Samenvatting Security P3
OSP Bijlage 5 Beveiligingsmaatregelen
Bekende indelingen van maatregelen zijn:
1. Naar aard van de maatregel:
- Organisatorisch, fysiek, ICT, personeel
- Organisatorisch, bouwkundig, elektronisch
2. Naar het type dreiging:
- Inbraakbeveiliging
- Antiterrorisme
- Brandbeveiliging
- Fraudebestrijding
- Antivirus beveiliging
- Vandalisme bestendig
3. Naar het te beveiligen belang of object:
- Beveiliging van informatie
- Beveiliging van personen
- Beveiliging van de vitale infrastructuur
4. Naar de positie in de veiligheidsketen:
- Pro-actie
- Preventie
- Preparatie
- Repressie
- Nazorg
5. Naar niveau van beveiliging aan het Atb:
- Basisniveau
- Lichte dreiging
- Matige dreiging
- Hoge dreiging
6. Naar routinematig optreden van security en niet-routinematig optreden
7. Naar wie de maatregelen uitvoert of beheert:
- Verschillende functiegebieden/afdelingen binnen de eigen organisatie (HRM/ICT)
- Externe partijen (externe beveiligers, leveranciers)
- Publieke veiligheidspartijen (politie, brandweer)
Verschillende groepen maatregelen:
Afschermende maatregelen
Toegang verlenende maatregelen
Maatregelen op zichtbaarheid, toezicht en detectie
Maatregelen op alarmbehandeling en interventie
Maatregelen op persoon
, Afschermende maatregelen
Afschermende maatregelen hebben als doel de te beschermen belangen in enige mate af te
schermen tegen potentiële dreigingen. Voorbeelden hiervan zijn:
- Compartimentering/zonering
- Gebruiksgebonden/organisatorische zonering
- Terreingebonden compartiment begrenzing
- Gebouwgebonden compartiment begrenzing
- Bemoeilijken van beschieten
- Meeneem beperkende maatregelen
- Weghalen van criminele hulpmiddelen
- Zichtbeperkende maatregelen
- Meeluister beperkende maatregelen
Compartimentering (= zoneren) = een van de belangrijkste beveiligingsmaatregelen. Bedrijfsfuncties
worden met gelijke gewenste gebruikers geografisch gegroepeerd en afgeschermd van ongewenste
gebruikers van de ruimte. Dit kan verschillende vormen hebben:
Relatie met toegangsverlening en gebruikslogistiek = het is van belang om in een zo vroeg
mogelijk stadium in het ontwerp van een locatie de gebruikslogistiek en de toegangslogistiek
op elkaar af te stemmen.
Buitenschil beveiliging = In veel gevallen komt alleen buitenschil beveiliging voor.
Kwaadwillende personen, die wel gewoon toegang hebben verkregen als gewenste
gebruiker, hebben daarna vrije toegang tot alle locaties binnen deze buitenschil. Om dit te
voorkomen kan het wenselijk zijn ook compartimenten binnen de buitenschil te definiëren.
Dieptebeveiliging en toegangsverlening = met dieptebeveiliging liggen de compartimenten
binnen elkaar. Iedere compartimentbegrenzing en toegangscontrole zorgt ervoor dat
bepaalde type ongewenste gebruikers van de ruimte buiten worden gehouden en een
kleinere groep van gewenste gebruikers toegang krijgt.
Dieptebeveiliging, braakwerendheid en detectie = wanneer een kwaadwillend persoon niet
via de reguliere toegangsmogelijkheden toegang krijgt tot de locatie van zijn doelwit, zal
deze de compartimentbegrenzing op andere plekken doorbreken. Indien dieptebeveiliging
wordt toegepast, zal daarna de dader op een volgende barrière stuiten. Wanneer de dader
vroegtijdig wordt gedetecteerd kan de interventie op tijd aanwezig zijn voordat de dader de
vitale locatie bereikt.
Door het hanteren van dieptebeveiliging wordt bereikt dat:
- Indringers zo vroeg mogelijk worden gedetecteerd en interventie kan worden
georganiseerd, terwijl opeenvolgende compartimenten de indringer tegenhouden.
- De vitale compartimenten zo klein mogelijk worden gehouden.
- De meest kostenefficiënte inzet van kostbare bouwkundige- en elektronische
beveiligingsmaatregelen ontstaat.
Gebruiksgebonden en organisatorische compartiment begrenzing = doel van deze
maatregelen is om het gewenste gedrag van de gebruikers van de ruimte te sturen en
kwaadwillenden geen excuus te geven om te verdwalen. Indien een kwaadwillend persoon
zich van de maatregelen niks aantrekt, valt dit op en kan interventie worden gepleegd door
de persoon aan te spreken.
