Voor Hoorcollege 1
Justitiële interventies worden ingezet als er sprake is van delinquent
gedrag of ernstige kin onveiligheid door jeugdbescherming (GI of Raad van
kinderbescherming) met machtiging van kinderrechter. Dit moet conform
IVRK.
Interventies in stafrechtelijk kader:
Voor zowel civiel als straf adviezen geldt:
Praat met het kind en zijn ouder/verzorger(s)
Observatie; diagnostisch onderzoek; risicotaxtatie; informatie van
behandelaars
Maar ook: wetenschappelijke literatuur, over (oa):
o Gehechtheid; veiligheid; risicofactoren;
o Effectieve behandelingen
o Juridische (on)mogelijkheden
o Intergenerationele overdracht
Risk-Needs-Responsivity- model
Risicoprincipe: intensiteit van behandeling dient afgestemd te
worden op recidiverisico
Needprincipe: behandeling dient aan te grijpen op criminogene
behoeften, doorslaggevende dynamische risicofactoren en
beschermende factoren.
Responsiviteit principe: aan te slijten bij motivatie, leerstijl en
intellectuele mogelijkheden van jongeren.
Risico- en protectieve factoren kunnen veranderbaar (dynamisch) of
onveranderbaar zijn (statisch).
Naast RNR ook algemene werkzame factoren: gebaseerd op theorie,
motivatie van de cliënt, goede relatie cliënt-hulpverlener (alliantie),
uitvoering interventie zoals bedoeld, professionaliteit hulpverlener, goede
werkomstandigheden hulpverlener (caseload, ondersteuning
(intervisie/supervisie), veiligheid), adequate structurering van de
interventie (doelstelling, planning en fasering).
In justitiële context is weinig evidence-based.
1
,IVRK: We dienen in de ruimst mogelijke mate de ontwikkeling van het kind
en de zo volledig mogelijke ontplooiing van zijn persoonlijkheid, talenten
en geestelijke en lichamelijke vermogens te waarborgen (art. 6 en 29
IVRK).
Conclusie:
1. Wees je bewust van het perspectief van diegenen in “het system
2. Het is een morele plicht dat behandeling in gedwongen kader (dus
justitiële interventie - zowel civiel als straf) effectief is
3. Veel van de behandelingen in Nederland zijn nog niet bewezen
effectief of slechts ten dele
4. Er is kennis van wat werkt (volgens RNR) en wat niet (met name in
strafrechtelijk kader – zie ook DEI van het NJI en Stams & Hendriks,
2024)
5. Het veld staat onder druk, daardoor werkt soms ook niet wat in
theorie zou moeten werken.
Hendriks Stamps (2014)
2
,Het is mogelijk om uit bestaande wetenschappelijke literatuur over het
ontstaan van jeugdcriminaliteit en de effectieve aanpak hiervan tot
eenduidige beleidsaanbevelingen te kunnen komen. De mate waarin
(psychosociale) gedragsinterventies effectief kunnen zijn, met name als
het gaat om langdurige effecten, wordt mede bepaald door de mate
waarin het optreden door politie en justitie effectief is, terwijl ook het
omgekeerde het geval is. Een op dwang en discipline gebaseerde aanpak –
zoals door afschrikking, straf, werkkampen en het onthouden van
privileges – past hier niet in. Alleen een therapeutische aanpak kan
effectief zijn en derhalve gezien worden als maatschappelijk verdedigbaar
en op ethisch-juridische gronden aanvaardbaar, waarbij de kinderrechten
uit het Internationaal Verdrag inzake Rechten van het Kind (IVRK) hiervoor
de grondslag bieden.
Dit betekent dat er empirische evidentie moet zijn dat deze interventies
het beoogde resultaat kunnen bereiken, zonder dat er kans is op
stigmatisering of andere vormen van schade aan het kind. Alleen dan is
preventief ingrijpen legitiem. In alle andere gevallen is ingrijpen niet
gelegitimeerd; dus onwenselijk. Dit betekent in feite dus ook dat de
overheid vaak terughoudend moet zijn met het inzetten van interventies.
Rapport Hendriks & Stams (2024)
1. In het rapport ‘Landelijk Kwaliteitskader’ hebben Prof. Hendriks en
Prof. Stams een kwaliteitskader ontwikkeld dat door gemeenten en
andere betrokken preventiepartners praktisch te hanteren is. Dit
helpt gemeenten bij het maken van keuzes voor de inzet van
interventies om zo hun preventieve aanpak vorm te kunnen
geven. Wat zij hun voornaamste tips?
1) Investeer alleen in interventies die erkend zijn door het NJI, bij
voorkeur beoordeeld door de deelcommissie Justitiële Interventies,
3
, en die onderzocht zijn of in de nabije toekomst onderzocht worden
op hun effectiviteit en goed gemonitord blijven worden.
2) Investeer alleen in nieuwe interventies wanneer sprake is van een
leemte in het aanbod. Vaak is het mogelijk en wenselijker om
bestaande interventies aan te vullen zodat deze ook geschikt zijn
voor specifieke subgroepen. “Less is more”.
