1. Pasgeborene
1. De zorg voor de pasgeborene na de bevalling
Je kan het mechanisme van de warmteproductie bij een pasgeborene uitleggen
- Vasoconstrictie
- Door zich via de foetale houding zo klein mogelijk maken
- Isolatie dankzij het onderhuidse vet
è Warmteproductie door rillen is nog niet mogelijk!
Je kan de maatregelen om het warmteverlies bij een pasgeborene te voorkomen toepassen aan de hand van
de 4 manieren van warmteverlies
- Pasgeborene zo snel mogelijk afdrogen met warme doek
- Geen koude omgeving, wel warme onderlaag
- Geen ventilatoren in directe omgeving
- Warmtebron boven verzorgingstafel
- Muts om warmteverlies te beperken
- Via transportcouveuses overdracht naar neonatologie indien nodig
4 manieren van warmteverlies
- Radiatie (straling): warmteverlies door straling als gevolg van temperatuurverschil tussen lichaam en
koudere omgeving (van warm oppervlak naar kouder oppervlak dat niet in direct contact is)
bv. van de huid van de pasgeborene naar de wand van de incubator
- Evaporatie (verdamping): de warmte gaat verloren via de huid en de slijmvliezen
- Convectie (stroming): warmte gaat verloren van lichaamsoppervlak naar de omgevende lucht. Naarmate de
luchttemperatuur lager is en luchtstroomsnelheid hoog is (tocht) neemt deze warmteverlies toe
- Conductie (geleiding): afgifte van warmte via huid aan daaraan grenzend materiaal bv. matras en kleding
Je kan de navelstreng na de geboorte controleren
Beoordeling op aanwezigheid van twee arteriën en één vene
- De gelei van Warton à glazig gele kleur (groen indien meconium houdend vruchtwater)
- Bij 0,5 % van de pasgeborenen à slechts 1 navelstrengarterie
- Bij 30% hiervan à aangeboren afwijkingen van het maagdarmkanaal of de urinewegen
Je kan de toestand van de pasgeborene beoordelen met behulp van de Apgarscore
Criterium 0 punten 1 punt 2 punten
A Ademhaling Geen Zwak Goed doorhuilen
P Pols-/hartslag Geen <100/min >100/min
G Spierspanning/-tonus Slap Enige flexie van Actieve beweging van
ledematen ledematen
A Aspect/kleur Blauw/bleek Blauw bij extremiteiten Hele lichaam roze
R Reactie op prikkels Geen Enige beweging Krachtig huilen
Score na 1, 5 en 10 minuten bepalen
Je kan de belangrijke verschillen in de bloedcirculatie van de foetus en de pasgeborene verklaren
Aspect Foetale circulatie Circulatie na geboorte
Gasuitwisseling Via placenta Via longen
Longcirculatie Minimaal, hoge vaatweerstand Volledig actief, lage
vaatweerstand
Foramen ovale Open – bloed stroomt van Gesloten – door drukverandering
rechter- naar linkeratrium tussen atria
Ductus arteriosus Open – shunt van arteria Sluit zich (functioneel binnen 24u,
pulmonalis naar aorta anatomisch binnen 1 maand)
Ductus venosus Open – omzeilt lever voor bloed Sluit (anatomisch na 2 à 3
uit placenta maanden)
Zuurstofrijk bloed In vena umbilicalis In arteriën
, Zuurstofarm bloed In arteriae umbilicales In venen
Leverpassage Wordt deels omzeild door ductus Volledige doorstroming van lever
venosus
Drukverdeling atria Hoger in rechteratrium Hoger in linkeatrium
Bloedtoevoer hersenen Relatief zuurstofrijk (aftakking Volledig zuurstofrijk via normale
voor ductus arteriosus) aortaboog
Navelvaten Actief – vervoeren bloed tussen Sluiten zich (anatomisch na 2 à 3
foetus en placenta maanden)
Je kan de veranderingen in de ademhaling na de geboorte uitleggen
