Mens en Gezondheid
Hoofdstuk 1: Introductie van de concepten
1.1.1 Visualisatie Bio-psycho-sociaal model
Bio-psycho-sociaal model = een bril om te kijken naar het functioneren van de mens
Vb. Kanker
➔ Met een biologische blik kijken naar iets
Een oefening:
Ik ben enorm moe de laatste tijd, al heb ik geen idee waarom. Je zou denken dat iemand van mijn leeftijd
(21) toch wel wat meer pit in z'n lijf heeft. Die vermoeidheid heb ik altijd gehad. Mijn ouders zijn enorm
actieve mensen die schijnbaar nooit moe worden. Hoe kan het toch dat ik wel zo snel moe word? Ik denk
dat ik meer lijk op mijn opa dan op mijn ouders. Hij is ook iemand die eerder geniet van een avondje thuis
dan van een dagelijkse uitstap. We zijn dan ook beiden wat zwaardere mensen. Hier voel ik me ook niet zo
goed bij want ik wil wel fitter zijn. Naar een sportschool gaan lijkt me dan weer een te grote stap, vooral op
sociaal gebied. Niet dat ik geen vrienden heb ofzo, heel goede zelfs, maar ik kan erg genieten van me-time.
Dat terzijde, ik ga afstuderen dit jaar en wil niet met die vermoeidheid beginnen werken. Tenminste, als ik
start met werken. Ik twijfel nog om een masteropleiding te starten. Mijn ouders raden dit af. Niet omdat ik
dom ben maar omdat ik volgens hen een enorme stresskip ben geweest tijdens mijn bacheloropleiding. Ze
vrezen dat het nog erger kan worden bij een masteropleiding. Ik ben inderdaad iemand die snel last heeft
van stress.
Sociale element = heeft minder aansluiting bij zijn ouders, wel bij zijn opa
Psychologische element = snel last van stress ; sociale angst
Biologische element = zwaarlijvig zijn ; vermoeidheid ; leeftijd ; genetica …
1
,1.1.2 Classificatiesystemen
ICF = International Classification of Functioning, Disability and Health
➔ Medisch model dat vertrekt vanuit het bio-psycho-sociaal model
➔ Wordt gebruikt om gezondheid en functioneren van mensen in kaart te brengen
DSM-5 = een internationaal erkend classificatiesysteem voor psychische aandoeningen
➔ Aan welke criteria moet je voldoen om deze stoornis te hebben?
➔ Gebaseerd op Noord-Amerikaans onderzoek
• Gebaseerd op pathologieën = stoornissen
Diagnostische cyclus = cyclus over hoe je moet omgaan met cliënten binnen de
psychodiagnostiek
2
, ( = diagnostische cyclus )
Hulpvraag = vraag waarmee een cliënt of verwijzer (zoals een huisarts of leerkracht) zich
meldt bij een psycholoog
➔ Hulpvragen komen vanuit klachten
➔ Cliënt zegt wat hij/zij wil of wil bereiken
1. Onderkennend = wat is er mis met mij ; eindigt met een diagnose
2. Verklarend = waarom heb ik hier last van ; eindigt niet altijd met een diagnose
3. Indicerend = hoe kunnen we dit probleem oplossen?
Vb. Waarom is mijn zelfvertrouwen zo laag en twijfel ik of ik hogere studies aankan? = verklarend
Vb. Hoe kom ik van mijn slaapproblemen af? = indicerend
Vb. Lijd ik aan een burn-out? = onderkennend
1.1.3 Belangrijke concepten
Psychosociale problemen
• Psychische problemen: gevoelens en gedachten
• Sociale problemen: anderen, instanties,…
=> combinatie van beiden
3
, Voorbeelden:
• Stress
• Slaapproblemen
• Verslaving
• Rouw
• Relationele problemen
Gezondheidsproblemen
• Kunnen ontstaan door leefstijl/gedrag , omgevingsfactoren, aangeboren / genetische
aanleg
Voorbeelden:
• Roken, drinken, druggebruik
• Overgewicht / obesitas
• Te weinig bewegen
• Ongezonde voeding
• Covid19 / virale infecties
1.1.4 Chronische ziekten
Chronische ziekten = een ziekte die een continue of repetitieve behandeling van minstens 6
maanden noodzaakt ( RIZIV )
➔ Langdurige ziekten die niet spontaan verdwijnen en zelden volledig genezen
Voorbeelden:
• Hart- en vaatziekten
• Kanker
• Chronische luchtwegaandoeningen
• Diabetes
• Psychische aandoeningen
• Gevolgen van verwondingen
• Artrose
• Neurologische aandoeningen
• Leverziekten
• Chronische nierziekten
➔ Tekst van het diagnostisch proces ; Reader lezen
4
Hoofdstuk 1: Introductie van de concepten
1.1.1 Visualisatie Bio-psycho-sociaal model
Bio-psycho-sociaal model = een bril om te kijken naar het functioneren van de mens
Vb. Kanker
➔ Met een biologische blik kijken naar iets
Een oefening:
Ik ben enorm moe de laatste tijd, al heb ik geen idee waarom. Je zou denken dat iemand van mijn leeftijd
(21) toch wel wat meer pit in z'n lijf heeft. Die vermoeidheid heb ik altijd gehad. Mijn ouders zijn enorm
actieve mensen die schijnbaar nooit moe worden. Hoe kan het toch dat ik wel zo snel moe word? Ik denk
dat ik meer lijk op mijn opa dan op mijn ouders. Hij is ook iemand die eerder geniet van een avondje thuis
dan van een dagelijkse uitstap. We zijn dan ook beiden wat zwaardere mensen. Hier voel ik me ook niet zo
goed bij want ik wil wel fitter zijn. Naar een sportschool gaan lijkt me dan weer een te grote stap, vooral op
sociaal gebied. Niet dat ik geen vrienden heb ofzo, heel goede zelfs, maar ik kan erg genieten van me-time.
