Stef Aupers
Les 1 – inleiding
Wat is cultuur? Sociologische roots
Cultuursociologie van Emile Durkheim en Max Weber
• Cultuur = de gedeelde overtuigingen, waarden, normen en sociale handelingen die
betekenis geven in een (anders) betekenisloze wereld
→ = de algemene definitie
• De Homo Sapiens is, in tegenstelling tot andere dieren, een cultuur scheppend dier
→ = de menselijke conditie
• Sociale functie: orde scheppen, betekenis in/aan de betekenisloze wereld geven
• Durkheim: “buiten de cultuur staan” = anomie/gekte
Algemene definitie van cultuur
• Cultuur = een sociale constructie
o Wij vormen cultuur cultuur vormt ons
o cultuur bevrijdt cultuur beperkt ons
• cultuur verschilt in tijd en plaats en verschilt per sociale groep
• culturen zorgen voor cohesie binnen de groep en conflicten buiten de groep
• studie van culturele betekenis gaat niet over partij kiezen of bepalen wat ‘echt waar’ is
• de onderzoeker is neutraal, waardevrij en agnostisch
Hoogcultuur vs. populaire cultuur
Culturele historie
Norbert Elias – The Civilizing proces 1939
• analyse: hoe de culturele elite / aristocratie in West-Europa sinds de Middeleeuwen de
standaard van cultuur heeft bepaald
vb. waarden, omgangsvormen, smaak en stijl
• Neerkijken op 'populaire cultuur' als 'onbeschaafd, simplistisch, vulgair,
ongecontroleerd en potentieel anarchistisch (en niet-westerse culturen...!)
• Onderscheid door hoge kunst, verfijnde omgangsvormen en beheersing van emoties
(seksuele impulsen/geweld) = beschavingsregime
• Trickling down = na verloop van tijd nemen gewone mensen de culturele normen van de
elite over
• Spiraling up = na verloop van tijd neemt beschavingsniveau vb. controle over emoties,
verfijnde smaak toe
Culturele elite Ordinaire/gewone mensen
High-brow: kunst/abstract Low-brow: folklore/realistisch
Beschaafd: verfijnd/cognitief Onbeschaafd: rauw/emotioneel
,Hoogcultuur vs. massa (media) cultuur
20e eeuw – opkomst, populariteit en invloed van massamedia
• 1920: “de gouden eeuw van Hollywood”
• Massaconsumptie van film, radio, reclame en beroemdheden
• Culturele elite: morele bezorgdheid over de invloed op Cultuur en cultuur, hoge waarden,
normen socialisatie en levensstijl
Kritische theorie over de cultuurindustrie – Horkheimer en Adorno 1944
• Elitaire theorie
• De standaardisatie en commodificatie van cultuur?
• Passief consumerend publiek?
• Het verval van hoge cultuur vb. klassieke muziek, kunst, literatuur, filosofie en
beschaving?
In de academische wereld is ‘massacultuur’ verwaarloosd of expliciet beschouwd als een
aanwijzing voor het verval van (hoge) cultuur
• Walter Benjamin – ‘The work of Art in the age of mechanical reproduction’ (1935): the
loss of authenticity, originality, aura
• Herbert Marcuse – ‘One-Dimensional Man (1968): capitalism and media entertainment
reduce humans in a pattern of one-dimensional thought and behavior” (26-27)
• Neal Postman – Amusing Ourselves to Death (1984): “when cultural life is redefined as a
perpetual round of entertainments, when serious public conversation becomes a form of
baby talk (..) then a nation finds itself at risk; culture-death is a clear possibility” (p. 156).
De relevantie van het bestuderen van media cultuur
Elitaire uitsluiting van populaire cultuur/massamediacultuur in de academische wereld en
cultuur
• Studie van media en populaire cultuur sinds de jaren 1970/80
• → tekst- en publiekstudies
o Wat is de culturele betekenis van massamedia voor individuen, groepen en de
samenleving?
