Psychologisch perspectief
Hoofdstuk 2: leerprocessen
Doelstellingen: 3 beginnersniveau, de student kan gedrag van de mens kaderen
binnen het nature-nurture debat en is in staat aangeleerd gedrag te benoemen en te
kaderen binnen de verschillende leermodellen (klassieke en operante conditionering,
sociaal leren, habituatie)
1. De automatische nawerking van vroegere
ervaringen
Discussie over de mate waarin ns gedrag aangeboren of aangeleerd is.
Is ons gedrag aangeboren (nature) of aangeleerd (nurture)
Onderzoek bij identieke tweelingen die in een andere omgeving opgroeien
Conclusie: niet elk gedrag kan aangeleerd worden, is kneedbaar door
omgevingsfactoren. Onze biologische uitrusting geeft de grenzen aan
waarbinnen het gedrag kan evolueren.
Leerprocessen zijn werkelijk alomtegenwoordig bij de mens.
2. Soorten leerprocessen
Wat wordt in de psychologie bestudeerd wanneer men spreekt over
leerprocessen?
Cognitieve leerprocessen -> leren: het inoefenen en zicht eigen maken van
allerlei nuttige kennisinhouden en vaardigheden. Intentioneel,
vaardigheden of kennis zo goed en zo snel mogelijk onder de knie krijgen.
o Inzichtelijk
o Veronderstelt bewustzijn
o Vb nieuwe taal leren
Automatische leerprocessen -> niet bewust bang geworden van een hond.
We hebben 4 soorten automatische leerprocessen. Spontaan geleerd,
hieronder vallen ook de gewoontes
o Niet- inzichtelijk
o Heeft bewustzijn niet nodig
o Vb; roken, nagelbijten, spreekstijl
Leren en geheugen
Leerpsychologie is echter dat er maar weinig overeenstemming bestaat
over de wijze waarop men die verschillende leervormen kan indelen.
o Expliciete geheugen: wat we konden omschrijven als een weten of
een kennen. Ervaringen die we na verloop van tijd terug kunnen
oproepen in ons bewustzijn onder de vorm van herinneringen,
gebruikt worden in denkprocessen en vandaar aanleiding geven tot
, het ontstaan van interessante nieuwe inzichten. Al deze processen
zouden we kunnen samenvatten onder de titel inzichtelijke of
cognitieve leerprocessen. Gemeenschappelijk kenmerk, hoger
niveau van bewustzijn veronderstellen.
o Impliciete geheugen, verwijst naar een kunnen of het beheersen
van bepaalde technieken. Opgeslagen ervaringen een veel
directere invloed op het gedrag, zonder dat ze eerst het bewustzijn
moeten passeren. Rechtstreekse invloed op de wijze waarop je je
gedraagt. Niet-inzichtelijke of automatische leerprocessen.
a. Habituatie, door enkel gewoonte
= meest elementaire vorm van leren
De herhaalde aanbieding van steeds dezelfde prikkel leidt er toe dat de
reactie gaandeweg vermindert en verdwijnt
Vb wonen naast ene treinspoor. Je telt jezelf onbewust het is maar een
trein, die gaat niet door ons aanrijden. Je systeem leert dat er geen
aandacht meer aan worden geschonken want het is geen risico meer voor
ons, het is verloren energie. Ons systeem wordt gewoon aan dingen die
niet gevaarlijk zijn.
PROBLEEM: gevaar kan normaal worden, maar is eigenlijk toch gevaarlijk
Ons brein kikt op dingen herhalen, leren is een herhaaldelijk proces
b. Klassieke conditionering
= stimulussubsititutie, S-leertype
Het leren van een voorwaardelijke reactie
Het leren van voorwaardelijke reflexen
Het hele proces waardoor een bestaande reactie
verbonden raakt met een nieuwe prikkel.
Vb de hond van Pavlov
De conditionering kunnen we samenvatten als:
Een prikkel (het voedsel) die onvoorwaardelijk een bepaalde respons (de
speekselreactie uitlokte. -> onvoorwaardelijke prikkel (OP) en de reactie de
onvoorwaardelijke reactie (OR)
In het kader van het experiment werd de OP herhaaldelijk en onmiddellijk
voorafgegaan door een andere prikkel (zoemgeluid), dat is een prikkel die uit
zichzelf geen speekselreactie uitlokt en die we daarom een neutrale
prikkel(NP).