Dat terzijde, ik ga afstuderen dit jaar en wil niet met die vermoeidheid beginnen werken. Tenminste, als ik
start met werken. Ik twijfel nog om een masteropleiding te starten. Mijn ouders raden dit af. Niet omdat ik
dom ben maar omdat ik volgens hen een enorme stresskip ben geweest tijdens mijn bacheloropleiding. Ze
vrezen dat het nog erger kan worden bij een masteropleiding. Ik ben inderdaad iemand die snel last heeft
van stress.
Sociale element = heeft minder aansluiting bij zijn ouders, wel bij zijn opa
Psychologische element = snel last van stress ; sociale angst
Biologische element = zwaarlijvig zijn ; vermoeidheid ; leeftijd ; genetica …
1
,1.1.2 Classificatiesystemen
ICF = International Classification of Functioning, Disability and Health
➔ Medisch model dat vertrekt vanuit het bio-psycho-sociaal model
➔ Wordt gebruikt om gezondheid en functioneren van mensen in kaart te brengen
DSM-5 = een internationaal erkend classificatiesysteem voor psychische aandoeningen
➔ Aan welke criteria moet je voldoen om deze stoornis te hebben?
➔ Gebaseerd op Noord-Amerikaans onderzoek
• Gebaseerd op pathologieën = stoornissen
Diagnostische cyclus = cyclus over hoe je moet omgaan met cliënten binnen de
psychodiagnostiek
2
, ( = diagnostische cyclus )
Hulpvraag = vraag waarmee een cliënt of verwijzer (zoals een huisarts of leerkracht) zich
meldt bij een psycholoog
➔ Hulpvragen komen vanuit klachten
➔ Cliënt zegt wat hij/zij wil of wil bereiken
1. Onderkennend = wat is er mis met mij ; eindigt met een diagnose
2. Verklarend = waarom heb ik hier last van ; eindigt niet altijd met een diagnose
3. Indicerend = hoe kunnen we dit probleem oplossen?
Vb. Waarom is mijn zelfvertrouwen zo laag en twijfel ik of ik hogere studies aankan? = verklarend
Vb. Hoe kom ik van mijn slaapproblemen af? = indicerend
Vb. Lijd ik aan een burn-out? = onderkennend
1.1.3 Belangrijke concepten
Psychosociale problemen
• Psychische problemen: gevoelens en gedachten
• Sociale problemen: anderen, instanties,…
=> combinatie van beiden
3
, Voorbeelden:
• Stress
• Slaapproblemen
• Verslaving
• Rouw
• Relationele problemen
Gezondheidsproblemen
• Kunnen ontstaan door leefstijl/gedrag , omgevingsfactoren, aangeboren / genetische
aanleg
Voorbeelden:
• Roken, drinken, druggebruik
• Overgewicht / obesitas
• Te weinig bewegen
• Ongezonde voeding
• Covid19 / virale infecties
1.1.4 Chronische ziekten
Chronische ziekten = een ziekte die een continue of repetitieve behandeling van minstens 6
maanden noodzaakt ( RIZIV )
➔ Langdurige ziekten die niet spontaan verdwijnen en zelden volledig genezen
Voorbeelden:
• Hart- en vaatziekten
• Kanker
• Chronische luchtwegaandoeningen
• Diabetes
• Psychische aandoeningen
• Gevolgen van verwondingen
• Artrose
• Neurologische aandoeningen
• Leverziekten
• Chronische nierziekten
➔ Tekst van het diagnostisch proces ; Reader lezen
4