Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Blok 1.1 Groei en ontwikkeling alle casussen

Note
-
Vendu
3
Pages
90
Publié le
17-11-2020
Écrit en
2020/2021

Samenvatting van heel blok 1.1. groei en ontwikkeling. Alles staat erin beschreven en college's zijn er ook in verwerkt. Heel duidelijk

Établissement
Cours










Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
17 novembre 2020
Nombre de pages
90
Écrit en
2020/2021
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Casus 1: Excursie naar het familiemuseum – Leerdoelen
1. Wat is DNA en RNA?

DNA bevat informatie voor de erfelijke eigenschappen en zorgt voor
zelfregulatie. Het is een polymeer opgebouwd uit nucleotiden met
dezelfde bouw: een fosfaatgroep, desoxyribose (suiker) en een
organische base. Het bevat 4 verschillende basen: adenine (A),
thymine (T) , guanine (G) en cytosine (C) Deze zijn verbonden met
elkaar via waterstofbruggen (complementair) AT 2 bruggen, CG 3
bruggen, waardoor een 3D vorm ontstaat.

purine= 2 koolstofkringen= A en G

pyrimidine= 1 koolstofkring =C en T.

De twee ketens van DNA liggen in een dubbele spiraal om elkaar
heen (helix) rond histonen (eiwitten). Een aantal histonen met DNA:
nucleosoom. Door de afwisseling van histonen en koppelings-DNA
vormt het een kralenketting. De vele histonen opgerold vormen
samen een chromosoom met de vorm (X) met een centromeer en de
uiteinde: telomeren, die in de celkern liggen.




Histonen: eiwitten die een functie hebben bij het spiraliseren van DNA tijdens
de kerndeling en een rol spelen bij de transcriptie. Ze houden het DNA op de
plaats. DNA om histonen is niet beschikbaar voor transcriptie. Het stukje DNA
dat tussen de histonen vrij is, kan wel gebruikt worden.

Niet alle backbones liggen even ver van elkaar gedraaid. Minor groove is dat
ze dicht bij elkaar liggen en major groove dat
ze verder van elkaar liggen. De major groove
heeft genoeg ruimte zodat de enzymen de
basenparen (met een specifieke volgorde zoals
GTAC bijvoorbeeld) kunnen herkennen en
hiermee H-bruggen kunnen vormen. Zo kunnen
er ook eiwitten binden. De minor groove is hier
veel te klein voor

,Nucleoside= een base en suiker zonder de fosfaatgroep.
- Guanosine (guanine) is wanneer je het hebt over de base aan de suiker.

Nucleotiden binden aan elkaar doordat de fosfaatgroep
5’ bindt met de OH groep van 3’. Hierbij worden twee
fosfaatgroepen afgesplitst en hierdoor komt energie en
water vrij. De fosfordiesterband zorgt ervoor dat de
suikers aan elkaar blijven zitten. Let op dus maar 1
fosforgroep tussen de nucleotiden.

RNA is enkelstrengs. Het bevat een fosfaatgroep,
ribose (een extra OH-groep op 2’) en een organische
base. En i.p.v. Thymine (T) bevat het Uracil (U). RNA
ontstaat bij de transcriptie en wordt gebruikt om nieuwe eiwitten mee te
maken. esRNA is vrij instabiel en kan een dubbele helix hebben.

Oorspronkelijke vorm van het leven: begonnen met RNA omdat het instabieler
is en dus makkelijker te veranderen is.
Reverse-transcriptie van RNA naar DNA: bij virussen en klein cellige dieren
RNA kan enzymatische activiteit hebben. Bij splicing is het ook een RNA
activiteit.

mRNA: messenger RNA: draagt de genetische codering voor de productie van
eiwitten van het DNA in de kern over op de ribosomen buiten de celkern.

tRNA: transfer RNA. Bindt aminozuren in cytoplasma tot
tRNA-aminozuurcomplex, dat vervoert aminozuren naar het
ribosoom.

