Hoorcolleges formeel strafrecht
Hoorcollege I – Verdiepend formeel strafrecht, introductiecollege (04/11/24)
Strafprocesrecht = geheel aan regels die betrekking hebben op de toepassing van het strafrecht in
een concreet geval. Strafvordering zorgt voor realisatie van het materiële strafrecht en is gericht op
de totstandkoming van een beslissing van de strafrechter.
Strafprocesrecht is de schakel tussen het strafbare feit en de reactie daarop.
Doel strafprocesrecht: primaire waarheidsvinding en zo juiste toepassing van het materiële
strafrecht. Maar ook nevendoelstellingen:
1. Een adequate overheidsreactie voor alle betrokkenen
2. Recht op een eerlijk proces
3. Regulering van de overheidsmacht
Let op: belangen (positie en rechten) van de ene procesdeelnemer kan ten koste gaan van de
belangen van andere -> Bijvoorbeeld: spanning tussen uitbreiding rechten slachtoffer en positie
verdachte. Ook krijgt de overheid een steeds sterkere positie.
Differentiatie is steeds meer te zien: categorieën naar gevallen (politierechter, afdoening OM,
kantonrechter etc.). Maar ook differentiatie binnen deze drie categorieën, waarbij goed moet
worden gekeken naar wat nodig is in het concrete geval.
Procesafspraken zien we ook steeds meer opkomen; het is niet meer afwachten en kijken wat er
gebeurt, maar de mogelijkheid tot procesafspraken komt eraan.
Informatie hoorcollege over rest vak:
- Elke dinsdag om 12:30 doet de HR uitspraak, dit wordt besproken op donderdag tijdens
hoorcollege.
- Ga naar een willekeurige strafrechtzitting. Maak daarvan een verslag van 1000+ woorden waarin
ten minste een procesrechtelijke gebeurtenis wordt beschreven en geduid.
Inleveren: maandag 9 december
Je hebt in eerste instantie materieel recht nodig, want dan weet je of iets wel of niet strafbaar is.
Maar er is niks zonder formeel strafrecht, dit komt tot leven wanneer je er iets mee kan doen.
Doel strafproces(recht): speciale en generale preventie, voorkomen van eigenrichting, orde
scheppen in de samenleving, vergelding, waarheidsvinding gericht op het straffen van schuldigen (en
beschermen onschuldigen).
Is dat in andere landen anders? In democratische landen niet. Maar, dezelfde doelen worden
mogelijk wel op andere manieren bereikt.
- Wij via art. 350 Sv, terwijl in andere landen bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van een
jury.
Materieel strafrecht = normen (wijst gedrag aan in strijd met de normen), strafprocesrecht =
handhaving van normen (door operationaliseren).
Bevat strafprocesrecht dan geen normen? Bevat wel normen, maar vooral gedragsnormen voor
strafvorderlijke autoriteiten:
- Proportionaliteit, subsidiariteit (staan niet in huidige wetboek, maar wel in nieuwe)
- Binnen grenzen rechtsstatelijkheid
- Gedragsnormen: rechter moet ervoor zorgen dat verdachte het laatste woord heeft of hem
hierop wijzen.
1
,Doel strafprocesrecht: (a) adequate rechtshandhaving (effectieve bestrijding van criminaliteit);
toepassing materiële strafrecht in concrete gevallen en (b) daadwerkelijke rechtsbescherming van
burgers die met het strafrecht in aanraking komen; verdachte, slachtoffers, kritisch-belangstellende
burger.
Het gaat erom dat er een systematisch (strafprocesrecht is een systeem) evenwicht tussen beide
belangen geeft Zorgt voor legitimiteit. Het gaat niet om de afzonderlijke regeltjes, dus je moet
steeds op zoek gaan naar de waarde van het stelsel als geheel.
