BIO ENERGIE
Productie van elektriciteit uit biomassa door vergisting of een ander proces.
Biobased warmte wordt ook geproduceerd door vergisting van biomassa, co-verbranding of WKK.
Ook biobrandstoffen worden beschouwd als bio energie.
Voor de productie van energie (warmte, elektriciteit of mechanische energie) kan volgende biomassa gebruikt worden:
1) Land- en bosbouwreststoffen
2) Industriële reststoffen
3) Bedrijfsafval
4) Gemeentelijke reststoffen
5) Energieteelten
Kenmerken van biomassa
Gehalte aan mineralen
Bv: calcium, kalium en magnesium
Vorm en dichtheid
Bv: fijn houtpoeder in vergelijking met grote houtblokken
Energiedichtheid en vochtgehalte
Bepaald door de calorische waarde van het droge materiaal en het vochtgehalte.
Andere chemische elementen
Elementen als chloor, zwavel en stikstof hebben naargelang de concentratie invloed op de schadelijk rookgassen die bij
verbranding vrijkomen
Koolstofcyclus
Biomassa neemt door fotosynthese CO2 op en zet die om in O2. Koolstof wordt gebonden als biomassa in hout, gras,… Bij verbranding
komt deze koolstof terug vrij als CO2. Bij planten verhoogt dit de broeikasgassen niet want de CO2 wordt meteen terug opgenomen.
Fossiele brandstoffen bevatten koolstof die al miljoenen jaren is opgeslaan. Bij verbranding komt deze vrij en verhoogt deze de CO2 in de
atmosfeer wel.
Fossiele brandstoffen:
- Schaars
, - Negatieve effecten op het milieu
Voorbehandeling van biomassa
1. Verkleinen
Vooral in bosbouwindustrie. Vb: trommelhakselaar.
2. Verdichten
=Volume verminderen
Vaak in landbouw: minder volume transporteren en makkelijker opslaan.
Er zijn 3 methoden:
Verbalen
Bermgras wordt na oogsten en drogen onmiddellijk in hooibalen verpakt.
Pelletiseren
Gelijkvormige kleine geperste stukjes biomassa. Vb: pelletmachine gebruiken
Briketteren
Een geperst blok steen- of bruinkoolgruis. Bv: briketmachine, eindproduct: houtzaagsel.
3. Drogen
Gebruik van zonnewarmte dus belangrijke invloed van weeromstandigheden, opslagcondities en grootte van het materiaal. Geeft
rendementsverlies, omwille van eventueel benodigde ventilatoren.
4. Torrefactie
Toegepast op houtachtig materiaal, enkel bij grote volumes. Dit is een thermochemische behandeling bij 200 tot 230°c onder
atmosferische druk in afwezigheid van zuurstof.
Eindproduct : vaste, droge, zwart materiaal bio-kool of getorreficeerde biomassa.
Productie van elektriciteit uit biomassa door vergisting of een ander proces.
Biobased warmte wordt ook geproduceerd door vergisting van biomassa, co-verbranding of WKK.
Ook biobrandstoffen worden beschouwd als bio energie.
Voor de productie van energie (warmte, elektriciteit of mechanische energie) kan volgende biomassa gebruikt worden:
1) Land- en bosbouwreststoffen
2) Industriële reststoffen
3) Bedrijfsafval
4) Gemeentelijke reststoffen
5) Energieteelten
Kenmerken van biomassa
Gehalte aan mineralen
Bv: calcium, kalium en magnesium
Vorm en dichtheid
Bv: fijn houtpoeder in vergelijking met grote houtblokken
Energiedichtheid en vochtgehalte
Bepaald door de calorische waarde van het droge materiaal en het vochtgehalte.
Andere chemische elementen
Elementen als chloor, zwavel en stikstof hebben naargelang de concentratie invloed op de schadelijk rookgassen die bij
verbranding vrijkomen
Koolstofcyclus
Biomassa neemt door fotosynthese CO2 op en zet die om in O2. Koolstof wordt gebonden als biomassa in hout, gras,… Bij verbranding
komt deze koolstof terug vrij als CO2. Bij planten verhoogt dit de broeikasgassen niet want de CO2 wordt meteen terug opgenomen.
Fossiele brandstoffen bevatten koolstof die al miljoenen jaren is opgeslaan. Bij verbranding komt deze vrij en verhoogt deze de CO2 in de
atmosfeer wel.
Fossiele brandstoffen:
- Schaars
, - Negatieve effecten op het milieu
Voorbehandeling van biomassa
1. Verkleinen
Vooral in bosbouwindustrie. Vb: trommelhakselaar.
2. Verdichten
=Volume verminderen
Vaak in landbouw: minder volume transporteren en makkelijker opslaan.
Er zijn 3 methoden:
Verbalen
Bermgras wordt na oogsten en drogen onmiddellijk in hooibalen verpakt.
Pelletiseren
Gelijkvormige kleine geperste stukjes biomassa. Vb: pelletmachine gebruiken
Briketteren
Een geperst blok steen- of bruinkoolgruis. Bv: briketmachine, eindproduct: houtzaagsel.
3. Drogen
Gebruik van zonnewarmte dus belangrijke invloed van weeromstandigheden, opslagcondities en grootte van het materiaal. Geeft
rendementsverlies, omwille van eventueel benodigde ventilatoren.
4. Torrefactie
Toegepast op houtachtig materiaal, enkel bij grote volumes. Dit is een thermochemische behandeling bij 200 tot 230°c onder
atmosferische druk in afwezigheid van zuurstof.
Eindproduct : vaste, droge, zwart materiaal bio-kool of getorreficeerde biomassa.