Aspect Voor geboorte Na geboorte
Longinhoud Longen gevuld met vocht Longen gevuld met lucht
Vochtverwijdering Geen (vocht blijft in longen) Bij vaginale bevalling wordt vocht
uitgeperst
Rest wordt geabsorbeerd via
neus, bloed- en lymfesysteem
Prikkels tot eerste ademhaling Afwezig (geen spontane Stijging CO2, daling O2,
ademhaling) stresshormonen stijgen
Mechanisch effect Thorax onder druk tijdens Recoileffect van thorax zuigt
passage lucht naar binnen
Gasuitwisseling Via placenta Via longalveoli
Zuurstof- en koolzuurwaarden Lage arteriële pO2, hoge pCO2 pO2 stijft tot 60 à 75mmHg, pCO2
daalt tot 37,5 à 52,2mmHg
pH-waarde Kan dalen tot 7,15 (acidose) Herstelt naar 7,35 à 7,45
Ademhalingsfrequentie NVT Snel: 30 à 60/minuut,
onregelmatig
Mogelijke NVT - Tachypnoe (> 60/min): vaak na
ademhalingsproblemen sectio of stuitligging (wet lung)
- Apnoe: normaal bij
prematuren, verdacht bij aterme
baby’s
- Dyspnoe: tekenen zoals
neusvleugelen, kreunen,
intrekkingen
Je kan de fysiologische kenmerken en abnormaliteiten van het hart en de longen uitleggen
Fysiologische kenmerken van hart
- Hartfrequentie varieert afhankelijk van gedragsstadium
• Tijdens diepe slaap: < 100 slagen/minuut
• Tijdens huilen: tot wel 200 slagen/minuut
è Interpretatie in samenhang met gedragsstadium
- Harttonen worden normaal best gehoord aan linker thoraxhelf à Indien rechts beter hoorbaar
• Rechtsgelegen hart
• Verplaatsing van hart door hernia diafragmatica
OF pneumothorax aan linkerkant
- Souffle (=hartgeruis) in eerste dagen à Door open ductus arteriosus
- Zichtbare hartpulsaties op thorax = normaal bij pre- en dysmaturen MAAR kan wijzen op cardiaal probleem
bij aterme pasgeborenen
- Arteria femoralis pulsaties voelbaar à Afwezige pulsaties kunnen wijzen op een coarctatie (= vernauwing)
van de aorta è Bloedtoevoer naar onderste ledematen is beperkt
Abnormaliteiten van het hart
- Tachycardie in rust à Cardiale insufficiëntie.
- Souffles door aangeboren afwijkingen à Meestal nog niet direct na geboorte hoorbaar
- Afwezige liespulsaties à Coarctatie van de aorta
- Rechts verplaatste harttonen à Abnormaal door onderliggende aandoeningen
, Fysiologische kenmerken van de longen en ademhaling
- Longen zijn bij foetus gevuld met vocht
à Bij vaginale bevalling wordt meeste vocht uitgeperst; de rest wordt geresorbeerd
- Eerste ademhaling wordt op gang gebracht door prikkels zoals:
• Verhoogde stresshormonen
• Hypercapnie (hoog CO₂)
• Hypoxie (laag O₂)
- Na• geboorte stijgt arteriële pO₂ snel tot 60–75 mmHg, en pH normaliseert van ±7,15 naar 7,35–7,45
- Normale ademhalingsfrequentie van 30–60 ademhalingen per minuut.
è Onregelmatig, DUS volle minuut tellen
Abnormaliteiten van de ademhaling
- Tachypnoe (>60/min)
• Respiratoire of cardiale insufficiëntie
• Passagère tachypnoe (= transiënte tachypneu) komt voor bij sectio of stuitligging en herstelt binnen 48–72 uur
- Apnoe (>20 seconden)
• Komt vaak voor bij prematuren en duidt op onrijpheid van centraal zenuwstelsel
• Bij aterme pasgeborenen à Langdurige apnoe altijd reden voor extra onderzoek
•
- Dyspnoe (moeilijke ademhaling) uit zich via
• Neusvleugelen
• Kreunen
• Gebruik van hulpademhalingsspieren met intrekkingen
• Wijst op respiratoire of circulatoire aandoeningen
Je kan de manieren van vitamine K-profylaxe benoemen.
