HOOFDSTUK 1
KENNISMAKING MET PSYCHOLOGIE
INLEIDING
Columbine -voorbeeld P. 12 van de cursus
Psychologie is een gedragwetenschap: het probeert wreedaardig gedrag te verklaren, en
bestudeert in wezen elk gedrag dat mensen (of dieren) kunnen stellen. Ze bestudern
het gedrag op niveau van het individu
WETENSCHAPPELIJKE PSYCHOLOGIE EN INTUÏTIEVE
MENSENKENNIS
VERSCHILLEN IN HET VERZAMELEN VAN GEGEVENS
Psychologie vindt soms een oorsprong in:
Intuïtieve kennis, gezond verstand -Speculeren over de menselijke aard -
Mensenkennis
Volkswijsheden
MAAR! Dit is niet wat de psychologie tot een wetenschap maakt.
“Although common sense can be useful for some purpose, it’s sometimes completely
wrong”
Intuïtieve mensenkennis ≈ wetenschap:
Algemene doelstelling = gebeurtenissen kunnen voorspellen en/of er vat op
krijgen
Basis = ervaringsgegevens
Intuïtieve mensenkennis wetenschap = empirisch:
Verschil in soort ervaringen waarop beiden zich baseren
Verschil in wijze waarop inzichten verworven worden
Psychologie beantwoord vraagstukken aan de hand van wetenschappelijke methodes
3 manieren om gegevens te verzamelen
1. Objectieve vaststellingen
2. Systematische observaties
3. In gecontroleerde situaties
1. Objectieve vaststellingen
Een van de hoekstenen van de wetenschap is dat de observaties waarop men zich
baseert in principe door iedere onderzoeker herhaald en gecontroleerd kunnen
worden. Dat moet vermijden dat de uitspraken die men doet, te zeer gekleurd
, zouden zijn door de persoonlijke eigenaardigheden of de subjectieve
verwachtingen van de persoon in kwestie.
objectieviteitsbeginsel
Maakt gebruik van insturmenten en technieken
2. Systematische observaties
• Komt uit intuitieve kennis: vage indrukken, gebaseerd op gebeurtenissem die het
meeste opvallen
stereotypen: de ‘echte’ amerikaan, een ‘typische’ homo, …
• Om dit te voorkomen kunnen wetenschappers best een toevallige steekproef doen
(aselect mensen selecteren die deelnemen) hierdoor krijg je een meer
betrouwbaar onderzoek en is het onder zoek een weerspiegeling van de ‘echte
werkelijkheid’.
3. Gecontroleerde situaties
• Zelfs wanneer ik mij baseer op objectieve waarnemingen en wanneer ik bovendien
een representatief aantal observaties verzamel, dan nog kan het gebeuren dat
storende factoren voor een vertekening zorgen.
• Voorbeeld P. 18 in de cursus
VERSCHILLEN IN HET ZOEKEN NAAR SAMENHANG
Psychologie gaat niet enkel op zoek naar beschrijving, ook naar verbanden tussen
verklarende factoren / gevolgen en oorzaken.
Vb. zijn er verklarende factoren waarom Dylan en Eric deze daad gepleegd hebben?
Intuïtie: snel en oppervlakkig verbanden zoeken
Wetenschap: op een methodische manier verbanden onderzoeken. Dit gebeurt op drie
manieren:
1. Begrijpende methode
2. Correlationele methode
3. Experimentele methode
1. Begrijpende methode
• Kwalitatief onderzoek
, o Maakt GEEN gebruik van cijfermateriaal dat statistisch verwerkt kan
worden, maar beperkt zich tot verbale beschrijvingen van de fenomenen
die ze wil onderzoeken.
o Dit doen ze voornamelijk doormiddel van Gevalsstudies/cases
vb. colombine high school
• Onderzoekt alle mogelijke verklaringen en maakt een gefundeerde keuze. Omdat
ze op deze manier geen belangrijke dingen over het hoofd zien.