miRNA: microRNA. Afbreken en blokkeren dmv dicer.
siRNA: small interfering RNA. Als gentherapie
rRNA: ribosomaal RNA, in ribosomen in cytoplasma:
katalyseert de reactie in de ribosomen (ribozym)

2. Hoe is een cel opgebouwd? - uiterlijk en functie

1. Nucleolus
2. Celkern
3. Ribosoom
4. Vesikel
5. Ruw-endoplasmatisch reticulum
6. Golgi systeem
7. Cytoskelet
8. Glad-endoplasmatisch reticulum
9. Mitochondriën
10. Vacuole
11. Cytoplasma
12. Lysosoom
13. Centriool

, Organellen:

2. Kern (nucleus): bevat in een apart kernplasma, omgeven door een dubbel
kernmembraan, het DNA van de cel. Het membraan bevat vele poorteiwitten,
zodat er gemakkelijk een stroom van biochemische materialen in en uit de
kern kan plaatsvinden. De transcriptie en het splicen van mRNA vindt in het
kernplasma plaats.

3. Ribosomen: bestaan uit een groot en een klein deel. Hierop vindt bij
eiwitsynthese de aanhechting van het mRNA plaats met tRNA. Ribosomen
liggen vaak in groepen (polyribosomen) op het membraan van het ER, maar
komen ook los voor in het cytoplasma: deze maken eiwitten voor binnen de
cel.

4. Vesikel: Worden gevormd in het ER: Exocytose.

5. 8. Endoplasmatisch reticulum (ER): zeer grote oppervlakte van aan
elkaar verbonden celcompartimenten waarin de meeste componenten voor het
celmembraan en stoffen die buiten de cel geëxporteerd zullen worden,
geproduceerd worden en via het golgi-systeem naar buiten gaan. Functie:
transport van eiwitten in een cel. Ruw: bevat ribosomen: hier begint
eiwitsynthese. Het gladde speelt een belangrijke rol in stofwisselingsprocessen.

6. Golgi systeem: bestaat uit een stapel van platte ruimtes, omgeven door
membranen. Ontvangt veel van de moleculen die in het ER gevormd zijn, past
deze vaak chemisch nog aan (o.a. het toevoegen van moleculaire labels aan
eiwitten) en stuurt ze dan naar locaties binnen of buiten de cel. Opslagplaats
voor eiwitten, hier krijgen ze hun uiteindelijke vorm. Zit dichtbij het ER

7. Cytoskelet met filamenten: zorgt ervoor dat de cel zijn vorm behoudt en
speelt een belangrijke rol bij de celdeling en bij het transport van stoffen.

3 soorten: microfilamenten (Actine-filamenten: tegen het celmembraan aan
voor de beweging), intermediaire filamenten (meer rond microtubuli) en
microtubuli als een soort spin hier heb je er 2 van.

9. Mitochondriën: leveren de energie van een cel door de vorming van ATP uit
ADP (citroenzuurcyclus), onder invloed van een protonen concentratieverschil.
Ze bevatten hun eigen DNA (afkomstig van de moeder). Ze zijn herkenbaar
aan het gevouwen membraaninterieur en hebben een dubbele membraan.
Daarnaast produceren mitochondriën eigen eiwitten en kunnen ze zich delen.
Het aantal mitochondriën i.a.v. de activiteit van de cel. Je hebt het geworven
van je moeder. Ontstaan door opname van bacterie.

10. Vacuole: opslagplaats voor voedingsstoffen.

12. Lysosomen (prullenbak): kleine, onregelmatige organellen, waarin
intracellulaire vertering plaatsvindt (vrijkomen voedingsstoffen of afbraak
ongewenste moleculen).
€20,99
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
rsamenvattingen Carbooncollege St. Jan (Hoensbroek)
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
51
Membre depuis
8 année
Nombre de followers
42
Documents
3
Dernière vente
1 année de cela

Afgestudeerd op tweetalig VWO met het vakkenpakket NG.

3,5

15 revues

5
2
4
5
3
7
2
0
1
1

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions