Hoorcolleges Materieel Strafrecht
Hoorcollege 2 – Uitbreiding strafbaarheid
Strafrechtelijke aansprakelijkheid: wie kan vanaf welk moment strafbaar worden gehouden voor welke
gedragingen?
Poging, voorbereiding en deelneming: uitbreiding strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Poging, art. 45 Sr
- Het gaat hierbij om de uitvoeringshandelingen, oftewel een begin van uitvoering. Soms is
voltooiing al hel erg dichtbij
- Hierbij moet gekeken worden naar de voorwaarden, dit wordt bepaald door type/aard van het
grondmisdrijf.
- In beginsel ieder misdrijf, behoudens wettelijke uitzonderingen (art. 300 lid 5).
a. Eenvoudige mishandeling is uitgesloten.
b. Bij culpoze delicten is dit ook lastig vast te stellen.
c. Bij nalaten, kan je een voornemen hebben om na te laten?
Is bijv. wel eenvoudig vast te stellen bij: materiële delicten. Hierbij is geen
handeling vereist op een specifieke manier, het gaat erom dat bijvoorbeeld bij
doodslag iemand opzettelijk is overleden.
- Hierbij geldt ‘gematigd objectieve leer’: je moet kijken om welke gedraging het gaat, welk
misdrijf staat hier te gebeuren?
- Rechtsorde wordt minder geschonden dan bij een voltooid misdrijf: 2/3 van maximum.
- Als poger hoef je niet te weten of iets wel of niet gaat werken.
Voorbereiding, art. 46 Sr
- Het gaat hierbij om voorbereidingshandelingen.
- Niet ieder misdrijf: 8(+) jaar gevangenisstraf
- Is een meer subjectieve strafbaarstelling: wat is degene hier mee van plan? (Samir A, HR:
gaat steeds om misdadige doel. Ook al kan je niet met kerstverlichting een aanslag plegen,
gaat het erom dat het doel van Samir A hier wel in gelegen was = daardoor ontstaat
strafbaarheid).
- Voorwerp moet bestemd zijn voor het begaan van het misdrijf. Het moet gaan om middelen
bij het begaan van, maar hiervan staat los of het ermee gaat lukken.
Korte tijdlijn
1886: poging tot misdrijf strafbaar gesteld in art. 45 Sr. De wetgever vond het leerstuk poging “rijk
aan moeilijkheden”. Hierbij is de rechtsontwikkeling overgelaten aan de rechtspraktijk.
1934: Eindhovense brandstichting (NJ 1934/450)
Huis was helemaal klaargemaakt om in brand gestoken te worden.
Er was nog niet daadwerkelijk in brand gestoken, maar als de lont in brand was gezet zou het
heel snel overgaan tot voltooiing.
Voorbereiding was hier nog niet strafbaar en er was nog geen “begin van uitvoering”,
waardoor meneer straffeloos is kunnen gaan.
1978: Citocriterium (NJ 1979/52)
= Gedragingen moeten naar uiterlijke verschijningsvorm gericht zijn op de voltooiing van het misdrijf.
1994: Invoering strafbare voorbereiding
Wat betekent dat tussen uitvoerings- en voorbereidingshandelingen?
2007: Samir A gaat om misdadige doel, subjectieve kant van voorbereiding wordt bevestigd.
2021: Helikopterzaak (NJ 2021/228) – Is jurisprudentie ter aanvulling op Cito.
Actualiteit, laatste +/- twintig jaar: meer zelfstandige misdrijven / eigen gedragingen die daadwerkelijk
de voorfase, de voorbereiding betreft. We proberen zoveel mogelijk de extreme gevolgen te
voorkomen door zo vroeg mogelijk in te grijpen. Art. 45 en 46 vinden we soms te laat, waardoor we
de voorfase proberen dicht te timmeren door deze zelfstandige misdrijven.
, > Meest actueel: voorstel tot strafbaarstelling voorbereidingshandelingen met het oog op het
plegen van seksueel misbruik met kinderen (art. 240 Sr).
Huidige stand van zaken in jurisprudentie:
- Helikopterzaak
Feit staat 4 jaar op: voorbereiding niet strafbaar, poging wel.
