Bevat:
Samenvatting 24P
Extra verduidelijkingen 14P
Overzicht belangrijkste filosofen 10P
Filosofie samenvatting van de
samenvatting
Overzicht van de cursus wijsbegeerte
Wat is filosofie?
• Filosofie is een kritische zoektocht naar wijsheid en begrip.
• Het stelt fundamentele vragen over de mens, de wereld en het leven, zonder
definitieve antwoorden te bieden.
• Verschilt van:
• Ideologie: Filosofie verwerpt dogmatische overtuigingen en vaste waarheden.
• Wetenschap: Filosofie zoekt geen controle over de wereld, maar een diep
begrip van betekenis en verbanden.
• Techniek: Filosofie richt zich niet op praktische toepassingen, maar op het
onderzoeken van ideeën.
Leefwereld vs. Objectieve werkelijkheid
• Leefwereld (Husserl):
• Onze dagelijkse, subjectieve ervaring van de wereld.
• Voorbeeld: Het empathisch reageren op dieren zoals huisdieren of dolfijnen
(symboliek en emotie).
• Objectieve werkelijkheid:
• Wetenschappelijke en feitelijke kijk op de wereld.
• Voorbeeld: Biologen analyseren dieren zonder emotionele betrokkenheid.
Ontstaan van filosofie
• Filosofie ontstaat uit verwondering en het verlangen naar rationele
verklaringen (logos).
• Overgang van mythologie naar filosofie:
• Magie: Rituelen om de wereld te beheersen.
Verbonden met taboe, het magisch object beheerst de leefwereld=> maar
niet toegankelijk
, • Mythologie: Verhalen om de werkelijkheid te verklaren (goddelijke krachten,
kosmos). Legendarische verhalen vormen een collectief geheugen waarin alles
een plaats krijgt.
=> onze plaats in de wereld verklaren
• Filosofie: Rationeel denken dat zoekt naar universele principes zonder goden.
Vertrekt vanuit verwondering
• Griekse natuurfilosofen:
• Thales (624 - 545 BC)* Wijsbegeerte onstaat in Ionië (kust Turkije) in relatief
onafhankelijke Griekse stadsstaten. Hij zoekt echt een verklaring voor de wereld
en hij ziet constant verandering in die wereld. Hij geloofde niet in Goden en
goddelijke krachten die de wereld orde brengen. (Miletiërs geloofden nog wel in
Goden, maar niet om de wereld te verklaren.) Thales geloofde in inherente
wetmatigheden. 4 elementen beheersen universum (water, vuur, aarde, lucht).
Water is fundamenteel element, aangezien het vloeibaar is en voortdurend in
beweging, in verandering. Water kan vloeibaar, vast, gasvorm. En de wereld
bestaat uit water, en daaruit volgen de andere elementen.
=> Fundamenteel andere denkwijze! Geen magie en goden meer, maar
argumentatief verhaal.
Rol van de wiskunde (meetkunde)
Thales wordt beschouwd als de eerste Griekse wiskundige. Hij bewees bekende
goniometrische stellingen zoals dat 2 driehoeken gelijk zijn als ze een zijde en 2 aanliggende
hoeken gemeen hebben of ook Thales theorema (figuur).
Wiskunde komt uit Babilonië en Egypte maar bij Thales krijgt het mathematische bewijs
vorm. Dit is een andere manier van redeneren die weeral bovenkwam. = logocentrische
cultuur. Speciale rol van wiskundige inzicht zorgt ervoor dat bij Pythagoras* (569 - 470 BC,
stelling),mathematische kennis basis voor religie wordt. Denk maar aan muziek en lengte
snaren lier, harmonie der sferen, phytagoreische school. (zie ook numerologie) Wiskunde,
magie en religie komen samen.
Wiskundige kennis verwijst naar een nieuw waarheidsideaal: eeuwig, toegankelijk via
rede, coherent, volstrekt transparant en begrijpbaar. Gebruikt begrippen die
abstract, immaterieel zijn (punt, rechte, driehoek, maakt niet uit welke je tekent)
zie Plato.
• Filosofie ontwikkelde zich vanuit vragen over natuur, werkelijkheid en
verandering.
