1.1 WETENSCHAPPELIJK. VEEANTWOORD ONDERZOEK
Waarom doe je onderzoek?
- Om iets te begrijpen
- Om iets meer de te weten
- Het start vanuit een nood
Wat is een wetenschappelijk onderzoek?
- Sociaal wetenschappen
- We doen onderzoek om iets te weten te komen
- Kern: onderzoeksvragen beantwoorden
o Van vraag naar antwoord
“Onderzoek is een doelgericht proces waarbij men op systematische wijze op basis van een
onderzoeksontwerp data verzamelt en analyseert, om op een betrouwbare en valide wijze onderzoeksvragen
te beantwoorden die deel uitmaken van een probleemstelling.”
1.2 SOORTEN ONDERZOEK
FUNDAMENTEEL ONDERZOEK PRAKTIJKGERICHT ONDERZOEK
Bv. Ontwikkelen van Bv. Toepassen van
- Balansmodel (Micro-Macro-meso) (is op basis van - Het balansmodel bij het verzamelen van informatie
onderzoek ontstaan) over kinderen in een school
- Theorie van operante conditionering (werkt met - De theorie over operante conditionering bij het
straffen en belonen) (is op basis van onderzoek onderzoeken van het gedrag van kinderen in een
ontstaan) leefgroep
Doel: ontwikkelen van kennis Doel: toepassen van kennis om vragen uit de praktijk te
beantwoorden
à ontwikkelen van nieuwe, algemene kennis à toepassen van kennis om vragen uit de praktijk te
à Bijdragen aan de wetenschap beantwoorden
àHet balansmodel bij het verzamelen van informatie
over kinderen in een school
àDe theorie over operante conditionering bij het
onderzoeken van het gedrag van kinderen in een leefgroep
KWANTITATIEF ONDERZOEK KWALITATIEF ONDERZOEK
- Onderzoek in de breedte - Onderzoek in de diepte
- Objectief: feiten, gebreurtenissen, meningen atitudes - Subjectief: mening, attidudes, gevoelsn
- Voorbeeld: enquete - Voorbeeld: intervieuw, focusgroep, observatie,
- Groot aantal respondenten casestudie
- Interpetatie van cijferrmateriaal - Klein aantal respondenten
- Breedte: enquête (je kan een algemeen beeld krijgen, - Inteerrpretatie van taal
kotjes = antwoorden (gesloten vragen)) het is aan de
onderzoeker om te zeggen, dit zijn de antwoorden
en verder niets) (je kan een groot aantal
respondenten krijgen à algemeen beeld) Resultaten
komen terug in grafieken, het is cijfermateriaal (hoe
groter onderzoek, hoe betrouwbaarder)
, • CROSSECTIONEEL onderzoek
– 1 moment in de tijd (om de maand, om de week…)
• LONGITIDUNAAL onderzoek
– Meerdere momenten in de tijd (Onderzoek zal zich meermaals herhalen) (om veranderingen te zien, om
betrouwbaarheid te behouden, evoluties)
– TRENDONDERZOEK (de herhalingen gaan over hetzelfde onderwerp) (BV: elk jaar vragen over
cyberpesten bij het eerste jaar) (gelijkaardige groep bevragen)
– PANELONDERZOEK (een groep studenten bevragen, een vaste groep, kunnen verschillende vragen
zijn)
1.3 EISEN AAN ONDERZOEK
Probleemstelling à doel (waarom)
WETEN à onderzoeksvraag (waarover)
DENKEN
à wie?
onderzoeksontwep
à wat?
WAARNEMING
à hoe?
Verzamelen
Analyseren
DOEN
à conclusie
Rapportage
à onderzoeksvraag beantwoorden
- Gebaseerd op voorkennis – theorie
o Deskresearch: vak en wetenschappelijke bronnen
- Systematische en transparant onderzoeksproces
o Stap voor stap
o Duidelijk aangeven hoe je daar bent geraakt
- Empirische (zintuigelijk proces) (wordt niet letterlijk gevraagd) (wel weten wat het is)
o Probabilisme: kansen, geen wetmatigheid
o Determinisme: als … dan …
o Falsificatie: verwerpen
o Deductie: bestande kennis aanvullen
o Hypothese: veronderstelling op het antwoordt op een vraag dit je wilt stellen
o Inductie: wat is dit nu en hierover gaan opzoeken
- Onafhankelijk:
o Objectief zijn
o Je mag u eigen referentiekader niet je onderzoek laten beïnvloeden
o Niet laten sturen door de opdrachtgever
o Data niet manipuleren (falsificatie)
§ Manipulatie op het proces
• Hypotheses: studente orthopedagogie scoren hoger als student die sociaal werk studeren.
, Data manipuleren
DENKEN Probleemstelling à Doel (waarom)
WETEN à Onderzoeksvraag (waarover) examen resultaten
à Wie? Studenten 1BAo 1BAso Andere vorm van examens
onderzoeksontwep
à Wat? Examen gaan afnemen in verschillende
WAARNEMING
à Hoe? Schriftelijk, mondeling, digitaal groepen
DOEN Dag van het examen het examen afleggen Andere examens afnemen
Verzamelen Vragen beantwoorden tijdens
het examen
Quoteren en punten verzamen De data anders gaan benaderen
Analyseren
Gemiddelden gaan bepalen en strenger gaan verbeteren
à Conclusie het kan zijn dat hypothese klopt. De resultaten
liggen significant uit elkaar. Het kan ook zijn dat mijn
hypothese fout is. Je gaat de hypotheses dan falsifiëren
Rapportage
(verwerpen) (de resultaten liggen te dicht bij elkaar of
het gemiddelde. Van 1BAso ligt hoger)
à Onderzoeksvraag beantwoorden
- Betrouwbarheid: niet toevallig, haalbarheid van het onderzoek, de reproduceerbaarheid
o Bij een grotere groep is het resultaat betrouwbaar
o Toevallige fouten; door dat je onderzoek is over te laten aan toeval (omvang)
- Validiteit: als je onderzoek niet betrouwbaar is niet valide. Het is het zo accuraat mogelijk beantwoorden van je
onderzoeksvraag. Bruikbaarheid is een voorwaarde voor validiteit maar is geen garantie
o Intern: niveau van je onderzoek. Past mijn conclusie op mijn onderzoeksvraag (methodologische validiteit) heb
ik op de juist manier mijn onderzoek gedaan zodat ik mijn
o Extern: kunnen de resultaten die ik verzameld ook veralgemeent worden
Betrouwbaar en valide Betrouwbaar niet valide Niet betrouwbaar en niet
valide
De pogingen liggen dicht bij mijn De resultaten liggen allemaal dicht Het resultaat is niet betrouwbaar
doel en liggen op dezelfde plaats bij elkaar in dezelfde plaats doordat die resultaten allemaal uit
elkaar liggen.
Het is ook valide doordat je je doel Het is niet valide doordat je je doel
hebt bereikt systematische niet hebt bereikt Het is ook niet valide doordat je je
doordat er geen enkele bij je doel is doel niet bereikt hebt. Je zit ook met
en je dus een systematische een systematische afwijking
afwijking.
à Je antwoordt is dan bias of
vertekend
Voorbeeld vaneen systematische
fout is; je vragen lijst is fout. Hierbij
gebruik je het verkeerde instrument
om je doel te bereiken
Waarom draagt transparantie bij aan je betrouwbarheid?
Je moet je onderzoek kunnen herhalen en dit is niet mogelijk als je niet al de factoren goed beschreven zijn
- Vrijwillig – rechtop informatie – je kan niemand gaan verplicht om mee te doen aan het onderzoek
Hoe heeft dit invloed op betrouwbarheid en validiteit?
- Omdat de groep de deelneemt aan onderzoek kan niet representatief zijn ten opzichte van de samenleving.
Omdat als de groep te klein is dat de toeval te klein en eer zo meer kan overgelaten aan toeval.
- Het is cruciaal dat er genoeg response is. (Hoe doe je dit het beste? Wat gebeurt er mee? Beloning geven?
Hoelang duurt het? In opdracht van wie? Waar je de persoon wilt? Wat ga je gaan onderzoek? (Niet de
onderzoeksvraag gewoon het onderwerp)