Vraag is dus of hier al een begin van uitvoering was.
De Hoge Raad vindt de concreetheid van de gedragingen hierbij erg belangrijk en het
samenstel van (meerdere gedragingen/personen)
- Er was in vergaande mate al feitelijk uitvoering gegeven aan de op bevrijding
gerichte actie met een sterk planmatig karakter.
- Deze voorgenomen bevrijdingsactie zou kort daarna voltooid zijn.
De acties waren zodanig goed voorbereid, dat als het eenmaal stond te gebeuren er
geen houden meer aan was.
Factoren volgens de HR die van belang zijn bij beoordeling van gedraging als BVU:
1. Tijd en plaats, althans mate waarin gedraging dicht bij voltooiing ligt;
2. Hoe concreet gedraging op voltooiing is gericht;
3. Samenstel van gedragingen;
4. Aard van misdrijf.
Accessoiriteit van de poging – bestaat alleen tot een bepaald delict, hierdoor is het type delict van
belang. Denk hierbij aan verschillen tussen materiële en formele delicten. Wat is een poging tot ene
gevaarzettingsdelict?
Medeplegen, art. 47 Sr
- Hierbij is er een vorm van gelijkwaardigheid tussen wat de verschillende betrokken personen
doen.
- Hiervoor is nodig: (1) nauwe en bewuste samenwerking en (2) een bijdrage van voldoende
gewicht.
- Opzet wijkt af bij medeplegen: alles is samen, dus het moet gelijklopen. Je moet opzet
hebben op hetzelfde delict. Het mag wel een klein beetje verschillen – kijk naar voorbeelden.
Medeplichtigheid, art. 48 Sr
- Personen die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het delict of daartoe gelegenheid
bieden.
- Het gaat hierbij specifiek om misdrijven.
- Er moet sprake zijn van dubbel opzet: je moet bewust met de deelnemingshandeling bezig
zijn, maar waar je opzet op gericht is kan verschillen met welk delict gepleegd wordt.
Belangrijk verschil in de praktijk (art. 49 Sr): lager strafmaximum bij medeplichtigheid.
Jurisprudentie medeplegen
HR 15 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1655
- Moet sprake zijn van nauwe en bewuste samenwerking en een bijdrage van voldoende
gewicht.
- Maar wanneer is dit zo? Medeplegen heeft niet alleen betrekking op het feit dat je het delict
gezamenlijk uitvoert. Het is wel een sterke indicatie, maar dit hoeft niet.
Staan in uitspraak een aantal aanknopingspunten, maar hier hoort wel een verhaal bij: dat
dit wijst op nauwe en bewuste samenwerking en een bijdrage van voldoende gewicht.
HR 9 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:3
Feiten: man en vrouw hebben samen hennepkwekerij. Mevrouw regelt zaken zoals de koffie,
boodschappen etc. Meneer regelt de planten en de elektriciteit.
- Rol van man lijkt belangrijker te zijn. Er is geen inwisselbaarheid van de rollen.
- Ze deden dit omdat ze hun schulden wilden aflossen – samen het idee gehad.
,HR 30 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:78
Feiten: medeplichtige heeft mogelijk niet hetzelfde feit voor ogen als degene die gepleegd is.
- Als het opzet van de medeplichtige niet volledig is gericht op het gronddelict, moet het
misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige wel was gericht, voldoende verband houden
met het gronddelict.
- Dan moet je kijken of een relevant deel wel was gericht op het gronddelict. Zoals op de
inbraak, en als er dan kunnen na de inbraak andere dingen zijn gebeurd dan alleen de inbraak.
Discussie en vooruitblik
We doen dit om mensen uiteindelijk strafbaarheid te laten dragen. Door de uitbreiding van
strafrechtelijke aansprakelijkheid ontstaan er mogelijkheden om allerlei vormen van verwijtbaar
handelen te straffen rondom het plegen van het delict.
Wat als we er niet achterkomen wie van de verdachten een bepaalde cruciale handeling heeft verricht?
1. Nijmeegse scooterzaak
2. Drievoudige moordzaak van de Hells Angels in Limburg: tijdens een vergadering 3 mensen
doodgeschoten, 14 verdachten.