• Nadeel = de subjectiviteit
2. Correlationele methode
• Hierbij verzamelt men bij een relatief grote groep individuen eerst een aantal
gegevens over de variabelen die men wil onderzoeken.
o Variabelen: een kenmerk dat verschillende verschijningsvormen kan
aannemen (dat dus ‘variabel’ is): bijvoorbeeld de leeftijd, het geslacht, het
intelligentieniveau enzovoort.
• Samenhang tussen verschillende variabelen GEEN oorzaak & gevolg!
o Positieve correlatie
Vb. Hoe meer jongeren agressieve videogames spelen hoe meer
agressie vertonen
o Negatieve correlatie
Vb. hoe kouder het buiten is hoe meer mensen hun verwarming
opzetten
o Nulcorrelatie
Vb. Het aantal gespotte ooievaars en het geboortecijfer in dat land
(heeft niks met elkaar te maken)
• Vertelt hoe veranderingen in de ene variabele samenhangen met veranderingen in
de andere variabele
• Variabele = kenmerk dat verschillende verschijningsvormen kan aannemen
• Correlatie rxy = +, 0, -
3. Experimentele methode
• Gebruiken we als we willen weten of de ene variabelen de andere veroorzaakt
(Oorzakelijk verband vaststellen)
• Afhankelijke variabele en onafhankelijke variabele
o Voorbeeld: Je wilt onderzoeken of zonlicht invloed heeft op de groei van
een plant.
Onafhankelijke variabele: De hoeveelheid zonlicht die de plant krijgt
(bijvoorbeeld 2 uur, 4 uur, of 6 uur per dag). Dit is de variabele die
je verandert of manipuleert.
Afhankelijke variabele: De groei van de plant (hoeveelheid groei in
centimeters). Dit is wat je meet en wat verandert als gevolg van de
onafhankelijke variabele.
In dit voorbeeld beinvloedt de hoeveelheid zonlicht (onafhankelijke
variabele) de groei van de plant (afhankelijke variabele).
• Storende variabelen uitschakelen of neutraliseren
o Door te vertrekken van 2 ‘identieke’ proefgroepen
Vb. jongeren van hetzelfde geslacht en dezelfde leeftijd.
• Extra voorbeeld: chemo kinderen een nieuw ijsje laten proeven
Extra uitleg + voorbeeld P. 22-24 boven aan
, GESCHIEDENIS VAN DE PSYCHOLOGIE
https://www.youtube.com/watch?v=_qqwq8EmTY4 tijdlijn van maken‼️
zie tijdlijn en P. 28-46 in de cursus ‼️
3 STUDIE DOMEINEN VAN DE PSYCHOLOGIE
HEDENDAAGSE STROMINGEN IN DE PSYCHOLOGIE
Theoretische Psychologie
o Geinteresseerd in pure kennis
o Voorbeelden
Algemene psychologie / functieleer de meest algemene psychologi-
sche processen die in zowat ieder gedrag een rol spele
Differentiële psychologie de verschille tussen mensen
Persoonlijkheidspsychologie het geheel van gedragskenmerken waarin
individuen van elkaar verschillen
Genderpsychologie en Crossculturele psychologie hoe mannen en
vrouwen, of mensen uit verschillende culturen van elkaar kunnen
verschillen
Ontwikkelingspsychologie de veranderingen die zich in het gedrag
voordoen naargelang de leeftijd
Sociale psychologie het gedrag voor zover dit beïnvloed wordt door – of
invloed uitoefent op – andere mensen.
Psychopathologie onderzoekt het afwijkende gedrag
Toegepaste Psychologie
o Geinteresseerd in de meer praktische dingen
o voorbeelden
Schoolpsychologie de individuele leerlingen en de school zo goed
mogelijk op elkaar af te stemmen
Arbeids- en organisatiepsychologie. het beter op elkaar afstemmen van
de individuele werknemer en zijn werkomgeving, in het kader van een
goed draaiende organisatie.
Klinische psychologie (nt psychiatrie!) de zorg om individuen die
problemen ondervinden in hun privésituatie – bij zichzelf, binnen de relatie
of het gezin, of in hun sociale omgang – te begeleiden bij het zoeken naar
oplossingen.