2025-2026
Hoorcollege 1 – Introductie + herhaling statistiek 1 in vogelvlucht ............... 2
Statistiek 1 in vogelvlucht ........................................................................... 2
Wat zijn variabelen ? ................................................................................ 2
Onafhankelijke of afhankelijke variabelen ? .......................................... 3
Steekproeven ........................................................................................... 3
Belangrijke begrippen .............................................................................. 5
Frequentieverdelingen ........................................................................... 5
Centrummaten ..................................................................................... 5
Spreidingsmaten ................................................................................... 5
De normale verdeling ............................................................................ 8
Andere begrippen ................................................................................ 14
Samenvattend ........................................................................................ 14
,= soort van “doosje” waar telkens verschillende waarden in kunnen zitten.
• Leeftijd
• Geslacht*
• Score op een test
→ Variabelen zijn dus allerlei zaken die je kan meten met cijfers of kan
indelen in categorieën
Om deze te kunnen onderzoeken moeten we ze eerst operationaliseren
(meetbaar maken). Dit doen we door te bepalen of de variabelen … zijn:
• Kwantitatief of kwalitatief
• Continu of discreet
• Opgedeeld in verschillende meetniveaus (NOIR: nominaal, ordinaal,
interval, ratio)
• Onafhankelijk of afhankelijk
Er zijn twee voorwaarden voor het meten van variabelen:
• Betrouwbaarheid (hoe goed meet de test/instrument wat we willen
meten?)
• Validiteit (meet de test/instrument wat we willen meten?)
Korte oefening: verbind elk voorbeeld met de juiste schaal
→ Oplossing:
2
, Afhankelijke variabele = wat we willen bestuderen (bv: mate van depressie)
Onafhankelijke variabele: (potentiële)* oorzaak van verschillen in de
afhankelijke variabele
*Opletten: samenhang ≠ causaal
Experimenteel onderzoek = eén of meerdere onafhankelijke variabelen
manipuleren en kijken welk effect dit heeft op de afhankelijke variabele
= het deel van de populatie dat wordt onderzocht, hierop doen we beroep
wanneer de populatie te groot is om helemaal te onderzoeken (wat bijna
altijd het geval is).
! Belangrijk doel van de inductieve statistiek: verantwoorde uitspraken
doen over de populatie aan de hand van een steekproef.
We willen wél uitspraken doen over de gehele populatie, dus de steekproef
moet een goede afspiegeling zijn van de populatie.
Onderzoek doen bij depressieve patiënten die momenteel in het ziekenhuis
liggen om uitspraken te doen over mensen met een depressie in het algemeen.
3
Hoorcollege 1 – Introductie + herhaling statistiek 1 in vogelvlucht ............... 2
Statistiek 1 in vogelvlucht ........................................................................... 2
Wat zijn variabelen ? ................................................................................ 2
Onafhankelijke of afhankelijke variabelen ? .......................................... 3
Steekproeven ........................................................................................... 3
Belangrijke begrippen .............................................................................. 5
Frequentieverdelingen ........................................................................... 5
Centrummaten ..................................................................................... 5
Spreidingsmaten ................................................................................... 5
De normale verdeling ............................................................................ 8
Andere begrippen ................................................................................ 14
Samenvattend ........................................................................................ 14
,= soort van “doosje” waar telkens verschillende waarden in kunnen zitten.
• Leeftijd
• Geslacht*
• Score op een test
→ Variabelen zijn dus allerlei zaken die je kan meten met cijfers of kan
indelen in categorieën
Om deze te kunnen onderzoeken moeten we ze eerst operationaliseren
(meetbaar maken). Dit doen we door te bepalen of de variabelen … zijn:
• Kwantitatief of kwalitatief
• Continu of discreet
• Opgedeeld in verschillende meetniveaus (NOIR: nominaal, ordinaal,
interval, ratio)
• Onafhankelijk of afhankelijk
Er zijn twee voorwaarden voor het meten van variabelen:
• Betrouwbaarheid (hoe goed meet de test/instrument wat we willen
meten?)
• Validiteit (meet de test/instrument wat we willen meten?)
Korte oefening: verbind elk voorbeeld met de juiste schaal
→ Oplossing:
2
, Afhankelijke variabele = wat we willen bestuderen (bv: mate van depressie)
Onafhankelijke variabele: (potentiële)* oorzaak van verschillen in de
afhankelijke variabele
*Opletten: samenhang ≠ causaal
Experimenteel onderzoek = eén of meerdere onafhankelijke variabelen
manipuleren en kijken welk effect dit heeft op de afhankelijke variabele
= het deel van de populatie dat wordt onderzocht, hierop doen we beroep
wanneer de populatie te groot is om helemaal te onderzoeken (wat bijna
altijd het geval is).
! Belangrijk doel van de inductieve statistiek: verantwoorde uitspraken
doen over de populatie aan de hand van een steekproef.
We willen wél uitspraken doen over de gehele populatie, dus de steekproef
moet een goede afspiegeling zijn van de populatie.
Onderzoek doen bij depressieve patiënten die momenteel in het ziekenhuis
liggen om uitspraken te doen over mensen met een depressie in het algemeen.
3