à Essentieel voor goede bloedstolling
2 toedieningswijzen
- Intramusculaire (IM) toediening
à Dosering: 1 mg vitamine K direct na de geboorte
à Indicaties: prematuriteit, gebruik van medicatie door moeder tijdens de zwangerschap, gastro
intestinale pathologie waardoor orale voeding niet mogelijk is
à Voordeel: éénmalige toediening, geen verdere suppletie nodig gedurende de eerste maand
à Nadeel: pijnlijke injectie voor de pasgeborene
- Orale (PO) toediening
à Dosering: 2 mg vitamine K oraal na de geboorte
à Bij borstvoeding of malabsorptie/cholestase: wekelijkse suppletie van 1–2 mg tot 3 maanden leeftijd,
mits goede therapietrouw
à Bij kunstvoeding zonder malabsorptie/cholestase: geen verdere vitamine K-suppletie nodig, aangezien
kunstvoeding reeds verrijkt is met vitamine K
à Voordeel: pijnloos en makkelijk toe te dienen
à Nadeel: afhankelijk van therapietrouw van ouders/verzorgers
, 2. Verpleegkundige observaties
Je kan de terminologie van de fysiologische kenmerken, de lichamelijke kenmerken en het gedrag van de
pasgeborene in eigen woorden uitleggen én koppelen aan verpleegkundige observaties
Je kan de terminologie van afwijkende kenmerken en gedrag bij de pasgeborene in eigen woorden uitleggen
én koppelen aan verpleegkundige observaties
Je kan de fysiologische kenmerken, de lichamelijke kenmerken en het gedrag van de pasgeborene
identificeren aan de hand van beeldmateriaal (bv. foto’s, afbeeldingen, video’s ...)
Je kan de verschillende observaties beoordelen én concluderen wanneer doorverwijzing noodzakelijk is
Je kan de definitie, diagnostiek, symptomen, behandeling en eventuele gevolgen van congenitale hernia
diafragmatica omschrijven en op eenvoudige manier uitleggen aan de ouders
Definitie
Congenitale hernia diafragmatica (=CHD)
= een aangeboren afwijking waarbij een deel van het middenrif of diafragma niet aangelegd is. Hierdoor is er
een onvolledige scheiding tussen abdomen en thorax, waardoor buikorganen zoals maag, darmen lever en
milt zich in de thorax kunnen bevinden
Diagnostiek
- Prenataal via echografie
- Postnataal via röntgenfoto (RX) van borst en buik, waarop de buikorganen in de borst zichtbaar zijn
- Positie van de harttonen (bv. rechts i.p.v. links) kan ook wijzen op CHD
Symptomen
- Tachypneu (snelle ademhaling)
- Dyspneu (moeilijke ademhaling)
- Cyanose (blauwverkleuring door zuurstoftekort)
- Ingevallen buik
- Opgezette linker borstkas
- Harttonen hoorbaar rechts bij linkszijdige hernia
Behandeling
- Intubatie en beademing meteen na geboorte om ademhaling te ondersteunen
- In ernstige gevallen: ECMO = extracorporele membraanoxygenatie = externe hart-longmachine die tijdelijk
de functie van hart en longen overneemt
- Chirurgisch herstel van middenrif, meestal pas na stabilisatie van kind
- Geen voeding via de mond à Maagsonde plaatsen
- Vocht en elektrolyten via infuus
- Positionering van de baby op aangedane zijde en in anti-Trendelenburg (hoofd hoger dan benen)
Gevolgen
- Ernstige onderontwikkeling van longen à Lage overlevingskansen
- Behandeling slaat niet aan? à Stopzetten
- Levensbedreigend? à Intensieve zorg
Je kan bij een casus met pasgeborene met congenitale hernia diafragmatica de verpleegkundige
aandachtspunten opnoemen
1. Positionering van de pasgeborene
- Op de aangedane zijde leggen (bv. linkerzijde bij linkszijdige hernia) à Voorkomt extra druk
- In anti-Trendelenburghouding (hoofd hoger dan benen) à Vermindert druk op middenrif
2. Voeding vermijden
- Geen orale voeding starten
- Maagsonde plaatsen om maag leeg te houden en druk op thorax te verminderen
à Voorkomt aspiratie en verergering van ademhalingsproblemen
1. De zorg voor de pasgeborene na de bevalling
Je kan het mechanisme van de warmteproductie bij een pasgeborene uitleggen
- Vasoconstrictie
- Door zich via de foetale houding zo klein mogelijk maken
- Isolatie dankzij het onderhuidse vet
è Warmteproductie door rillen is nog niet mogelijk!
