1. Student beschrijft het verband tussen recht en integrale veiligheid, zodanig dat je het belang van recht
voor een veiligheidsoplossing kan beargumenteren;
2. Student beschrijft de vier rechtsgebieden, de bronnen en functies van het recht in eigen woorden,
zodanig dat je een veiligheidsvraagstuk in het juiste rechtsgebied kan indelen;
3. Student kent de juridische basisbegrippen en een aantal definities, zodanig dat hij de juiste wetteksten
kan raadplegen en kan interpreteren.
4. Student herkent verschillende type wet- en regelgeving, zodanig dat hij de hiërarchie daarvan kan
aangeven.
5. Student kent het strafproces en actoren, zodanig dat hij het belang van de actoren in het kader van
integrale veiligheid kan beargumenteren.
6. Student begrijpt op welke wijze in Nederland wet- en regelgeving tot stand komt, zodanig dat hij kan
verklaren waarom de Trias Politica in de Nederlandse staatsinrichting is verwerkt en wat het verband is
tussen de Grondwet, staatsinrichting en wetgeving.
7. Student legt bestuurshandelingen, bestuursbevoegdheden en bestuurlijke handhavingsinstrumenten in
eigen woorden uit, zodanig dat hij de relatie met integrale veiligheid kan beargumenteren.
1. Uitleggen wat strafrecht inhoudt en de betekenis daarvan voor integrale veiligheid;
2. De drie fasen van een strafprocedure inclusief bijbehorende kenmerken en de rol van de actoren
beschrijven;
3. De twee soorten strafbare gedragingen en de verschillen daartussen benoemen;
4. De opbouw van een strafbepaling uitleggen;
5. De drie soorten straffen en de kenmerken daarvan benoemen;
6. Uitleggen wat economisch strafrecht inhoudt inclusief de kenmerken van bestraffing van een
rechtspersoon.
1. uitleggen wat privaatrecht inhoudt;
2. beschrijven en herkennen waar personen en familierecht, vermogensrecht, ondernemingsrecht en
burgerlijk procesrecht betrekking op heeft;
3. de hoofdlijnen van de Wet op de ondernemingsraden benoemen;
4. de organisatie, werkwijze en uitgangspunten van de gerechten van de rechterlijke macht op
hoofdlijnen beschrijven.
1. de nut en noodzaak van veiligheidsdoelstellingen uitleggen;
2. de rangorde van de verschillende soorten wetgeving benoemen;
3. de betekenis van de begrippen attributie en delegatie uitleggen voor de bevoegdheid van het maken
van centrale wetgeving;
4. het proces van totstandkoming van een wet in formele in en een wijziging van de Grondwet schetsen;
5. de voorrangsregels noemen die gelden tussen de verschillende soorten wetgeving;
6. de mogelijkheden en beperkingen van rechterlijke toetsing aan wetgeving uitleggen.
1. een onderverdeling van overheidshandelingen maken en uitleggen;
2. de centrale begrippen besluit, beschikking en belanghebbende herkennen en een onderverdeling van
beschikkingen maken en uitleggen;
3. de grondslagen voor bevoegheid tot het geven van bestuursbeslissingen uitleggen;
4. een onderverdeling van algemene beginselen van behoorlijk bestuur maken en uitleggen wat die
beginselen inhouden;
5. een onderverdeling van bestuursrechtelijke sancties maken en uitleggen wat die sancties inhouden.
Samenvattingen lessen en powerpoints
Les 1
Het recht ordent het gedrag van mensen door het stellen van regels en zorgt
ervoor dat mensen zich aan die regels houden.
Functies van het recht:
- Normatieve functie: normen en waarden gedragsregels
- Geschil oplossende functie: tussen burgers en burgers je hebt een burenruzie
- Additionele functie: tussen bedrijven en burgers koopovereenkomsten
- Instrumentele functie: het recht gebruiken als instrument
Positief recht geschreven rechtsregels in Nederland, geen fatsoensnormen
1
,Rechtsbron = een plaats waar je de Nederlandse wet kunt vinden; in de wet,
jurisprudentie, gewoontes (ongeschreven recht), besluiten van internationale
organisaties.