Hof oordeelde vrijspraak. De mogelijkheid dat een aantal leden passief aanwezig zijn
gemaakt maakt dat er onvoldoende grond is.
, Hoorcollege 3 – Strafbaarstelling
Het aantal strafbaarstellingen is de afgelopen decennia enorm toegenomen. We leven in een soort
risicosamenleving: we willen met z’n allen zoveel mogelijk risico’s uitbannen. Als het niet goed gaat
moet gelijk de vraag worden gesteld wie zijn schuld het is. Bij deze denkwijze heb je de hele tijd het
strafrecht nodig. We moeten hierbij opletten dat we niet te erg gebukt gaan onder regelgeving.
Argumenten om kritisch te kijken naar het opnieuw strafbaar stellen. Ook nog andere risico’s:
- Ongewenste effecten strafbaarstellingen
- Je maakt het mensen moeilijk om weer op het juiste pad te komen.
- In de combinatie van strafbaarstellingen vang je mogelijk mensen die daar niet onder horen
te vallen.
Hoe gaat het in z’n werk met strafbaarstelling?
Drie bronnen: wetsvoorstel van kabinet, initiatief-voorstel lid Tweede Kamer, implementatie EU-
wetgeving harmonisatie strafrecht.
- Ontstaat een wens binnen de samenleving (media, burgerinitiatief). Dan zou er een nieuwe
strafbaarstelling moeten komen die het bereik van de strafwet verruimd. Dan kunnen twee
dingen gebeuren:
1. Kamerleden pakken het op: initiatief-wetsvoorstel
2. Vanuit kabinet komt een wetsvoorstel (vanuit ambtenaren)
- In EU-verband wordt besloten om met nieuwe strafwetgeving te komen. Komt vaak vanuit
lidstaten en praktijk vanuit deze lidstaten.
Bij nationale aanleiding:
1. Komt een wetsvoorstel (minister) met toelichting via een concept.
2. Concept gaat direct naar belangrijkste praktijkorganisaties voor consultatie.
-> Geven inzicht over wat in de praktijk speelt hieromheen en wat ze ervan vinden. Kan er
uitvoering aan worden gegeven? Problemen met bewijsvoering?
3. Minister (en ambtenaren) verwerken consultatieadvies – komt een nieuwe versie. Deze komt
in de ministerraad.
4. Zij moeten er akkoord mee gaan, dan wordt het verstuurd naar Raad van State.
5. Derde versie wetsvoorstel wordt ingediend via Koning bij Tweede Kamer. Schriftelijke
vragenronde, daarna mondelinge behandelingen.
6. Wetsvoorstel gaat naar de Eerste Kamer – schriftelijk + mondeling.
7. Akkoord? = wetsvoorstel wordt tot wet verheven. Handtekening van Minister en Koning.
De politieke wens/daadkracht krijgt soms de overhand. Ook als Raad van State dan negatief advies
geeft gaan ze er alsnog mee door. Vervolgens zetten ze Eerste Kamer onder druk (hebben geen
amendement recht). Discussie kan zo hoog oplopen, Eerste Kamer geeft dan een novelle: wetsvoorstel
gaat terug naar Tweede Kamer en wordt aangepast.
Essentie zedenwetgeving: alles wat te maken heeft met seksuele handelingen moet gebaseerd zijn op
een wilsovereenstemming. Ook dit zou binnen het strafrecht centraal moeten staan. Er ontstaan dus
nieuwe delictsomschrijvingen waarin strafwaardigheid een nieuw centraal punt krijgt.
Dilemma’s met nieuwe strafbaarstellingen
1. Strafbaarstelling van het zich verschaffen van persoonsgegevens van iemand die in de uitoefening
van zijn ambt of beroep hiermee wordt verhinderd met het oogmerk er verkeerde dingen mee te doen
(doxing, bijv. politie).
- Neutrale handelingen, dit wordt pas fout als het met een bepaald oogmerk wordt gepleegd.
- Je hebt dit oogmerk dus nodig om te isoleren waar het om gaat en dit strafbaar te stellen.
Hierbij moet je kijken naar de context waarin het gebeurt.
