De klieving [D1-6]
Klieving (cleavage) = celdelingen zonder volumetoename
zygote blastocyste (5,5 dagen)
In eileider + lumen uterus
Zygote = bevruchte eicel – 1 cellige stadium
na vorming zygote: meteen klieving !
8-cellige stadium: Compactie fase:
Cellen plots dichter bij elkaar cel-cel contacten & communicatie
Morula = 16/32 cellig stadium – dag 3 (eileider)
Dochtercellen van zygote/ morula = blastomeren
Blastomeren steeds kleiner
holtes tssn blastomeren die samensmelten blastocoel – dag 4-5
Gevuld met vocht
Deze stadium = blastocyste
In blastocyste: compactie + eerste differentiatie:
- Trofoblast = aaneengesloten cellaag aan periferie (= OCM, Outer Cell
Mass)
Trofectodermcellen = cellen v trofoblast
Uit perifere cellen morula
wordt placenta
- Kiemknop / embryoblast = binnenkant blastocyste (= ICM, Inner
Cell Mass)
Uit centrale cellen morula
Wordt embryo
Noot:1
o Zona pellucida blijft behouden tijdens klieving.
Uiteindelijk: lytische activiteit trofoblast degeneratie zona
pellucida – dag 6
= nodig voor implantatie
Hatching = vrijstelling blastocyste uit zona pellucida (gaatje)
wnr blastocyste in lumen uterus komt implantatie
o Vroege blastocyste = blastocyste met zona pellucida
Late blastocyste = blastocyste zonder zona pellucida (degeneratie)
1
Human Chorionic Gonadotropin (HCG) – hormoon geproduceerd door trofoblastcellen
Corpus luteum blijft functioneren. = Basis van zwangerschapstesten – in urnine 9 dagen na
bevruchting
- Early pergnancy factor (EPF) – geproduceerd door trofoblastcellen
in bloed 2 dagen na bevruchting
,De implantatie – innesteling – nidatie [D6-14]
De
baarmoeder:------------------------------------------------------------------------------------------------
------
Endometrium = meest oppervlakkige laag baarmoederwand
~ mucosa (slijmvlies)
2 lagen:
- decidua = functionele laag : afgebroken & heropgebouwd in
menstruatiecyclus
- spongieus deel + compact deel
- Basale laag : hieruit groeit decidua aan
Myometrium = dikke, gladde spierlaag
Perimetrium = buikvlies/ peritoneum
De
implantatie:-------------------------------------------------------------------------------------------------
-------
1) Trofoblasten gaan t.h.v. kiemknop tegen endometrium kleven
hier zeer hoge delingsactiviteit dochtercellen niet volledig meer
gescheden
syncytium (= meerkernige reuzencellen)
syncytiotrofoblast = gedeelte v trofoblast in
syncytium
cytotrofoblast = rest van trofoblasten
2) Syncytiotrofoblasten groeien in endometrium & trekken kiemknop mee
volledig in baarmoederwand
Syncytiotrofoblast omgeven cytotrofoblast
3) Innesteling veroorzaakt kleine wonde implantatiebloeding
(kan met menstruatie verward worden – wonde afgesloten met fibrine)
4) Veranderingen in endometrium = decidua reactie
I) Verbreding
II) Klieren actiever
Opslag lipiden & glycogeen door stromacellen
vroege energiebron
, III) Dilatatie + kronkeling arteriën
5) - Syncytiotrofoblast maakt netwerk in endometrium met holten = lacunen
+ aantasting bloedvaten (venen & arteriën)
endometrium
moederlijk bloed in lacunen
versmelting lacunen intervilleuse ruimte v/d placenta
Opmerking:
circulatie ontstaat vanaf 3de maand zwangerschap vanaf dan intervilleuse
ruimte v/d placenta in contact met moederlijke arteriële circulatie:
- Lacunen en syncytiotrofoblasten niet resistent tegen hoge bloeddruk moeder
- Zuurstof kan schadelijk zijn aantasting EW’s, vetten & genen
- Biotpen van chorionvilli geen sporen van moederlijk bloed
6) Tijdens implantatie: herschikking kiemknopcellen:
I) Hypoblast: vormt bekleding blastocoel (binnenkant
cytotrofoblasten)
II) (primaire) dooierzak: omsloten holte
III) Amnionholte: nieuwe holte in overgebleven deel kiemknop
IV) Epiblast: cellaag bovenop hypoblast
= (primaire)
dooierzak
Embryo hier is een tweelagig kiemschijf: tssn amnionholte & (primaire)
dooierzak
7) Ontwikkeling nieuwe laag kiemschijf = chorion = extra-embryonaal
mesoderm
holten & versmelting
extra-embryonaal coeloom = chorionholte
, aan caudaal zijde kiemschijf geen holtevorming
weefselbrug tssn kiemschijf & trofoblast = hechtsteel
8) Na chorionvorming: vorming villi – zeer strik tijdsgebonden
- Cytotrofoblast vormt perifere uitstulpingen in syncytiotrofoblast (DAG
13)
= primaire villi / chorionvlokken
extra-embryonaal mesoderm vestiging in primaire villi (DAG 15)
= secundaire villi
ontwikkeling foetale capillairen in villi (Einde 3de week)
= tertiaire villi
Implantatie gebeurt in dorso-craniale zijde v/d fundus v/d uterus
Klieving (cleavage) = celdelingen zonder volumetoename
zygote blastocyste (5,5 dagen)
In eileider + lumen uterus
Zygote = bevruchte eicel – 1 cellige stadium
na vorming zygote: meteen klieving !