Het herhaaldelijk onmiddellijk op elkaar volgen van de NP en de OP, treedt
echter geleidelijk een verandering op in de reactie van het dier:
speekselreactie ook bij toedienen van NP. De prikkel wordt een
voorwaardelijke prikkel (VP) en de reactie een voorwaardelijke reactie (VR)
, Pavlov’s verklaring
De contiguïteit, betekent het vrijwel samen optreden van de VP en de OP, zou
er volgens hem verantwoordelijk voor zijn dat er zich in de hersenen nieuwe
verbindingen vormen tussen de centra die instaan voor de verwerking van die
verschillende prikkels. Hierdoor zou dezelfde reactie die in aanvang uitgelokt
werd door de OP, na verloop van tijd ook al opgeroepen worden de VP.
Verklaring Pavlov= puur fysiologisch:
Contiguïteit van OP VP -> nieuwe verbindingen in de hersenen
Biologisch nuttig en zinvol voor overleving
Geen denk – of herinneringsprocessen, geen inzicht.
3 fases, 6 termen en je moet 4 dingen eruit halen om in het voorbeeld te
blijven. Zie kleurtjes
1) Voor leren: voor iets geleerd is, onvoorwaardelijk
Brokken (stimulus) -> kwijlen (reactie)
2) Tijdens leren (conditionering)
Bel (neutrale prikkel) oriëntering reactie (neutrale reactie)
+ Samen met brokken (OS) -> kwijlen van de hond (OR)
3) Het is geleerd
Enkel bel (VP) -> voorwaardelijke reactie (hond gaat kwijlen)
Voor conditionering: voedsel in de speekselafscheidin
mond g
Onvoorwaardelijke prikkel OP onvoorwaardelijke
reactie OR
belgeluid oriëntatie
Neutrale prikkel NP neutrale
reactie NR
conditionering: bel + voedsel speekselafscheidin
g
NP + OP OR
Na conditionering belgeluid speekselafscheidi
Voorwaardelijke prikkel VP voorwaardelijkeng
reactie VR
Bijkomende processen
Hoofdstuk 2: leerprocessen
Doelstellingen: 3 beginnersniveau, de student kan gedrag van de mens kaderen
binnen het nature-nurture debat en is in staat aangeleerd gedrag te benoemen en te
kaderen binnen de verschillende leermodellen (klassieke en operante conditionering,
sociaal leren, habituatie)
1. De automatische nawerking van vroegere
ervaringen
Discussie over de mate waarin ns gedrag aangeboren of aangeleerd is.
Is ons gedrag aangeboren (nature) of aangeleerd (nurture)
Onderzoek bij identieke tweelingen die in een andere omgeving opgroeien
Conclusie: niet elk gedrag kan aangeleerd worden, is kneedbaar door
omgevingsfactoren. Onze biologische uitrusting geeft de grenzen aan
waarbinnen het gedrag kan evolueren.
Leerprocessen zijn werkelijk alomtegenwoordig bij de mens.
2. Soorten leerprocessen
Wat wordt in de psychologie bestudeerd wanneer men spreekt over
leerprocessen?
Cognitieve leerprocessen -> leren: het inoefenen en zicht eigen maken van
allerlei nuttige kennisinhouden en vaardigheden. Intentioneel,
vaardigheden of kennis zo goed en zo snel mogelijk onder de knie krijgen.
o Inzichtelijk
o Veronderstelt bewustzijn
o Vb nieuwe taal leren
Automatische leerprocessen -> niet bewust bang geworden van een hond.
We hebben 4 soorten automatische leerprocessen. Spontaan geleerd,
hieronder vallen ook de gewoontes
o Niet- inzichtelijk
o Heeft bewustzijn niet nodig
o Vb; roken, nagelbijten, spreekstijl
Leren en geheugen
Leerpsychologie is echter dat er maar weinig overeenstemming bestaat
over de wijze waarop men die verschillende leervormen kan indelen.