• Birmingham Centre for Contemporary Cultural Studies (1964-2002)
o Kritiek op passief publiek in behaviorisme, psychologie (media-effecten) en neo-
marxisme (cultuurindustrie)
o Meest bekend: encoding-decoding model van Stuart Hall 1980
De maatschappelijke relevantie van het bestuderen van mediacultuur
Sociologische achtergrond
• De erosie van traditionele culturele waarden, normen vb. kerk, ideologie, politiek sinds
de jaren 1960/70
o Zelfidentiteit is een reflexief project geworden – Giddens 1992
o Zelfidentiteit is een meerkeuzebiografie geworden – Beck 1991
o Gemeenschap is een lichte gemeenschap naar keuze geworden
• De rol van populaire mediacultuur in de sociale constructie van het zelf, de
gemeenschap en de samenleving
,Les 2 – ideologie en hegemonie
DEEL I: MEDIATEKST EN CULTURELE BETEKENIS
Analyse van relatie mediatekst en samenleving
• Roots: neomarxistisch perspectief op de reflectie en reproductie van ongelijkheid
• Theorie: economie (=basis) en cultuur/ideologie (= superstructuur)
• Ideologische hegemonie = dominante ideologie consolideert de belangen van de
machthebbers
• Vals bewustzijn = de lagere klassen beschouwen de hegemoniale ideologie als
‘natuurlijk’
• Functie ideologie: verbergt ongelijkheid en uitbuiting in een samenleving
• Kapitalisme creëert ongelijkheid
Ideologie en mediatekst
Neomarxisten: Louis Althusser en Antonio Gramsci
• Kritische analyse verschuift van economie ‘basis’ naar cultuur/ideologie ‘bovenbouw’
• Kritische analyse verschuift van economische klasse naar ongelijkheid van sekse,
etniciteit etc.
• Focus: ideologie verspreidt zich via instellingen/staatsapparaten
vb. school, journalistiek, mediateksten
• De rol van massamedia
Onderzoeksagenda
• Analyseren van hegemoniale ideologie en ongelijkheid in verschillende velden, diverse
teksten en over verschillende media heen
• Politiek doel: gelijkheid en emancipatie van de minderheden
→ vb. genderrollen: vrouwen geseksualiseerd en geobjectiveerd, heteronormativiteit, ras &
etniciteit
= ideologie die in mediateksten is terug te vinden
Ideologie van het (neo)liberalisme
Liberalisme = politieke ideologie die een minimale rol van de overheid, een vrije markt en
individuele verantwoordelijkheid promoot
• Neo-liberalisering sinds jaren 1980 en 90
• Mondiaal kapitalisme omarmen/sociale zorg afbouwen
• Van een specifieke politieke stroming naar een hegemonische ideologie
o Kapitalisme en consumptie zijn goed
o Individuele verantwoordelijkheid voor succes (en falen!)
o Het zelf disciplineren (geest en lichaam)
• ‘soft power’ of ideology = geen fysiek lijden of zware onderdrukking
, Neo-liberalistische ideologie in mediatekst
Reality shows: ‘The Apprentice’ 2004
• Expliciete viering van neoliberalisme
• Zelfverantwoordelijkheid, discipline, open competitie, gebrek aan empathie of
solidaritiet…
• “Reality-tv is neoliberaal (...) de neoliberale logica is duidelijk in zowel de belangrijkste
terugkerende tekstuele kenmerken van realityprogrammering als in de materiële
omstandigheden van hun productie.”
‘Survivor’ 1992: neoliberalisme vermomd als romantisch-nostalgisch verhaal en decor
De betekenis van gewichtsverlies in reality-shows
• Neoliberale perspectief op het lichaam:
o “Mensen die er blijkbaar niet in slagen zichzelf te optimaliseren volgens
normatieve sociale normen, zoals mensen met overgewicht of obesitas, zijn
mislukkelingen die alleen zichzelf de schuld kunnen geven. Falen is falen van de
wil.”
• ‘The biggest loser” 2004-2020
o Connotatie dik: geen controle nemen over je leven (‘mislukt’)
o Connotatie slank: controle nemen over je leven (‘succesvol’)
o Neoliberale opdracht: haalbaarheid, discipline, hard werken enz.
• Boodschap: dik is voor ‘losers’, slank is voor ‘winnaars’
o Biografisch verhaal: persoonlijke problemen overwinnen
vb. “opgeven, dat woord kent Liesbeth niet!”, “Verliezen is geen optie voor Bram”
o Sociale bevestiging: collectief mediaritueel/ het publiek applaudisseert massaal
als deelnemers afvallen
o → naturalisatie en normalisatie van het neoliberale perspectief op het lichaam
‘extreme make-over’ 2002-2007
Chirurg “je gezicht ziet er nu veel natuurlijker uit!”
Patiënt “ik voel me goed, veel meer als mezelf!”
• Neomarxistische interpretatie: vals bewustzijn
• De naturalisatie en normalisatie van de Westerse neoliberale ideologie
• Legitimatie: het is ‘natuurlijk’, ‘gezond’, ‘universeel’…
Veronderstelling: hegemoniale ideologie verspreidt zich en normaliseert zich omdat ze dominant
is in verschillende mediavormen en teksten
→ realityshows, films, games, series, sociale media beelden en reclame
Reclame: iconische merken als ideologische parasieten
Douglas Holt 2006
• Iconische merken maken bewust gebruik van bestaande hegemoniale
ideologieën/mythen om een publiek aan te spreken
• Gezien hun alomtegenwoordigheid en herhaalde blootstelling → versterkt ideologie en
verklaart succes