Hoorcollege 2 – Uitbreiding strafbaarheid
Strafrechtelijke aansprakelijkheid: wie kan vanaf welk moment strafbaar worden gehouden voor welke
gedragingen?
Poging, voorbereiding en deelneming: uitbreiding strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Poging, art. 45 Sr
- Het gaat hierbij om de uitvoeringshandelingen, oftewel een begin van uitvoering. Soms is
voltooiing al hel erg dichtbij
- Hierbij moet gekeken worden naar de voorwaarden, dit wordt bepaald door type/aard van het
grondmisdrijf.
- In beginsel ieder misdrijf, behoudens wettelijke uitzonderingen (art. 300 lid 5).
a. Eenvoudige mishandeling is uitgesloten.
b. Bij culpoze delicten is dit ook lastig vast te stellen.
c. Bij nalaten, kan je een voornemen hebben om na te laten?
Is bijv. wel eenvoudig vast te stellen bij: materiële delicten. Hierbij is geen
handeling vereist op een specifieke manier, het gaat erom dat bijvoorbeeld bij
doodslag iemand opzettelijk is overleden.
- Hierbij geldt ‘gematigd objectieve leer’: je moet kijken om welke gedraging het gaat, welk
misdrijf staat hier te gebeuren?
- Rechtsorde wordt minder geschonden dan bij een voltooid misdrijf: 2/3 van maximum.
- Als poger hoef je niet te weten of iets wel of niet gaat werken.
Voorbereiding, art. 46 Sr
- Het gaat hierbij om voorbereidingshandelingen.
- Niet ieder misdrijf: 8(+) jaar gevangenisstraf
- Is een meer subjectieve strafbaarstelling: wat is degene hier mee van plan? (Samir A, HR:
gaat steeds om misdadige doel. Ook al kan je niet met kerstverlichting een aanslag plegen,
gaat het erom dat het doel van Samir A hier wel in gelegen was = daardoor ontstaat
strafbaarheid).
- Voorwerp moet bestemd zijn voor het begaan van het misdrijf. Het moet gaan om middelen
bij het begaan van, maar hiervan staat los of het ermee gaat lukken.
Korte tijdlijn
1886: poging tot misdrijf strafbaar gesteld in art. 45 Sr. De wetgever vond het leerstuk poging “rijk
aan moeilijkheden”. Hierbij is de rechtsontwikkeling overgelaten aan de rechtspraktijk.
1934: Eindhovense brandstichting (NJ 1934/450)
Huis was helemaal klaargemaakt om in brand gestoken te worden.
Er was nog niet daadwerkelijk in brand gestoken, maar als de lont in brand was gezet zou het
heel snel overgaan tot voltooiing.
Voorbereiding was hier nog niet strafbaar en er was nog geen “begin van uitvoering”,
waardoor meneer straffeloos is kunnen gaan.
1978: Citocriterium (NJ 1979/52)
= Gedragingen moeten naar uiterlijke verschijningsvorm gericht zijn op de voltooiing van het misdrijf.
1994: Invoering strafbare voorbereiding
Wat betekent dat tussen uitvoerings- en voorbereidingshandelingen?
2007: Samir A gaat om misdadige doel, subjectieve kant van voorbereiding wordt bevestigd.
2021: Helikopterzaak (NJ 2021/228) – Is jurisprudentie ter aanvulling op Cito.
Actualiteit, laatste +/- twintig jaar: meer zelfstandige misdrijven / eigen gedragingen die daadwerkelijk
de voorfase, de voorbereiding betreft. We proberen zoveel mogelijk de extreme gevolgen te
voorkomen door zo vroeg mogelijk in te grijpen. Art. 45 en 46 vinden we soms te laat, waardoor we
de voorfase proberen dicht te timmeren door deze zelfstandige misdrijven.
, > Meest actueel: voorstel tot strafbaarstelling voorbereidingshandelingen met het oog op het
plegen van seksueel misbruik met kinderen (art. 240 Sr).
Huidige stand van zaken in jurisprudentie:
- Helikopterzaak
Feit staat 4 jaar op: voorbereiding niet strafbaar, poging wel.