3) Investeer in erkende en effectieve oudertrainingsprogramma’s voor
kinderen jonger dan 12 jaar.
4) Investeer in interventies die gericht zijn op het individu in plaats van
groepen waarin jongeren elkaar onderling negatief kunnen
beïnvloeden.
5) Investeer in interventies voor algemene delinquentie, omdat deze
voor een deel mogelijk ook effectief zijn bij specifieke vormen van
delinquentie en verschillende doelgroepen.
6) Investeer in selectieve interventies die weinig intensief en/of
kortdurend zijn (“less is more”).
7) Investeer bij geïndiceerde preventie in multimodale behandelingen
die zich richten op het verminderen van verschillende risicofactoren
(denk daarbij ook aan traumagerelateerde klachten) en die gebruik
maken van een systemische en individuele
(cognitief)gedragstherapeutische aanpak.
8) Betrek indien mogelijk het eigen sociale netwerk van de jeugdige bij
de preventie, bijvoorbeeld door de inzet van een mentor als
vertrouwenspersoon van de jeugdige.
9) Investeer alleen in geïndiceerde interventies wanneer deze
gebaseerd zijn op een gedegen risicotaxatie.
10) Laat geïndiceerde preventie bij voorkeur uitvoeren door een
forensische zorginstelling, die gebruik maakt van een
multidisciplinair team.
11) Werk bij selectieve en geïndiceerde preventieve interventies
met (ondersteuning van) gecertificeerde (BIG en/of SKJ
geregistreerde) zorgprofessionals.
12) Investeer in onderzoek naar het effect van preventieve
interventies en koppel effectiviteitsonderzoek standaard aan de
financiering van nieuwe en bestaande interventies. Zorg dat
interventies in meerdere gemeentes worden uitgevoerd zodat
effectiviteitsonderzoek makkelijker en sneller kan worden
uitgevoerd. Het investeren in effectieve interventies is
kostenbesparend in vergelijking met de huidige situatie waarin vaak
wordt geïnvesteerd in interventies waarvan de effecten onbekend
zijn of die ineffectief blijken te zijn.
13) Financier alleen proces- en effectiviteitsonderzoek dat wordt
uitgevoerd volgens de hoogste wetenschappelijke standaarden en is
goedgekeurd door een (medisch-) ethische commissie (van een
erkende kennisinstelling), zodat de rechten van de onderzochte
kinderen, gezinnen en zorg(medewerkers) goed beschermd zijn.
Van der Put, Assink, Gubbels, & Boekhout van Solinge (2018)
4
Justitiële interventies worden ingezet als er sprake is van delinquent
gedrag of ernstige kin onveiligheid door jeugdbescherming (GI of Raad van
kinderbescherming) met machtiging van kinderrechter. Dit moet conform
IVRK.
Interventies in stafrechtelijk kader:
Voor zowel civiel als straf adviezen geldt:
Praat met het kind en zijn ouder/verzorger(s)
Observatie; diagnostisch onderzoek; risicotaxtatie; informatie van
behandelaars
Maar ook: wetenschappelijke literatuur, over (oa):
o Gehechtheid; veiligheid; risicofactoren;
o Effectieve behandelingen
o Juridische (on)mogelijkheden
o Intergenerationele overdracht
Risk-Needs-Responsivity- model
Risicoprincipe: intensiteit van behandeling dient afgestemd te
worden op recidiverisico
Needprincipe: behandeling dient aan te grijpen op criminogene
behoeften, doorslaggevende dynamische risicofactoren en
beschermende factoren.
Responsiviteit principe: aan te slijten bij motivatie, leerstijl en
intellectuele mogelijkheden van jongeren.
Risico- en protectieve factoren kunnen veranderbaar (dynamisch) of
onveranderbaar zijn (statisch).
Naast RNR ook algemene werkzame factoren: gebaseerd op theorie,
motivatie van de cliënt, goede relatie cliënt-hulpverlener (alliantie),
uitvoering interventie zoals bedoeld, professionaliteit hulpverlener, goede
werkomstandigheden hulpverlener (caseload, ondersteuning
(intervisie/supervisie), veiligheid), adequate structurering van de
interventie (doelstelling, planning en fasering).
In justitiële context is weinig evidence-based.
1
,IVRK: We dienen in de ruimst mogelijke mate de ontwikkeling van het kind
en de zo volledig mogelijke ontplooiing van zijn persoonlijkheid, talenten
en geestelijke en lichamelijke vermogens te waarborgen (art. 6 en 29
IVRK).
Conclusie:
1. Wees je bewust van het perspectief van diegenen in “het system
2. Het is een morele plicht dat behandeling in gedwongen kader (dus
justitiële interventie - zowel civiel als straf) effectief is
3. Veel van de behandelingen in Nederland zijn nog niet bewezen
effectief of slechts ten dele
4. Er is kennis van wat werkt (volgens RNR) en wat niet (met name in
strafrechtelijk kader – zie ook DEI van het NJI en Stams & Hendriks,
2024)
5. Het veld staat onder druk, daardoor werkt soms ook niet wat in
theorie zou moeten werken.
