Week 1
Het Nederlands recht is verdeeld in publiekrecht en privaatrecht.
Publiekrecht: Alles wat de burgers en overheid met elkaar moeten regelen:
Staatsrecht (gaat over de inrichting van de staat en hoe het optreden van de
overheid is geregeld), bestuursrecht, strafrecht. Voor iedereen dezelfde regels.
Privaatrecht: goederenrecht, verbintenisrecht, personen- en familierecht
Bij privaatrecht hebben burgers meer ruimte om zelf regels en overeenkomsten te
sluiten.
Kenmerken van een staat
Verdrag van Montevideo: in dit verdrag werden de eisen waaraan een staat moet
voldoen vastgelegd.
Het vastleggen van gewoonterecht codificeren.
Volgens het verdrag van Montevideo moet aan 4 voorwaarde worden gedaan om te
spreken van een staat:
- Grondgebied
- Gemeenschap
- Gezag
- Erkenning wordt tegenwoordig niet meer geëist
Geweldsmonopolie alleen het hoogste gezag heeft het recht om geweld te
gebruiken
De staat dient het algemeen belang te dienen (het belang dat de meeste burgers
raakt)
De taak van de staat is drie ledig:
- Wetgeven
- Besturen
- Rechtspreken
De staat is een zelfstandige en ondeelbare eenheid, we zeggen ook wel de staat is
soeverein. De soeverein van een staat moet door andere staten worden erkend en
gerespecteerd (niet meer een eis).
Het koninkrijk der Nederlanden bestaat uit 4 verschillende landen:
- Aruba, Curaçao, St. Maarten en Nederland
De verhouding tussen de 4 staten is geregeld in het statuut.
De werking van de staat is geregeld in de grondwet.
Pagina 17&18 van het boek.
2
,Week 2
Hoe is de Nederlandse staat georganiseerd?
- Gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Democratische rechtstaat
- Constitutionele monarchie
Nederland is een decentrale eenheidsstaat:
Statenbond: Individuele (kleine) staten met eigen bestuur; geen centraal gezag.
(VB: Republiek der zeven Nederlanden)
Nederland bestaat uit verschillende staten: Aruba, Curaçao, Nederland en St.
Maarten. En die hebben op grond van een statuut afspraken gemaakt over de
verdeling van hun bevoegdheden. Aangezien Nederland de grootste stem heeft, en
veel invloed heeft in andere staten. Kunnen we niet stellen dat het Koninkrijk een
statenbond is.
Bondstaat: Individuele (kleine) staten geven hun macht aan een centraal gezag.
(VB: Duitsland, België, Verenigde staten)
Eenheidsstaat: Eén centrale overheid met alle gezag.
(VB: Frankrijk)
Gedecentraliseerde eenheidsstaat: Een centrale overheid die een deel van haar
gezag overdraagt aan de centrale overheden.
(VB: Nederland)
De centrale overheid handhaaft de eenheid van de staat wat betekent dat zij ervoor
zorgt dat alle provincies en gemeentes hetzelfde doen. Zij houdt toezicht op de
lagere overheden en stelt wettelijke kaders voor de uitvoering van de taken. Alle
centrale en decentrale organen voeren de overheidstaken uit op hun niveau en
kunnen daarnaast zelfstandig hun eigen interne aangelegenheden tegelen en
besturen.
De rijksoverheid heeft merendeel van de overheidsbevoegdheden zelf in de handen.
Een aantal bevoegdheden zijn bij de wet overgedragen aan de provincies, die binnen
hun eigen gebied regels mogen stellen zoals de regels over schoonmaak, veiligheid
en onderhoudt van provinciale wegen. Een aantal bevoegdheden wordt juist
overgedragen aan gemeentes (betaald parkeren etc.).
3
, Democratische rechtstaat
Nederland was eerst een nachtwakersstaat: Dit betekent dat de overheid alleen
moest zorgen voor veiligheid, rust en orde.
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Nederland tot sociale verzorgingsstaat:
daarin moest de overheid zorgen dat voor alle burgers menswaardigheid is
gegarandeerd.
De staat moet erkennen dat de burger een privésfeer heeft waarin hij zelf mag doen
wat hij wil zonder dat de staat zich daarmee bemoeid staatsvrijesfeer.
Burgers moeten vooraf kunnen weten wat wel en niet mag (wet).
Dat Nederland een democratische rechtstaat is zegt dus iets over de verdeling over
macht in de staat.
De kenmerken van de Nederlandse democratische rechtstaat zijn dat de overheid
slechts mag optreden op grond van de regels die op een democratische wijze tot
stand zijn gekomen legaliteitsbeginsel. Een onafhankelijke rechter biedt
bescherming tegen onrechtmatig overheidshandelen onafhankelijke
rechtspraak. Burgers hebben fundamentele rechten die de overheid moet
eerbiedigen Eerbiediging van de grondrechten. En tot slot de macht van de
overheid mag niet bij één persoon of instantie zijn maar moet verdeeld zijn over
verschillende organen of personen in de staat Trias Politica.
Legaliteitsbeginsel:
De statengeneraal bestaat uit volksvertegenwoordigers, samen met de regering
vormt zij de formele wetgever. De Statengeneraal en regering samen maken de
wetten in ons land. De regering en de lagere organen voeren deze wetten uit en zijn
er zelf aan gebonden. Elk publiekrechtelijk optreden van de overheid moet een basis
hebben in de wet die door onze volksvertegenwoordigers tot stand is gekomen en
ook de overheid zelf is dus gebonden aan deze wetten.
Onafhankelijke rechtspraak:
Burgers dienen beschermd te worden tegen overheidshandelen, hiervoor moeten zij
toegang hebben tot een rechter die niet veroordeeld kan worden voor zijn uitspraak.
De rechter moet kunnen zeggen dat de overheid fout zit, zonder dat daar
consequenties aan verbonden zijn voor de rechter, haar gezin of haar functie. De
rechter moet onafhankelijk van de politieke partijen die op dat moment aan de macht
zijn oordeel kunnen geven.
Eerbiediging van de grondrechten:
Iedereen in Nederland heeft het recht om zijn mening te uiten zonder dat hij of zij
daarvoor kan worden opgepakt en niemand mag zomaar aan ons lijf komen want we
hebben recht op onaantastbaarheid van ons lichaam. Dit zijn twee voorbeelden van
grondrechten en het zijn fundamentele rechten die de overheid dient te respecteren.
Trias Politica:
Gaat uit van het principe dat de overheid 3 functies heeft:
- Wetgevende macht
- Uitvoerende macht
- Rechtsprekende macht
Deze drie functies moeten door drie afzonderlijke organen worden uitgevoerd. De
wetgeving moet in handen zijn van de volksvertegenwoordiging.
Overheidsorganen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur moeten vervolgens
deze wetten uitvoeren en de rechter moet erop toezien dat de wet goed wordt
toegepast door het uit te leggen en de interpreteren.
4
Het Nederlands recht is verdeeld in publiekrecht en privaatrecht.
Publiekrecht: Alles wat de burgers en overheid met elkaar moeten regelen:
Staatsrecht (gaat over de inrichting van de staat en hoe het optreden van de
overheid is geregeld), bestuursrecht, strafrecht. Voor iedereen dezelfde regels.
Privaatrecht: goederenrecht, verbintenisrecht, personen- en familierecht
Bij privaatrecht hebben burgers meer ruimte om zelf regels en overeenkomsten te
sluiten.
Kenmerken van een staat
Verdrag van Montevideo: in dit verdrag werden de eisen waaraan een staat moet
voldoen vastgelegd.
Het vastleggen van gewoonterecht codificeren.
Volgens het verdrag van Montevideo moet aan 4 voorwaarde worden gedaan om te
spreken van een staat:
- Grondgebied
- Gemeenschap
- Gezag
- Erkenning wordt tegenwoordig niet meer geëist
Geweldsmonopolie alleen het hoogste gezag heeft het recht om geweld te
gebruiken
De staat dient het algemeen belang te dienen (het belang dat de meeste burgers
raakt)
De taak van de staat is drie ledig:
- Wetgeven
- Besturen
- Rechtspreken
De staat is een zelfstandige en ondeelbare eenheid, we zeggen ook wel de staat is
soeverein. De soeverein van een staat moet door andere staten worden erkend en
gerespecteerd (niet meer een eis).
Het koninkrijk der Nederlanden bestaat uit 4 verschillende landen:
- Aruba, Curaçao, St. Maarten en Nederland
De verhouding tussen de 4 staten is geregeld in het statuut.
De werking van de staat is geregeld in de grondwet.
Pagina 17&18 van het boek.
2
,Week 2
Hoe is de Nederlandse staat georganiseerd?
- Gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Democratische rechtstaat
- Constitutionele monarchie
Nederland is een decentrale eenheidsstaat:
Statenbond: Individuele (kleine) staten met eigen bestuur; geen centraal gezag.
(VB: Republiek der zeven Nederlanden)
Nederland bestaat uit verschillende staten: Aruba, Curaçao, Nederland en St.
Maarten. En die hebben op grond van een statuut afspraken gemaakt over de
verdeling van hun bevoegdheden. Aangezien Nederland de grootste stem heeft, en
veel invloed heeft in andere staten. Kunnen we niet stellen dat het Koninkrijk een
statenbond is.
Bondstaat: Individuele (kleine) staten geven hun macht aan een centraal gezag.
(VB: Duitsland, België, Verenigde staten)
Eenheidsstaat: Eén centrale overheid met alle gezag.
(VB: Frankrijk)
Gedecentraliseerde eenheidsstaat: Een centrale overheid die een deel van haar
gezag overdraagt aan de centrale overheden.
(VB: Nederland)
De centrale overheid handhaaft de eenheid van de staat wat betekent dat zij ervoor
zorgt dat alle provincies en gemeentes hetzelfde doen. Zij houdt toezicht op de
lagere overheden en stelt wettelijke kaders voor de uitvoering van de taken. Alle
centrale en decentrale organen voeren de overheidstaken uit op hun niveau en
kunnen daarnaast zelfstandig hun eigen interne aangelegenheden tegelen en
besturen.
De rijksoverheid heeft merendeel van de overheidsbevoegdheden zelf in de handen.
Een aantal bevoegdheden zijn bij de wet overgedragen aan de provincies, die binnen
hun eigen gebied regels mogen stellen zoals de regels over schoonmaak, veiligheid
en onderhoudt van provinciale wegen. Een aantal bevoegdheden wordt juist
overgedragen aan gemeentes (betaald parkeren etc.).
3
, Democratische rechtstaat
Nederland was eerst een nachtwakersstaat: Dit betekent dat de overheid alleen
moest zorgen voor veiligheid, rust en orde.
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Nederland tot sociale verzorgingsstaat:
daarin moest de overheid zorgen dat voor alle burgers menswaardigheid is
gegarandeerd.
De staat moet erkennen dat de burger een privésfeer heeft waarin hij zelf mag doen
wat hij wil zonder dat de staat zich daarmee bemoeid staatsvrijesfeer.
Burgers moeten vooraf kunnen weten wat wel en niet mag (wet).
Dat Nederland een democratische rechtstaat is zegt dus iets over de verdeling over
macht in de staat.
De kenmerken van de Nederlandse democratische rechtstaat zijn dat de overheid
slechts mag optreden op grond van de regels die op een democratische wijze tot
stand zijn gekomen legaliteitsbeginsel. Een onafhankelijke rechter biedt
bescherming tegen onrechtmatig overheidshandelen onafhankelijke
rechtspraak. Burgers hebben fundamentele rechten die de overheid moet
eerbiedigen Eerbiediging van de grondrechten. En tot slot de macht van de
overheid mag niet bij één persoon of instantie zijn maar moet verdeeld zijn over
verschillende organen of personen in de staat Trias Politica.
Legaliteitsbeginsel:
De statengeneraal bestaat uit volksvertegenwoordigers, samen met de regering
vormt zij de formele wetgever. De Statengeneraal en regering samen maken de
wetten in ons land. De regering en de lagere organen voeren deze wetten uit en zijn
er zelf aan gebonden. Elk publiekrechtelijk optreden van de overheid moet een basis
hebben in de wet die door onze volksvertegenwoordigers tot stand is gekomen en
ook de overheid zelf is dus gebonden aan deze wetten.
Onafhankelijke rechtspraak:
Burgers dienen beschermd te worden tegen overheidshandelen, hiervoor moeten zij
toegang hebben tot een rechter die niet veroordeeld kan worden voor zijn uitspraak.
De rechter moet kunnen zeggen dat de overheid fout zit, zonder dat daar
consequenties aan verbonden zijn voor de rechter, haar gezin of haar functie. De
rechter moet onafhankelijk van de politieke partijen die op dat moment aan de macht
zijn oordeel kunnen geven.
Eerbiediging van de grondrechten:
Iedereen in Nederland heeft het recht om zijn mening te uiten zonder dat hij of zij
daarvoor kan worden opgepakt en niemand mag zomaar aan ons lijf komen want we
hebben recht op onaantastbaarheid van ons lichaam. Dit zijn twee voorbeelden van
grondrechten en het zijn fundamentele rechten die de overheid dient te respecteren.
Trias Politica:
Gaat uit van het principe dat de overheid 3 functies heeft:
- Wetgevende macht
- Uitvoerende macht
- Rechtsprekende macht
Deze drie functies moeten door drie afzonderlijke organen worden uitgevoerd. De
wetgeving moet in handen zijn van de volksvertegenwoordiging.
Overheidsorganen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur moeten vervolgens
deze wetten uitvoeren en de rechter moet erop toezien dat de wet goed wordt
toegepast door het uit te leggen en de interpreteren.
4