vDeel 1: Filosofie
Hoofdstuk 1: Wat is filosoferen?
1.1 ‘Filosofie’: What’s in a name?
Wat is filosofie:
- Filosofie:
De naam komt van het Griekse woord ‘philosophia’.
Het woord wordt gevormd door de verbinding van de woorden philos (vriend) en
sophia (wijsheid).
Het Nederlandse synoniem voor filosofie is wijsbegeerte.
De filosofie is dus een intellectuele houding die zich ontwikkelt vanuit het
verlangen naar wijsheid.
o Er zijn 3 wegwijzers naar het huis van de filosofie:
Filosofie in de betekenis van levenswijsheid
Filosofie in de betekenis van een algemene visie of beschouwing op
iets
Filosofie als theoretisch denksysteem
1.1.1 De structuur van het filosoferen
De structuur:
- In het opzet van de filosofie, het verlangen naar wijsheid en kennis,
onderscheiden we drie structurele elementen. Wat doet iemand die filosofeert
eigenlijk?
Filosofie is:
o Nadenken
o Radicaal en fundamenteel nadenken
o Radicaal en fundamenteel nadenken vanuit de ervaring van verwondering
1.1.1.1 Na-denken
- Filosoferen is nadenken, reflecteren.
Nadenken is meer dan denken
o Verschil tussen denken en nadenken:
Denken wijst op de aanwezigheid van bewustzijn.
Nadenken wijst op het vermogen tot bewustzijn van zichzelf
o Reflecteren betekent terugbuigen, het vermogen stil te staan en terug te
blikken, terug te buigen op jezelf, op wat voorbij is en dat te bedenken.
o Filosoferen is denkwerk dat ontstaat wanneer de mens halt houdt, om te
reflecteren en na te denken over wat gebeurd is. De filosoof denkt na,
neemt afstand en buigt zich dan over de wereld en de cultuur in een
poging deze te verstaan en te begrijpen.
Filosofie begint bij het vermogen tot stilvallen bij en reflecteren op
jezelf, op de dingen, op het leven.
Filosoferen is aldus ‘epochaal’ denkwerk. (‘epochè’ betekent lett. ‘onderbreking,
halte’)
D.w.z dat het filosofische denken een onderbreking, een halte
is op de tijdslijn.
Filosoferen is het denkwerk wanneer de mens zijn praktische
bezigheden onderbreekt.
1
, o Le penseur:
De afbeelding van de filosoof Anaximander van
Milete en het bekende beeld De Denker bevestigen
dat (het onderbreken van de bezigheden).
De epochale betekenis van de filosofie leert dat het
filosoferen het tegendeel is van iets dat zich ver van
het concrete leven afspeelt. Filosoferen is geen
tijdsverlies.
De filosoof vertolkt de diepste vragen die meestal
onuitgesproken zijn.
Dit kan ontnuchterend en confronterend werken, waardoor ze
de filosoof wel eens kwalijk neemt en zijn werk als ongewenst
bestempelt.
(bvb. de veroordeling van Socrates)
Filosoferen betereft een intellectuele houding die de tijd en de
wereld probeert te begrijpen en te doorgronden, en die poogt te
verstaan en te verklaren.
Het streeft naar ‘kennis’ en filosoferen betreft ook
‘wetenschappelijk’ streven.
1.1.1.2 Radicaal en fundamenteel nadenken
- Het onderscheid tussen:
o De werkelijkheid an sich, de objectieve werkelijkheid
= de werkelijkheid zoals ze is, op zichzelf
En
o Onze ervaring van de werkelijkheid, de werkelijkheid zoals wij ze zien,
zoals ze aan ons verschijnt: De werkelijkheid für mich, de subjectieve
werkelijkheid
= de werkelijkheid zoals ik ze zie, vanuit mijn standpunt
Is van belang om de bedoeling van de filosofie als wetenschap ( het intellectueel
zoeken naar kennis) te begrijpen.
o De werkelijkheid zoals ze is versus de werkelijkheid zoals wij ze zien
Zie voorbeelden P.5
- Filosofie benadert de werkelijkheid in haar geheel, dus vanuit één invalshoek:
In haar verschijningsvorm voor de mens, naar de manier waarop de mens de
natuur ervaart.
Dit is niet zo bij bvb de psychologie, sociologie, ethiek, enz.
o Er is telkens maar één invalshoek, één subjectief standpunt waarlangs
men de wereld, de natuur of de mens bestudeert.
- De filosofie:
o Probeert uiteindelijk een objectief standpunt in te nemen en de
werkelijkheid an sich te bereiken. Al denkend benadert de filosoof de
werkelijkheid.
Daarbij richt hij zich niet op een of ander fragment ervan, maar
benadert hij de werkelijkheid in haar geheel, zodat niets buiten zijn
gezichtsveld valt.
Zo bijvoorbeeld benadert de filosofie de mens niet als een zoogdier, of als een lichaam dat onder de
scanner kan worden gelegd, enzovoort, maar als mens: 'Wat maakt een mens tot mens?' Wat betekent
het eigenlijk 'mens te zijn'?