Vraag is dus of hier al een begin van uitvoering was.
De Hoge Raad vindt de concreetheid van de gedragingen hierbij erg belangrijk en het
samenstel van (meerdere gedragingen/personen)
- Er was in vergaande mate al feitelijk uitvoering gegeven aan de op bevrijding
gerichte actie met een sterk planmatig karakter.
- Deze voorgenomen bevrijdingsactie zou kort daarna voltooid zijn.
De acties waren zodanig goed voorbereid, dat als het eenmaal stond te gebeuren er
geen houden meer aan was.
Factoren volgens de HR die van belang zijn bij beoordeling van gedraging als BVU:
1. Tijd en plaats, althans mate waarin gedraging dicht bij voltooiing ligt;
2. Hoe concreet gedraging op voltooiing is gericht;
3. Samenstel van gedragingen;
4. Aard van misdrijf.
Accessoiriteit van de poging – bestaat alleen tot een bepaald delict, hierdoor is het type delict van
belang. Denk hierbij aan verschillen tussen materiële en formele delicten. Wat is een poging tot ene
gevaarzettingsdelict?
Medeplegen, art. 47 Sr
- Hierbij is er een vorm van gelijkwaardigheid tussen wat de verschillende betrokken personen
doen.
- Hiervoor is nodig: (1) nauwe en bewuste samenwerking en (2) een bijdrage van voldoende
gewicht.
- Opzet wijkt af bij medeplegen: alles is samen, dus het moet gelijklopen. Je moet opzet
hebben op hetzelfde delict. Het mag wel een klein beetje verschillen – kijk naar voorbeelden.
Medeplichtigheid, art. 48 Sr
- Personen die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het delict of daartoe gelegenheid
bieden.
- Het gaat hierbij specifiek om misdrijven.
- Er moet sprake zijn van dubbel opzet: je moet bewust met de deelnemingshandeling bezig
zijn, maar waar je opzet op gericht is kan verschillen met welk delict gepleegd wordt.
Belangrijk verschil in de praktijk (art. 49 Sr): lager strafmaximum bij medeplichtigheid.
Jurisprudentie medeplegen
HR 15 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1655
- Moet sprake zijn van nauwe en bewuste samenwerking en een bijdrage van voldoende
gewicht.
- Maar wanneer is dit zo? Medeplegen heeft niet alleen betrekking op het feit dat je het delict
gezamenlijk uitvoert. Het is wel een sterke indicatie, maar dit hoeft niet.
Staan in uitspraak een aantal aanknopingspunten, maar hier hoort wel een verhaal bij: dat
dit wijst op nauwe en bewuste samenwerking en een bijdrage van voldoende gewicht.
HR 9 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:3
Feiten: man en vrouw hebben samen hennepkwekerij. Mevrouw regelt zaken zoals de koffie,
boodschappen etc. Meneer regelt de planten en de elektriciteit.
- Rol van man lijkt belangrijker te zijn. Er is geen inwisselbaarheid van de rollen.
- Ze deden dit omdat ze hun schulden wilden aflossen – samen het idee gehad.
,HR 30 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:78
Feiten: medeplichtige heeft mogelijk niet hetzelfde feit voor ogen als degene die gepleegd is.
- Als het opzet van de medeplichtige niet volledig is gericht op het gronddelict, moet het
misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige wel was gericht, voldoende verband houden
met het gronddelict.
- Dan moet je kijken of een relevant deel wel was gericht op het gronddelict. Zoals op de
inbraak, en als er dan kunnen na de inbraak andere dingen zijn gebeurd dan alleen de inbraak.
Discussie en vooruitblik
We doen dit om mensen uiteindelijk strafbaarheid te laten dragen. Door de uitbreiding van
strafrechtelijke aansprakelijkheid ontstaan er mogelijkheden om allerlei vormen van verwijtbaar
handelen te straffen rondom het plegen van het delict.
Wat als we er niet achterkomen wie van de verdachten een bepaalde cruciale handeling heeft verricht?
1. Nijmeegse scooterzaak
2. Drievoudige moordzaak van de Hells Angels in Limburg: tijdens een vergadering 3 mensen
doodgeschoten, 14 verdachten.
