Cost accounting
Hoofdstuk 1 & 2
Kostenclassificatie
Naar aard Kostensoort Aankopen grondstoffen, HG, DDG,
bezoldigingen, financiële kosten…
Naar toewijsbaarheid Directe kosten
aan de output Indirecte kosten
Naar functie binnen de Kostenplaatsen* Kostenplaatsen: afdelingen binnen de
onderneming Kostendragers onderneming indirecte kosten
Kostendragers: eindproducten waaraan
kosten uit kostenplaatsen worden
toegerekend directe kosten
Naar relatie tot het Vaste kosten
volume Variabele kosten
Naar tijdsperiode Historische kosten Historische kost: uitgave op het moment
Gebudgetteerde van aanschaffing
kosten Gebudgetteerde kost: geschatte waarde
Standaardkosten van het productieniveau
Standaardkosten: niet-vermijdbare
kosten; “normaal” productieniveau
Naar beheersbaarheid Beheersbare Ze worden toegewezen aan een
kosten persoon/instantie.
Niet-beheersbare Beheersbaar: indien de persoon/instantie
kosten een invloed kan uitoefenen op vlak van
prijs en/of hoeveelheid
* Kostenplaatsen:
Hulpkostenplaatsen
Algemene kostenplaatsen
Technische kostenplaatsen
Fabricagekostenplaatsen/industriële kostenplaatsen
Verkoopkostenplaatsen
Zie schema p. 23: verkoopkostprijs
Bedrijfsresultaatberekening
Totale fabricagekosten
+ BV GIB
- EV GIB
= Fabricagekostprijs GP
-Verkoop afvalstoffen ‘scrap’
+ BV GP
- EV GP***
= Fabricagekostprijs verkochte eenheden GP
+ Verkoopkosten
= Verkoopkostprijs verkochte eenheden GP
versus
Verkoopopbrengsten
BRUTOBEDRIJFSRESULTAAT
,Cost accounting
Kostprijsberekening
Directe grondstoffen
+ Directe arbeid
= Directe productiekosten
+ Indirecte productiekost
= Productiekosten
+ Beheerskosten mbt productie
= Totale fabricagekosten
GP Aantal x Prijs = EUR
BV GP
+ Productie
- Verkopen
aan kostprijs
= EV GP ***
Hoofdstuk 3
HOEVEELHEIDSBEPALING
Werkelijke hoeveelheid Standaardhoeveelheid
Directe hoeveelheidsbepaling Hoeveelheid die vooraf
bepaald wordt en die nodig
Hoeveelheid nauwkeurig tellen, wegen is om het product tot stand
of meten te laten komen.
Indirecte hoeveelheidsbepaling
1ste methode: backflushing
2de methode: voorraadformule
BV + aankopen – EV = materiaalverbruik
PRIJSBEPALING
Historische inkoopprijs = prijs die werkelijk betaald werd voor de materialen (incl.
vervoerskosten, invoerrechten…)
Techniek FIFO (first in, LIFO (last in, Voortschrijdend Maandgemiddelde
first out) first out) gemiddelde
Begrip Verkoop aan Verkoop aan Na iedere Na iedere maand:
prijs eerst prijs laatst aankoop: nieuwe nieuwe gemiddelde
binnengekome binnengekomen gemiddelde prijs prijs waartegen
n materialen materialen waartegen verkopen in die
verkopen gebeuren maand gebeuren
, Cost accounting
Hoofdstuk 4
Totale personeelskost (Zie schema p.49)
Prestatieloon
o Gewoon loon
Tijdloonstelsel: loon op basis van aanwezige tijd in het bedrijf
Stukloonstelsel: loon op basis van aantal afgewerkte stuks
o Overloon wettelijke toeslag op loon voor overuren
50% voor elk overuur op werkdag
100% voor elk overuur op zondag of feestdag
o Premies
Sociale lasten (gedragen door de werkgever)
Procentuele toeslag op brutoloon om het mee in de kostprijs te kunnen verrekenen
(50% arbeiders, 40% bedienden)
Werkgever betaalt sociale lasten aan:
o RSZ
o Derden (bv: verzekeringsmaatschappij)
o Eigen personeel
Hoofdstuk 5
A = aanschaffingswaarde
n = bruikbaarheidsduur
R = residuwaarde
Lineaire Degressieve afschrijving Afschrijvingen volgens bedrijfsdrukte
afschrijving
Afschrijvingsdruk ↓ Niet in functie van gebruiksduur, maar effectieve prestaties
(A – R)/n Lineair afschrijvings% x 2 Zuivere:
(max. 40%) (A-R)/totaal aantal prestaties (gereden km,
machine-uren…)
Vanaf degressief bedrag <
lineair overschakelen Achteraf: dit getal vermenigvuldigen met aantal
naar lineaire afschrijving prestaties voor dat jaar
Gemengde: afschrijvingsbedrag minstens gelijk
aan lineaire afschrijving
Hoofdstuk 7
Allereerst verdelen we de kosten naar kostenplaatsen die achteraf steeds naar een
kostendrager overgezet te worden (behalve die van de verkoopkostenplaats).
Zie gevallenstudies cursus!