Klassieke uitgangspunt strafvordering:
Rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid (Grondwet en Wet RO)
Vervolgingsmonopolie OM
Strafvorderlijke legaliteit
Vermoeden van onschuld
Processuele grondrechten: hoor- en wederhoor, recht op rechtsbijstand en vertaling en
vertolking, zwijgrecht, interne openbaarheid.
Onmiddellijkheidsbeginsel.
Deels in WvSv en deels daarbuiten (maar wel direct invloed op de inrichting): o.a. Grondwet,
waaronder motivering (art. 121), recht op berechting (art. 113) en recht op eerlijk proces (art. 17 lid
1).
Oftewel: de regeling van het strafprocesrecht is ontworpen als een zorgvuldig afgestemd geheel.
Hierbinnen kunnen organen in interactie met elkaar handelingen verrichten en dus een rol spelen.
Hierbij is er ook autonome-normatieve invloed vanaf buiten.
Geschiedenis strafprocesrecht
I. De oorsprong van ons strafproces
Oorsprong lag in de Franse tijd (na Franse revolutie). Het belang hiervan was: eenheid in het
landsbestuur, uniformiteit in het recht en codificatie van wetboeken.
Ons strafprocesrecht en rechterlijke organisatie komen uit Frankrijk: de Napoleontische wetboeken
werden ingevoerd in 1811. De Franse wetgeving was een reactie tegen de willekeur van de justitie
(uniforme regeling, codificatie en legaliteits(beginsel). Dit wilden ze veranderen door systeem van
checks and balances (organieke benadering).
Organieke benadering: strafprocesrecht kan je zien als een soort scenario -> ‘Stel je voor er gebeurt
iets, welke taken/bevoegdheden krijgen de actoren?’. Rechter krijgt bepaalde taak, voorzitter krijgt
bepaalde taak etc. Hierdoor regelt WvSv ook de onderlinge verhouding tussen de deelnemers.
Het oude Franse strafproces is een inquisitoir strafproces = waarborg zoeken in de juiste
taakuitoefening van de integere en onafhankelijke actor; rechtsbeschermend karakter van het
inquisitoire proces. Dit zoekt waarborg in de functie van de rechter.
II. De ontwikkeling van het formeel strafrecht in Nederland; Het Wetboek van 1838 en het
(huidige) Wetboek van 1926
III. Heroverweging en aanpassing in de jaren ’80 en ‘90
2
,IV. Tussenstand
V. De noodzaak van modernisering van het strafprocesrecht
VI. Naar ‘het’ nieuwe Wetboek van Strafvordering
3
, Hoorcollege II – Verdiepend formeel strafrecht, actoren
Actoren
‘Partijen’ in ruime zin = inclusief procesdeelnemers
Verschil procespartij en procesdeelnemer (kernroljurisprudentie)
Procespartijen: officier van justitie en verdachte (incl. raadsman)
- Als zij wat vragen aan de rechter, krijgen ze daar antwoord op (bijvoorbeeld in
vonnis).
- Procespartij is degene die een rechtens te respecteren belang en positie heeft ij de
eindbeslissing van de strafrechter
Procesdeelnemer:
Waarom is het slachtoffer geen rechtspartij? Rechter hoeft niet te reageren op vragen slachtoffer (is
geen belang in de zin van de partijbelangen). Slachtoffer is wel procespartij in de vordering van de
benadeelde partij.
Slachtoffer krijgt wel een steeds grotere invloed, bij spreekrecht uitoefenen moet verdachte
aanwezig zijn (bij V-H). Tot 1 juli (hoofdregel: geen aanwezigheidsplicht), kon wel een
medebrengingsbevel uitgegeven worden. Nu na 1 juli is deze situatie dus omgedraaid.
Belangrijkste wapen slachtoffer Art. 12 procedure: als OvJ afziet van vervolging, kan slachtoffer
deze procedure starten. Het Hof beslist hierover. Hier zie je dus een compensatie voor het feit dat
het slachtoffer niet zelf kan procederen (wij kennen geen tweede aanklager).