- De wet
- Gewoontes
- Verdragen en besluiten
- Jurisprudentie
Soevereiniteit = het besturen van het eigen land; de wetten opstellen etc. Een
stukje is afgegeven aan de Europese Unie.
Materieel recht de inhoud van de rechten en plichten
Formeel recht de manier waarop het materieel recht gehandhaafd wordt; de
procedure
Wet in formele zin voor iedereen
Wet in materiele zin voor een bepaald persoon (schadevergoeding betalen)
Publiekrecht: alleen de overheid kan publiekrechtelijk handelen. De regels over
de inrichting van de staat, de bevoegdheden en de uitvoering. Regels die burgers
beschermen tegen de overheid. De overheid voor de burger maar twee
overheidspartijen tegen elkaar kan ook. Verticale relatie.
Privaatrecht: de rechtsverhouding tussen burger en burger. Of tussen de
overheid en burgers. Horizontale relatie.
Bestuursrecht = relatie tussen burger en overheid. Bijv. vergunning, rijbewijs.
(publiek recht)
Staatsrecht = kijkt naar de inrichting van de staat. Hoe Nederland is ingedeeld;
met de koning, het parlement. (publiek recht)
Burgerlijkrecht = kijkt naar de juridische betrekking tussen personen. Bijv.
huwelijk, ondernemingen. (privaat recht)
Strafrecht = bepaalde gedragingen worden bedreigd met een straf (publiek
recht)
Regelgeving
Centraal niveau Decentraal
niveau
Door de regering en Staten-generaal Provinciale staten
Gemeenteraad
Hogere regels staan boven lagere regels
Bijzondere regels gaan boven algemene regels
2
, Les 2
Strafrecht = regelt de rechtsverhoudingen tussen overheid en burgers en
bedrijven als wettelijke strafbepalingen worden overtreden
Geweldsmonopolie = De overheid is de enige die kan straffen
Legaliteitsbeginsel = geen feit is strafbaar dan uit kracht van daaraan
voorafgegane wettelijke strafbepaling. Het feit kan alleen worden vervolgd als
het strafbaar is gesteld.
Materieel recht = rechten en plichten
Formeel recht = procedures
Bijzondere wetten = Opiumwet, Drank- en horeca wet
Stafprocedure: opsporing, vervolging, terechtzitting
Opportuniteitsbeginsel = de keuzevrijheid van een opsporingsambtenaar
Overtredingen 1 jaar en 4 maanden maximaal, daarna is het een misdrijf
Vanaf artikel 424; overtredingen
Wetgeving van lagere overheden (provincie, gemeente) bevatten alleen
overtredingen.
Misdrijf; verwijtbaarheid en wederrechtelijkheid nodig
Overtredingen; wederrechtelijkheid nodig
Strafbepaling bestaat uit een delictsomschrijving (wat is strafbaar, de definitie
van een verboden gedraging) en een sanctienorm (wat is de maximale straf of
maatregel).
Hoofdstraffen:
- gevangenisstraf bij misdrijven. Tijdelijk of levenslang
- hechtenis bij overtredingen. In huis van bewaring. Tijdelijk
- taakstraf werkstraf of leerstraf
- geldboete totaal 6 categorieën. Combinatie met gevangenisstraf of hechtenis
is mogelijk.
Bijkomende straffen:
- ontzetting uit rechten ontslagen op het werk
- verbeurdverklaring voorwerpen bij voorwerpen die zijn verkregen uit
drugsgeld
- openbaarmaking uitspraak
Maatregelen:
- Terbeschikkingstelling (tbs) meer dan 4 jaar, misdrijf, gebrekkige geest,
gevaar voor anderen
- onttrekking aan verkeer voorwerpen waarvan bezig in schrijd met de wet is
of in strijd met het algemeen belang
- schadevergoeding aan slachtoffer slachtoffer moet zelf initiatie nemen
(voegen)
Economisch strafrecht:
3