Samenvatting virologie
1) Inleiding
a. Geschiedenis van de virologie
Niet per se schadelijk: bv aanmaak placenta via endogeen
retrovirus
Ontdekking:
o Mayer: overdraagbare ziekten!
Tabaksmozaïekziekte: ziek blad vermalen -> sap
op gezond blad -> ook ziek.
o Beijerinck: ziekteverwekker is ultrafiltreerbaar!
Sap filteren -> filtraat komt op gezond blad ->
ziekteverwekker gaat door filter -> iets anders,
kleiners dan bacterie.
Naam virus = vergif
b. Belangrijke virusziekten doorheen de geschiedenis
Pokken (small pox)
o Pokkenvirus: vooral bij kinderen (overal letsels)
o Al gezien bij farao’s
o Belangrijke oorzaak van niet-erfelijke blindheid
o Nu enkel nog in labo’s bij ons (weg door vaccinatie).
Laatste geregistreerde natuurlijke besmetting in
Somalië.
Poliomyelitis
o Destructie zenuwbanen met invloed op spierwerking:
bv lam been.
o IJzeren long: indien bezenuwing middenrif geraakt (pt
beademen)
o Bijna wereldwijde eradicatie door vaccinatie: enkel
regio Taliban (Pakistan, Afghanistan).
HIV/AIDS:
o ‘Epidemie’ van longontstekingen onder jonge
homoseksuelen
o Eerste AIDS geval in Belgisch Congo
o In jaren 90 de belangrijkste sterftefactor bij jonge
mannen
c. Virale structuur
Grootte:
o Zeer klein (25 à 300 nm) -> elektronenmicroscoop
o Ultrafiltreerbaar: gaan door filter, bacteriën niet (bv E.
coli = 1500 nm)
o Grootste virus = mimivirus (400 nm)
o Grootste bij de mens = pokkenvirus (300 nm)
o Herpesvirus (100 nm)
o Kleinste virussen = picornavirus (25 nm): bv polio
o X-ray differentiation: kristallen van moleculen zichtbaar
maken via X-stralen
Envelop of naakt (= additioneel lipidenmembraan rond
capside):
, o = lipiden dubbellaag, gestolen stuk celwand van de cel
waaruit het geboren wordt.
o Geen strak geheel: fluïde (virus en celwand vervloeien
bij replicatie)
o Zwakte van het virus: envelop kapot -> infectieus
vermogen virus kapot (bv alcohol, zepen,…)
Capside (= eiwitmantel rond viraal genoom):
o Helicaal:
1 eiwit dat zoals dakpannen rond het genetisch
materiaal zit gebouwd
Bv tabaksmozaïekvirus (rigide buis) of Ebola
(meer beweeglijk)
o Icosahedraal:
= capsomeren (driehoeken) in vijf- of zesvoudige
conformatie
Energetisch favorabele bol: bijzonder stevig,
druk weerstaan en neemt spontaan die vorm aan
Doel: bescherming genetisch materiaal
Bijvoorbeeld:
Adenovirus (naakt)
Herpesvirus (envelop, spiegelei)
Papillomavirus
o Complex:
Bijvoorbeeld: T-bacteriofaag
Virus door infectie bacterie
Icosahedraal capside + kraag +
landingsgestel
Bijvoorbeeld: pokkenvirus
Genoom (= genetisch materiaal):
o DNA/RNA en ds/ss:
Herpesvirus: dsDNA (DNA virussen meestal
dubbelstrengig)
Parvovirus B19: ssDNA (uitzondering)
Problematische infectie bij zwangeren
Primaire infectie zonder antistoffen:
aanmaak RBC stop onmiddellijk
Intra-uteriene bloedtransfusie voor
foetus nodig
IgM antistoffen wijzen op voorafgaande
infectie
Rotavirus: dsRNA (uitzondering)
Mazelenvirus: ssRNA (RNA virussen meestal
enkelstrengig)
DNA muteert niet snel: DNA polymerase van
menselijke gastheercel is betrouwbaar.
RNA muteert wel snel: RNA polymerase van virus
zelf is van slechte kwaliteit en maakt dus fouten.
o Lineair/circulair:
, Hepatitis B: circulair (2/3 ds en 1/3 ss!)
o 1 stuk/segmentair:
Rotavirus: 11 segmenten en dsRNA
Griepvirus: 8 segmenten, ssRNA, envelop
Hantavirus: 3 segmenten (acuut nierfalen via
woelmuizen)
o Reassortment:
2 virussen infecteren 1 cel (bv in hetzelfde dier):
uitwisseling van deeltjes -> genetische variatie
Indien virus waar we geen antistoffen tegen
hebben: pandemie
lineair circulair gesegmenteerd
ds herpesvirus papillomavirus /
(circovirus:
DNA varkens, vogels )
ss parvovirus B19 /
(cystovirus:
bacteriofaag)
ds / rotavirus
RNA
ss mazelenvirus plant viroid griepvirus
d. Virus taxonomie ICTV (= International Committee on
Taxonomy of Viruses)
NIET meer op basis van:
o Eigenschappen virion: bv grootte, vorm
o Fysiochemische eigenschappen: bv MW, sequentie
o Virale eiwitten: aantal, grootte, sequentie
o Viraal genoom en levenscyclus: bv replicatie,
maturatie,…
o Biologische eigenschappen: bv natuurlijke gastheer,
weefseltropisme,…
WEL ICTV niveau en suffix:
o Orde: -virales
o Familie: -viridea
o Subfamilie: -virinae
o Genus: -virus
o Naam
o Bijvoorbeeld humaan herpes virus 1 (herpes simplex
virus 1, HSV1):
Herpesviridae
Alfaherpesvirinae
Simplex virus
o Bijvoorbeeld rabies virus:
Mononegavirales
Rhabdoviridae
Lyssavirus
, e. Virale replicatiecyclus (= celafhankelijk!)
