Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting LKT Nederlands Tweedegraads

Note
-
Vendu
8
Pages
64
Publié le
09-09-2025
Écrit en
2025/2026

LKT Nederlands Tweedegraads – samenvattingen, uitleg & oefentoetsen Alles wat je nodig hebt om je goed voor te bereiden op de Landelijke Kennistoets Nederlands (tweedegraads). Duidelijke samenvattingen van de kernstof Heldere uitleg bij lastige onderwerpen Voorbeeldtoetsen en oefenvragen om je kennis te testen Praktisch, overzichtelijk en gericht op wat je écht moet weten om te slagen.

Montrer plus Lire moins
Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
9 septembre 2025
Nombre de pages
64
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Oefenvragen LKT: antwoorden en uitleg
Domein 1: Vakdidactiek

1.1 Professionele context
1. Wat is een leergang voor het schoolvak Nederlands in de onderbouw die als uitgangspunt
een fictief verhaal neemt?
a. Leswijs
b. Nieuw Nederlands
c. Op Niveau
d. PLOT26

2. Welke beroepsvereniging organiseert jaarlijks de grootste conferentie voor docenten Nederlands
in Nederland en Vlaanderen?
a. HSN
b. Levende Talen
c. SLO
d. Stichting Lezen

3. Hoe heet het document waarin de zogenaamde fundamentele niveaus en streefniveaus worden
beschreven voor het hele taalonderwijs in Nederland?
a. Kwalificatiedossiers taal
b. Referentiekader taal
c. Taalniveaus De basis

4. Wat is het basishandboek vakdidactiek dat voor tweedegraads docenten Nederlands geschreven
is en ingaat op alle onderdelen van het schoolvak Nederlands?
a. Differentiëren in het talenonderwijs (Keijzer e.a.)
b. Effectieve instructie (Ebbens e.a.)
c. Nederlands in de onderbouw. Een praktische didactiek (Bonset e.a.)
d. Taalbewust beroepsonderwijs (Tibbe e.a.)

5. Wat betekent de doorlopende leerlijn van 1F naar 4F? Deze leerlijn verloopt van
a. begin primair onderwijs naar eind vwo
b. begin vmbo naar eind vwo
c. eind primair onderwijs naar eind vwo
d. eind vmbo naar eind mbo

6. Welke uitspraak is waar met betrekking tot het lezen van teksten op 1F-niveau en 4F-niveau?
a. Op 1F-niveau worden er alleen instructieve teksten gelezen en op 4F-niveau worden er ook
betogende teksten gelezen.
b. Op 1F-niveau worden er teksten behandeld waarin schooltaalwoorden centraal staan en op
4F-niveau teksten waarin vaktaalwoorden voorkomen.
c. Op 1F-niveau worden er teksten gelezen die een heldere tekststructuur bevatten en op 4F-
niveau teksten die geen tussenkopjes bevatten.
d. Op 1F-niveau worden er teksten gelezen over onderwerpen die dichtbij de leerling staan en
op 4F-niveau teksten met onderwerpen die verder van de leerling af staan.

,7. Lees onderstaande tekst en bepaal om welk referentieniveau het gaat.
a. 1F
b. 2F
c. 3F
d. 4F

8. Welke didactische van de onderstaande didactische handelingen behoort tot een van de vijf
vuistregels voor effectieve didactiek?
a. Werk vakoverstijgend
b. Zorg voor een leerzaam taalaanbod
c. Zorg voor taalsteun
d. Zorg voor een veilig leerklimaat

9. Wat zijn de elementen van de ‘smalle variant’ van taalbeleid?
a. Gericht op een specifieke doelgroep, aangestuurd vanuit het management, zonder
draagvlak.
b. Gericht op een specifieke doelgroep, taalondersteuning als bijles, van tijdelijke aard.
c. Gericht op alle leerlingen, taalondersteuning als bijles, permanent karakter.
d. Gericht op alle leerlingen, aangestuurd vanuit het management, van tijdelijke aard.