o Expliciete geheugen: wat we konden omschrijven als een weten of
een kennen. Ervaringen die we na verloop van tijd terug kunnen
oproepen in ons bewustzijn onder de vorm van herinneringen,
gebruikt worden in denkprocessen en vandaar aanleiding geven tot
, het ontstaan van interessante nieuwe inzichten. Al deze processen
zouden we kunnen samenvatten onder de titel inzichtelijke of
cognitieve leerprocessen. Gemeenschappelijk kenmerk, hoger
niveau van bewustzijn veronderstellen.
o Impliciete geheugen, verwijst naar een kunnen of het beheersen
van bepaalde technieken. Opgeslagen ervaringen een veel
directere invloed op het gedrag, zonder dat ze eerst het bewustzijn
moeten passeren. Rechtstreekse invloed op de wijze waarop je je
gedraagt. Niet-inzichtelijke of automatische leerprocessen.
a. Habituatie, door enkel gewoonte
= meest elementaire vorm van leren
De herhaalde aanbieding van steeds dezelfde prikkel leidt er toe dat de
reactie gaandeweg vermindert en verdwijnt
Vb wonen naast ene treinspoor. Je telt jezelf onbewust het is maar een
trein, die gaat niet door ons aanrijden. Je systeem leert dat er geen
aandacht meer aan worden geschonken want het is geen risico meer voor
ons, het is verloren energie. Ons systeem wordt gewoon aan dingen die
niet gevaarlijk zijn.
PROBLEEM: gevaar kan normaal worden, maar is eigenlijk toch gevaarlijk
Ons brein kikt op dingen herhalen, leren is een herhaaldelijk proces
b. Klassieke conditionering
= stimulussubsititutie, S-leertype
Het leren van een voorwaardelijke reactie
Het leren van voorwaardelijke reflexen
Het hele proces waardoor een bestaande reactie
verbonden raakt met een nieuwe prikkel.
Vb de hond van Pavlov
De conditionering kunnen we samenvatten als:
Een prikkel (het voedsel) die onvoorwaardelijk een bepaalde respons (de
speekselreactie uitlokte. -> onvoorwaardelijke prikkel (OP) en de reactie de
onvoorwaardelijke reactie (OR)
In het kader van het experiment werd de OP herhaaldelijk en onmiddellijk
voorafgegaan door een andere prikkel (zoemgeluid), dat is een prikkel die uit
zichzelf geen speekselreactie uitlokt en die we daarom een neutrale
prikkel(NP).
Het herhaaldelijk onmiddellijk op elkaar volgen van de NP en de OP, treedt
echter geleidelijk een verandering op in de reactie van het dier:
speekselreactie ook bij toedienen van NP. De prikkel wordt een
voorwaardelijke prikkel (VP) en de reactie een voorwaardelijke reactie (VR)
, Pavlov’s verklaring
De contiguïteit, betekent het vrijwel samen optreden van de VP en de OP, zou
er volgens hem verantwoordelijk voor zijn dat er zich in de hersenen nieuwe
verbindingen vormen tussen de centra die instaan voor de verwerking van die
verschillende prikkels. Hierdoor zou dezelfde reactie die in aanvang uitgelokt
werd door de OP, na verloop van tijd ook al opgeroepen worden de VP.
Verklaring Pavlov= puur fysiologisch:
Contiguïteit van OP VP -> nieuwe verbindingen in de hersenen
Biologisch nuttig en zinvol voor overleving
Geen denk – of herinneringsprocessen, geen inzicht.
3 fases, 6 termen en je moet 4 dingen eruit halen om in het voorbeeld te
blijven. Zie kleurtjes
1) Voor leren: voor iets geleerd is, onvoorwaardelijk
Brokken (stimulus) -> kwijlen (reactie)
2) Tijdens leren (conditionering)
Bel (neutrale prikkel) oriëntering reactie (neutrale reactie)
+ Samen met brokken (OS) -> kwijlen van de hond (OR)
3) Het is geleerd
Enkel bel (VP) -> voorwaardelijke reactie (hond gaat kwijlen)
Voor conditionering: voedsel in de speekselafscheidin
mond g
Onvoorwaardelijke prikkel OP onvoorwaardelijke
reactie OR
belgeluid oriëntatie
Neutrale prikkel NP neutrale
reactie NR
conditionering: bel + voedsel speekselafscheidin
g
NP + OP OR
Na conditionering belgeluid speekselafscheidi
Voorwaardelijke prikkel VP voorwaardelijkeng
reactie VR
Bijkomende processen