereld: wij zijn een denkend en bewegend lichaam.
Standpunt 2: Wij staan in verhouding tot onszelf (Helmuth
Plessner).
Standpunt 2 gaat erover dat mensen hun bestaan op een dubbele
manier ervaren. Aan de ene kant zijn wij een lichaam: we voelen,
bewegen en handelen direct in de wereld. Aan de andere kant
hebben wij een lichaam: we kunnen over onszelf nadenken,
terugkijken op wat we nog willen doen. Dat dubbele maakt ons
anders dan dieren. Een dier ervaart vooral het hier een nu tijdens
zijn handelen, maar een mens kan juist afstand nemen en zichzelf
beschouwen, alsof hij als toeschouwer meekijkt.
Argument 1: Wij zijn van nature kunstmatig.
Met argument 1 wordt bedoeld dat mensen nooit zomaar vanzelf
leven zoals dieren dat doen, maar altijd bewust of onbewust keuzes
maken over hoe ze hun vormgeven. Dat komt doordat we
excentrisch zijn: we kunnen als het ware buiten onszelf gaan staan
en nadenken over ons eigen bestaan. We ervaren dus niet alleen "ik
leef nu", maar ook "hoe wil ik leven?", "wat moet ik doen?" Of "hoe
ga ik met mezelf en anderen om?". Dat vermogen maakt ons
bestaan nooit helemaal natuurlijk en vanzelfsprekend is, maar altijd
kunstmatig want we moeten onszelf steeds opnieuw vormgeven.
Toch is dit kunstmatige niet iets dat we zelf hebben uitgevonden het
hoort namelijk bij ons als mens en is ons dus van nature gegeven.
Daarom stelt Plessner ook dat de mens van nature kunstmatig
is.
Argument 2: Wij willen onze bestaanservaring uitdrukken.
Argument 2 gaat erover dat mensen niet alleen ervaringen hebben,
maar ook de behoefte voelen om die ervaringen naar buiten te
brengen en te delen. Volgens Plessner komt dit door onze
bemiddelde onmiddellijkheid. Dat betekent dat we de wereld direct
ervaren, maar dat we ons er tegelijk ook van bewust zijn dat we dit
ervaren via ons lichaam en ons bewust zijn. Het is dus altijd dubbel:
we zijn in het moment, maar we weten ook dat we in het moment
zijn. Omdat we ons zo bewust zijn willen we die ervaringen
vormgeven en delen. We drukken onze binnenwereld uit in de
buitenwereld. Dat kan met woorden (taal), met daden, kunst,
muziek, gebaren of zelfs de manier waarop we bewegen. Alles wat
we doen is een expressie van wat er in ons leeft.