Je kan de maatregelen om het warmteverlies bij een pasgeborene te voorkomen toepassen aan de hand van
de 4 manieren van warmteverlies
- Pasgeborene zo snel mogelijk afdrogen met warme doek
- Geen koude omgeving, wel warme onderlaag
- Geen ventilatoren in directe omgeving
- Warmtebron boven verzorgingstafel
- Muts om warmteverlies te beperken
- Via transportcouveuses overdracht naar neonatologie indien nodig
4 manieren van warmteverlies
- Radiatie (straling): warmteverlies door straling als gevolg van temperatuurverschil tussen lichaam en
koudere omgeving (van warm oppervlak naar kouder oppervlak dat niet in direct contact is)
bv. van de huid van de pasgeborene naar de wand van de incubator
- Evaporatie (verdamping): de warmte gaat verloren via de huid en de slijmvliezen
- Convectie (stroming): warmte gaat verloren van lichaamsoppervlak naar de omgevende lucht. Naarmate de
luchttemperatuur lager is en luchtstroomsnelheid hoog is (tocht) neemt deze warmteverlies toe
- Conductie (geleiding): afgifte van warmte via huid aan daaraan grenzend materiaal bv. matras en kleding
Je kan de navelstreng na de geboorte controleren
Beoordeling op aanwezigheid van twee arteriën en één vene
- De gelei van Warton à glazig gele kleur (groen indien meconium houdend vruchtwater)
- Bij 0,5 % van de pasgeborenen à slechts 1 navelstrengarterie
- Bij 30% hiervan à aangeboren afwijkingen van het maagdarmkanaal of de urinewegen
Je kan de toestand van de pasgeborene beoordelen met behulp van de Apgarscore
Criterium 0 punten 1 punt 2 punten
A Ademhaling Geen Zwak Goed doorhuilen
P Pols-/hartslag Geen <100/min >100/min
G Spierspanning/-tonus Slap Enige flexie van Actieve beweging van
ledematen ledematen
A Aspect/kleur Blauw/bleek Blauw bij extremiteiten Hele lichaam roze
R Reactie op prikkels Geen Enige beweging Krachtig huilen
Score na 1, 5 en 10 minuten bepalen
Je kan de belangrijke verschillen in de bloedcirculatie van de foetus en de pasgeborene verklaren
Aspect Foetale circulatie Circulatie na geboorte
Gasuitwisseling Via placenta Via longen
Longcirculatie Minimaal, hoge vaatweerstand Volledig actief, lage
vaatweerstand
Foramen ovale Open – bloed stroomt van Gesloten – door drukverandering
rechter- naar linkeratrium tussen atria
Ductus arteriosus Open – shunt van arteria Sluit zich (functioneel binnen 24u,
pulmonalis naar aorta anatomisch binnen 1 maand)
Ductus venosus Open – omzeilt lever voor bloed Sluit (anatomisch na 2 à 3
uit placenta maanden)
Zuurstofrijk bloed In vena umbilicalis In arteriën
, Zuurstofarm bloed In arteriae umbilicales In venen
Leverpassage Wordt deels omzeild door ductus Volledige doorstroming van lever
venosus
Drukverdeling atria Hoger in rechteratrium Hoger in linkeatrium
Bloedtoevoer hersenen Relatief zuurstofrijk (aftakking Volledig zuurstofrijk via normale
voor ductus arteriosus) aortaboog
Navelvaten Actief – vervoeren bloed tussen Sluiten zich (anatomisch na 2 à 3
foetus en placenta maanden)
Je kan de veranderingen in de ademhaling na de geboorte uitleggen
Aspect Voor geboorte Na geboorte
Longinhoud Longen gevuld met vocht Longen gevuld met lucht
Vochtverwijdering Geen (vocht blijft in longen) Bij vaginale bevalling wordt vocht