Binding aan cellulaire receptor:
o Via oppervlakte-eiwit: weefseltropisme
o Bacteriofagen hangen gewoon aan de cel
o HIV-1: CD4 receptor T-helper cel
o Influenza A: siaalzuur
o Hepatitis C: LDL receptor
o Rhinovirus: ICAM-1 (intracellulair adhesie molecule)
o Hepatitis B: IgA receptor
Binnendringen in doelwitcel:
o Fusie van geënvelopeerd virus met plasmamembraan:
Virus is geboren uit de cel waar het wil
binnendringen
Membraan doelwitcel en envelop virus lijken dus
op elkaar
Versmelten -> naakt capside in de cel
o Endocytose geënvelopeerd virus:
Virus komt binnen via endosoom ->
endolysosoom
Envelop wordt afgebroken in zuur milieu ->
naakt capside in cel
o Endocytose van naakt virus:
Naakt virus komt binnen via endosoom
Nog controle: ofwel terug naar celwand ofwel
fusie met andere organellen met dubbellaag (bv
Golgi)
Versmelten -> naakt capside in Golgi
o T-bacteriofaag:
Injecteren viraal genoom in doelwitcel (bacterie)
na vasthechting oppervlak
Aanmaak nieuwe bacteriofagen tot barsten cel
Onderhouden microbioom darm
Ontmanteling van het virus:
o = capside desintegreert en genetisch materiaal komt
vrij
Synthese ‘vroege’ eiwitten (= slimme):
o = eiwitten om genetisch materiaal te repliceren
o Dit is template om nieuwe virale eiwitten te maken
Viraal DNA/RNA replicatie: via ribosomen gastheercel
Synthese ‘late’ eiwitten (= dommer):
o = eiwitten voor nieuwe capside
1) Inleiding
a. Geschiedenis van de virologie
Niet per se schadelijk: bv aanmaak placenta via endogeen
retrovirus
Ontdekking:
o Mayer: overdraagbare ziekten!
Tabaksmozaïekziekte: ziek blad vermalen -> sap
op gezond blad -> ook ziek.
o Beijerinck: ziekteverwekker is ultrafiltreerbaar!
Sap filteren -> filtraat komt op gezond blad ->
ziekteverwekker gaat door filter -> iets anders,
kleiners dan bacterie.
Naam virus = vergif
b. Belangrijke virusziekten doorheen de geschiedenis
Pokken (small pox)
o Pokkenvirus: vooral bij kinderen (overal letsels)
o Al gezien bij farao’s
o Belangrijke oorzaak van niet-erfelijke blindheid
o Nu enkel nog in labo’s bij ons (weg door vaccinatie).
Laatste geregistreerde natuurlijke besmetting in
Somalië.
Poliomyelitis
o Destructie zenuwbanen met invloed op spierwerking:
bv lam been.
o IJzeren long: indien bezenuwing middenrif geraakt (pt
beademen)
o Bijna wereldwijde eradicatie door vaccinatie: enkel
regio Taliban (Pakistan, Afghanistan).
HIV/AIDS:
o ‘Epidemie’ van longontstekingen onder jonge
homoseksuelen
o Eerste AIDS geval in Belgisch Congo
o In jaren 90 de belangrijkste sterftefactor bij jonge
mannen
c. Virale structuur
Grootte:
o Zeer klein (25 à 300 nm) -> elektronenmicroscoop
o Ultrafiltreerbaar: gaan door filter, bacteriën niet (bv E.
coli = 1500 nm)
o Grootste virus = mimivirus (400 nm)
o Grootste bij de mens = pokkenvirus (300 nm)
o Herpesvirus (100 nm)
o Kleinste virussen = picornavirus (25 nm): bv polio
o X-ray differentiation: kristallen van moleculen zichtbaar
maken via X-stralen
Envelop of naakt (= additioneel lipidenmembraan rond
capside):
, o = lipiden dubbellaag, gestolen stuk celwand van de cel
waaruit het geboren wordt.
o Geen strak geheel: fluïde (virus en celwand vervloeien
bij replicatie)
o Zwakte van het virus: envelop kapot -> infectieus
vermogen virus kapot (bv alcohol, zepen,…)
Capside (= eiwitmantel rond viraal genoom):
o Helicaal:
1 eiwit dat zoals dakpannen rond het genetisch
materiaal zit gebouwd
Bv tabaksmozaïekvirus (rigide buis) of Ebola
(meer beweeglijk)
o Icosahedraal:
= capsomeren (driehoeken) in vijf- of zesvoudige
conformatie
Energetisch favorabele bol: bijzonder stevig,
druk weerstaan en neemt spontaan die vorm aan
Doel: bescherming genetisch materiaal
Bijvoorbeeld:
Adenovirus (naakt)
Herpesvirus (envelop, spiegelei)
Papillomavirus
o Complex:
Bijvoorbeeld: T-bacteriofaag
Virus door infectie bacterie
Icosahedraal capside + kraag +
landingsgestel
Bijvoorbeeld: pokkenvirus
Genoom (= genetisch materiaal):
o DNA/RNA en ds/ss:
Herpesvirus: dsDNA (DNA virussen meestal
dubbelstrengig)
Parvovirus B19: ssDNA (uitzondering)
Problematische infectie bij zwangeren
Primaire infectie zonder antistoffen:
aanmaak RBC stop onmiddellijk
Intra-uteriene bloedtransfusie voor
foetus nodig
IgM antistoffen wijzen op voorafgaande
infectie
Rotavirus: dsRNA (uitzondering)
Mazelenvirus: ssRNA (RNA virussen meestal
enkelstrengig)
DNA muteert niet snel: DNA polymerase van
menselijke gastheercel is betrouwbaar.
RNA muteert wel snel: RNA polymerase van virus
zelf is van slechte kwaliteit en maakt dus fouten.
o Lineair/circulair:
, Hepatitis B: circulair (2/3 ds en 1/3 ss!)
o 1 stuk/segmentair:
Rotavirus: 11 segmenten en dsRNA
Griepvirus: 8 segmenten, ssRNA, envelop
Hantavirus: 3 segmenten (acuut nierfalen via
woelmuizen)
o Reassortment:
2 virussen infecteren 1 cel (bv in hetzelfde dier):
uitwisseling van deeltjes -> genetische variatie
Indien virus waar we geen antistoffen tegen
hebben: pandemie
lineair circulair gesegmenteerd
ds herpesvirus papillomavirus /
(circovirus:
DNA varkens, vogels )
ss parvovirus B19 /
(cystovirus:
bacteriofaag)
ds / rotavirus
RNA
ss mazelenvirus plant viroid griepvirus
d. Virus taxonomie ICTV (= International Committee on
Taxonomy of Viruses)
NIET meer op basis van:
o Eigenschappen virion: bv grootte, vorm
o Fysiochemische eigenschappen: bv MW, sequentie
o Virale eiwitten: aantal, grootte, sequentie
o Viraal genoom en levenscyclus: bv replicatie,
maturatie,…
o Biologische eigenschappen: bv natuurlijke gastheer,
weefseltropisme,…
WEL ICTV niveau en suffix:
o Orde: -virales
o Familie: -viridea
o Subfamilie: -virinae
o Genus: -virus
o Naam
o Bijvoorbeeld humaan herpes virus 1 (herpes simplex
virus 1, HSV1):
Herpesviridae
Alfaherpesvirinae
Simplex virus
o Bijvoorbeeld rabies virus:
Mononegavirales
Rhabdoviridae
Lyssavirus
, e. Virale replicatiecyclus (= celafhankelijk!)
Binding aan cellulaire receptor:
o Via oppervlakte-eiwit: weefseltropisme
o Bacteriofagen hangen gewoon aan de cel
o HIV-1: CD4 receptor T-helper cel
o Influenza A: siaalzuur
o Hepatitis C: LDL receptor
o Rhinovirus: ICAM-1 (intracellulair adhesie molecule)
o Hepatitis B: IgA receptor
Binnendringen in doelwitcel:
o Fusie van geënvelopeerd virus met plasmamembraan:
Virus is geboren uit de cel waar het wil
binnendringen
Membraan doelwitcel en envelop virus lijken dus
op elkaar
Versmelten -> naakt capside in de cel
o Endocytose geënvelopeerd virus:
Virus komt binnen via endosoom ->
endolysosoom
Envelop wordt afgebroken in zuur milieu ->
naakt capside in cel
o Endocytose van naakt virus:
Naakt virus komt binnen via endosoom
Nog controle: ofwel terug naar celwand ofwel
fusie met andere organellen met dubbellaag (bv
Golgi)
Versmelten -> naakt capside in Golgi
o T-bacteriofaag:
Injecteren viraal genoom in doelwitcel (bacterie)
na vasthechting oppervlak
Aanmaak nieuwe bacteriofagen tot barsten cel
Onderhouden microbioom darm
Ontmanteling van het virus:
o = capside desintegreert en genetisch materiaal komt
vrij
Synthese ‘vroege’ eiwitten (= slimme):
o = eiwitten om genetisch materiaal te repliceren
o Dit is template om nieuwe virale eiwitten te maken
Viraal DNA/RNA replicatie: via ribosomen gastheercel
Synthese ‘late’ eiwitten (= dommer):
o = eiwitten voor nieuwe capside