10. Welke van de onderstaande beweringen klopt?
a. Elke school met hoge afstroomcijfers en lage examenresultaten is verplicht een taalbeleid te
voeren.
b. De onderwijsinspectie controleert elke vier jaar of scholen een taalbeleid voeren.
c. Een school met hoge afstroomcijfers en lage examenresultaten wordt door de inspectie
geadviseerd op een taalbeleid te voeren.
d. Elke school dient een taalbeleid te voeren. Dat is verankerd in de wet.

1.2 Taalontwikkelend lesgeven
1.2.1 Taalgericht vakonderwijs
1. Tot welke categorie behoren de woorden ‘misleidend’ en ‘toenemen’?
a. Algemeen specifieke woorden
b. Dagelijkse woorden
c. Schooltaalwoorden
d. Vaktaalwoorden
Dit zijn bij uitstek schooltaalwoorden, dus laagfrequent in het dagelijks taalgebruik maar alom
aanwezig in schoolboekteksten. Schooltaalwoorden zijn abstract en krijgen pas betekenis in
de context waarin ze voorkomen. (p. 180 - 182 van het handboek NT2)
2. Welke van de onderstaande didactische hulpmiddelen valt niet onder de noemer van
taalverwervingsgericht lesgeven?
a. De leerlingen krijgen allemaal de tijd om na te denken voordat de leraar een beurt geeft.
b. De leerlingen lezen aan de hand van duidelijke opdrachten.
c. De leerlingen lezen zelfstandig in hun eigen tempo.
d. De leerlingen lezen zoveel mogelijk.
Antwoord C hoort niet bij taalverwervingsgericht lesgeven want het is niet per se gericht op de
taalontwikkeling van de (taalzwakke) leerling, terwijl de andere hulpmiddelen daar wel op gericht
zijn. (zie ook ‘Lesgeven in meertalige klassen’ van M. van de Laarschot, 1997).

, 3. Wat is een voorbeeld van een cognitief veeleisende, concrete taalactiviteit?
a. In het theorielokaal mondelinge uitleg geven over verschillen en overeenkomsten tussen
twee uitgevoerde natuurkundige proefjes.
b. Schriftelijk rapporteren tijdens het uitvoeren van een natuurkundig proefje.
c. Overnemen van het bord van de lijst benodigdheden voor een natuurkundig proefje
d. Thuis vertellen over het natuurkundige proefje op school.
Dit is een taak waarbij leerlingen bezig zijn met een concrete activiteit (een natuurkundig proefje
uitvoeren) waarbij ze een complexe, veeisende taaltaak moeten uitvoeren (schriftelijk rapporteren).
Bij schriftelijk rapporteren wordt gevraagd om verslag te doen (zelf onder woorden brengen wat je
stap voor stap ziet in een natuurkundig proces) en dit ook nog eens op te schrijven (schriftelijke
vaardigheden zijn complexer dan mondelinge vaardigheden) met gebruikmaking van de nodige
vaktaal. (zie bron bij vraag 2 en het model van Cummins - DAT/CAT)

4. Tot welke categorie behoren de woorden ‘inleiding’ en ‘abstract’?
a. Algemeen specifieke woorden
b. Dagelijkse woorden
c. Schooltaalwoorden
d. Vaktaalwoorden

5. Welke van de onderstaande didactische hulpmiddelen valt onder de noemer van taalontwikkelend
lesgeven?
a. De leerlingen maken in duo’s de opdrachten uit het werkboek.
b. De leerlingen lezen een tekst uit een actuele bron.
c. De leerlingen gebruiken een spiekbriefje bij hun presentatie.
d. De leerlingen lezen zoveel mogelijk.


6. Het bieden van taalsteun is een van de pijlers van taalgericht vakonderwijs. Welke opvatting over
taalsteun is niet juist?
a. Taalsteun kan zowel mondeling en schriftelijk worden aangeboden.
b. Taalsteun is bedoeld voor anderstalige leerlingen die hulp nodig hebben bij lezen.
c. Taalsteun kan worden ingezet op alle niveaus binnen het onderwijs.
d. Taalsteun kan worden afgebouwd als leerlingen taalvaardiger zijn.

1.2.2 Taalvaardigheidsniveaus
7. Van welke (deel)vaardigheden zijn er in het referentiekader taal van Meijerink vier
referentieniveaus onderscheiden?
a. Mondelinge taalvaardigheid, schrijven, lezen, luisteren
b. Mondelinge taalvaardigheid, schrijven, lezen, woordenschat
c. Mondelinge taalvaardigheid, schrijven, lezen, taalverzorging
d. Mondelinge taalvaardigheid, schrijven, lezen

8. Waar staan de letters S en F voor in het referentiekader taal van Meijerink?
a. Fundamenteel niveau en Streefniveau
b. Functioneel niveau en Streefniveau
c. Fundamenteel niveau en Screenniveau
d. Functioneel niveau en Screenniveau

, 1.2.3 Woordenschatdidactiek
9. Welke kenmerken heeft de woordenschatdidactiek van Marzano?
a. Het is een intentionele didactiek, bevordert eigenaarschap van leerlingen, wijst
woordenschattoetsen af.
b. Het is een intentionele didactiek, bevordert eigenaarschap van leerlingen, behandelt alleen
schooltaalwoorden.
c. Het is een incidentele didactiek, bevordert eigenaarschap van leerlingen, behandelt alleen
schooltaalwoorden.
d. Het is een incidentele didactiek, is docentgestuurd, wijst woordenschattoetsen af.

10. Welke techniek behoort tot het consolideren van woorden?
a. Het aanbieden van een contextzin
b. Het analyseren van een woord
c. Het oefenen in verschillende contexten
d. Het controleren van de betekenis

1.2.4 NT2(-didactiek)

11. Op welke manier zijn oefeningen volgens het ABCD-model van Neuner opgebouwd?
a. van open naar gesloten oefeningen
b. van receptieve naar productieve oefeningen
c. van ongestuurde naar gestuurde oefeningen
d. van concrete naar abstracte oefeningen
Het ABCD-model van Neuner geeft een opbouw van oefenvormen weer dat gebruikt wordt in
communicatieve leergangen van het tweedetaalonderwijs als didactisch kader. Het model is
opgebouwd van receptieve (A en B) naar productieve oefeningen (C en D). Andere kenmerken
van de opbouw in dit model zijn: van gesloten naar open oefening, van gestuurde naar
ongestuurde oefening. (p. 62 Handboek NT2 in het volwassenenonderwijs, Bossers, 2015)


12. Hoe worden grammaticale structuren aangeboden in de communicatieve benadering van het
NT2-onderwijs?
a. ze vormen het startpunt van elk thema
b. ze worden alleen receptief geoefend
c. ze zijn verweven in korte dialogen
d. ze worden alleen aangeboden als ze logisch volgen uit een thema
In communicatieve leergangen is de leerstof geordend in thema’s. Grammatica speelt een
ondergeschikte rol en komt alleen dan aan de orde als het logisch volgt uit het thema. Doorgaans
wordt de grammaticale structuur op inducatieve wijze aangeboden. (zie verwijzing bij vraag 1)


13. Gegeven:
LL: ‘Gisteren loopte ik naar school’
LK: ‘Dus je liep gisteren naar school …’
Vraag: wat is dit voor soort feedback?
a. impliciete feedback op de vorm
b. impliciete feedback op de inhoud
c. expliciete feedback op de inhoud
d. expliciete feedback op de vorm
€9,16
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
aliedadegroot
3,0
(1)

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
aliedadegroot Hogeschool Arnhem en Nijmegen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
10
Membre depuis
5 mois
Nombre de followers
0
Documents
5
Dernière vente
1 mois de cela

3,0

1 revues

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions