Hoofdstuk 3 Gevolgen van de platentektoniek
Vergelijk de ligging van aardbevingen, vulkanen en gebergten t.o.v. de tektonische platen. W
verband merk je op?
→Ze komen voor in de omgeving van plaatranden
o Convergerende platen - zwaardere aardbevingen
o Divergerende platen – minder zware aardbevingen
o Dwarsbreuken veroorzaken ook zware aardbevingen, aangezien de platen daar in tegengestelde ri
of met een verschillende snelheid naast elkaar schuiven.
, 1. Vorming van plooiingsgebergten
Waar en hoe vormen zich plooiingsgebergten ->
o Op plaatsen waar tektonische platen tegen elkaar botsen.
o Wanneer 2 platen botsen, worden de tussenliggende sedimenten geplooid. Door de hoge druk en tempe
worden de sedimenten vervormbaar en plastisch.
Er ontstaan plooibundels met
Synclines = plooidalen Anticlines = plooiruggen
Ontstaan van dekbladen -> soms is de druk zo hoog dat de lagen over elkaar heen schuiven. Die kunnen verv
doorbreken en doorschuiven over de andere gesteenten, waardoor de plooien evolueren tot dekbladen.
Botsing continentale plaat met oceanische plaat -> kustgebergte
Botsing 2 continentale platen -> continentaal gebergte
, 2. Aardbevingen
Geef het ontstaan van aardbevingen ->
o Door de beweging van lithosfeerplaten worden er spanningen opgebouwd, vooral aan de randen van deze
de gesteenten deze spanningen niet meer verdragen breken ze of verschuiven ze. Deze schoksgewijze bew
veroorzaakt een aardbeving.
o Een aardbeving is dus een trilling die ontstaat door een plotselinge verschuiving van het gesteente
Begrippen
, Registratie van aardbevingen
= aardbevingen worden geregistreerd met seismograaf, dat beweegt niet mee. Het registratietoestel
beweegt wel mee.
Schaal van Richter (1935)
o Bereik 0 tot 10
o Meting: Vrijgekomen energie op basis van de grootste uitwijking van het seismogram.
o Logaritmische schaal:
o Verhoging met 1 = 10x krachtiger.
o Niet geschikt voor aardbevingen met een magnitude > 7.
De seismische momentmagnitudeschaal (Mw)
• Voor zware aardbevingen (magnitude > 7).
• Meting: Kracht gebaseerd op:
o Vrijgekomen energie.
o Grootte van het verschoven volume.
o Grootte verplaatsing langs de breuk.
(media zegt vaak Schaal van Richter, maar bedoelen Momentmagnitudeschaal. Schaal van de richter word
eigenlijk niet meer gebruikt)