Hof oordeelde vrijspraak. De mogelijkheid dat een aantal leden passief aanwezig zijn
gemaakt maakt dat er onvoldoende grond is.
, Hoorcollege 3 – Strafbaarstelling
Het aantal strafbaarstellingen is de afgelopen decennia enorm toegenomen. We leven in een soort
risicosamenleving: we willen met z’n allen zoveel mogelijk risico’s uitbannen. Als het niet goed gaat
moet gelijk de vraag worden gesteld wie zijn schuld het is. Bij deze denkwijze heb je de hele tijd het
strafrecht nodig. We moeten hierbij opletten dat we niet te erg gebukt gaan onder regelgeving.
Argumenten om kritisch te kijken naar het opnieuw strafbaar stellen. Ook nog andere risico’s:
- Ongewenste effecten strafbaarstellingen
- Je maakt het mensen moeilijk om weer op het juiste pad te komen.
- In de combinatie van strafbaarstellingen vang je mogelijk mensen die daar niet onder horen
te vallen.
Hoe gaat het in z’n werk met strafbaarstelling?
Drie bronnen: wetsvoorstel van kabinet, initiatief-voorstel lid Tweede Kamer, implementatie EU-
wetgeving harmonisatie strafrecht.
- Ontstaat een wens binnen de samenleving (media, burgerinitiatief). Dan zou er een nieuwe
strafbaarstelling moeten komen die het bereik van de strafwet verruimd. Dan kunnen twee
dingen gebeuren:
1. Kamerleden pakken het op: initiatief-wetsvoorstel
2. Vanuit kabinet komt een wetsvoorstel (vanuit ambtenaren)
- In EU-verband wordt besloten om met nieuwe strafwetgeving te komen. Komt vaak vanuit
lidstaten en praktijk vanuit deze lidstaten.
Bij nationale aanleiding:
1. Komt een wetsvoorstel (minister) met toelichting via een concept.
2. Concept gaat direct naar belangrijkste praktijkorganisaties voor consultatie.
-> Geven inzicht over wat in de praktijk speelt hieromheen en wat ze ervan vinden. Kan er
uitvoering aan worden gegeven? Problemen met bewijsvoering?
3. Minister (en ambtenaren) verwerken consultatieadvies – komt een nieuwe versie. Deze komt
in de ministerraad.
4. Zij moeten er akkoord mee gaan, dan wordt het verstuurd naar Raad van State.
5. Derde versie wetsvoorstel wordt ingediend via Koning bij Tweede Kamer. Schriftelijke
vragenronde, daarna mondelinge behandelingen.
6. Wetsvoorstel gaat naar de Eerste Kamer – schriftelijk + mondeling.
7. Akkoord? = wetsvoorstel wordt tot wet verheven. Handtekening van Minister en Koning.
De politieke wens/daadkracht krijgt soms de overhand. Ook als Raad van State dan negatief advies
geeft gaan ze er alsnog mee door. Vervolgens zetten ze Eerste Kamer onder druk (hebben geen
amendement recht). Discussie kan zo hoog oplopen, Eerste Kamer geeft dan een novelle: wetsvoorstel
gaat terug naar Tweede Kamer en wordt aangepast.
Essentie zedenwetgeving: alles wat te maken heeft met seksuele handelingen moet gebaseerd zijn op
een wilsovereenstemming. Ook dit zou binnen het strafrecht centraal moeten staan. Er ontstaan dus
nieuwe delictsomschrijvingen waarin strafwaardigheid een nieuw centraal punt krijgt.
Dilemma’s met nieuwe strafbaarstellingen
1. Strafbaarstelling van het zich verschaffen van persoonsgegevens van iemand die in de uitoefening
van zijn ambt of beroep hiermee wordt verhinderd met het oogmerk er verkeerde dingen mee te doen
(doxing, bijv. politie).
- Neutrale handelingen, dit wordt pas fout als het met een bepaald oogmerk wordt gepleegd.
- Je hebt dit oogmerk dus nodig om te isoleren waar het om gaat en dit strafbaar te stellen.
Hierbij moet je kijken naar de context waarin het gebeurt.