Procesafspraken:
Rechter is eindverantwoordelijk voor product
Officier en verdachte staan tegenover elkaar als procespartijen
Slachtoffer draait hier een beetje omheen
-> Hoe beïnvloedt dit ons systeem? HR: het is niet verboden (ECLI:NL:HR:2022:1252).
Voordelen: Tijd, snellere afdoening, geld
Nadelen: Materiële waarheid kan in het geding komen (rechter doet wel inhoudelijke toetsing)
Gevaar met beginselen: externe openbaarheid -> wij als volk kunnen niet achterhalen wat er gebeurd
is.
I. Verdachte
Is het object van het onderzoek, ook tijdens onderzoek ter terechtzitting. Verdachte is enerzijds
object van het onderzoek (inquisitoire aspect), en anderzijds een subject van rechten.
Krijgt voorafgaand aan het verhoor al een advocaat toegewezen.
- Je krijgt hierdoor meer beroep op zwijgrecht
- Hierdoor ga je als OvJ meer inzetten op vooronderzoek: dus nog meer doen voordat
je de verdachte aanhoudt. Ze verwachten eigenlijk niks meer van het verhoor.
- Kan nadelig zijn voor alle verweren/uitleg van opzet (noodweer bijvoorbeeld).
Hier zie je weer die “beweging naar voren”
Autonome (proces)positie; mede in het belang van goede inhoudelijke beslissing. Kan zijn
eigen proceshouding bepalen, niemand kan hem vertellen dat hij iets moet zeggen, hij kan
zelfs bekennen wat die niet heeft gedaan (verbod van marteling, pressieverbod).
Bewezenverklaring kan niet volgen uit enkel één getuige of enkel de verklaring van verdachte
(ondersteunend bewijs nodig) + je wilt dit niet omdat degene die het wel gedaan heeft dan
nog vrij rondloopt (Schiedammer parkmoord).
II. Raadsman
Afgeleide positie (raadsman is niet de verdachte, maar heeft wel alle bevoegdheden).
4
Hoorcollege I – Verdiepend formeel strafrecht, introductiecollege (04/11/24)
Strafprocesrecht = geheel aan regels die betrekking hebben op de toepassing van het strafrecht in
een concreet geval. Strafvordering zorgt voor realisatie van het materiële strafrecht en is gericht op
de totstandkoming van een beslissing van de strafrechter.
Strafprocesrecht is de schakel tussen het strafbare feit en de reactie daarop.
Doel strafprocesrecht: primaire waarheidsvinding en zo juiste toepassing van het materiële
strafrecht. Maar ook nevendoelstellingen:
1. Een adequate overheidsreactie voor alle betrokkenen
2. Recht op een eerlijk proces
3. Regulering van de overheidsmacht
Let op: belangen (positie en rechten) van de ene procesdeelnemer kan ten koste gaan van de
belangen van andere -> Bijvoorbeeld: spanning tussen uitbreiding rechten slachtoffer en positie
verdachte. Ook krijgt de overheid een steeds sterkere positie.
Differentiatie is steeds meer te zien: categorieën naar gevallen (politierechter, afdoening OM,
kantonrechter etc.). Maar ook differentiatie binnen deze drie categorieën, waarbij goed moet
worden gekeken naar wat nodig is in het concrete geval.
Procesafspraken zien we ook steeds meer opkomen; het is niet meer afwachten en kijken wat er
gebeurt, maar de mogelijkheid tot procesafspraken komt eraan.
Informatie hoorcollege over rest vak:
- Elke dinsdag om 12:30 doet de HR uitspraak, dit wordt besproken op donderdag tijdens
hoorcollege.
- Ga naar een willekeurige strafrechtzitting. Maak daarvan een verslag van 1000+ woorden waarin
ten minste een procesrechtelijke gebeurtenis wordt beschreven en geduid.
Inleveren: maandag 9 december
Je hebt in eerste instantie materieel recht nodig, want dan weet je of iets wel of niet strafbaar is.