2
, o Het filosofisch denken mag ook radicaal genoemd worden. Radix betekent
‘wortel’.
Filosoferen is radicaal denken omdat het graaft naar de wortels van de
werkelijkheid.
Je zou kunnen zeggen dat de diverse wetenschappen de takken van
een boom bestuderen of zijn, en de filosofie de wortels ervan. ->
Beeld van een boom
o Daarom juist is het filosofische denken in de letterlijke zin van het woord
ook een fundamenteel denken. Het doorbreekt de oppervlakte van de
dingen en dringt door tot de fundamenten van de werkelijkheid.
-> Beeld van een gebouw, zonder sterke funderingen die in de grond steken, zou het hele gebouw onstabiel
zijn en scheuren. In het licht hiervan denkt de filosofie na over de vragen: 'Wat fundeert de werkelijkheid? Wat
maakt haar tot wat ze is?' Lees P.6-7
3
, 1.1.1.3 Radicaal en fundamenteel nadenken vanuit de ervaring van verwondering
- De verwondering is kracht die de mens in de richting van het filosoferen
voorstuwt.
De bron van filosofie.
- Wat is verwondering?
o Vanaf jongs af aan voegen mensen hun ervaringen samen tot een
coherent systeem. Ze stellen vast dat hun ervaringen een samenhang
vertonen en zo ondervinden ze dat de werkelijkheid op zijn beurt een
samenhang vertoont.
o Verwondering is wanneer een nieuwe ervaring niet, of niet helemaal past
in het systeem dat er tot nog toe gevormd werd.
Het blijkt dat verwondering vooral eigen is aan mensen die nog
geen sterk uitgebouwd denksysteem bezitten: kinderen, primitieve
mensen...
De verwondering neemt af naarmate de leeftijd en de geleerdheid
toeneemt.
o Wonder is geen synoniem voor mirakel.
Wonder is iets gewoon, dat vaak voorkomt, en toch onderbaar en
telkens verrassend nieuw is.
Mirakel is iets uitzonderlijk, eenmalig spectaculair, extraordinair en
boven-natuurlijk.
De filosoof is degene die verwondering maakt. Verwondering is
belangrijk.
Zonder verwondering zou je blijven staan, geen vooruitgang maken,
…
o Er is ook nog de verwijzing naar mythen, mondeling overgeleverde
godsdienstige verhalen over goden, helden en mensen.
o Van oudsher verwonderen mensen zich.
- Structureel kent de verwondering drie verschillende stadia:
o Spontaan getroffen worden
o Zekere wonde
o Bewondering en fascinatie
4
Hoofdstuk 1: Wat is filosoferen?
1.1 ‘Filosofie’: What’s in a name?
Wat is filosofie:
- Filosofie:
De naam komt van het Griekse woord ‘philosophia’.
Het woord wordt gevormd door de verbinding van de woorden philos (vriend) en
sophia (wijsheid).
Het Nederlandse synoniem voor filosofie is wijsbegeerte.
De filosofie is dus een intellectuele houding die zich ontwikkelt vanuit het
verlangen naar wijsheid.
o Er zijn 3 wegwijzers naar het huis van de filosofie:
Filosofie in de betekenis van levenswijsheid
Filosofie in de betekenis van een algemene visie of beschouwing op
iets
Filosofie als theoretisch denksysteem
1.1.1 De structuur van het filosoferen
De structuur:
- In het opzet van de filosofie, het verlangen naar wijsheid en kennis,
onderscheiden we drie structurele elementen. Wat doet iemand die filosofeert
eigenlijk?
Filosofie is:
o Nadenken
o Radicaal en fundamenteel nadenken
o Radicaal en fundamenteel nadenken vanuit de ervaring van verwondering
1.1.1.1 Na-denken
- Filosoferen is nadenken, reflecteren.
Nadenken is meer dan denken
o Verschil tussen denken en nadenken:
Denken wijst op de aanwezigheid van bewustzijn.
Nadenken wijst op het vermogen tot bewustzijn van zichzelf
o Reflecteren betekent terugbuigen, het vermogen stil te staan en terug te
blikken, terug te buigen op jezelf, op wat voorbij is en dat te bedenken.
o Filosoferen is denkwerk dat ontstaat wanneer de mens halt houdt, om te
reflecteren en na te denken over wat gebeurd is. De filosoof denkt na,
neemt afstand en buigt zich dan over de wereld en de cultuur in een
poging deze te verstaan en te begrijpen.
Filosofie begint bij het vermogen tot stilvallen bij en reflecteren op
jezelf, op de dingen, op het leven.
Filosoferen is aldus ‘epochaal’ denkwerk. (‘epochè’ betekent lett. ‘onderbreking,
halte’)
D.w.z dat het filosofische denken een onderbreking, een halte
is op de tijdslijn.
Filosoferen is het denkwerk wanneer de mens zijn praktische
bezigheden onderbreekt.
1
, o Le penseur:
De afbeelding van de filosoof Anaximander van
Milete en het bekende beeld De Denker bevestigen
dat (het onderbreken van de bezigheden).
De epochale betekenis van de filosofie leert dat het
filosoferen het tegendeel is van iets dat zich ver van
het concrete leven afspeelt. Filosoferen is geen
tijdsverlies.
De filosoof vertolkt de diepste vragen die meestal
onuitgesproken zijn.
Dit kan ontnuchterend en confronterend werken, waardoor ze
de filosoof wel eens kwalijk neemt en zijn werk als ongewenst
bestempelt.
(bvb. de veroordeling van Socrates)
Filosoferen betereft een intellectuele houding die de tijd en de
wereld probeert te begrijpen en te doorgronden, en die poogt te
verstaan en te verklaren.
Het streeft naar ‘kennis’ en filosoferen betreft ook
‘wetenschappelijk’ streven.
1.1.1.2 Radicaal en fundamenteel nadenken
- Het onderscheid tussen:
o De werkelijkheid an sich, de objectieve werkelijkheid
= de werkelijkheid zoals ze is, op zichzelf
En
o Onze ervaring van de werkelijkheid, de werkelijkheid zoals wij ze zien,
zoals ze aan ons verschijnt: De werkelijkheid für mich, de subjectieve
werkelijkheid
= de werkelijkheid zoals ik ze zie, vanuit mijn standpunt
Is van belang om de bedoeling van de filosofie als wetenschap ( het intellectueel
zoeken naar kennis) te begrijpen.
o De werkelijkheid zoals ze is versus de werkelijkheid zoals wij ze zien
Zie voorbeelden P.5
- Filosofie benadert de werkelijkheid in haar geheel, dus vanuit één invalshoek:
In haar verschijningsvorm voor de mens, naar de manier waarop de mens de
natuur ervaart.
Dit is niet zo bij bvb de psychologie, sociologie, ethiek, enz.
o Er is telkens maar één invalshoek, één subjectief standpunt waarlangs
men de wereld, de natuur of de mens bestudeert.
- De filosofie:
o Probeert uiteindelijk een objectief standpunt in te nemen en de
werkelijkheid an sich te bereiken. Al denkend benadert de filosoof de
werkelijkheid.
Daarbij richt hij zich niet op een of ander fragment ervan, maar
benadert hij de werkelijkheid in haar geheel, zodat niets buiten zijn
gezichtsveld valt.
Zo bijvoorbeeld benadert de filosofie de mens niet als een zoogdier, of als een lichaam dat onder de
scanner kan worden gelegd, enzovoort, maar als mens: 'Wat maakt een mens tot mens?' Wat betekent
het eigenlijk 'mens te zijn'?
2
, o Het filosofisch denken mag ook radicaal genoemd worden. Radix betekent
‘wortel’.
Filosoferen is radicaal denken omdat het graaft naar de wortels van de
werkelijkheid.
Je zou kunnen zeggen dat de diverse wetenschappen de takken van
een boom bestuderen of zijn, en de filosofie de wortels ervan. ->
Beeld van een boom
o Daarom juist is het filosofische denken in de letterlijke zin van het woord
ook een fundamenteel denken. Het doorbreekt de oppervlakte van de
dingen en dringt door tot de fundamenten van de werkelijkheid.
-> Beeld van een gebouw, zonder sterke funderingen die in de grond steken, zou het hele gebouw onstabiel
zijn en scheuren. In het licht hiervan denkt de filosofie na over de vragen: 'Wat fundeert de werkelijkheid? Wat
maakt haar tot wat ze is?' Lees P.6-7
3
, 1.1.1.3 Radicaal en fundamenteel nadenken vanuit de ervaring van verwondering
- De verwondering is kracht die de mens in de richting van het filosoferen
voorstuwt.
De bron van filosofie.
- Wat is verwondering?
o Vanaf jongs af aan voegen mensen hun ervaringen samen tot een
coherent systeem. Ze stellen vast dat hun ervaringen een samenhang
vertonen en zo ondervinden ze dat de werkelijkheid op zijn beurt een
samenhang vertoont.
o Verwondering is wanneer een nieuwe ervaring niet, of niet helemaal past
in het systeem dat er tot nog toe gevormd werd.
Het blijkt dat verwondering vooral eigen is aan mensen die nog
geen sterk uitgebouwd denksysteem bezitten: kinderen, primitieve
mensen...
De verwondering neemt af naarmate de leeftijd en de geleerdheid
toeneemt.
o Wonder is geen synoniem voor mirakel.
Wonder is iets gewoon, dat vaak voorkomt, en toch onderbaar en
telkens verrassend nieuw is.
Mirakel is iets uitzonderlijk, eenmalig spectaculair, extraordinair en
boven-natuurlijk.
De filosoof is degene die verwondering maakt. Verwondering is
belangrijk.
Zonder verwondering zou je blijven staan, geen vooruitgang maken,
…
o Er is ook nog de verwijzing naar mythen, mondeling overgeleverde
godsdienstige verhalen over goden, helden en mensen.
o Van oudsher verwonderen mensen zich.
- Structureel kent de verwondering drie verschillende stadia:
o Spontaan getroffen worden
o Zekere wonde
o Bewondering en fascinatie
4