Hendriks Stamps (2014)
2
,Het is mogelijk om uit bestaande wetenschappelijke literatuur over het
ontstaan van jeugdcriminaliteit en de effectieve aanpak hiervan tot
eenduidige beleidsaanbevelingen te kunnen komen. De mate waarin
(psychosociale) gedragsinterventies effectief kunnen zijn, met name als
het gaat om langdurige effecten, wordt mede bepaald door de mate
waarin het optreden door politie en justitie effectief is, terwijl ook het
omgekeerde het geval is. Een op dwang en discipline gebaseerde aanpak –
zoals door afschrikking, straf, werkkampen en het onthouden van
privileges – past hier niet in. Alleen een therapeutische aanpak kan
effectief zijn en derhalve gezien worden als maatschappelijk verdedigbaar
en op ethisch-juridische gronden aanvaardbaar, waarbij de kinderrechten
uit het Internationaal Verdrag inzake Rechten van het Kind (IVRK) hiervoor
de grondslag bieden.
Dit betekent dat er empirische evidentie moet zijn dat deze interventies
het beoogde resultaat kunnen bereiken, zonder dat er kans is op
stigmatisering of andere vormen van schade aan het kind. Alleen dan is
preventief ingrijpen legitiem. In alle andere gevallen is ingrijpen niet
gelegitimeerd; dus onwenselijk. Dit betekent in feite dus ook dat de
overheid vaak terughoudend moet zijn met het inzetten van interventies.
Rapport Hendriks & Stams (2024)
1. In het rapport ‘Landelijk Kwaliteitskader’ hebben Prof. Hendriks en
Prof. Stams een kwaliteitskader ontwikkeld dat door gemeenten en
andere betrokken preventiepartners praktisch te hanteren is. Dit
helpt gemeenten bij het maken van keuzes voor de inzet van
interventies om zo hun preventieve aanpak vorm te kunnen
geven. Wat zij hun voornaamste tips?
1) Investeer alleen in interventies die erkend zijn door het NJI, bij
voorkeur beoordeeld door de deelcommissie Justitiële Interventies,
3
, en die onderzocht zijn of in de nabije toekomst onderzocht worden
op hun effectiviteit en goed gemonitord blijven worden.
2) Investeer alleen in nieuwe interventies wanneer sprake is van een
leemte in het aanbod. Vaak is het mogelijk en wenselijker om
bestaande interventies aan te vullen zodat deze ook geschikt zijn
voor specifieke subgroepen. “Less is more”.
3) Investeer in erkende en effectieve oudertrainingsprogramma’s voor
kinderen jonger dan 12 jaar.
4) Investeer in interventies die gericht zijn op het individu in plaats van
groepen waarin jongeren elkaar onderling negatief kunnen
beïnvloeden.
5) Investeer in interventies voor algemene delinquentie, omdat deze
voor een deel mogelijk ook effectief zijn bij specifieke vormen van
delinquentie en verschillende doelgroepen.
6) Investeer in selectieve interventies die weinig intensief en/of
kortdurend zijn (“less is more”).
7) Investeer bij geïndiceerde preventie in multimodale behandelingen
die zich richten op het verminderen van verschillende risicofactoren
(denk daarbij ook aan traumagerelateerde klachten) en die gebruik
maken van een systemische en individuele
(cognitief)gedragstherapeutische aanpak.
8) Betrek indien mogelijk het eigen sociale netwerk van de jeugdige bij
de preventie, bijvoorbeeld door de inzet van een mentor als
vertrouwenspersoon van de jeugdige.
9) Investeer alleen in geïndiceerde interventies wanneer deze
gebaseerd zijn op een gedegen risicotaxatie.
10) Laat geïndiceerde preventie bij voorkeur uitvoeren door een
forensische zorginstelling, die gebruik maakt van een
multidisciplinair team.
11) Werk bij selectieve en geïndiceerde preventieve interventies
met (ondersteuning van) gecertificeerde (BIG en/of SKJ
geregistreerde) zorgprofessionals.
12) Investeer in onderzoek naar het effect van preventieve
interventies en koppel effectiviteitsonderzoek standaard aan de
financiering van nieuwe en bestaande interventies. Zorg dat
interventies in meerdere gemeentes worden uitgevoerd zodat
effectiviteitsonderzoek makkelijker en sneller kan worden
uitgevoerd. Het investeren in effectieve interventies is
kostenbesparend in vergelijking met de huidige situatie waarin vaak
wordt geïnvesteerd in interventies waarvan de effecten onbekend
zijn of die ineffectief blijken te zijn.
13) Financier alleen proces- en effectiviteitsonderzoek dat wordt
uitgevoerd volgens de hoogste wetenschappelijke standaarden en is
goedgekeurd door een (medisch-) ethische commissie (van een
erkende kennisinstelling), zodat de rechten van de onderzochte
kinderen, gezinnen en zorg(medewerkers) goed beschermd zijn.
Van der Put, Assink, Gubbels, & Boekhout van Solinge (2018)
4