uitgeperst
Rest wordt geabsorbeerd via
neus, bloed- en lymfesysteem
Prikkels tot eerste ademhaling Afwezig (geen spontane Stijging CO2, daling O2,
ademhaling) stresshormonen stijgen
Mechanisch effect Thorax onder druk tijdens Recoileffect van thorax zuigt
passage lucht naar binnen
Gasuitwisseling Via placenta Via longalveoli
Zuurstof- en koolzuurwaarden Lage arteriële pO2, hoge pCO2 pO2 stijft tot 60 à 75mmHg, pCO2
daalt tot 37,5 à 52,2mmHg
pH-waarde Kan dalen tot 7,15 (acidose) Herstelt naar 7,35 à 7,45
Ademhalingsfrequentie NVT Snel: 30 à 60/minuut,
onregelmatig
Mogelijke NVT - Tachypnoe (> 60/min): vaak na
ademhalingsproblemen sectio of stuitligging (wet lung)
- Apnoe: normaal bij
prematuren, verdacht bij aterme
baby’s
- Dyspnoe: tekenen zoals
neusvleugelen, kreunen,
intrekkingen
Je kan de fysiologische kenmerken en abnormaliteiten van het hart en de longen uitleggen
Fysiologische kenmerken van hart
- Hartfrequentie varieert afhankelijk van gedragsstadium
• Tijdens diepe slaap: < 100 slagen/minuut
• Tijdens huilen: tot wel 200 slagen/minuut
è Interpretatie in samenhang met gedragsstadium
- Harttonen worden normaal best gehoord aan linker thoraxhelf à Indien rechts beter hoorbaar
• Rechtsgelegen hart
• Verplaatsing van hart door hernia diafragmatica
OF pneumothorax aan linkerkant
- Souffle (=hartgeruis) in eerste dagen à Door open ductus arteriosus
- Zichtbare hartpulsaties op thorax = normaal bij pre- en dysmaturen MAAR kan wijzen op cardiaal probleem
bij aterme pasgeborenen
- Arteria femoralis pulsaties voelbaar à Afwezige pulsaties kunnen wijzen op een coarctatie (= vernauwing)
van de aorta è Bloedtoevoer naar onderste ledematen is beperkt
Abnormaliteiten van het hart
- Tachycardie in rust à Cardiale insufficiëntie.
- Souffles door aangeboren afwijkingen à Meestal nog niet direct na geboorte hoorbaar
- Afwezige liespulsaties à Coarctatie van de aorta
- Rechts verplaatste harttonen à Abnormaal door onderliggende aandoeningen
, Fysiologische kenmerken van de longen en ademhaling
- Longen zijn bij foetus gevuld met vocht
à Bij vaginale bevalling wordt meeste vocht uitgeperst; de rest wordt geresorbeerd
- Eerste ademhaling wordt op gang gebracht door prikkels zoals:
• Verhoogde stresshormonen
• Hypercapnie (hoog CO₂)
• Hypoxie (laag O₂)
- Na• geboorte stijgt arteriële pO₂ snel tot 60–75 mmHg, en pH normaliseert van ±7,15 naar 7,35–7,45
- Normale ademhalingsfrequentie van 30–60 ademhalingen per minuut.
è Onregelmatig, DUS volle minuut tellen
Abnormaliteiten van de ademhaling
- Tachypnoe (>60/min)
• Respiratoire of cardiale insufficiëntie
• Passagère tachypnoe (= transiënte tachypneu) komt voor bij sectio of stuitligging en herstelt binnen 48–72 uur
- Apnoe (>20 seconden)
• Komt vaak voor bij prematuren en duidt op onrijpheid van centraal zenuwstelsel
• Bij aterme pasgeborenen à Langdurige apnoe altijd reden voor extra onderzoek
•
- Dyspnoe (moeilijke ademhaling) uit zich via
• Neusvleugelen
• Kreunen
• Gebruik van hulpademhalingsspieren met intrekkingen
• Wijst op respiratoire of circulatoire aandoeningen
Je kan de manieren van vitamine K-profylaxe benoemen.