8-cellige stadium: Compactie fase:
Cellen plots dichter bij elkaar cel-cel contacten & communicatie
Morula = 16/32 cellig stadium – dag 3 (eileider)
Dochtercellen van zygote/ morula = blastomeren
Blastomeren steeds kleiner
holtes tssn blastomeren die samensmelten blastocoel – dag 4-5
Gevuld met vocht
Deze stadium = blastocyste
In blastocyste: compactie + eerste differentiatie:
- Trofoblast = aaneengesloten cellaag aan periferie (= OCM, Outer Cell
Mass)
Trofectodermcellen = cellen v trofoblast
Uit perifere cellen morula
wordt placenta
- Kiemknop / embryoblast = binnenkant blastocyste (= ICM, Inner
Cell Mass)
Uit centrale cellen morula
Wordt embryo
Noot:1
o Zona pellucida blijft behouden tijdens klieving.
Uiteindelijk: lytische activiteit trofoblast degeneratie zona
pellucida – dag 6
= nodig voor implantatie
Hatching = vrijstelling blastocyste uit zona pellucida (gaatje)
wnr blastocyste in lumen uterus komt implantatie
o Vroege blastocyste = blastocyste met zona pellucida
Late blastocyste = blastocyste zonder zona pellucida (degeneratie)
1
Human Chorionic Gonadotropin (HCG) – hormoon geproduceerd door trofoblastcellen
Corpus luteum blijft functioneren. = Basis van zwangerschapstesten – in urnine 9 dagen na
bevruchting
- Early pergnancy factor (EPF) – geproduceerd door trofoblastcellen
in bloed 2 dagen na bevruchting
,De implantatie – innesteling – nidatie [D6-14]
De
baarmoeder:------------------------------------------------------------------------------------------------
------
Endometrium = meest oppervlakkige laag baarmoederwand
~ mucosa (slijmvlies)
2 lagen:
- decidua = functionele laag : afgebroken & heropgebouwd in
menstruatiecyclus
- spongieus deel + compact deel
- Basale laag : hieruit groeit decidua aan
Myometrium = dikke, gladde spierlaag
Perimetrium = buikvlies/ peritoneum
De
implantatie:-------------------------------------------------------------------------------------------------
-------
1) Trofoblasten gaan t.h.v. kiemknop tegen endometrium kleven
hier zeer hoge delingsactiviteit dochtercellen niet volledig meer
gescheden
syncytium (= meerkernige reuzencellen)
syncytiotrofoblast = gedeelte v trofoblast in
syncytium
cytotrofoblast = rest van trofoblasten
2) Syncytiotrofoblasten groeien in endometrium & trekken kiemknop mee
volledig in baarmoederwand
Syncytiotrofoblast omgeven cytotrofoblast
3) Innesteling veroorzaakt kleine wonde implantatiebloeding
(kan met menstruatie verward worden – wonde afgesloten met fibrine)
4) Veranderingen in endometrium = decidua reactie
I) Verbreding
II) Klieren actiever
Opslag lipiden & glycogeen door stromacellen
vroege energiebron
, III) Dilatatie + kronkeling arteriën
5) - Syncytiotrofoblast maakt netwerk in endometrium met holten = lacunen
+ aantasting bloedvaten (venen & arteriën)
endometrium
moederlijk bloed in lacunen
versmelting lacunen intervilleuse ruimte v/d placenta
Opmerking:
circulatie ontstaat vanaf 3de maand zwangerschap vanaf dan intervilleuse
ruimte v/d placenta in contact met moederlijke arteriële circulatie:
- Lacunen en syncytiotrofoblasten niet resistent tegen hoge bloeddruk moeder
- Zuurstof kan schadelijk zijn aantasting EW’s, vetten & genen
- Biotpen van chorionvilli geen sporen van moederlijk bloed
6) Tijdens implantatie: herschikking kiemknopcellen:
I) Hypoblast: vormt bekleding blastocoel (binnenkant
cytotrofoblasten)
II) (primaire) dooierzak: omsloten holte
III) Amnionholte: nieuwe holte in overgebleven deel kiemknop
IV) Epiblast: cellaag bovenop hypoblast
= (primaire)
dooierzak
Embryo hier is een tweelagig kiemschijf: tssn amnionholte & (primaire)
dooierzak
7) Ontwikkeling nieuwe laag kiemschijf = chorion = extra-embryonaal
mesoderm
holten & versmelting
extra-embryonaal coeloom = chorionholte
, aan caudaal zijde kiemschijf geen holtevorming
weefselbrug tssn kiemschijf & trofoblast = hechtsteel
8) Na chorionvorming: vorming villi – zeer strik tijdsgebonden
- Cytotrofoblast vormt perifere uitstulpingen in syncytiotrofoblast (DAG
13)
= primaire villi / chorionvlokken
extra-embryonaal mesoderm vestiging in primaire villi (DAG 15)
= secundaire villi
ontwikkeling foetale capillairen in villi (Einde 3de week)
= tertiaire villi
Implantatie gebeurt in dorso-craniale zijde v/d fundus v/d uterus