Belangrijke thema’s in de filosofie
• Zinvraag:
• Wie ben ik?
• Wat is mijn plaats in de wereld?
• Wat betekent het om mens te zijn?
• De rol van taal:
, • Taal vormt de structuur van onze leefwereld en beïnvloedt hoe we de wereld
begrijpen.
• Logos versus mysterie:
• De westerse cultuur is logocentrisch (gericht op rationaliteit).
• Kritiek (Nietzsche, Heidegger): Rede negeert menselijke emoties(secundair) en
existentiële diepten.
Deeldisciplines van filosofie
1. Epistemologie:
• Onderzoek naar kennis: Wat weten we en hoe weten we dat?
.
Wetenschapsfilosofie: stelt gangbare wetenschap in discussie. Is er een
eenheidswetenschap of zijn er verschillende wetenschappen? Kunnen
mensen en de maatschappij op dezelfde wijze worden bestudeerd als de
natuur?
Logica: de basis van geldig redeneren. Bij geldig argument moet uit ware
premissen een ware conclusie volgen.
Retoriek: de kunt om een auditorium te overtuigen = ruimer dan logica.
Niet enkel bewijsvoeringen, maar ook argumenten die plausibiliteit van
stelling verhogen en omvat ook enkele verleidingstrucjes.
Taalfilosofie: stelt vragen omtrent de taal.
2. Metafysica:
• Studie van de aard van de werkelijkheid: Wat is de fundamentele structuur
van alles wat bestaat?
3. Ethiek:
• Vragen over goed en fout handelen: Wat maakt een handeling moreel juist?
4. Esthetica:
• Onderzoek naar schoonheid, kunst en smaak.
5. Antropologie:
• Studie van het mensbeeld: Wat betekent het om mens te zijn?
6. Sociale wijsbegeerte:
• Onderzoek naar menselijke socialiteit en maatschappelijke structuren.
Voorbeelden en toepassingen
• Moraal en empathie:
• Protest tegen de dolfijnenjacht (Grindadráp) toont hoe onze morele ruimte
bepaald wordt door de leefwereld en emoties.
, • Verschil in empathie tussen huisdieren en landbouwdieren illustreert de
invloed van symboliek.
• Disney-effect:
• Hoe we dieren antropomorfiseren (menselijke eigenschappen geven)
beïnvloedt ons morele oordeel.
Waarom filosofie?
• Filosofie helpt bij het kritisch nadenken over maatschappelijke, ethische en
existentiële vragen.
• Het biedt geen pasklare antwoorden, maar helpt mensen om bewust te
worden van hun overtuigingen en leefwereld.
Dit uitgebreide overzicht toont de rijke inhoud van de cursus en hoe filosofie relevant
is voor zowel het persoonlijke als het maatschappelijke leven.
Einde pwp1
Samenvatting: Athene en klassieke wijsbegeerte
Athene in de Gouden Eeuw (5e eeuw v.Chr.)
• Belang van Athene:
• Klein in omvang, maar Athene had een enorme invloed als centrum van
cultuur, politiek en militair beleid.
• De Acropolis was het centrum van de stad, waar belangrijke religieuze
ceremonies plaatsvonden, en tegelijkertijd een belangrijk symbool voor de
macht van de stadstaat.
• Politieke context:
• De Polis was een stadstaat die in deze periode vorm kreeg, met een vroege
democratie die voor het eerst vrije mannelijke burgers de mogelijkheid gaf om
deel te nemen aan volksvergaderingen.
• In Athene werd retoriek van groot belang. Burgers leerden hoe ze konden
overtuigen via het woord, niet door geweld.
• Tirannie was de belangrijkste bedreiging voor de democratie, omdat de
Atheners vrezen dat één persoon teveel macht zou krijgen.
• Solon, een dichter en wetgever, introduceerde belangrijke hervormingen die
de basis legden voor de democratische waarden van Athene. Hij benadrukte de
nauwe verbinding tussen politiek en cultuur.
Socrates (469-399 v.Chr.)
• Leraar en filosoof:
• Socrates was uniek omdat hij geen geschriften achterliet. Hij onderwees
door dialoog, waarbij hij zijn studenten dwong kritisch na te denken over hun
overtuigingen.