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 1 & 2
Kostenclassificatie
Naar aard Kostensoort Aankopen grondstoffen, HG, DDG,
bezoldigingen, financiële kosten…
Naar toewijsbaarheid Directe kosten
aan de output Indirecte kosten
Naar functie binnen de Kostenplaatsen* Kostenplaatsen: afdelingen binnen de
onderneming Kostendragers onderneming indirecte kosten
Kostendragers: eindproducten waaraan
kosten uit kostenplaatsen worden
toegerekend directe kosten
Naar relatie tot het Vaste kosten
volume Variabele kosten
Naar tijdsperiode Historische kosten Historische kost: uitgave op het moment
Gebudgetteerde van aanschaffing
kosten Gebudgetteerde kost: geschatte waarde
Standaardkosten van het productieniveau
Standaardkosten: niet-vermijdbare
kosten; “normaal” productieniveau
Naar beheersbaarheid Beheersbare Ze worden toegewezen aan een
kosten persoon/instantie.
Niet-beheersbare Beheersbaar: indien de persoon/instantie
kosten een invloed kan uitoefenen op vlak van
prijs en/of hoeveelheid
* Kostenplaatsen:
Hulpkostenplaatsen
Algemene kostenplaatsen
Technische kostenplaatsen
Fabricagekostenplaatsen/industriële kostenplaatsen
Verkoopkostenplaatsen
Zie schema p. 23: verkoopkostprijs
Bedrijfsresultaatberekening
Totale fabricagekosten
+ BV GIB
- EV GIB
= Fabricagekostprijs GP
-Verkoop afvalstoffen ‘scrap’
+ BV GP
- EV GP***
= Fabricagekostprijs verkochte eenheden GP
+ Verkoopkosten
= Verkoopkostprijs verkochte eenheden GP
versus
Verkoopopbrengsten
BRUTOBEDRIJFSRESULTAAT
,Cost accounting
Kostprijsberekening
Directe grondstoffen
+ Directe arbeid
= Directe productiekosten
+ Indirecte productiekost
= Productiekosten
+ Beheerskosten mbt productie
= Totale fabricagekosten
GP Aantal x Prijs = EUR
BV GP
+ Productie
- Verkopen
aan kostprijs
= EV GP ***
Hoofdstuk 3
HOEVEELHEIDSBEPALING
Werkelijke hoeveelheid Standaardhoeveelheid
Directe hoeveelheidsbepaling Hoeveelheid die vooraf
bepaald wordt en die nodig
Hoeveelheid nauwkeurig tellen, wegen is om het product tot stand
of meten te laten komen.
Indirecte hoeveelheidsbepaling
1ste methode: backflushing
2de methode: voorraadformule
BV + aankopen – EV = materiaalverbruik
PRIJSBEPALING
Historische inkoopprijs = prijs die werkelijk betaald werd voor de materialen (incl.
vervoerskosten, invoerrechten…)
Techniek FIFO (first in, LIFO (last in, Voortschrijdend Maandgemiddelde
first out) first out) gemiddelde
Begrip Verkoop aan Verkoop aan Na iedere Na iedere maand:
prijs eerst prijs laatst aankoop: nieuwe nieuwe gemiddelde
binnengekome binnengekomen gemiddelde prijs prijs waartegen
n materialen materialen waartegen verkopen in die
verkopen gebeuren maand gebeuren
, Cost accounting
Hoofdstuk 4
Totale personeelskost (Zie schema p.49)
Prestatieloon
o Gewoon loon
Tijdloonstelsel: loon op basis van aanwezige tijd in het bedrijf
Stukloonstelsel: loon op basis van aantal afgewerkte stuks
o Overloon wettelijke toeslag op loon voor overuren
50% voor elk overuur op werkdag
100% voor elk overuur op zondag of feestdag
o Premies
Sociale lasten (gedragen door de werkgever)
Procentuele toeslag op brutoloon om het mee in de kostprijs te kunnen verrekenen
(50% arbeiders, 40% bedienden)
Werkgever betaalt sociale lasten aan:
o RSZ
o Derden (bv: verzekeringsmaatschappij)
o Eigen personeel
Hoofdstuk 5
A = aanschaffingswaarde
n = bruikbaarheidsduur
R = residuwaarde
Lineaire Degressieve afschrijving Afschrijvingen volgens bedrijfsdrukte
afschrijving
Afschrijvingsdruk ↓ Niet in functie van gebruiksduur, maar effectieve prestaties
(A – R)/n Lineair afschrijvings% x 2 Zuivere:
(max. 40%) (A-R)/totaal aantal prestaties (gereden km,
machine-uren…)
Vanaf degressief bedrag <
lineair overschakelen Achteraf: dit getal vermenigvuldigen met aantal
naar lineaire afschrijving prestaties voor dat jaar
Gemengde: afschrijvingsbedrag minstens gelijk
aan lineaire afschrijving
Hoofdstuk 7
Allereerst verdelen we de kosten naar kostenplaatsen die achteraf steeds naar een
kostendrager overgezet te worden (behalve die van de verkoopkostenplaats).
Zie gevallenstudies cursus!
Hoofdstuk 8