à Essentieel voor goede bloedstolling
2 toedieningswijzen
- Intramusculaire (IM) toediening
à Dosering: 1 mg vitamine K direct na de geboorte
à Indicaties: prematuriteit, gebruik van medicatie door moeder tijdens de zwangerschap, gastro
intestinale pathologie waardoor orale voeding niet mogelijk is
à Voordeel: éénmalige toediening, geen verdere suppletie nodig gedurende de eerste maand
à Nadeel: pijnlijke injectie voor de pasgeborene
- Orale (PO) toediening
à Dosering: 2 mg vitamine K oraal na de geboorte
à Bij borstvoeding of malabsorptie/cholestase: wekelijkse suppletie van 1–2 mg tot 3 maanden leeftijd,
mits goede therapietrouw
à Bij kunstvoeding zonder malabsorptie/cholestase: geen verdere vitamine K-suppletie nodig, aangezien
kunstvoeding reeds verrijkt is met vitamine K
à Voordeel: pijnloos en makkelijk toe te dienen
à Nadeel: afhankelijk van therapietrouw van ouders/verzorgers
, 2. Verpleegkundige observaties
Je kan de terminologie van de fysiologische kenmerken, de lichamelijke kenmerken en het gedrag van de
pasgeborene in eigen woorden uitleggen én koppelen aan verpleegkundige observaties
Je kan de terminologie van afwijkende kenmerken en gedrag bij de pasgeborene in eigen woorden uitleggen
én koppelen aan verpleegkundige observaties
Je kan de fysiologische kenmerken, de lichamelijke kenmerken en het gedrag van de pasgeborene
identificeren aan de hand van beeldmateriaal (bv. foto’s, afbeeldingen, video’s ...)
Je kan de verschillende observaties beoordelen én concluderen wanneer doorverwijzing noodzakelijk is
Je kan de definitie, diagnostiek, symptomen, behandeling en eventuele gevolgen van congenitale hernia
diafragmatica omschrijven en op eenvoudige manier uitleggen aan de ouders
Definitie
Congenitale hernia diafragmatica (=CHD)
= een aangeboren afwijking waarbij een deel van het middenrif of diafragma niet aangelegd is. Hierdoor is er
een onvolledige scheiding tussen abdomen en thorax, waardoor buikorganen zoals maag, darmen lever en
milt zich in de thorax kunnen bevinden
Diagnostiek
- Prenataal via echografie
- Postnataal via röntgenfoto (RX) van borst en buik, waarop de buikorganen in de borst zichtbaar zijn
- Positie van de harttonen (bv. rechts i.p.v. links) kan ook wijzen op CHD
Symptomen
- Tachypneu (snelle ademhaling)
- Dyspneu (moeilijke ademhaling)
- Cyanose (blauwverkleuring door zuurstoftekort)
- Ingevallen buik
- Opgezette linker borstkas
- Harttonen hoorbaar rechts bij linkszijdige hernia
Behandeling
- Intubatie en beademing meteen na geboorte om ademhaling te ondersteunen
- In ernstige gevallen: ECMO = extracorporele membraanoxygenatie = externe hart-longmachine die tijdelijk
de functie van hart en longen overneemt
- Chirurgisch herstel van middenrif, meestal pas na stabilisatie van kind
- Geen voeding via de mond à Maagsonde plaatsen
- Vocht en elektrolyten via infuus
- Positionering van de baby op aangedane zijde en in anti-Trendelenburg (hoofd hoger dan benen)
Gevolgen
- Ernstige onderontwikkeling van longen à Lage overlevingskansen
- Behandeling slaat niet aan? à Stopzetten
- Levensbedreigend? à Intensieve zorg
Je kan bij een casus met pasgeborene met congenitale hernia diafragmatica de verpleegkundige
aandachtspunten opnoemen
1. Positionering van de pasgeborene
- Op de aangedane zijde leggen (bv. linkerzijde bij linkszijdige hernia) à Voorkomt extra druk
- In anti-Trendelenburghouding (hoofd hoger dan benen) à Vermindert druk op middenrif
2. Voeding vermijden
- Geen orale voeding starten
- Maagsonde plaatsen om maag leeg te houden en druk op thorax te verminderen
à Voorkomt aspiratie en verergering van ademhalingsproblemen