Maar er is niks zonder formeel strafrecht, dit komt tot leven wanneer je er iets mee kan doen.
Doel strafproces(recht): speciale en generale preventie, voorkomen van eigenrichting, orde
scheppen in de samenleving, vergelding, waarheidsvinding gericht op het straffen van schuldigen (en
beschermen onschuldigen).
Is dat in andere landen anders? In democratische landen niet. Maar, dezelfde doelen worden
mogelijk wel op andere manieren bereikt.
- Wij via art. 350 Sv, terwijl in andere landen bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van een
jury.
Materieel strafrecht = normen (wijst gedrag aan in strijd met de normen), strafprocesrecht =
handhaving van normen (door operationaliseren).
Bevat strafprocesrecht dan geen normen? Bevat wel normen, maar vooral gedragsnormen voor
strafvorderlijke autoriteiten:
- Proportionaliteit, subsidiariteit (staan niet in huidige wetboek, maar wel in nieuwe)
- Binnen grenzen rechtsstatelijkheid
- Gedragsnormen: rechter moet ervoor zorgen dat verdachte het laatste woord heeft of hem
hierop wijzen.
1
,Doel strafprocesrecht: (a) adequate rechtshandhaving (effectieve bestrijding van criminaliteit);
toepassing materiële strafrecht in concrete gevallen en (b) daadwerkelijke rechtsbescherming van
burgers die met het strafrecht in aanraking komen; verdachte, slachtoffers, kritisch-belangstellende
burger.
Het gaat erom dat er een systematisch (strafprocesrecht is een systeem) evenwicht tussen beide
belangen geeft Zorgt voor legitimiteit. Het gaat niet om de afzonderlijke regeltjes, dus je moet
steeds op zoek gaan naar de waarde van het stelsel als geheel.
Klassieke uitgangspunt strafvordering:
Rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid (Grondwet en Wet RO)
Vervolgingsmonopolie OM
Strafvorderlijke legaliteit
Vermoeden van onschuld
Processuele grondrechten: hoor- en wederhoor, recht op rechtsbijstand en vertaling en
vertolking, zwijgrecht, interne openbaarheid.
Onmiddellijkheidsbeginsel.
Deels in WvSv en deels daarbuiten (maar wel direct invloed op de inrichting): o.a. Grondwet,
waaronder motivering (art. 121), recht op berechting (art. 113) en recht op eerlijk proces (art. 17 lid
1).
Oftewel: de regeling van het strafprocesrecht is ontworpen als een zorgvuldig afgestemd geheel.
Hierbinnen kunnen organen in interactie met elkaar handelingen verrichten en dus een rol spelen.
Hierbij is er ook autonome-normatieve invloed vanaf buiten.
Geschiedenis strafprocesrecht
I. De oorsprong van ons strafproces
Oorsprong lag in de Franse tijd (na Franse revolutie). Het belang hiervan was: eenheid in het
landsbestuur, uniformiteit in het recht en codificatie van wetboeken.
Ons strafprocesrecht en rechterlijke organisatie komen uit Frankrijk: de Napoleontische wetboeken
werden ingevoerd in 1811. De Franse wetgeving was een reactie tegen de willekeur van de justitie
(uniforme regeling, codificatie en legaliteits(beginsel). Dit wilden ze veranderen door systeem van
checks and balances (organieke benadering).
Organieke benadering: strafprocesrecht kan je zien als een soort scenario -> ‘Stel je voor er gebeurt
iets, welke taken/bevoegdheden krijgen de actoren?’. Rechter krijgt bepaalde taak, voorzitter krijgt
bepaalde taak etc. Hierdoor regelt WvSv ook de onderlinge verhouding tussen de deelnemers.
Het oude Franse strafproces is een inquisitoir strafproces = waarborg zoeken in de juiste
taakuitoefening van de integere en onafhankelijke actor; rechtsbeschermend karakter van het
inquisitoire proces. Dit zoekt waarborg in de functie van de rechter.
II. De ontwikkeling van het formeel strafrecht in Nederland; Het Wetboek van 1838 en het
(huidige) Wetboek van 1926
III. Heroverweging en aanpassing in de jaren ’80 en ‘90
2
,IV. Tussenstand
V. De noodzaak van modernisering van het strafprocesrecht
VI. Naar ‘het’ nieuwe Wetboek van Strafvordering
3
, Hoorcollege II – Verdiepend formeel strafrecht, actoren
Actoren
‘Partijen’ in ruime zin = inclusief procesdeelnemers
Verschil procespartij en procesdeelnemer (kernroljurisprudentie)
Procespartijen: officier van justitie en verdachte (incl. raadsman)
- Als zij wat vragen aan de rechter, krijgen ze daar antwoord op (bijvoorbeeld in
vonnis).
- Procespartij is degene die een rechtens te respecteren belang en positie heeft ij de
eindbeslissing van de strafrechter
Procesdeelnemer:
Waarom is het slachtoffer geen rechtspartij? Rechter hoeft niet te reageren op vragen slachtoffer (is
geen belang in de zin van de partijbelangen). Slachtoffer is wel procespartij in de vordering van de
benadeelde partij.
Slachtoffer krijgt wel een steeds grotere invloed, bij spreekrecht uitoefenen moet verdachte
aanwezig zijn (bij V-H). Tot 1 juli (hoofdregel: geen aanwezigheidsplicht), kon wel een
medebrengingsbevel uitgegeven worden. Nu na 1 juli is deze situatie dus omgedraaid.
Belangrijkste wapen slachtoffer Art. 12 procedure: als OvJ afziet van vervolging, kan slachtoffer
deze procedure starten. Het Hof beslist hierover. Hier zie je dus een compensatie voor het feit dat
het slachtoffer niet zelf kan procederen (wij kennen geen tweede aanklager).
Procesafspraken:
Rechter is eindverantwoordelijk voor product
Officier en verdachte staan tegenover elkaar als procespartijen
Slachtoffer draait hier een beetje omheen
-> Hoe beïnvloedt dit ons systeem? HR: het is niet verboden (ECLI:NL:HR:2022:1252).
Voordelen: Tijd, snellere afdoening, geld
Nadelen: Materiële waarheid kan in het geding komen (rechter doet wel inhoudelijke toetsing)
Gevaar met beginselen: externe openbaarheid -> wij als volk kunnen niet achterhalen wat er gebeurd
is.
I. Verdachte
Is het object van het onderzoek, ook tijdens onderzoek ter terechtzitting. Verdachte is enerzijds
object van het onderzoek (inquisitoire aspect), en anderzijds een subject van rechten.
Krijgt voorafgaand aan het verhoor al een advocaat toegewezen.
- Je krijgt hierdoor meer beroep op zwijgrecht
- Hierdoor ga je als OvJ meer inzetten op vooronderzoek: dus nog meer doen voordat
je de verdachte aanhoudt. Ze verwachten eigenlijk niks meer van het verhoor.
- Kan nadelig zijn voor alle verweren/uitleg van opzet (noodweer bijvoorbeeld).
Hier zie je weer die “beweging naar voren”
Autonome (proces)positie; mede in het belang van goede inhoudelijke beslissing. Kan zijn
eigen proceshouding bepalen, niemand kan hem vertellen dat hij iets moet zeggen, hij kan
zelfs bekennen wat die niet heeft gedaan (verbod van marteling, pressieverbod).
Bewezenverklaring kan niet volgen uit enkel één getuige of enkel de verklaring van verdachte
(ondersteunend bewijs nodig) + je wilt dit niet omdat degene die het wel gedaan heeft dan
nog vrij rondloopt (Schiedammer parkmoord).
II. Raadsman
Afgeleide positie (raadsman is niet de verdachte, maar heeft wel alle bevoegdheden).
4