Maatregelen zijn:
- Verboden toegang borden
- Heldere toegangsroutes en richtingborden
OSP Bijlage 5 Beveiligingsmaatregelen
Bekende indelingen van maatregelen zijn:
1. Naar aard van de maatregel:
- Organisatorisch, fysiek, ICT, personeel
- Organisatorisch, bouwkundig, elektronisch
2. Naar het type dreiging:
- Inbraakbeveiliging
- Antiterrorisme
- Brandbeveiliging
- Fraudebestrijding
- Antivirus beveiliging
- Vandalisme bestendig
3. Naar het te beveiligen belang of object:
- Beveiliging van informatie
- Beveiliging van personen
- Beveiliging van de vitale infrastructuur
4. Naar de positie in de veiligheidsketen:
- Pro-actie
- Preventie
- Preparatie
- Repressie
- Nazorg
5. Naar niveau van beveiliging aan het Atb:
- Basisniveau
- Lichte dreiging
- Matige dreiging
- Hoge dreiging
6. Naar routinematig optreden van security en niet-routinematig optreden
7. Naar wie de maatregelen uitvoert of beheert:
- Verschillende functiegebieden/afdelingen binnen de eigen organisatie (HRM/ICT)
- Externe partijen (externe beveiligers, leveranciers)
- Publieke veiligheidspartijen (politie, brandweer)
Verschillende groepen maatregelen:
Afschermende maatregelen
Toegang verlenende maatregelen
Maatregelen op zichtbaarheid, toezicht en detectie
Maatregelen op alarmbehandeling en interventie
Maatregelen op persoon
, Afschermende maatregelen
Afschermende maatregelen hebben als doel de te beschermen belangen in enige mate af te
schermen tegen potentiële dreigingen. Voorbeelden hiervan zijn:
- Compartimentering/zonering
- Gebruiksgebonden/organisatorische zonering
- Terreingebonden compartiment begrenzing
- Gebouwgebonden compartiment begrenzing
- Bemoeilijken van beschieten
- Meeneem beperkende maatregelen
- Weghalen van criminele hulpmiddelen
- Zichtbeperkende maatregelen
- Meeluister beperkende maatregelen
Compartimentering (= zoneren) = een van de belangrijkste beveiligingsmaatregelen. Bedrijfsfuncties
worden met gelijke gewenste gebruikers geografisch gegroepeerd en afgeschermd van ongewenste
gebruikers van de ruimte. Dit kan verschillende vormen hebben:
Relatie met toegangsverlening en gebruikslogistiek = het is van belang om in een zo vroeg
mogelijk stadium in het ontwerp van een locatie de gebruikslogistiek en de toegangslogistiek
op elkaar af te stemmen.
Buitenschil beveiliging = In veel gevallen komt alleen buitenschil beveiliging voor.
Kwaadwillende personen, die wel gewoon toegang hebben verkregen als gewenste
gebruiker, hebben daarna vrije toegang tot alle locaties binnen deze buitenschil. Om dit te
voorkomen kan het wenselijk zijn ook compartimenten binnen de buitenschil te definiëren.
Dieptebeveiliging en toegangsverlening = met dieptebeveiliging liggen de compartimenten
binnen elkaar. Iedere compartimentbegrenzing en toegangscontrole zorgt ervoor dat
bepaalde type ongewenste gebruikers van de ruimte buiten worden gehouden en een
kleinere groep van gewenste gebruikers toegang krijgt.
Dieptebeveiliging, braakwerendheid en detectie = wanneer een kwaadwillend persoon niet
via de reguliere toegangsmogelijkheden toegang krijgt tot de locatie van zijn doelwit, zal
deze de compartimentbegrenzing op andere plekken doorbreken. Indien dieptebeveiliging
wordt toegepast, zal daarna de dader op een volgende barrière stuiten. Wanneer de dader
vroegtijdig wordt gedetecteerd kan de interventie op tijd aanwezig zijn voordat de dader de
vitale locatie bereikt.
Door het hanteren van dieptebeveiliging wordt bereikt dat:
- Indringers zo vroeg mogelijk worden gedetecteerd en interventie kan worden
georganiseerd, terwijl opeenvolgende compartimenten de indringer tegenhouden.
- De vitale compartimenten zo klein mogelijk worden gehouden.
- De meest kostenefficiënte inzet van kostbare bouwkundige- en elektronische
beveiligingsmaatregelen ontstaat.
Gebruiksgebonden en organisatorische compartiment begrenzing = doel van deze
maatregelen is om het gewenste gedrag van de gebruikers van de ruimte te sturen en
kwaadwillenden geen excuus te geven om te verdwalen. Indien een kwaadwillend persoon
zich van de maatregelen niks aantrekt, valt dit op en kan interventie worden gepleegd door
de persoon aan te spreken.
Maatregelen zijn:
- Verboden toegang borden
- Heldere toegangsroutes en richtingborden